Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:1066

2026-02-23 Bestuursrecht; Belastingrecht BRE 24/4861
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-02-23
Publicatiedatum
2026-02-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 24/4861
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

8:55 Verzet ongegrond. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald. Belanghebbende is in verzet gekomen, maar heeft geen gronden aangevoerd die zien op de betaling van griffierecht. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om de gronden aan te vullen, maar heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om anders te oordelen dan in de in verzet bestreden uitspraak is geoordeeld.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.897 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Belastingrecht


zaaknummer: BRE 24/4861


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 op het verzet van



[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] ),


tegen de uitspraak van de rechtbank van 5 november 2024 in het geding tussen



belanghebbende



en




de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.




Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 5 november 2024 waarin de rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2. Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.



Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 5 november 2024 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.

4. Belanghebbende voert in verzet aan dat hij opkomt tegen de niet-ontvankelijk verklaring van het beroep.

5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

6. De rechtbank heeft in de uitspraak van 5 november 2024 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald. Belanghebbende is in verzet gekomen, maar heeft geen gronden aangevoerd die zien op de betaling van griffierecht. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om de gronden aan te vullen, maar heeft hier niet op gereageerd. De rechtbank ziet dan ook geen reden om anders te oordelen dan in de in verzet bestreden uitspraak is geoordeeld.




Conclusie en gevolgen


7. De grond van het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 5 november 2024. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.













griffier


rechter








De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.


























Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de datum bekendmaking beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is
gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.






Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).