Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:4704

2026-04-28 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/446780 / JE RK 26-587
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-28
Publicatiedatum
2026-05-29
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/446780 / JE RK 26-587
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.520 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/446780 / JE RK 26-587
Datum uitspraak: 28 april 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een machtiging gesloten jeugdhulp




in de zaak van



de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,



over





[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. A. Koop-van Vliet uit Breda.



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[minderjarige]
,





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,





[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. N.P.C.C. Langenberg uit Breda.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 april 2026;


de instemmingsverklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper dr. [persoon 1] , ontvangen op 24 april 2026;


de brief van [persoon 2] , gedragswetenschapper [behandelgroep] van 24 april 2026.





1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 april 2026. Daarbij waren aanwezig:



[minderjarige] met haar advocaat;


de vader met zijn advocaat;


- een vertegenwoordiger van de GI.


Verder was aanwezig een 1-op-1 begeleidster van [minderjarige] van [accommodatie] . Nu geen van de aanwezigen daartegen bezwaar had, is haar bijzondere toegang verleend.



De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.






2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.2.
Bij beschikking van 25 maart 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 29 april 2025 tot 29 april 2026.



2.3.
[minderjarige] verblijft op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp op een gesloten behandelgroep van [behandelgroep] in [plaats 2] . De geldigheidsduur van de huidige machtiging loopt tot 29 april 2026.





3Het verzoek


3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een machtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.






4De standpunten


4.1.

[minderjarige] is voor aanvang van de zitting afzonderlijk gehoord in aanwezigheid van haar advocaat. Ook is [minderjarige] aanwezig geweest tijdens de behandeling van het verzoek ter zitting. Samengevat heeft zij verklaard dat als zij terug moet naar [behandelgroep] , zij daar deze week nog weggaat. Zij gaat niet langer wachten op een vervolgplek. Als zij vrijdag 1 mei 2026 geen einddatum heeft, stopt zij ermee. De gesloten plaatsing wordt steeds weer (met een maand) verlengd en daar is zij klaar mee. Een verzoek tot voorwaardelijke machtiging is in de ogen van [minderjarige] binnen een paar uren geregeld. [minderjarige] geeft aan dat zij met een voorwaardelijke machtiging naar de [groep 1] in [plaats 3] kan of naar de [groep 2] in [plaats 4] (open behandelgroepen van [behandelgroep] ). Zij heeft gehoord dat er op de [groep 2] een plek vrij is. De gesloten machtiging mag volgens [minderjarige] niet worden verlengd. Zij heeft geen problemen met haar ontwikkeling. De jeugdbeschermer regelt niks voor haar. Zij wil maximaal nog twee weken wachten, daarna is zij oprecht weg, aldus [minderjarige] .



4.2.
De advocaat van [minderjarige] heeft -samengevat- aangevoerd dat de jeugdbeschermer bezig is met de aanvraag voor plaatsing van [minderjarige] binnen het project [project] in Portugal. Vanwege de financiering moet voor die plaatsing toestemming worden gevraagd aan de Centrale Autoriteit. Vervolgens is de financiering vanuit de gemeente noodzakelijk en de ouders moeten instemmen met die plaatsing. Nu de gemeente de financiering nog niet heeft toegezegd, moet er volgens de advocaat ook een alternatief plan zijn. Naast een plaatsing bij [project] kan [minderjarige] naar een begeleid wonen traject van SDW. Hiervoor moeten nog aanvullende vragen worden beantwoord. Van belang is dat er behalve [project] en SDW ook een ‘plan C’ voorhanden is om het perspectief van [minderjarige] meer zeker te stellen. Gelet op het standpunt van [minderjarige] en haar stelligheid daarin, stelt de advocaat voor dat [minderjarige] in afwachting van de vervolgplaatsing in het kader van een voorwaardelijke machtiging - bij [project] , SDW of een ander alternatief -, bij de vader verblijft, op voorwaarde dat [minderjarige] de dagbesteding bij Open Door en de 1-op-1 begeleiding van [accommodatie] blijft volgen. De voorwaardelijke machtiging en het voortzetten van de dagbesteding en de 1-op-1 begeleiding moet binnen twee weken kunnen worden gerealiseerd. [minderjarige] stemt in met dit voorstel en de daaraan gestelde termijn. De machtiging gesloten jeugdhulp kan dan worden verlengd voor de periode van drie weken, waarbij er binnen twee weken een nadere behandeling ter zitting plaatsvindt. Tegen het verlengingsverzoek van de ondertoezichtstelling is geen verweer gevoerd.



4.3.
Van de zijde van de GI is naar voren gebracht dat er een plek beschikbaar is voor [minderjarige] binnen het project [project] . De financiering is inderdaad nog niet rond en wordt nu op directieniveau besproken. De aanvullende vragen die voor het project [project] en SDW moeten worden beantwoord zijn formulieren die door [minderjarige] moeten worden ingevuld. De vertegenwoordiger van de GI zegt toe dat [minderjarige] de formulieren zo snel mogelijk krijgt om in te vullen. De door de advocaat van [minderjarige] voorgestelde termijn van twee weken om een voorwaardelijke machtiging op te stellen is zeer krap. De GI ziet echter ook het belang om [minderjarige] aan boord te houden, alle betrokkenen hebben immers hetzelfde doel.



4.4.
Door de 1-op-1 begeleidster van [minderjarige] is aangegeven dat zij supertrots is op [minderjarige] . Het was niet makkelijk om [minderjarige] te motiveren. Het is moeilijk voor [minderjarige] dat de gesloten machtiging steeds verlengd wordt, zij wil gewoon naar huis. De verstandhouding tussen de jeugdbeschermer, [minderjarige] en de vader is niet optimaal. De begeleidster vertelt dat zij steeds ‘brandjes moet blussen’. Wanneer [minderjarige] bij de dagbesteding is, doet zij het heel goed. Ook met haar baantje bij de [winkel] ging het goed. Als [minderjarige] het terrein van [behandelgroep] verlaat is zij een heel ander persoon, op de groep laat zij ander gedrag zien om zich staande te houden.



4.5.
Door en namens de vader is geen verweer gevoerd tegen het verzoek de ondertoezichtstelling te verlengen. Verder is door en namens vader op zitting ingestemd met het voorstel van de advocaat van [minderjarige] om de machtiging gesloten jeugdhulp voor drie weken te verlenen en op korte termijn een voorwaardelijke machtiging op zitting te bespreken.





5De beoordeling



Ondertoezichtstelling




5.1.
In artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat kort gezegd dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening.



5.2.
In artikel 1:260 lid 1 BW staat dat de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling steeds kan verlengen met maximaal een jaar, als nog aan artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan.



5.3.
Op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is de kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd gelet op alle eerder geuite zorgen. Bij [behandelgroep] laat [minderjarige] overlevingsgedrag zien, wat zich veelal uit in boosheid. Het is in haar belang dat er snel zicht komt op haar verdere perspectief. Er is een passend vervolgaanbod maar de concrete vervolgstappen moeten nog worden gezet, gemonitord en geëvalueerd. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan nu niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Hiertegen is ook geen verweer gevoerd.



Machtiging gesloten jeugdhulp





5.4.

In artikel 6.1.2 van de Jeugdwet staat dat de kinderrechter op verzoek een
machtiging kan verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen
en te doen verblijven. Een machtiging kan alleen worden verleend indien als naar het oordeel van de kinderrechter:

a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de
jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.



5.5.
Tijdens de zitting is met [minderjarige] en haar advocaat en de andere betrokkenen/ aanwezigen gesproken over de vervolgstappen die moeten worden gezet. [minderjarige] heeft daarbij duidelijk en stellig kenbaar gemaakt dat wat haar betreft de maat vol is; zij wil niet langer bij [behandelgroep] in geslotenheid verblijven. De kinderrechter ziet dat [minderjarige] het de afgelopen tijd echt goed heeft gedaan. Zij heeft zich gehouden aan de afspraken die tijdens de vorige zitting gemaakt zijn. Ook de begeleidster van [minderjarige] ziet dat zij het tijdens de 1-op-1 begeleiding heel goed doet en daar haar kwetsbare kant laat zien. Daarnaast zijn de begeleiders van dagbesteding Open Door en bij haar baan bij de [winkel] erg tevreden over [minderjarige] . Mede om te voorkomen dat [minderjarige] afhaakt vindt de kinderrechter het van groot belang dat [minderjarige] op zeer korte termijn een concreet perspectief wordt geboden. Er moet nu echt zicht komen op een passende vervolgplek. Hiervoor zijn al twee trajecten in beeld: het project [project] en een begeleid wonen traject bij SDW. De voortgang hierin blijft echter steken op praktische zaken zodat de plaatsing (nog) niet gerealiseerd kan worden. Dat is niet in het belang van [minderjarige] .



5.6.
Gelet op het voorgaande is tijdens de zitting het volgende afgesproken. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van drie weken, als na te melden. Zij acht dit nog noodzakelijk in verband met de ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van [minderjarige] . Het verzoek zal voor het overige worden aangehouden. De GI zal binnen twee weken, te rekenen vanaf de datum van deze zitting, een verzoek tot voorwaardelijke machtiging bij de rechtbank indienen, zodat [minderjarige] tijdelijk - als de plaatsing naar een definitieve vervolgplek niet direct geregeld kan worden - naar haar vader kan. Hieraan zijn wel de voorwaarden verbonden dat het behoud van de 1-op-1 begeleiding van [accommodatie] , de dagbesteding bij Open Door en een baantje voor [minderjarige] geregeld moeten zijn én dat [minderjarige] zich in de komende weken op dezelfde manier blijft inzetten als zij in de afgelopen periode heeft gedaan.


De aanvullende voorwaarden kunnen/moeten in ieder geval zijn dat:

- [minderjarige] meewerkt aan (aanvullende) onderzoeken en aanvullende vragen beantwoordt (de nodige formulieren invult);
- [minderjarige] luistert naar de aanwijzingen van de jeugdbeschermer/GI;
- [minderjarige] aan de slag gaat bij het project [project] , of, als een plaatsing aldaar niet lukt, bij begeleid wonen via SDW, of, als een plaatsing ook daar niet lukt, bij een andere plek.
Daarbij benadrukt de kinderrechter dat een – kortdurend en tijdelijk - verblijf bij de vader niets verandert aan het oordeel dat het perspectief niet bij vader is. Verder wijst de kinderrechter er op dat ook aan de vader voorwaarden kunnen/moeten worden gesteld, in ieder geval wanneer [minderjarige] - tijdelijk - bij hem verblijft. Van de vader wordt verwacht dat hij zich in het belang van [minderjarige] aan die voorwaarden zal houden. De advocaat van [minderjarige] , de advocaat van de vader en de 1-op-1 begeleiding moeten betrokken worden bij het opstellen van de voorwaarden, zodat zij hun cliënten kunnen uitleggen wat er exact van hen verwacht wordt.



5.7.
Het door de GI in te dienen verzoek tot voorwaardelijke machtiging gesloten plaatsing zal worden behandeld op na te melden zitting. De datum en het tijdstip van de nadere zitting is met de aanwezigen afgestemd en is hen aangezegd. Besproken is dat waarde wordt gehecht aan de aanwezigheid van de 1-op-1 begeleiding van [accommodatie] .



5.8.
Dit leidt tot de volgende beslissing.



Uitvoerbaar bij voorraad





5.9.
De kinderrechter verklaart de beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 29 april 2026 tot 29 april 2027;



6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



6.3.

verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten
accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 29 april 2026 tot 20 mei 2026, met inachtneming van hetgeen hiervoor in 5.6. is overwogen;




6.4.
houdt het verzoek voor het overige aan tot de zitting van [datum] 2026 om [uur], welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw gevestigd te Breda, Stationslaan 10. De rechter die de zaak zal behandelen is mr. Van de Kraats;



6.5.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor de GI, [minderjarige] en haar advocaat, de moeder, de vader en zijn advocaat;



6.6.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.










Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van Dekkers als griffier, en op schrift gesteld op 4 mei 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.