Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2025:1723
2025-03-07
Bestuursrecht
BRE 24/7891
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- Inachtneminghersteluitspraak ECLI:NL:RBZWB:2025:1723 → ECLI:NL:RBZWB:2025:481
Inhoudsindicatie
Hersteluitspraak
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBZWB:2025:481 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-01-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.766 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7891
uitspraak van 7 maart 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser,
en
de minister van Financiën.
Procesverloop
1. Op 30 januari 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.
Overwegingen
2. Eiser heeft naar aanleiding van de uitspraak van 30 januari 2025 (hierna: de uitspraak) een e-mail naar de rechtbank gestuurd op 11 februari 2025. Eiser geeft aan dat er in rechtsoverweging 4.2. en het dictum van de uitspraak een kennelijke schrijffout is gemaakt. De daar vermelde datum van 17 februari 2024, zou 17 februari 2025 moeten zijn.
2.1.
De rechtbank stelt vast dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving. Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen.
Beslissing
De rechtbank:
- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 30 januari 2025 aldus, dat de datum 17 februari 2024 in zowel rechtsoverweging 4.2. als het dictum wordt vervangen door de datum 17 februari 2025;
- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 7 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
ECLI:NL:RBZWB:2025:481.
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7891
uitspraak van 7 maart 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser,
en
de minister van Financiën.
Procesverloop
1. Op 30 januari 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.
Overwegingen
2. Eiser heeft naar aanleiding van de uitspraak van 30 januari 2025 (hierna: de uitspraak) een e-mail naar de rechtbank gestuurd op 11 februari 2025. Eiser geeft aan dat er in rechtsoverweging 4.2. en het dictum van de uitspraak een kennelijke schrijffout is gemaakt. De daar vermelde datum van 17 februari 2024, zou 17 februari 2025 moeten zijn.
2.1.
De rechtbank stelt vast dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving. Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen.
Beslissing
De rechtbank:
- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 30 januari 2025 aldus, dat de datum 17 februari 2024 in zowel rechtsoverweging 4.2. als het dictum wordt vervangen door de datum 17 februari 2025;
- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 7 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
ECLI:NL:RBZWB:2025:481.