Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:2880
2026-03-13
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/444026 / JE RK 26-76
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ondertoezichtstelling
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.510 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444026 / JE RK 26-76
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2022 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. D.V. Garib uit Rotterdam,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
verblijvende in [plaats] ,
advocaat mr. F. Ergec uit Bergen op Zoom.
De rechtbank merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de GI.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 januari 2026;
de aanvullende bijlagen van de Raad van 29 januari 2026;
de aanvullende bijlagen van de Raad van 30 januari 2026.
1.2.
De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
In verband met de samenhang met de zaak met kenmerk C/02/416130 FA RK 23-5417, terzake de verzoeken van beide ouders omtrent de zorgregeling, zijn de zaken gezamenlijk mondeling behandeld. In deze zaak is per afzonderlijke beschikking beslist.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij hun moeder.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De Raad heeft ter onderbouwing van het verzoek aangegeven dat het de ouders niet is gelukt om in het vrijwillig kader (binnen een uniform hulpaanbod traject) afspraken met elkaar te maken en voor rust en stabiliteit voor de kinderen te zorgen. De Raad heeft vervolgens onderzoek gedaan en dit onderzoek uitgebreid met een beschermingsonderzoek. Uit dat onderzoek is gebleken dat er tussen de ouders al langere tijd sprake is van heftige ex-partnerstrijd. De kinderen zijn getuige geweest van verbaal en fysiek geweld tussen de ouders. Er zijn door de ouders veelvuldig meldingen gedaan bij de politie en Veilig Thuis. Er is niet alleen sprake van een gebrek aan constructieve samenwerking en communicatie tussen de ouders. De ouders keuren elkaar namelijk als opvoeder af. De vader uit zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. Er zijn vanuit het eerdere traject binnen het uniform hulpaanbod ook door de zorgaanbieder zorgen geuit over de veiligheid en stabiliteit in de opvoedingsomgeving bij de moeder. De moeder uit zorgen over middelengebruik en agressieregulatie bij de vader. De vader wordt ook nog strafrechtelijk vervolgd vanwege een overtreding van de Opiumwet. De Raad heeft tijdens het onderzoek onvoldoende zicht op de verzorging van de kinderen gekregen. Aangezien beide ouders ernstige beschuldigingen over elkaar doen, dient binnen de ondertoezichtstelling gekeken te worden naar beide opvoedingssituaties. Beide ouders hebben opvoedondersteuning nodig. Als er zicht is op de opvoedsituaties moeten de ouders stoppen met zorgen over elkaar uiten en meldingen over elkaar doen. De ouders zien onvoldoende in wat deze strijd naar elkaar doet met de kinderen. De strijd tussen de ouders beheerst het leven van de kinderen. Bij [minderjarige 1] wordt al een loyaliteitsconflict gezien. De kinderen worden hierdoor ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Bij [minderjarige 1] is er ook sprake van een achterstand op didactisch vlak. Hij is aangemeld bij een praktijk voor psychologische en systemische hulp. Er zal onderzoek moeten plaatsvinden of er bij hem sprake is van kind-eigenproblematiek.
4.2.
De GI heeft aangegeven dat er nu nog geen jeugdbeschermer beschikbaar is, maar dat deze zaak hoog is geprioriteerd. Voor de zomervakantie zal er een jeugdbeschermer aangesteld worden. De ouders stellen een slecht voorbeeld voor hun kinderen. Als de kinderen leren dat er zo met elkaar wordt omgegaan, kan dit alleen maar zorgen voor verdere problematiek bij de kinderen. Er moet rust in het gezin komen. De GI wil zicht krijgen op de opvoedsituaties bij de ouders, een ouderschapstraject inzetten en individuele hulp voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] inzetten om zicht te krijgen op het welzijn van de kinderen. Zij staan achter de door de Raad gestelde doelen.
4.3.
De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling van de kinderen. Zij merkt dat de slechte verstandhouding tussen de ouders invloed heeft op de kinderen. Dit vormt een belemmering om bepaalde zaken voor de kinderen te regelen. Het is in het vrijwillig kader niet gelukt om hier rust in te brengen.
4.4.
De vader heeft aangegeven dat als de rechter en de instanties het nodig vinden dat er een ondertoezichtstelling moet komen, hij daar achter kan staan. Het belang van de kinderen staat voorop. Het lukt niet om als ouders samen op één lijn te zitten. De vader vindt dat er gewerkt moet worden naar solo parallel ouderschap.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarig zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd vanwege de heftige ex-partnerstrijd tussen de ouders, die inmiddels al jaren duurt. Belangrijke beslissingen over de kinderen, zoals afspraken over de zorg- en vakantieregeling en de schoolkeuze voor [minderjarige 2] , worden daardoor niet gemaakt. Zoals ook de Raad en de GI op de zitting duidelijk hebben gemaakt, zit de grootste zorg echter in het feit dat de ouders elkaar al jaren ernstig diskwalificeren, zonder in voldoende mate te beseffen welke schade er hierdoor wordt toegebracht aan de kinderen. Het is in het belang van de kinderen dat dit gaat stoppen, maar de ouders kunnen dit klaarblijkelijk niet zelf. Er is hiervoor noodzakelijk dat er zicht komt op beide opvoedsituaties en dat er, waar nodig, hulpverlening kan worden ingezet. Daarnaast dient er zicht te komen op de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ouders hebben in het kader van het uniform hulpaanbod een traject bij een zorgaanbieder gevolgd, maar de doelen zijn daarin niet behaald en dit heeft niet geleid tot rust en stabiliteit in het gezinssysteem.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.5.
De Raad heeft de volgende doelen voor de ondertoezichtstelling gesteld:
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben structureel en onbelast contact met beide ouders;
- Er is zicht op het functioneren van [minderjarige 1] (in de context van de scheiding);
- Er is zicht op het functioneren van [minderjarige 2] (in de context van de scheiding);
De rechtbank voegt daaraan de volgende doelen toe:
- Er is zicht op de opvoedsituaties bij de moeder en de vader;
- Er wordt gewerkt aan solo parallel ouderschap en een ouderschapsplan.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 13 maart 2026 tot 13 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 27 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444026 / JE RK 26-76
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2022 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. D.V. Garib uit Rotterdam,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
verblijvende in [plaats] ,
advocaat mr. F. Ergec uit Bergen op Zoom.
De rechtbank merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur,
hierna te noemen de GI.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 januari 2026;
de aanvullende bijlagen van de Raad van 29 januari 2026;
de aanvullende bijlagen van de Raad van 30 januari 2026.
1.2.
De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
In verband met de samenhang met de zaak met kenmerk C/02/416130 FA RK 23-5417, terzake de verzoeken van beide ouders omtrent de zorgregeling, zijn de zaken gezamenlijk mondeling behandeld. In deze zaak is per afzonderlijke beschikking beslist.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij hun moeder.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De Raad heeft ter onderbouwing van het verzoek aangegeven dat het de ouders niet is gelukt om in het vrijwillig kader (binnen een uniform hulpaanbod traject) afspraken met elkaar te maken en voor rust en stabiliteit voor de kinderen te zorgen. De Raad heeft vervolgens onderzoek gedaan en dit onderzoek uitgebreid met een beschermingsonderzoek. Uit dat onderzoek is gebleken dat er tussen de ouders al langere tijd sprake is van heftige ex-partnerstrijd. De kinderen zijn getuige geweest van verbaal en fysiek geweld tussen de ouders. Er zijn door de ouders veelvuldig meldingen gedaan bij de politie en Veilig Thuis. Er is niet alleen sprake van een gebrek aan constructieve samenwerking en communicatie tussen de ouders. De ouders keuren elkaar namelijk als opvoeder af. De vader uit zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. Er zijn vanuit het eerdere traject binnen het uniform hulpaanbod ook door de zorgaanbieder zorgen geuit over de veiligheid en stabiliteit in de opvoedingsomgeving bij de moeder. De moeder uit zorgen over middelengebruik en agressieregulatie bij de vader. De vader wordt ook nog strafrechtelijk vervolgd vanwege een overtreding van de Opiumwet. De Raad heeft tijdens het onderzoek onvoldoende zicht op de verzorging van de kinderen gekregen. Aangezien beide ouders ernstige beschuldigingen over elkaar doen, dient binnen de ondertoezichtstelling gekeken te worden naar beide opvoedingssituaties. Beide ouders hebben opvoedondersteuning nodig. Als er zicht is op de opvoedsituaties moeten de ouders stoppen met zorgen over elkaar uiten en meldingen over elkaar doen. De ouders zien onvoldoende in wat deze strijd naar elkaar doet met de kinderen. De strijd tussen de ouders beheerst het leven van de kinderen. Bij [minderjarige 1] wordt al een loyaliteitsconflict gezien. De kinderen worden hierdoor ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Bij [minderjarige 1] is er ook sprake van een achterstand op didactisch vlak. Hij is aangemeld bij een praktijk voor psychologische en systemische hulp. Er zal onderzoek moeten plaatsvinden of er bij hem sprake is van kind-eigenproblematiek.
4.2.
De GI heeft aangegeven dat er nu nog geen jeugdbeschermer beschikbaar is, maar dat deze zaak hoog is geprioriteerd. Voor de zomervakantie zal er een jeugdbeschermer aangesteld worden. De ouders stellen een slecht voorbeeld voor hun kinderen. Als de kinderen leren dat er zo met elkaar wordt omgegaan, kan dit alleen maar zorgen voor verdere problematiek bij de kinderen. Er moet rust in het gezin komen. De GI wil zicht krijgen op de opvoedsituaties bij de ouders, een ouderschapstraject inzetten en individuele hulp voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] inzetten om zicht te krijgen op het welzijn van de kinderen. Zij staan achter de door de Raad gestelde doelen.
4.3.
De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling van de kinderen. Zij merkt dat de slechte verstandhouding tussen de ouders invloed heeft op de kinderen. Dit vormt een belemmering om bepaalde zaken voor de kinderen te regelen. Het is in het vrijwillig kader niet gelukt om hier rust in te brengen.
4.4.
De vader heeft aangegeven dat als de rechter en de instanties het nodig vinden dat er een ondertoezichtstelling moet komen, hij daar achter kan staan. Het belang van de kinderen staat voorop. Het lukt niet om als ouders samen op één lijn te zitten. De vader vindt dat er gewerkt moet worden naar solo parallel ouderschap.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarig zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd vanwege de heftige ex-partnerstrijd tussen de ouders, die inmiddels al jaren duurt. Belangrijke beslissingen over de kinderen, zoals afspraken over de zorg- en vakantieregeling en de schoolkeuze voor [minderjarige 2] , worden daardoor niet gemaakt. Zoals ook de Raad en de GI op de zitting duidelijk hebben gemaakt, zit de grootste zorg echter in het feit dat de ouders elkaar al jaren ernstig diskwalificeren, zonder in voldoende mate te beseffen welke schade er hierdoor wordt toegebracht aan de kinderen. Het is in het belang van de kinderen dat dit gaat stoppen, maar de ouders kunnen dit klaarblijkelijk niet zelf. Er is hiervoor noodzakelijk dat er zicht komt op beide opvoedsituaties en dat er, waar nodig, hulpverlening kan worden ingezet. Daarnaast dient er zicht te komen op de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ouders hebben in het kader van het uniform hulpaanbod een traject bij een zorgaanbieder gevolgd, maar de doelen zijn daarin niet behaald en dit heeft niet geleid tot rust en stabiliteit in het gezinssysteem.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.5.
De Raad heeft de volgende doelen voor de ondertoezichtstelling gesteld:
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben structureel en onbelast contact met beide ouders;
- Er is zicht op het functioneren van [minderjarige 1] (in de context van de scheiding);
- Er is zicht op het functioneren van [minderjarige 2] (in de context van de scheiding);
De rechtbank voegt daaraan de volgende doelen toe:
- Er is zicht op de opvoedsituaties bij de moeder en de vader;
- Er wordt gewerkt aan solo parallel ouderschap en een ouderschapsplan.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 13 maart 2026 tot 13 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 27 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.