Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2023:5820

2023-08-18 Civiel recht 10348462 OV VERZ 23-886 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2023-08-18
Publicatiedatum
2023-08-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
10348462 OV VERZ 23-886 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JERF Actueel 2023/346 | ERF-Updates.nl 2023-0431

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek verwerping nalatenschap namens minderjarige (art. 4:193 lid 1 BW)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.635 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Cluster I Civiele kantonzaken




Bergen op Zoom





zaaknummer: 10348462 OV VERZ 23-886






beschikking d.d. 18 augustus 2023 op een verzoek ex artikel 4:193 lid 1 BW






ingediend door:







1

[verzoeker01] ,



2.

[verzoeker02]

,


beiden wonende te [woonplaats01] .







1

Het verzoek en de beoordeling




1.1.


Ter griffie werd op 16 februari 2023 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen. Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de [minderjarige01]

, geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2017, wonende te [woonplaats02] , een nalatenschap te kunnen verwerpen.





1.2.


Uit het verzoekschrift met bijlagen volgt dat op [datum01] te [plaats01] is overleden de heer [erflater01] , geboren te [geboorteplaats02] , op [geboortedatum02] 1954, laatstelijk gewoond hebbend te [plaats01] .





1.3.


Uit het verzoekschrift en de daaropvolgende toelichting volgt verder dat verzoekster sub 1 tot de nalatenschap van de overledene is geroepen en dat zij op 9 maart 2023 de nalatenschap heeft verworpen. De minderjarige van wie zij de wettelijke vertegenwoordiger is, erft daardoor mogelijk bij plaatsvervulling.





1.4.


Bij de beoordeling van het verzoek staan de belangen van de minderjarigen voorop. In beginsel wordt er slechts machtiging verleend indien er sprake is van een negatieve nalatenschap. Er is echter geen overzicht overlegd van de baten en de lasten van de nalatenschap, zodat niet met zekerheid kan worden gezegd dat de nalatenschap negatief is. Verzoekers zijn in de gelegenheid gesteld om alsnog een overzicht van de bezittingen en schulden over te leggen, maar zij hebben aangegeven niet over deze gegevens te beschikken en ook geen mogelijkheid te zien om aan die gegevens te komen.





1.5.


Bij brief d.d. 5 juni 2023 is aan verzoekers medegedeeld dat de kantonrechter voornemens is het verzoek om bovengenoemde reden af te wijzen. Verzoekers zijn in de gelegenheid gesteld kenbaar te maken of zij hun verzoek ter gelegenheid van een mondelinge behandeling nog nader willen toelichten. Hierop is geen reactie ontvangen.





1.6.


Nu niet is gebleken dat er sprake is van een negatieve nalatenschap, is het niet in het belang van de minderjarige om de nalatenschap te verwerpen. Op voorhand kan immers niet worden uitgesloten dat na vereffening een positief saldo zal resteren waarin de minderjarige dan deelgenoot zal zijn. Nu verzoekers geen gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid om hun verzoek aan te vullen met een overzicht van de bezittingen en schulden, zal het verzoek worden afgewezen.





1.7.


Dit brengt met zich, dat verzoekers de nalatenschap namens de minderjarige beneficiair dienen te aanvaarden. In beginsel leidt deze beneficiaire aanvaarding tot de verplichting voor de erfgenamen om de nalatenschap te vereffenen volgens de wet en treden verzoekers daarbij namens de minderjarige erfgenaam op als vereffenaar. Voor de taken van de vereffenaar wordt verwezen naar hetgeen is bepaald in boek 4, titel 6, afdeling 3 van het Burgerlijk Wetboek en de ‘Richtlijnen Vereffening nalatenschappen’ die op www.rechtspraak.nl zijn gepubliceerd.





1.8.


Beslist wordt derhalve als volgt.




2. De beslissing






De kantonrechter:




wijst het verzoek af.





Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 augustus 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.


























Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:





door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;




door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.






Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 'sHertogenbosch.