Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2014:4632

2014-07-09 Civiel recht C/02/269867 / HA ZA 13-706
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2014-07-09
Publicatiedatum
2014-07-10
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/02/269867 / HA ZA 13-706
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOR 2014/310 met annotatie van mr. R.J. van der Weijden

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Curator vordert geld van vennootschap die op de dag van het faillissement € 28.000,- ontvangt van zustervennootschap. De betaling is vanuit de failliete vennootschap onbevoegd verricht zodat gedaagde moet terugbetalen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.909 tekens)
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Civiel recht

Zittingsplaats: Middelburg




zaaknummer / rolnummer: C/02/269867 / HA ZA 13-706




Vonnis van 9 juli 2014




in de zaak van




Mr. STEPHANUS MARIE WILLEM LAURENS VAN BOVEN

in hoedanigheid van curator in het faillissement van Snowbase Personeel B.V.,
wonende te Middelburg,
eiser,
advocaat mr. J.B. de Meester te Middelburg,



tegen



de besloten vennootschap

SNOWBASE FACILITEITENBEHEER B.V.,
gevestigd te Terneuzen,
gedaagde,
advocaat mr. J.M. de Jonge te Goes.




Partijen zullen hierna de curator en Snowbase Faciliteiten worden genoemd.






1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het tussenvonnis van 11 december 2013


het proces-verbaal van comparitie van 28 februari 2014.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten
Snowbase Personeel B.V., zustervennootschap van Snowbase Faciliteiten, is op 29 mei 2012 failliet verklaard met benoeming van eiser tot curator.





3Het geschil

3.1.
De curator vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Snowbase Faciliteiten veroordeelt tot betaling van € 30.327,73, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 september 2013 en de proceskosten. Hij stelt daartoe als volgt.



3.2.

Op de dag van uitspreken van het faillissement, 29 mei 2012, is € 28.000,-- betaald van de ING-girorekening van Snowbase Personeel en bijgeschreven op de ING-girorekening van Snowbase Faciliteiten. Vanwege het faillissement heeft Snowbase Personeel per die datum de beschikking en het beheer over haar vermogen verloren. De curator is daarmee belast. De verrichte betaling is onbevoegd gedaan en de boedel is daardoor niet gebonden. Snowbase Faciliteiten handelt onrechtmatig door ondanks verzoeken en sommatie in gebreke te blijven met terugbetaling van het bedrag.
De curator betwist in reactie op het verweer van Snowbase Faciliteiten dat een overboeking om 00.00 uur plaatsvindt. Dat is geen regel. Hij betwist ook dat de opdracht tot betaling vóór 29 mei 2012 is gegeven. Verder stelt hij dat zelfs als de opdracht tot betaling is gegeven vóór 29 mei 2012, geldt dat de creditering heeft plaatsgevonden op de dag van uitspraak van het faillissement.
Voor zover nodig vernietigt hij de rechtshandeling tot betaling van € 28.000,-- ex art. 47 Fw.
De wettelijke rente, verschuldigd vanaf 29 mei 2012, bedraagt tot en met 12 september 2013 € 1.117,73. De buitengerechtelijke incassokosten bedragen conform de staffel die vanaf 1 juli 2012 geldt, € 1.210,00 incl. BTW.




3.3.

Snowbase Faciliteiten concludeert tot afwijzing van de vordering. Zij stelt dat naast Snowbase Personeel B.V. en Snowbase Faciliteiten er sprake is van nog twee zustervennootschappen: Snowbase Horeca B.V. en Snowbase Holding B.V. Deze vier vennootschappen exploiteerden gezamenlijk de skihal te Terneuzen, waarbij Snowbase Faciliteiten was belast met het beheer van de gebouwen, inventaris en energievoorziening, Snowbase Horeca B.V. met de horeca en Snowbase Personeel B.V. met de exploitatie van de skipiste. De inkomsten werden gegenereerd door Snowbase Horeca B.V. en Snowbase Personeel B.V., de kosten – net name de leveranties van energie – werden voldaan uit Snowbase Faciliteiten. Snowbase Horeca B.V. en Snowbase Personeel B.V. betaalden maandelijks (afgeronde) bedragen op de rekening van Snowbase Faciliteiten, zoals is te zien op de dagafschriften.
De betaling van € 28.000,-- is daarmee in lijn. Van dit bedrag is geleverde energie betaald. De opdracht daartoe is gegeven vóór 29 mei 2012 en door de bank uitgevoerd op 29 mei 2012 om 00.00 uur. Ook de creditering bij Snowbase Faciliteiten heeft plaatsgevonden op 29 mei 2012 om 00.00 uur, zodat de betaling op dat moment is voltooid. Snowbase Personeel B.V. heeft vóór 29 mei 2012 over haar bankrekening beschikt. De betaling is bevoegd gedaan. Er is ook geen sprake van een onverplicht verrichte rechtshandeling.






4De beoordeling

4.1.
Niet relevant is wanneer Snowbase Personeel B.V. de opdracht tot betaling heeft gegeven. Aangezien Snowbase Personeel B.V. en Snowbase Faciliteiten dezelfde giro-instelling, namelijk ING, hebben, kan Snowbase Faciliteiten alleen aan de verplichting tot terugbetaling ontkomen als de bijschrijving op haar rekening is voltooid op de dag vóór faillietverklaring, dus vóór 29 mei 2012. Op het als prod. 1 bij dagvaarding overgelegde bankafschrift van de girorekening van Snowbase Personeel B.V. staat dat op 29 mei 2012 € 28.000,00 is betaald aan Snowbase Faciliteiten. Op het als prod. 2 bij dagvaarding overgelegde bankafschrift van de girorekening van Snowbase Faciliteiten staat dat op 29 mei 2012 € 28.000,00 van Snowbase Personeel B.V. is ontvangen. Dit is dus niet vóór, maar op de dag van faillietverklaring. De betaling is onbevoegd door Snowbase Personeel B.V. verricht en moet door Snowbase Faciliteiten worden terugbetaald. Of en in hoeverre met het overgemaakte bedrag door Snowbase Faciliteiten energieleveranties zijn voldaan doet voor de vraag of onbevoegd door Snowbase Personeel is betaald, niet ter zake.



4.2.
De vordering van de curator zal worden toegewezen. Dit geldt ook voor de onweersproken gebleven wettelijke rente en de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Snowbase Faciliteiten zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van de curator worden tot dusver begroot op:


kosten dagvaarding € 80,48


griffierecht € 842,00


salaris advocaat € 1.158,00 (2 punten à € 579,00; tarief III)


totaal € 2.080,48





5De beslissing
De rechtbank


veroordeelt Snowbase Faciliteitenbeheer B.V. tot betaling aan de curator van € 30.327,73, vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW met ingang van 13 september 2013 tot de dag der algehele voldoening;



veroordeelt Snowbase Faciliteitenbeheer B.V. tot betaling aan de curator van de proceskosten ad € 2.080,48;



verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2014.