Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:9868

2026-08-10 Civiel recht 12312427 \ VV EXPL 26-428
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-08-10
Publicatiedatum
2026-08-11
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
12312427 \ VV EXPL 26-428
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Ontruiming. Toewijzing. Overlast.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (25.210 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Locatie Rotterdam




Zaaknummer: 12312427 \ VV EXPL 26-428




Vonnis in kort geding van 10 augustus 2026




in de zaak van




STICHTING HAVENSTEDER,gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
advocaat: mr. Y.F. Rijswijk



tegen





[gedaagde] , IN DE HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE (TOEKOMSTIGE) GOEDEREN VAN [persoon A],gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,advocaat: mr. J. Pearson.




Partijen worden hierna Havensteder en [gedaagde] genoemd.






1De zaak in het kort


Havensteder vordert in kort geding ontruiming van een huurwoning. Vanuit die woning wordt, ook na een gedragsaanwijzing van Havensteder aan de bewoner, stelselmatig ernstige overlast veroorzaakt voor omwonenden. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot die beslissing is gekomen.






2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 juli 2026 met producties;- de door [gedaagde] overgelegde brief van 23 juli 2026 van de wijkcoach OGGZ bij Wijkteam Vreewijk van de gemeente Rotterdam, met daarin een toelichting op het contact met de heer [persoon A] (hierna: [persoon A] );
- de mondelinge behandeling op 27 juli 2026;
- de pleitnotities van [gedaagde] .






3De feiten


3.1.
Bij beschikking van 5 februari 2021 van de kantonrechter van deze rechtbank is vanaf 10 februari 2021 een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van [persoon A] , met benoeming van [naam stichting] te Wateringen (hierna: [naam stichting] ) tot bewindvoerder. Bij beschikking van 8 juni 2026 van de kantonrechter van deze rechtbank is [naam stichting] ontslagen als bewindvoerder en is [gedaagde] benoemd tot bewindvoerder.


3.2.
Op 25 maart 2022 hebben [naam stichting] , in haar hoedanigheid als bewindvoerder over de goederen van [persoon A] , en Havensteder een huurovereenkomst gesloten voor de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) Rotterdam (hierna: de woning). [persoon A] heeft de woning als cliënt van het Leger des Heils met voorrang toegewezen gekregen. Bij het aangaan van de huurovereenkomst met Havensteder heeft [naam stichting] gelijktijdig een woonbegeleidingsovereenkomst met het Leger des Heils gesloten, waarin voorwaarden met betrekking tot woonbegeleiding zijn opgenomen. Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Huurvoorwaarden 2019 van toepassing. Daarin staat onder meer het volgende: “(…)Artikel 811. Huurder voorkomt dat omwonenden overlast of hinder hebben van hem, huisgenoten, huisdieren of derden die zich vanwege huurder in, rondom of in de directe nabijheid van het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden.(…)”



3.3.
Op 23 mei 2023 is de huurovereenkomst met voorwaarden omgezet in een huurovereenkomst zonder voorwaarden.



3.4.

Op 30 oktober 2024 zijn [persoon A] en Havensteder een aanvulling op de huurovereenkomst overeengekomen, waarin aanvullende gedragsafspraken zijn vastgelegd
(hierna: de gedragsaanwijzing). Daarin staat onder meer het volgende:
“(…)De persoonlijke omstandigheden van de huurder worden hieronder nader toegelicht:

De reden dat de huurder een 2e kans krijgt aangeboden, is n.a.v, het gesprek met mevrouw



[persoon B] van de Reclassering. De huurder zit sinds ....... 2024 in detentie en


wordt na einde detentie (20-10-2024) opgenomen in een kliniek om aan zijn problemen te


werken. De kliniek geeft een indicatie van 12 weken opnameduur. Dit betekent dat de huurder vanaf medio januari 2025 weer zijn hoofdverblijf kan hebben in het gehuurde.





Verhuurder heeft kennis genomen van diverse overlastmeldingen over de huurder m.b.t, zijn


agressieve gedrag. Volgens omwonenden heeft huurder voorafgaand aan zijn detentie ook


enkele omwonende(n) met een mes bedreigd, Dit heeft veel onrust in de woonwijk


veroorzaakt, omwonenden hebben een diep gevoel van onveiligheid aan deze gebeurtenis


overgehouden.



De reclasseringsmedewerker heeft laten weten dat de huurder een groot belang heeft bij het


behouden van het gehuurde. De klinische behandeling zal een positief invloed hebben op het


gedrag van de huurder. Een woning is dan ook zeer noodzakelijk, zodat de huurder weer


terug in de maatschappij kan re-integreren.



Naar aanleiding van het gesprek met de reclasseringsmedewerker heeft de verhuurder doen


overwegen om d.m.v. deze allonge de huurder een 2e kans te bieden, met strenge


voorwaarden om herhaling van de bedreiging met een mes naar anderen, maar ook andere


vormen van overlast in de toekomst te voorkomen. De huurder dient zorgt te dragen voor de


leefbaarheid van de buurt.



Partijen komen het volgende overeen:



Artikel 1 Algemene huurvoorwaarden


Huurder heeft een exemplaar ontvangen van de nieuwe algemene huurvoorwaarden van verhuurder en door ondertekening van deze allonge gaat huurder akkoord met deze voorwaarden.


Huurder is gewezen op het artikel 8 lid 11, 12 en 13 van de algemene huurvoorwaarden, waarin expliciet staat opgenomen dat;





• Huurder zal ervoor zorgdragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt


veroorzaakt;


• Huurder is verantwoordelijk voor het gedrag van zichzelf, zijn huisgenoten, visite, vrienden en huisdieren in de woning, de algemene ruimten of in de directe omgeving.


• Huurder onthoudt zich van intimiderend, bedreigend, agressief of anderszins onbehoorlijk


gedrag naar omwonenden, medewerkers van verhuurder en personen die in opdracht van


verhuurder werkzaam zijn.





Artikel 2 Verplichtingen huurder


Ter aanvulling op de huurovereenkomst en de Algemene huurvoorwaarden spreken partijen het volgende af.



Huurder zal zich houden aan de navolgende voorwaarden:



• Het is ten strengste verboden overlast (in welke vorm dan ook) te veroorzaken in en vanuit


de woning, het woongebouw of de directe omgeving hiervan;.


• Huurder zal geen zaken van verhuurder of van derden vernielen, vervuilen of beschadigen;


• Huurder dient in algemene zin rekening te houden met haar omgeving en dient zich in de


contacten met omwonenden en medewerkers van verhuurder constructief en welwillend op te stellen;


• Huurder zal geen omwonenden, wijkbewoners, medewerkers van verhuurder of wie anders


dan ook, bedreigen, uitschelden, beledigen of anderszins onheus bejegenen;


• Huurder, zijn gezin en/of bezoek mag op geen enkele manier meer geluidsoverlast


veroorzaken aan omwonenden;


• Huurder is verantwoordelijk voor het gedrag van zijn gezinsleden en bezoek. Indien zij op


welke wijze dan ook overlast veroorzaken, dient huurder ervoor te zorgen dat deze overlast


wordt beëindigd;


• Huurder dient het gehuurde te allen tijde schoon te houden;


• Huurder zal van het wijkteam en/of andere zorginstanties zorg aanvaarden en zal aan de


zorgverlening door de betreffende instantie haar volledige medewerking verlenen. Huurder


stemt er mee in dat verhuurder en desbetreffende zorgverleners van huurder, met elkaar


informatie uitwisselen over het gebruik van de woning door huurder;


• Huurder stemt er mee in dat verhuurder de aanvullende voorwaarden uit deze allonge deelt met netwerkpartners en overige betrokken partijen.

(…)

Artikel 4 Ontbinding en ontruiming:


Huurder herkent zich in de bovengenoemde aan hem verweten gedragingen en verklaart goed te begrijpen dat de bovengenoemde voorwaarden zijn bedoeld om hem te helpen in het gehuurde te kunnen blijven wonen. Huurder moet steeds alle genoemde voorwaarden nakomen. Havensteder geeft huurder door middel van deze allonge een laatste kans om zijn gedrag te verbeteren. Als huurder zich niet houdt aan een verplichting uit deze allonge, de huurovereenkomst, algemene huurvoorwaarden of de wet, dan heeft hij haar laatste kans verspeeld. Havensteder zal dan de rechter vragen de huurovereenkomst te ontbinden en huurder te veroordelen het gehuurde te ontruimen. Als de rechter gelijk geeft, dan verliest huurder haar woning. Door ondertekening van deze allonge verklaart huurder zich hiervan bewust te zijn.”




3.5.
In januari 2025 is [persoon A] na zijn verblijf in detentie en in een kliniek teruggekeerd naar de woning.



3.6.
De politie heeft naar aanleiding van overlastmeldingen een bestuurlijke rapportage opgesteld die bij brief van 7 mei 2026 aan de burgemeester van Rotterdam is gestuurd. In de rapportage zijn incidenten gedocumenteerd over de periode van december 2022 tot en met mei 2026. De incidenten betreffen onder meer geluidsoverlast, bedreiging, mogelijke drugshandel, mogelijke prostitutie en agressie. De politie geeft aan dat de openbare orde, mede als gevolg van een explosie bij de gevel van de woning op 5 mei 2026, veroorzaakt door een molotovcocktail, ernstig is verstoord. Volgens de politie bestaat door dit ernstige geweld op de woning en daarmee de hevige dreiging in de richting van de woning, een ernstige vrees dat zich in de nabije toekomst opnieuw een verdergaande verstoring van de openbare orde zal voordoen, waarbij mogelijk nog meer schade zal ontstaan of zelfs slachtoffers vallen.


3.7.
Bij brief/e-mail van 1 juni 2026 stuurt de burgemeester van Rotterdam [persoon A] en Havensteder de bestuurlijke rapportage. De burgemeester geeft aan dat zij vindt dat sprake is van een ernstige situatie en dat zij daarom voornemens is de woning voor de duur van drie maanden te sluiten. Daarbij stelt zij [persoon A] en Havensteder in de gelegenheid een zienswijze in te dienen.



3.8.
Bij brief van 4 juni 2026 deelt Havensteder de burgemeester van Rotterdam mede dat zij geen bezwaar heeft tegen de sluiting van de woning omdat onder omwonenden veel angst leeft en zij daardoor geen meldingen durven te maken over [persoon A] . Daarnaast geeft Havensteder aan dat [persoon A] de gedragsaanwijzing niet is nagekomen.



3.9.
Bij brief van 9 juni 2026 verzoekt Havensteder [gedaagde] de huurovereenkomst op te zeggen omdat [persoon A] de gedragsaanwijzing niet is nagekomen. Op dit verzoek is geen reactie gekomen.



3.10.
Bij brief van 21 juli 2026 geeft de burgemeester van Rotterdam [persoon A] een laatste bestuurlijke waarschuwing om de ernstige verstoring van de openbare orde en herhaling te voorkomen. De burgemeester van Rotterdam geeft verder aan dat indien nogmaals wordt geconstateerd dat sprake is van verstoring van de openbare orde in of vanuit de woning, de woning voor de duur van drie maanden kan worden gesloten.






4Het geschil


4.1.
Havensteder vordert bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [persoon A] , te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) Rotterdam te ontruimen en te verlaten met alle daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze niet het eigendom van Havensteder zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder te stellen,

2. [gedaagde] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [persoon A] , te veroordelen in de proceskosten.



4.2.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Havensteder in de proceskosten.






5De beoordeling



Spoedeisend belang




5.1.
Havensteder heeft voldoende spoedeisend belang bij haar vordering tot ontruiming. Dat volgt uit de onderbouwde stellingen van Havensteder dat [persoon A] gedurende een lange periode, sinds 2022, stelselmatig ernstige overlast veroorzaakt in en rondom de woning. Naast [persoon A] maken ook derden gebruik van de woning, die eveneens ernstige (geluids)overlast veroorzaken. Omwonenden voelen zich door het gedrag van [persoon A] en deze derden niet meer veilig in de omgeving van de woning. De politie heeft aangegeven te vrezen dat zich in de nabije toekomst opnieuw een verdergaande verstoring van de openbare orde zal voordoen, waarbij mogelijk nog meer schade ontstaat of zelfs slachtoffers vallen. Havensteder wil voorkomen dat de leefbaarheid voor de omwonenden in de straat verder verslechtert. Van Havensteder en de omwonenden kan dan ook niet worden verlangd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure moeten afwachten.



Juridisch kader ontruiming kort geding





5.2.
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Om tot toewijzing van een ontruimingsvordering te komen, moet dan ook nagenoeg buiten twijfel staan dat de bodemrechter aan de hand van de gestelde en bewezen tekortkomingen zal komen tot het oordeel dat de huurovereenkomst wordt ontbonden.



Standpunt Havensteder





5.3.
Bij dagvaarding baseert Havensteder haar vordering tot ontruiming op een tweetal grondslagen. Primair op grond van de buitengerechtelijke ontbinding (artikel 7:231 lid 2 BW) en subsidiair op grond van tekortkomingen van [persoon A] in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder. Havensteder heeft ter zitting, naar aanleiding van de brief van 21 juli 2026 van de burgemeester van Rotterdam, de primaire grondslag ingetrokken.



5.4.
Ten aanzien van de subsidiaire grondslag stelt Havensteder onder meer het volgende. [persoon A] is tekort geschoten in zijn verplichting om te voorkomen dat omwonenden overlast ondervinden van hem of zijn bezoekers. Die verplichting vloeit voort uit artikel 7:213 BW, artikel 8.11 van de algemene huurvoorwaarden en de gedragsaanwijzing. Havensteder stond in 2024 al op het punt om een procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning te starten vanwege de vele overlastmeldingen over [persoon A] . Het dieptepunt vormde een melding uit april 2024, waarin werd gemeld dat [persoon A] een omwonende met een mes had bedreigd. In 2024 heeft [persoon A] in detentie gezeten. Door de inspanningen van zijn reclasseringsmedewerker en de toezegging dat [persoon A] na zijn detentie gedurende twaalf weken zou worden opgenomen in een kliniek om aan zijn problemen te werken, heeft Havensteder afgezien van een procedure en [persoon A] een laatste kans geboden middels de gedragsaanwijzing. Uit de politierapportage is Havensteder gebleken dat [persoon A] zich niet aan de gedragsaanwijzing heeft gehouden. Sinds zijn terugkeer uit detentie is hij doorgegaan met overlastgevend gedrag en illegale activiteiten. Tot 1 juni 2026 ontving Havensteder niet tot nauwelijks meldingen over (de woning van) [persoon A] . Uit een door Havensteder uitgevoerd buurtonderzoek is echter gebleken dat omwonenden sinds de terugkeer van [persoon A] uit detentie wel degelijk ernstige overlast hebben ervaren, maar uit angst voor [persoon A] geen meldingen hebben durven doen. Havensteder heeft de omwonenden vervolgens verzocht alsnog schriftelijke meldingen in te dienen. Drie omwonenden hebben aan dit verzoek, weliswaar anoniem, gehoor gegeven. Havensteder stelt verder dat zij als toegelaten instelling op grond van de Woningwet onder meer verantwoordelijk is voor de leefbaarheid in en rondom haar woningbezit. Huurders moeten veilig in hun woning kunnen wonen. Door het gedrag van [persoon A] en zijn bezoekers is daarvan al geruime tijd geen sprake meer. Daarom vordert Havensteder ontruiming van de woning.



De ontruiming wordt toegewezen





5.5.
De vraag die voorligt is of [persoon A] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting zich als goed huurder te gedragen. In dat kader is van belang dat [persoon A] als huurder verplicht is goed voor de woning te zorgen, dat op hem een zorgplicht jegens de omgeving rust en dat hij verantwoordelijk is voor wat zich in en rondom de woning afspeelt, waaronder de gedragingen van derden die zich met zijn goedvinden in de woning bevinden.



5.6.
De kantonrechter overweegt hierover als volgt.



5.7.
Evident is dat sinds de door [persoon A] ondertekende gedragsaanwijzing geen wezenlijke verbetering van de situatie heeft plaatsgevonden. De begeleiding die [persoon A] sindsdien heeft gekregen, heeft kennelijk niet het beoogde resultaat gehad. Sinds de terugkeer van [persoon A] uit detentie in januari 2025 is immers sprake van een door de politie gedocumenteerde veelheid aan incidenten waarbij [persoon A] betrokken is, die lijkt te staan voor een steeds voortdurende situatie van onacceptabele overlast voor bewoners van de straat waarin [persoon A] woont. Verschillende omwonenden hebben sinds de terugkeer van [persoon A] overlastmeldingen gedaan bij Havensteder. Dat deze meldingen zijn geanonimiseerd maakt niet, in tegenstelling tot wat [gedaagde] meent, dat deze buiten beschouwing moeten worden gelaten bij de beoordeling van de ontruimingsvordering. Dat omwonenden zich niet meer veilig voelen, ten einde raad zijn en niet dan wel uitsluitend anoniem melding durven te doen bij Havensteder is, gelet op de omstandigheden, zeer begrijpelijk en onderstreept juist de ernst van de situatie. [persoon A] schiet immers al lang, ook al voor de ondertekening van de gedragsaanwijzing, zeer ernstig tekort in zijn verplichting zich als goed huurder te gedragen. Het verweer van [persoon A] dat de gestelde overlast in overwegende mate is toe te rekenen aan zijn bezoek en dat hij dat bezoek inmiddels niet langer tot de woning wil toelaten, maakt dit niet anders. Gelet op wat onder 4.5 is overwogen is [persoon A] verantwoordelijk voor wat zich in en rondom de woning afspeelt, waaronder de gedragingen van derden die zich in de woning bevinden. De door deze derden veroorzaakte overlast komt dan ook voor rekening en risico van [persoon A] . Dat [persoon A] heeft medegedeeld inmiddels geen overlastveroorzakende derden meer tot de woning te willen toelaten, neemt de overlast die evident is veroorzaakt in en rondom de woning niet weg. Het brengt evenmin mee dat de uitkomst van een bodemprocedure nu alsnog kan worden afgewacht.



5.8.
Havensteder is, mede gelet op haar verplichting om aan andere huurders in de straat rustig huurgenot te verschaffen, verplicht om effectief op te treden tegen huurders die zich niet als goed huurder gedragen door bijvoorbeeld structureel ernstige overlast te veroorzaken. Daartoe strekt dit kort geding. Dat [persoon A] zich heel recent weer bereid heeft verklaard om hulp te aanvaarden en samen te werken met de betrokken hulpverlening, zoals [gedaagde] stelt en volgt uit de door haar overgelegde brief van 23 juli 2026 van de wijkcoach, kan niet wegnemen wat er tot op heden al aan overlast is veroorzaakt. De gedocumenteerde ervaringen uit het verleden brengen bovendien mee dat op voorhand niet aannemelijk is dat met nieuwe begeleiding of nieuwe begeleiders de vanuit de woning veroorzaakte overlast nu wel duurzaam zou kunnen worden beëindigd. Het bieden van kansen aan [persoon A] mag niet ten koste blijven gaan van omwonenden die al heel lang onevenredig worden getroffen door de door [persoon A] en zijn bezoekers veroorzaakte overlast.



5.9.

[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat [persoon A] dakloos zal raken als hij de woning moet ontruimen. De kantonrechter is echter van oordeel dat, gelet op wat hiervoor is overwogen, het woonbelang van [persoon A] niet opweegt tegen het belang van Havensteder (en de omwonenden) bij ontruiming van de woning.



5.10.
Het voorgaande leidt ertoe dat voldoende aannemelijk is dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden. Om op korte termijn een einde te maken aan de overlast voor de omgeving is het noodzakelijk daarop vooruit te lopen. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen.



Proceskosten





5.11.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Havensteder worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


155,51







- griffierecht


€


139,00







- salaris advocaat


€


865,00







- nakosten


€


144,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.303,51











5.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






6De beslissing


De kantonrechter



6.1.
veroordeelt [gedaagde] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [persoon A] , om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning gelegen aan de [adres] te ( [postcode] ) Rotterdam te ontruimen en te verlaten met alle daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze niet het eigendom van Havensteder zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder te stellen,



6.2.
veroordeelt [gedaagde] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [persoon A] , in de proceskosten van € 1.303,51, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,



6.3.
veroordeelt [gedaagde] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [persoon A] , tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,



6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2026. [3894/1729]