Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:4236

2026-04-17 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/446901 / JE RK 26-611
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-17
Publicatiedatum
2026-05-18
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/446901 / JE RK 26-611
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsting bij de andere ouder met gezag

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.688 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/446901 / JE RK 26-611
Datum uitspraak: 17 april 2026




Nadere beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,



over





[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. B.P.A. van Beers uit Roosendaal,





[de vader] ,

hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,



de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de GI.






1Het verdere verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- de mondelinge beslissing van 8 april 2026 van de kinderrechter in deze rechtbank,
schriftelijk vastgelegd op 9 april 2026 en alle daarin genoemde stukken.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 april 2026. Daarbij waren aanwezig:


de moeder (zij kwam 15 minuten later binnen), bijgestaan door haar advocaat;


de vader;


een vertegenwoordigster van de Raad;


een vertegenwoordigster van de GI.







2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.2.

[minderjarige] woont bij de moeder.



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij voormelde beschikking [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van 8 april 2026 tot 22 april 2026 en een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere ouder met gezag, te weten de vader van 8 april 2026 tot 22 april 2026, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.



2.4.
Op grond van voormelde machtiging tot uithuisplaatsing verblijft [minderjarige] bij de vader.





3Het (resterende) verzoek


3.1.
Ter beoordeling ligt voor of er feiten en/of omstandigheden zijn die maken dat de spoedbeslissing van 8 april 2026 moet worden herroepen.



3.2.
Verder is aan de orde het resterende deel van het verzoek van de Raad om een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader tot 8 juli 2026.





4Het standpunt van de Raad


4.1.

Ter aanvulling op het verzoek – samengevat weergegeven in voormelde beschikking van 8 april 2026 – heeft de Raad tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht.
De grootste zorg is de situatie van de moeder. Het is onduidelijk wat er exact aan de hand is. Er zijn zorgen over de opvoedsituatie en over de persoonlijke problematiek van de moeder. Bovendien heeft de moeder [minderjarige] onrechtmatig meegenomen. Er moet nog heel veel worden uitgezocht. De situatie moet veilig zijn voor [minderjarige] . De Raad heeft niet alleen zorgen over de situatie tussen de ouders, maar ook over de opvoedsituatie bij de moeder. Het is noodzakelijk dat er passende hulpverlening wordt ingezet om te voorkomen dat de eerdere situatie zich zal herhalen.
Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing: [minderjarige] verblijft feitelijk bij de vader, die bij de oma (vaderszijde) woont en daar ook staat ingeschreven. Dat de vader er overdag niet is vanwege zijn werk maakt dit niet anders. De Raad handhaaft het resterende verzoek om een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader tot 8 juli 2026.






5De standpunten van de belanghebbenden


5.1.

De vertegenwoordigster van de GI heeft – samengevat – het volgende naar voren gebracht.
De GI staat achter het verzoek van de Raad. De GI heeft inmiddels gesprekken gehad met de vader in aanwezigheid van de oma (vz). Er is uitleg gegeven over het traject en ook is [minderjarige] gezien en gesproken. De vader is veel aan het werk, wel is zijn werkgever flexibel. De oma (vz) ondersteunt de vader bij de zorg voor [minderjarige] en vangt haar op wanneer de vader weg is voor zijn werk. [minderjarige] doet het naar omstandigheden goed. Zij krijgt de ruimte om positief over beide ouders te spreken. [minderjarige] gaat naar school en zij heeft contact met haar vriendinnetjes in [woonplaats 1] . De GI heeft geprobeerd om telefonisch contact te krijgen met de moeder (via haar nieuwe nummer), maar dat is niet gelukt. [minderjarige] mist haar moeder en de GI zal proberen zo spoedig mogelijk contact tussen [minderjarige] en de moeder te organiseren. Dit zullen om te beginnen door de GI begeleide contactmomenten zijn op neutraal terrein. Het is goed dat [minderjarige] nu centraal komt te staan en dat wordt onderzocht wat de ouders daarin kunnen betekenen.




5.2.

Door en namens de moeder is – samengevat – het volgende aangevoerd.
Voor de moeder is dit een onwezenlijke nachtmerrie. Het lijkt erop dat er een sfeer is gecreëerd dat zij met [minderjarige] naar het buitenland zou zijn gevlucht. Dat is niet het geval. Zij wilde met [minderjarige] naar familie in Duitsland. Daarover is een hoop heibel ontstaan, omdat de vader dit niet wilde. De vader heeft vervolgens aangifte gedaan en de politie is betrokken geraakt. De moeder stelt echter dat er helemaal niets aan de hand was en dat zij alleen maar met [minderjarige] naar Duitsland is gegaan voor familiebezoek. Het klopt wel dat de vader hier geen toestemming voor had gegeven. Ten tijde van de aanhouding heeft de moeder wel enkele dingen geroepen die niet handig waren, maar dit was het gevolg van paniek en stress op dat bewuste moment. De moeder heeft een aantal dagen vastgezeten. Zij is vorige week voorgeleid en toen is haar voorlopige hechtenis geschorst, onder andere onder de bijzondere voorwaarde dat zij aanwijzingen van de Reclassering moet opvolgen. De moeder kampt met boosheid richting de vader. Die heeft volgens haar eerder zijn verantwoordelijkheid niet genomen. Ook zijn er discussies over de omgangsregeling en betaalt de vader geen alimentatie. Als ouder is hij de afgelopen jaren niet echt beschikbaar geweest voor [minderjarige] . Bovendien is de moeder in een strafrechtelijk traject beland als gevolg van de aangifte door de vader. Eerder is in de thuissituatie hulpverlening aangeboden. Die is echter bedoeld voor beide ouders, maar de vader was niet beschikbaar. Toen hield het voor de moeder ook op. Er is sprake van gedeelde verantwoordelijkheid bij beide ouders. De moeder probeert met alles wat zij heeft ervoor te zorgen dat [minderjarige] naar school gaat en krijgt wat zij nodig heeft. De vader trekt intussen zijn eigen plan en neemt zijn verantwoordelijkheid niet. De moeder ziet enorm op tegen alle bemoeizucht die er nu is van alle civiel- en strafrechtelijk betrokken instanties. De moeder erkent wel dat er problemen zijn, maar zij wil liever geen voorlopige ondertoezichtstelling. Een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader vindt zij in elk geval te ver gaan en verzocht wordt om dit verzoek af te wijzen. De moeder hoopt dat als het tot een voorlopige ondertoezichtstelling komt, de vader ook op langere termijn aan de hulpverlening zal blijven meewerken.




5.3.

De vader heeft – samengevat – het volgende verklaard.

[minderjarige] lijkt goed met de situatie om te gaan. Zij is echter nog jong, waardoor de vader niet altijd goed kan zien wat er allemaal in haar hoofd speelt. De vader vindt het fijn dat er nu hulp is, gelet op alles wat [minderjarige] heeft meegemaakt. De moeder heeft eerder ook aangegeven naar haar familie te gaan met de bedoeling om niet meer terug te keren. De vader maakte zich grote zorgen over de berichten die hij van de moeder ontving en hij had geen andere keuze dan de politie te bellen. Als ouder probeert de vader [minderjarige] nu zo goed mogelijk te ondersteunen en hij gaat ervan uit dat de betrokken professionals het beste weten wat [minderjarige] nodig heeft. De vader heeft er in het verleden alles aan gedaan om tot een ouderschapsplan te komen en hij heeft daar zelfs een advocaat voor benaderd. De moeder is echter tot driemaal toe weggelopen bij de gesprekken. Zij heeft uiteindelijk ook geweigerd om het ouderschapsplan te ondertekenen.
De vader wil het beste voor [minderjarige] en sluit zich verder aan bij wat de rechtbank gaat beslissen.






6De beoordeling


6.1.
Naar het oordeel van de kinderrechter is uit de inhoud van de stukken en de zitting niet gebleken van feiten en/of omstandigheden, die maken dat de spoedbeslissing van 8 april 2026 dient te worden herroepen.



6.2.
Verder is de kinderrechter van oordeel dat er sprake is van een ernstig vermoeden dat de grond voor een ondertoezichtstelling, als bedoeld in artikel 1:255 BW, is vervuld en dat een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige] weg te nemen (artikel 1:257 BW). Daarbij is de kinderrechter van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] ’s verzorging en opvoeding noodzakelijk is dat de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader voortduurt (artikel 1:265b BW). De kinderrechter legt hierna uit waarom.



6.3.
De forse zorgen die hebben geleid tot de spoeduithuisplaatsing van [minderjarige] zijn onverminderd aanwezig. Die zorgen zien op de opvoedsituatie bij de moeder, de persoonlijke problematiek van de moeder en het feit dat de moeder zonder toestemming van de vader met [minderjarige] naar het buitenland is gegaan waardoor de politie betrokken is geraakt en de moeder is aangehouden en een aantal dagen vast heeft gezeten. Intussen is ook gebleken dat de onderlinge verhoudingen tussen de ouders ernstig zijn verstoord.



6.4.
Dit alles maakt dat de kinderrechter van oordeel is dat de belangen en (emotionele) veiligheid van [minderjarige] onvoldoende worden gewaarborgd en dat inzet van de GI noodzakelijk is. Ook concludeert de kinderrechter hieruit dat [minderjarige] op dit moment niet bij de moeder kan verblijven. De kinderrechter zal daarom het resterende deel van het verzoek toewijzen.



6.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



6.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





7De beslissing


De kinderrechter:



7.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 17 april 2026 tot 8 juli 2026;



7.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere gezag dragende ouder, te weten de vader, met ingang van 17 april 2026 tot 8 juli 2026;


7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 30 april 2026.














































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





1 Artikel 2 Besluit gezagsregisters.