Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, veertiendagenbrief (art. 6:96 lid 6 BW). Aanvang veertiendagentermijn. Stelplicht en bewijslast. Gevolgen van onjuiste vermelding van de termijn. Rol van de rechter; verstek en tegenspraak. Gevolg
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 242 Rv
Genoemd in 347 uitspraken · Officiële wettekst
347 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verbintenissenrecht. Huurgeschil met beroep op een contractueel beding, beperkende werking van redelijkheid en billijkheid; boetebeding, rechterlijke matiging, maatstaf; kostenvergoeding, ambtshalve matiging bedongen proceskosten.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad stelt over dat laatste pre
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Buitengerechtelijke incassokosten. Vallen buitengerechtelijke incassokosten (art. 6:96 lid 2 onder c BW) onder het begrip ‘kosten’ in art. 6:44 lid 1 BW? Strekking art. 6:44 BW (en art. 1433 (oud) BW). Bevoegdheid rechter om in B2B-relatie buite
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van het proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad heeft voornemen over d
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Invloed faillissement op wederkerige overeenkomsten, art. 37-40 Fw. Fixatiebeginsel, art. 24 Fw. Mogelijkheid tot verificatie van vorderingen uit overeenkomst of andere rechtsverhouding die na ingaan van het faillissement zi
24 september 2004 Eerste Kamer Nr. C03/107HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DRYADE BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ B.V., gevestigd te Zwolle, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenst
Vennootschapsrecht. Faillissementsrecht. Vernietiging juridische afsplitsing op grond van actio pauliana (art. 42 Fw)? Art. 2:334u BW: exclusief stelsel voor de vernietiging van splitsing? Matiging buitengerechtelijke kosten en overeengekomen vergoeding proceskosten tot liquidat
Overeenkomstenrecht. Boetebeding. Maatstaf voor matiging op grond van art. 6:94 BW. HR 27 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ6638, NJ 2007/262.
Prejudiciële vragen. Overeenkomst tot het bieden van kinderdagopvang door kindercentrum. Kwalificatie als overeenkomst van opdracht. Bedongen opzegtermijn en opzeg- of annuleringsvergoeding verenigbaar met het eenzijdig dwingende recht met betrekking tot particuliere opdrachtgeve
Intellectueel eigendomsrecht. Merkenrecht. Vormmerk van sta-zakje voor vruchtensap. Vormmerk nietig op de grond dat alle wezenlijke kenmerken van de vorm noodzakelijk zijn om een technische uitkomst te verkrijgen (art. 2.1 (oud) BVIE)? Slaafse nabootsing: heeft concurrent met and
Verbintenissenrecht. Huurgeschil met beroep op een contractueel beding, beperkende werking van redelijkheid en billijkheid; boetebeding, rechterlijke matiging, maatstaf; kostenvergoeding, ambtshalve matiging bedongen proceskosten.
Prejudiciële vraag; art. 392 Rv. Vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, art. 6:96 lid 2 onder c BW. ‘Veertiendagenbrief’, art. 6:96 lid 6 BW. Dubbele redelijkheidstoets; HR 16 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2740, NJ 1999/196. Normering hoogte verschuldigde vergoeding; Bes
- Huurovereenkomst woonruimte voor bepaalde tijd. Huurprijswijzigingsbedingen en kostenbeding oneerlijk? Indexatiebeding en opslagbeding van maximaal 5%. Incasso- en proceskostenbeding. Artikel 3 lid 1 Richtlijn 93/13/EEG. Wetsartikelen: 6:2 BW, 6:231 e.v. BW, 237 Rv.
Betaling achterstallige huurpenningen na ontbinding en ontruiming gehuurde. Vordering tot vernietiging boetebeding afgewezen. Matiging boete. Geen wettelijke handelsrente over de boete en de BGK, maar wettelijke rente.
Intellectueel eigendomsrecht. Merkenrecht. Vormmerk van sta-zakje voor vruchtensap. Vormmerk nietig op de grond dat alle wezenlijke kenmerken van de vorm noodzakelijk zijn om een technische uitkomst te verkrijgen (art. 2.1 (oud) BVIE)? Slaafse nabootsing: heeft concurrent met and
Matiging boetebeding in huurcontract. Het hof matigt het beding in dit geval vanwege wanverhouding tussen de hoogte van de wettelijke schadevergoeding (de handelsrente) en het op grond van het boetebeding verschuldigde bedrag.
Matiging van gevorderde incassokosten tot de staffel van het Besluit-BIK (B2B). Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over imputatie art. 6:44 BW. Toerekening op incassokosten. Aanbevelingen van de KBvG commissie Renteberekening.
Huurovereenkomst woonruimte. Huurprijswijzigingsbedingen en kostenbeding oneerlijk? Indexatiebeding en opslagbeding van maximaal 5%. Incasso- en proceskostenbeding. Artikel 3 lid 1 Richtlijn 93/13/EEG. Wetsartikelen: 6:2 BW, 6:231 e.v. BW, 237 Rv.
Ambtshalve toetsing consumentenrecht, procesrecht. Prejudiciële vragen in huurzaak: Is het beding dat de consument alle proceskosten verschuldigd is oneerlijk en zo ja, kunnen dan geen proceskosten meer worden toegewezen?
Eiseres komt geen beroep toe op de vernietigingsgronden als bedoeld in 6:233 en 6:234 BW, want eiseres valt onder de werking van artikel 6:235 lid 1 sub a (en sub b): een grote ondernemer. Beroep van gedaagde op vervaltermijn uit de algemene voorwaarden slaagt niet. De vervalterm
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, veertiendagenbrief (art. 6:96 lid 6 BW). Aanvang veertiendagentermijn. Stelplicht en bewijslast. Gevolgen van onjuiste vermelding van de termijn. Rol van de rechter; verstek en tegenspraak. Gevolg
Omvang buitengerechtelijke kosten na beantwoording prejudiciële vragen door de Hoge Raad. (Zie ook ECLI:NL:GHSHE:2014:2234; ECLI:NL:GHSHE:2014:5062; ECLI:NL:GHSHE:2015:319; ECLI:NL:HR:2015:1868) Werkelijke kosten en ontbreken specificatie
Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad omtrent de betekenis van het begrip “kosten” in art. 6:44 BW en omtrent de omvang van buitengerechtelijke kosten in het geval van een bedongen incasso percentage in een B2B relatie. Vervolg op ECLI:NL:GHSHE: 2014: 2234 en ECLI:NL:GHSHE:2014:50
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; bedrijfsruimte, alleen achterstallige huur