Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:4789
2026-04-30
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/446844 / JE RK 26-596
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling. Minderjarigen willen geen contact met moeder. Wens minderjarigen volgen. Toewerken naar vrijwillig kader.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.709 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446844 / JE RK 26-596
Datum uitspraak: 30 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedag 2] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden hierna gezamenlijk genoemd: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 april 2026;
de e-mailberichten van 14 april 2026 van de vader en de kinderen;
de brief en het e-mailbericht van de moeder, ontvangen op 28 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De moeder is niet verschenen. Zij heeft zich bij voormelde brief afgemeld voor de zitting.
1.3.
De kinderrechter heeft de kinderen naar hun mening gevraagd. Zij hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat zij hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
2.2.
De kinderen wonen bij de vader.
2.3.
Bij beschikking van 28 april 2025 is de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd met ingang van 4 mei 2025 tot 4 mei 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI, samengevat, het volgende aangegeven. In het afgelopen jaar is er bij beide kinderen nog geen ruimte gekomen voor contactherstel met de moeder, ondanks dat is ingezet op traumaverwerking en therapie.
De GI blijft monitoren of die ruimte alsnog gaat ontstaan en zal dit dan gelijk oppakken met betrokkenen. De wens van de kinderen hierin blijft leidend. Verder is gebleken dat het de ouders nog niet lukt om nader tot elkaar te komen ten aanzien van het delen van informatie uit het hulpverleningsplan van de moeder met de kinderen. Zij hebben weinig vertrouwen in elkaar en geven geen toestemming om alle informatie met elkaar of de kinderen te delen. In de komende periode zal worden onderzocht of een overdracht naar hulpverlening in het vrijwillige kader in de toekomst mogelijk is en wat daarvoor nodig is. Verder zal een verzoek bij de rechtbank worden ingediend ten aanzien van het contact tussen de moeder en de kinderen, zodat er duidelijkheid is voor alle betrokkenen, ook als er geen ondertoezichtstelling meer is.
4.2.
Door de vader is, samengevat, naar voren gebracht dat het goed gaat met beide kinderen bij hem thuis. De school is voor [minderjarige 1] wel een aandachtspunt. Zij zit nu op huiswerkbegeleiding. [minderjarige 2] doet het goed op school. Buiten het door de vader sturen van een tweewekelijks e-mailbericht met informatie over de kinderen aan de moeder heeft hij met haar geen contact. Hij praat regelmatig met de kinderen over haar en peilt dan of zij haar willen zien. De vader heeft de indruk dat de reden dat de kinderen geen ruimte zien voor contact met de moeder is gelegen in de gebeurtenissen in het verleden en niet zozeer in de ziekte (Ziekte van Huntington) van de moeder. Die gebeurtenissen hebben echter wel verband met haar ziekte. De moeder had/heeft de neiging om de ernst van haar ziekte niet in te zien. De vader is akkoord met het verzoek, ondanks dat hij liever had gezien dat het zou worden verlengd met een jaar.
4.3.
Bij voormeld e-mailbericht heeft de moeder bericht dat er de afgelopen jaren door allerlei instanties grote fouten zijn gemaakt met betrekking tot haar ziektebeeld. Het verlengen van de ondertoezichtstelling is in haar ogen de enige kans op contactherstel met de kinderen. Ook zorgt een verlenging er voor dat zij tweewekelijks een update van de vader over de kinderen ontvangt. Als moeder van de kinderen, voor wie zij nog prima kan zorgen, stemt zij in met het verlengen van de ondertoezichtstelling.
4.4.
De kinderen hebben gezamenlijk een gesprek gehad met de kinderrechter. Daarbij hebben zij beiden verklaard dat zij bij hun vader willen blijven wonen en dat zij op dit moment geen contact met hun moeder willen. Zij zijn beiden een voorstander voor verlenging van de maatregel.
5De beoordeling
5.1.
In artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
5.2.
Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling steeds verlengen met maximaal een jaar, als nog steeds aan artikel 1:255 lid 1 BW wordt voldaan.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Hij verwijst daarbij naar hetgeen is overwogen in voormelde beschikking van 28 april 2025, dat hierbij als herhaald en ingelast wordt beschouwd. De kinderrechter stelt op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting vast, dat de situatie zoals in die beschikking is geschetst, niet veranderd is. In wat in die beschikking is overwogen omtrent de ontwikkelingsbedreiging is nog steeds actueel.
5.4.
Het is noodzakelijk dat de GI ook in de komende periode bij de kinderen en de ouders betrokken is door te blijven werken aan de gestelde doelen, waaronder het aandacht houden voor het proces van mogelijk contactherstel tussen de moeder en de kinderen. Daarbij dient aansluiting te worden gezocht bij het tempo van de kinderen. Doel is wel om duidelijkheid voor alle betrokkenen te creëren rondom het contact tussen de moeder en de kinderen. Daarnaast gaat de GI, zoals door haar is aangegeven, in de komende periode onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor een overdracht naar de hulpverlening in het vrijwillige kader.
5.5.
Gelet op het voorgaande wordt naar het oordeel van de kinderrechter de ontwikkeling van beide kinderen nog steeds ernstig bedreigd en kan deze bedreiging nog niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
5.6.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van beide kinderen verlengen voor de verzochte periode van negen maanden. [minderjarige 1] zal enkele dagen na afloop van die termijn de meerderjarige leeftijd bereiken. Zowel de vader, als de moeder, als de kinderen zijn het eens met een verlenging van de maatregel. In het verzoekschrift staat aangegeven dat de moeder een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar wenst. De vader heeft op zitting aangegeven dat ook te willen. De kinderrechter is echter gebonden aan het verzoek van de GI voor wat betreft de duur, te weten negen maanden.
5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 4 mei 2026 tot 4 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 15 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446844 / JE RK 26-596
Datum uitspraak: 30 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedag 2] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden hierna gezamenlijk genoemd: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 april 2026;
de e-mailberichten van 14 april 2026 van de vader en de kinderen;
de brief en het e-mailbericht van de moeder, ontvangen op 28 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De moeder is niet verschenen. Zij heeft zich bij voormelde brief afgemeld voor de zitting.
1.3.
De kinderrechter heeft de kinderen naar hun mening gevraagd. Zij hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat zij hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.
2.2.
De kinderen wonen bij de vader.
2.3.
Bij beschikking van 28 april 2025 is de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd met ingang van 4 mei 2025 tot 4 mei 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI, samengevat, het volgende aangegeven. In het afgelopen jaar is er bij beide kinderen nog geen ruimte gekomen voor contactherstel met de moeder, ondanks dat is ingezet op traumaverwerking en therapie.
De GI blijft monitoren of die ruimte alsnog gaat ontstaan en zal dit dan gelijk oppakken met betrokkenen. De wens van de kinderen hierin blijft leidend. Verder is gebleken dat het de ouders nog niet lukt om nader tot elkaar te komen ten aanzien van het delen van informatie uit het hulpverleningsplan van de moeder met de kinderen. Zij hebben weinig vertrouwen in elkaar en geven geen toestemming om alle informatie met elkaar of de kinderen te delen. In de komende periode zal worden onderzocht of een overdracht naar hulpverlening in het vrijwillige kader in de toekomst mogelijk is en wat daarvoor nodig is. Verder zal een verzoek bij de rechtbank worden ingediend ten aanzien van het contact tussen de moeder en de kinderen, zodat er duidelijkheid is voor alle betrokkenen, ook als er geen ondertoezichtstelling meer is.
4.2.
Door de vader is, samengevat, naar voren gebracht dat het goed gaat met beide kinderen bij hem thuis. De school is voor [minderjarige 1] wel een aandachtspunt. Zij zit nu op huiswerkbegeleiding. [minderjarige 2] doet het goed op school. Buiten het door de vader sturen van een tweewekelijks e-mailbericht met informatie over de kinderen aan de moeder heeft hij met haar geen contact. Hij praat regelmatig met de kinderen over haar en peilt dan of zij haar willen zien. De vader heeft de indruk dat de reden dat de kinderen geen ruimte zien voor contact met de moeder is gelegen in de gebeurtenissen in het verleden en niet zozeer in de ziekte (Ziekte van Huntington) van de moeder. Die gebeurtenissen hebben echter wel verband met haar ziekte. De moeder had/heeft de neiging om de ernst van haar ziekte niet in te zien. De vader is akkoord met het verzoek, ondanks dat hij liever had gezien dat het zou worden verlengd met een jaar.
4.3.
Bij voormeld e-mailbericht heeft de moeder bericht dat er de afgelopen jaren door allerlei instanties grote fouten zijn gemaakt met betrekking tot haar ziektebeeld. Het verlengen van de ondertoezichtstelling is in haar ogen de enige kans op contactherstel met de kinderen. Ook zorgt een verlenging er voor dat zij tweewekelijks een update van de vader over de kinderen ontvangt. Als moeder van de kinderen, voor wie zij nog prima kan zorgen, stemt zij in met het verlengen van de ondertoezichtstelling.
4.4.
De kinderen hebben gezamenlijk een gesprek gehad met de kinderrechter. Daarbij hebben zij beiden verklaard dat zij bij hun vader willen blijven wonen en dat zij op dit moment geen contact met hun moeder willen. Zij zijn beiden een voorstander voor verlenging van de maatregel.
5De beoordeling
5.1.
In artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
5.2.
Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling steeds verlengen met maximaal een jaar, als nog steeds aan artikel 1:255 lid 1 BW wordt voldaan.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Hij verwijst daarbij naar hetgeen is overwogen in voormelde beschikking van 28 april 2025, dat hierbij als herhaald en ingelast wordt beschouwd. De kinderrechter stelt op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting vast, dat de situatie zoals in die beschikking is geschetst, niet veranderd is. In wat in die beschikking is overwogen omtrent de ontwikkelingsbedreiging is nog steeds actueel.
5.4.
Het is noodzakelijk dat de GI ook in de komende periode bij de kinderen en de ouders betrokken is door te blijven werken aan de gestelde doelen, waaronder het aandacht houden voor het proces van mogelijk contactherstel tussen de moeder en de kinderen. Daarbij dient aansluiting te worden gezocht bij het tempo van de kinderen. Doel is wel om duidelijkheid voor alle betrokkenen te creëren rondom het contact tussen de moeder en de kinderen. Daarnaast gaat de GI, zoals door haar is aangegeven, in de komende periode onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor een overdracht naar de hulpverlening in het vrijwillige kader.
5.5.
Gelet op het voorgaande wordt naar het oordeel van de kinderrechter de ontwikkeling van beide kinderen nog steeds ernstig bedreigd en kan deze bedreiging nog niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
5.6.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van beide kinderen verlengen voor de verzochte periode van negen maanden. [minderjarige 1] zal enkele dagen na afloop van die termijn de meerderjarige leeftijd bereiken. Zowel de vader, als de moeder, als de kinderen zijn het eens met een verlenging van de maatregel. In het verzoekschrift staat aangegeven dat de moeder een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar wenst. De vader heeft op zitting aangegeven dat ook te willen. De kinderrechter is echter gebonden aan het verzoek van de GI voor wat betreft de duur, te weten negen maanden.
5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 4 mei 2026 tot 4 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 15 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.