Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:8434

2026-06-19 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11901153 CV EXPL 25-20663
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-06-19
Publicatiedatum
2026-07-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11901153 CV EXPL 25-20663
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Leaseovereenkomst. Auto in beslag genomen na rijden onder invloed en zonder rijbewijs. Leasemaatschappij mocht ontbinden en openstaande leasetermijnen, verminderd met de verkoopopbrengst vorderen. Leasemaatschappij was niet meer verplicht om de auto terug te geven aan gedaagde.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.150 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 11901153 CV EXPL 25-20663



datum uitspraak: 19 juni 2026




Vonnis van de kantonrechter




in de zaak van




Volkswagen Pon Financial Services B.V., die handelt onder de naam Dutch Finance,
vestigingsplaats: Amersfoort,
eiseres,
gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders,



tegen





[gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. G. Kaya, die zich heeft onttrokken.



De partijen worden hierna ‘Volkswagen’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaarding van 12 september 2025, met bijlagen;


de twee verslagen van de mondelinge reactie en het schriftelijke antwoord, met bijlagen;


de toelichting van Volkswagen, met bijlagen.





1.2.
Op 20 mei 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was mr. H.J.M. Hofman namens de gemachtigde van Volkswagen aanwezig. [gedaagde] was ook aanwezig met mevrouw [persoon A] . De gemachtigde van [gedaagde] heeft zich op 13 mei 2026 onttrokken.





2De beoordeling



Wat is de kern?




2.1.

[gedaagde] heeft op naam van zijn bedrijf [naam bedrijf] een Volkswagen Transporter geleased van Volkswagen. Het Openbaar Ministerie heeft de Volkswagen Transporter inbeslaggenomen, omdat [gedaagde] zonder rijbewijs en onder invloed heeft gereden. De Volkswagen Transporter is door het Openbaar Ministerie teruggegeven aan de eigenaar van het voertuig: Volkswagen. Daarna heeft Volkswagen de overeenkomst ontbonden. Volkswagen eist in deze procedure dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de openstaande en resterende leasetermijnen aan Volkswagen te betalen, met rente en kosten.



2.2.

[gedaagde] is het niet eens met de eis van Volkswagen. Hij wil het voertuig terug hebben en doorgaan met het contract. Hij zegt ook dat de auto nog op zijn naam staat. Verder geeft [gedaagde] aan dat hij nog drie maanden na de inbeslagname de leasetermijnen heeft betaald.



2.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Volkswagen toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.




[gedaagde] moet € 4.659,09 aan hoofdsom betalen





2.4.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] € 4.659,09 aan Volkswagen moet betalen. Volkswagen mocht namelijk de overeenkomst ontbinden nadat het Openbaar Ministerie de auto in beslag heeft genomen. [gedaagde] moet dan op grond van de overeenkomst de nog openstaande leasetermijnen in één keer aan Volkswagen betalen. Volkswagen heeft de hoogte van de leasevergoedingen voldoende onderbouwd. Alle betalingen op de bankafschriften die [gedaagde] heeft ingediend, zijn afgetrokken van de hoofdsom.



2.5.

[gedaagde] wil de auto terug hebben en de overeenkomst voortzetten, maar hier gaat de kantonrechter niet in mee. Voor zover [gedaagde] vindt dat het onredelijk was van Volkswagen om de overeenkomst te ontbinden, overweegt de kantonrechter dat Volkswagen de overeenkomst inderdaad mocht ontbinden omdat [gedaagde] zonder rijbewijs en ook nog onder invloed heeft gereden. Die keuze met het risico van ontbinding tot gevolg ligt bij [gedaagde] zelf en kan Volkswagen niet worden verweten.



2.6.
Ook het standpunt dat de auto nog op naam staat van [gedaagde] en daarom aan hem moet worden teruggegeven, gaat niet op. Toen de auto werd verkocht op de veiling, is [gedaagde] gevrijwaard, wat betekent dat hij niet meer verantwoordelijk is voor de auto. Het kentekenbewijs dat [gedaagde] tijdens de zitting heeft laten zien, heeft dan ook geen waarde meer. De auto staat niet meer op naam van [gedaagde] .




[gedaagde] moet incassokosten van € 715,00 betalen





2.7.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 715,00 toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding om de afgesproken vergoeding te matigen tot het bedrag waarop Volkswagen recht heeft volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (artikel 242 Rv), inclusief btw. De buitengerechtelijke incassokosten zijn berekend op basis van het totale bedrag aan openstaande leasetermijnen verminderd met de verkoopopbrengst van de auto (€ 4.659,09). Volkswagen heeft niet gesteld dat de werkelijke kosten hoger waren en dat het redelijk was om deze kosten te maken.



De contractuele rente wordt toegewezen





2.8.
De contractuele rente van 13,792% per jaar over de hoofdsom wordt toegewezen, omdat Volkswagen genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Tot en met 8 september 2025 is de rente € 239,07.




[gedaagde] moet de proceskosten betalen





2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Volkswagen moet betalen op € 149,71 aan dagvaardingskosten, € 543,00 aan griffierecht, € 720,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 360,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.556,71. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.



Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad





2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Volkswagen dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Volkswagen te betalen € 5.613,16 met de contractuele rente van 13,792% per jaar over een bedrag van € 4.659,09 vanaf 9 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald;



3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Volkswagen worden begroot op € 1.556,71;



3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst al het andere af.


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
64363




Artikel 5.1 onder b van de algemene voorwaarden.


Artikel 4.4 van de algemene voorwaarden.