Verwerping nalatenschap namens erfgenaam voor wie een beschermingsbewind geldt. Het hof merkt artikel 1:441 BW aan als lex specialis, zodat de nalatenschap – in weerwil van de Aanbevelingen meerderjarigenbewind – na verloop van drie maanden niet op grond van artikel 4:193 lid 2 B
Burgerlijk Wetboek
Art. 4:193 BW
Genoemd in 99 uitspraken · Officiële wettekst
99 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Meerderjarigenbewind. Erfrecht. Is bewindvoerder die is benoemd op grond van art. 1:431 BW wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in art. 4:193 BW? Geldt voor verwerping, beneficiaire aanvaarding en zuivere aanvaardi
Erfrecht. Is de beschermingsbewindvoerder een ‘wettelijke vertegenwoordiger’ in de zin van artikel 4:193 BW en in hoeverre is sprake van samenloop met de bepalingen in Boek 1 BW over het meerderjarigenbewind? Het hof is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad..
bewind; aanvaarding nalatenschap; "wettelijk vertegenwoordiger" in de zin van art. 4:193 BW.
De bewindvoerder heeft namens rechthebbende een verzoek machtiging ingediend om namens de rechthebbende de nalatenschap van erflaatster (de moeder van rechthebbende) te verwerpen. De termijn van drie maanden is op het moment van indienen van het verzoek verstreken. De bewindvoerd
Verwerping nalatenschap door moeder namens minderjarige. De termijn van 4:193 BW
Bewindvoerders vragen machtiging om namens rechthebbende de (positieve) nalatenschap van zijn overleden echtgenote te mogen verwerpen. Reden voor het verzoek is dat het vermogen van de rechthebbende bij aanvaarding van de nalatenschap zal stijgen waardoor zijn eigen bijdrage voor
Erfrecht. Is de beschermingsbewindvoerder een ‘wettelijke vertegenwoordiger’ in de zin van artikel 4:193 BW en in hoeverre is sprake van samenloop met de bepalingen in Boek 1 BW over het meerderjarigenbewind? Het hof stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Verzoek om een machtiging tot verwerping nalatenschap ten behoeve van minderjarige kinderen. De wetgever heeft met artikel 4:193 BW beoogd bescherming te bieden aan minderjarige kinderen. Een verklaring van verwerping moet worden afgelegd binnen drie maanden vanaf het tijdstip wa
IPR; verzoek tot machtiging van de ouders om namens de minderjarigen een in Duitsland opengevallen nalatenschap te verwerpen. Het hof consulteert via de Haagse liaisonrechter het Amtsgericht Lichtenberg in Duitsland over de stand van de nalatenschap (art. 55 sub c Brussel II-bis
IPR; verzoek machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarigen. Kwalificatie: erfrecht of ouderlijke verantwoordelijkheid? Rechtsmacht op grond van art. 5 Rv. Art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wijst Nederlands recht aan; kwalificatie van art. 4:193 BW.
De termijn van 3 maanden als bedoeld in artikel 4:193 lid 1 BW ziet op de periode waarbinnen het verzoek om een machtiging tot verwerping moet zijn ingediend. Het hof verenigt zich in zoverre met de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 26 juni 2018, nr. 200.234.320 (GHARL:
Aanvaarding van een nalatenschap door een onderbewindgestelde. In geval van bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 BW geldt als uitgangspunt dat de bewindvoerder ingevolge artikel 1:441, lid 5 BW, met uitsluiting van de rechthebbende, bevoegd is een aan de rechthebbende opgeko
Vordering toegewezen op grond van aansprakelijkheid voor de betaling van de schulden van de nalatenschap uit eigen vermogen, na een zuivere aanvaarding van die nalatenschap;
CBM, machtigingsverzoek beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap met een testament met tweetrapsmaking. De kantonrechter beslist dat een tweetrapsmaking geen making of gift is waaraan lasten of voorwaarden zijn verbonden als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 aanhef en onder b B
CBM, machtigingsverzoek beneficiaire aanvaarding van een nalatenschap met een testament met tweetrapsmaking. De kantonrechter beslist dat een tweetrapsmaking geen making of gift is waaraan lasten of voorwaarden zijn verbonden als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 aanhef en onder b B
Prejudiciële vragen samenloop art. 1:441 BW (beschermingsbewind bij opgekomen nalatenschap) en art. 4:193 BW (wettelijke vertegenwoordiging bij opgekomen nalatenschap).
Machtiging verwerpen nalatenschap afgewezen wegens verstrijken termijn 4:193 lid 1 BW.
Erfrecht. Beroep op legitieme portie. Geen sprake van onterving. Tweetrapsmaking in testament. Omdat het erfdeel groter is dan de legitieme portie, komt deze vanwege imputatie niet meer aan de orde. Geen belang. Afwijzing vorderingen.
IPR; verzoek machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarige. Kwalificatie: erfrecht of ouderlijke verantwoordelijkheid? Rechtsmacht op grond van art. 5 Rv. Art. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wijst Nederlands recht aan; kwalificatie van art. 4:193 BW.
Erfrecht. Benoeming vereffenaar ex artikel 4:203 BW. Verzoek van een onderbewindgestelde erfgenaam. Andere erfgenamen laten nalatenschap onbeheerd.
Beneficiaire aanvaarding op grond van artikel 1:345 lid 1sub c BW is naar het oordeel van de kantonrechter in strijd met het wettelijk systeem betreffende het erfrecht. De kantonrechter is voorts van oordeel dat het wettelijk systeem, dat de belangen van de minderjarige beoogt te
kantonzaak, erfrecht. Beschermingsbewindvoerder geen wettelijk vertegenwoordiger als bedoeld in art. 4:202 lid 2 BW (en 4:193 lid 1 en 2 BW). Zeer lichte vereffening volgens afd. 4.6.3.
tussenbeschikking / prejudiciële vragen aan de Hoge Raad / Ziet het woord ‘making’ als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 aanhef en onder b BW op uitsluitend legaten of ook op erfstellingen? Indien het antwoord hierop is dat het woord ‘making’ ook ziet op erfstellingen, (a) hoe verho
Machtiging verwerping nalatenschap voor ongeboren kind. Belang ouders. Ingang driemaandentermijn art. 4:193 lid 1 BW.