Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:4768
2026-04-29
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/446550 / JE RK 26-527
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling. De vader is in afwachting van een beslissing op zijn asielaanvraag. De voortdurende onzekerheid over zijn verblijfsrecht heeft invloed op zijn dagelijks functioneren en werkt door in de opvoedsituatie.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.928 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446550 / JE RK 26-527
Datum uitspraak: 29 april 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING NIDOS,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de in deze zaak gegeven tussenbeschikking van de kinderrechter van 8 april 2026 en alle daarin vermelde stukken;
het e-mailbericht van de vader van 9 april 2026;
het e-mailbericht van de GI van 14 april 2026.
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.De vader en de GI hebben ieder afzonderlijk aangegeven dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan.
2Het (aangehouden) resterende verzoek
2.1.
Aan de orde is het resterende verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen met ingang van 30 april 2026 tot 16 april 2027 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3De nadere beoordeling
3.1.
Bij voornoemde tussenbeschikking is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor een korte periode (ambtshalve) verlengd met ingang van 16 april 2026 tot 30 april 2026. Om de vader en de GI alsnog in de gelegenheid te stellen om op het verzoek gehoord te worden, is het resterende verzoek aangehouden tot de zitting van 16 april 2026.
3.2.
Gelet op het standpunt van de vader en het verzoek van de GI om schriftelijk op het verzoek te beslissen, zal de kinderrechter de zaak op de stukken afdoen.
3.3.
In artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
In artikel 1:260 lid 1 BW staat dat de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling steeds kan verlengen met maximaal een jaar, als nog aan artikel 1:255 lid 1 BW wordt voldaan.
3.4.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
3.5.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] verblijft samen met haar vader in [locatie] te [woonplaats]. Hij is haar primaire en enige hechtingsfiguur. Haar moeder is in september 2022 vertrokken uit Nederland en haar verblijfplaats is onbekend. De vader is in afwachting van een beslissing op zijn asielaanvraag. Zijn verblijfsrecht in Nederland is op dit moment onzeker. Deze voortdurende onzekerheid werkt door in het dagelijks functioneren van de vader en vormt een risico voor de stabiliteit en continuïteit van de opvoedsituatie van [minderjarige] . Deze factoren kunnen de huidige, nog kwetsbare, stabiliteit in de opvoedsituatie op korte termijn verstoren. Gelet op haar leeftijd en voorgeschiedenis is [minderjarige] gebaat bij rust, continuïteit en duidelijkheid over haar toekomstperspectief. Ter ontlasting van de vader gaat [minderjarige] om het weekend naar een pleeggezin. Medio maart 2026 heeft [minderjarige] zorgelijke uitspraken over haar situatie daar gedaan. Hierop heeft de vader adequaat gehandeld en meteen de instanties ingeschakeld voor hulp. Op dit moment wordt nog onderzocht wat de vervolgstappen zullen zijn ten aanzien van die uitspraken. De GI ondersteunt de vader momenteel in het waarborgen van de veiligheid van [minderjarige] .
3.6.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Onderzocht is of de regievoering in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. De gemeente heeft aangegeven deze casus niet over te nemen, aangezien de ontwikkelingsbedreiging primair is gelegen in de verblijfsrechtelijke problematiek en niet in een tekort aan passende hulpverlening. Hierdoor ontbreekt een passende partij die buiten het gedwongen kader de noodzakelijke regie kan voeren.
3.7.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. Gezien de doelen waaraan nog moet worden gewerkt, zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de verzochte duur worden verlengd. In de komende periode zijn de doelen waaraan gewerkt moet worden:
- er wordt onderzocht wat de vader en [minderjarige] nodig hebben ten aanzien van de zorgelijke uitspraken van [minderjarige] ;
- [minderjarige] ontwikkelt zich conform haar leeftijd en mogelijkheden; op dit moment verdient de taalontwikkeling extra aandacht;
- de vader ontvangt informatie en uitleg over de huidige ontwikkelingstaken van [minderjarige] en hoe hij zijn gedrag het beste kan afstemmen op de behoeften van [minderjarige] ;
- de draagkracht van de vader is in balans;
- er is duidelijkheid over de verblijfsstatus en toekomstperspectief van de vader en [minderjarige] .
3.8.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4De beslissing
De kinderrechter:
4.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 30 april 2026 tot 16 april 2027;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. Pellikaan, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446550 / JE RK 26-527
Datum uitspraak: 29 april 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING NIDOS,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de in deze zaak gegeven tussenbeschikking van de kinderrechter van 8 april 2026 en alle daarin vermelde stukken;
het e-mailbericht van de vader van 9 april 2026;
het e-mailbericht van de GI van 14 april 2026.
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.De vader en de GI hebben ieder afzonderlijk aangegeven dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan.
2Het (aangehouden) resterende verzoek
2.1.
Aan de orde is het resterende verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen met ingang van 30 april 2026 tot 16 april 2027 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3De nadere beoordeling
3.1.
Bij voornoemde tussenbeschikking is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor een korte periode (ambtshalve) verlengd met ingang van 16 april 2026 tot 30 april 2026. Om de vader en de GI alsnog in de gelegenheid te stellen om op het verzoek gehoord te worden, is het resterende verzoek aangehouden tot de zitting van 16 april 2026.
3.2.
Gelet op het standpunt van de vader en het verzoek van de GI om schriftelijk op het verzoek te beslissen, zal de kinderrechter de zaak op de stukken afdoen.
3.3.
In artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat, kort gezegd, dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.
In artikel 1:260 lid 1 BW staat dat de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling steeds kan verlengen met maximaal een jaar, als nog aan artikel 1:255 lid 1 BW wordt voldaan.
3.4.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
3.5.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] verblijft samen met haar vader in [locatie] te [woonplaats]. Hij is haar primaire en enige hechtingsfiguur. Haar moeder is in september 2022 vertrokken uit Nederland en haar verblijfplaats is onbekend. De vader is in afwachting van een beslissing op zijn asielaanvraag. Zijn verblijfsrecht in Nederland is op dit moment onzeker. Deze voortdurende onzekerheid werkt door in het dagelijks functioneren van de vader en vormt een risico voor de stabiliteit en continuïteit van de opvoedsituatie van [minderjarige] . Deze factoren kunnen de huidige, nog kwetsbare, stabiliteit in de opvoedsituatie op korte termijn verstoren. Gelet op haar leeftijd en voorgeschiedenis is [minderjarige] gebaat bij rust, continuïteit en duidelijkheid over haar toekomstperspectief. Ter ontlasting van de vader gaat [minderjarige] om het weekend naar een pleeggezin. Medio maart 2026 heeft [minderjarige] zorgelijke uitspraken over haar situatie daar gedaan. Hierop heeft de vader adequaat gehandeld en meteen de instanties ingeschakeld voor hulp. Op dit moment wordt nog onderzocht wat de vervolgstappen zullen zijn ten aanzien van die uitspraken. De GI ondersteunt de vader momenteel in het waarborgen van de veiligheid van [minderjarige] .
3.6.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Onderzocht is of de regievoering in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. De gemeente heeft aangegeven deze casus niet over te nemen, aangezien de ontwikkelingsbedreiging primair is gelegen in de verblijfsrechtelijke problematiek en niet in een tekort aan passende hulpverlening. Hierdoor ontbreekt een passende partij die buiten het gedwongen kader de noodzakelijke regie kan voeren.
3.7.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. Gezien de doelen waaraan nog moet worden gewerkt, zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de verzochte duur worden verlengd. In de komende periode zijn de doelen waaraan gewerkt moet worden:
- er wordt onderzocht wat de vader en [minderjarige] nodig hebben ten aanzien van de zorgelijke uitspraken van [minderjarige] ;
- [minderjarige] ontwikkelt zich conform haar leeftijd en mogelijkheden; op dit moment verdient de taalontwikkeling extra aandacht;
- de vader ontvangt informatie en uitleg over de huidige ontwikkelingstaken van [minderjarige] en hoe hij zijn gedrag het beste kan afstemmen op de behoeften van [minderjarige] ;
- de draagkracht van de vader is in balans;
- er is duidelijkheid over de verblijfsstatus en toekomstperspectief van de vader en [minderjarige] .
3.8.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4De beslissing
De kinderrechter:
4.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 30 april 2026 tot 16 april 2027;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. Pellikaan, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.