Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:8253
2026-04-22
Civiel recht
C/10/711757 / HA ZA 25-1097
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vonnis in incident. Vrijwaring, nietigheid exploot en onttrekking. (1) Afwijzing van het vrijwaringsincident. Vordering in incident staat los van de vordering in de hoofdzaak. (2) Afwijzing van het incident tot nietigheid van het oproepingsexploot. Het oproepingsexploot voldoet aan de eisen van artikel 45 e.v. Rv. (3) Afwijzing van het incident tot onttrekking. Er is geen sprake van dat op dit moment in de hoofdzaak twee partijen met tegenstrijdige belangen door dezelfde advocaat/hetzelfde advocatenkantoor worden bijgestaan.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (18.447 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/711757 / HA ZA 25-1097
Vonnis in incidenten van 22 april 2026
in de zaak van
YVER B.V.,
gevestigd te Tilburg,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in de incidenten,
advocaten: mrs. R. Wijn en J.P. Schimmer,
tegen
MV NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Schiedam,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in de incidenten tot nietigheid van het oproepingsexploot en onttrekking, verwerende partij in het vrijwaringsincident,
advocaat: mr. A.P. Macro,
en
[gedaagde]
,
wonende te Gornje Sitno (Kroatië),
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het vrijwaringsincident,
advocaat: mr. T. Bezmalinovic.
Partijen worden hierna Yver, MV Nederland en [gedaagde] genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verwijzingsvonnis van 27 december 2017 van de Rechtbank Oost-Brabant en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
het oproepingsexploot aan [gedaagde] van 19 september 2025;
het oproepingsexploot aan MV Nederland van 30 september 2025;
de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie tot nietigheid van het oproepingsexploot en incidentele conclusie tot onttrekking wegens strijd met de goede procesorde van MV Nederland, met bijlagen 1 tot en met 9;
de conclusie van antwoord tevens houdende incidentele oproeping tot vrijwaring (vóór alle weren) van [gedaagde], met bijlagen 1 tot en met 3;
de conclusie van antwoord in de vrijwaringsprocedure van MV Nederland;
de conclusie van antwoord in de incidenten van Yver.
1.2.
Hoewel Yver aanvankelijk ook MVM Schiedam B.V. (‘MVM’) had gedagvaard om bij de Rechtbank Oost-Brabant te verschijnen, heeft Yver er na verwijzing van de zaak naar deze rechtbank voor gekozen om de zaak alleen tegen MV Nederland en [gedaagde] aan te brengen. Dit betekent dat de hoofdzaak alleen gevoerd wordt tussen Yver, MV Nederland en [gedaagde]. Dit is al in de kop van dit vonnis verwerkt en dit wordt hierna ook in de vorderingen van Yver in de hoofdzaak verwerkt.
2Het geschil in de hoofdzaak
2.1.
Yver vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair MV Nederland veroordeelt tot betaling van € 177.059,98 vermeerderd met de contractuele rente van 12% vanaf 13 juli 2017 tot het moment van algehele voldoening;
subsidiair voor recht verklaart dat [gedaagde] conform artikel 3:70 BW in dient te staan voor het bestaan en de omvang van de volmacht en derhalve schadeplichtig is jegens Yver en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 177.059,98 vermeerderd met de contractuele rente van 12% vanaf 13 juli 2017 tot het moment van algehele voldoening;
primair en subsidiair MV Nederland en [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure alsmede de beslagkosten, onder bepaling dat MV Nederland en [gedaagde] de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd worden wanneer deze niet binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zijn betaald.
2.2.
Yver legt aan haar vorderingen – kort gezegd – het volgende ten grondslag. Yver heeft personeel uitgeleend aan MVM, waarvoor MVM nog moet betalen. Yver spreekt MV Nederland aan als borg voor die betaling. Voor het geval dat MV Nederland bij die borgstelling onbevoegd is vertegenwoordigd door [gedaagde], spreekt Yver ook [gedaagde] aan.
2.3.
MV Nederland concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing van de vorderingen van Yver, met veroordeling van Yver in de proceskosten. MV Nederland voert onder meer aan dat zij niet is gebonden aan de door Yver overgelegde garantieverklaring, omdat die verklaring niet is getekend door de enige persoon die bevoegd is om namens MV Nederland (en eerder MVM) overeenkomsten te tekenen: [naam] (‘[naam]’).
2.4.
[gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing van de vorderingen van Yver, met veroordeling van Yver in de werkelijke en volledige proceskosten van [gedaagde].
3Het geschil in het vrijwaringsincident
3.1.
[gedaagde] vordert dat hem wordt toegestaan om [naam] en MV Nederland in vrijwaring te dagvaarden, met veroordeling van hen beide in de werkelijke en volledige proceskosten van [gedaagde], daaronder de volledige advocaatkosten begrepen, althans in de proceskosten conform het forfaitaire liquidatietarief.
3.2.
[gedaagde] legt – kort gezegd – het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft de garantieverklaring op instructie van [naam] en daarmee op grond van een toereikende volmacht van [naam] namens MV Nederland ondertekend. De hoofdzaak hoort zich daarom alleen af te spelen tussen Yver en MV Nederland. MV Nederland en [naam] hebben in dit verband boter op hun hoofd, omdat zij de rechtbank tegen beter weten in én in strijd met de waarheid wijsmaken dat [naam] de betreffende instructie en volmacht niet zou hebben gegeven en dat [gedaagde] zonder (toereikende) volmacht zou hebben gehandeld. Dit is in strijd met artikel 21 Rv en daarmee onrechtmatig tegenover [gedaagde]. MV Nederland en [naam] zijn als gevolg daarvan persoonlijk aansprakelijk voor de door [gedaagde] gemaakte daadwerkelijke proceskosten. [gedaagde] heeft er als gevolg hiervan recht en belang bij om MV Nederland en [naam] in vrijwaring op te roepen, om een veroordeling te krijgen tegen MV Nederland en [naam] voor de door [gedaagde] werkelijk gemaakte proceskosten.
3.3.
Yver refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. MV Nederland voert verweer dat strekt tot afwijzing van de incidentele vordering van [gedaagde], met veroordeling van [gedaagde] – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten.
4De beoordeling in het vrijwaringsincident
4.1.
[gedaagde] heeft de incidentele vordering op tijd en vóór alle weren ingesteld.
4.2.
Op grond van artikel 210 lid 1 Rv kan een gedaagde partij iemand in vrijwaring oproepen als hij van mening is dat hij daar genoeg reden voor heeft. Het is voldoende dat de gedaagde partij genoegzaam stelt, dat tussen hem en de in vrijwaring op te roepen derde een rechtsverhouding bestaat op grond waarvan die derde mogelijk verplicht is om de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gedaagde in de hoofdzaak (gedeeltelijk) te dragen.
4.3.
De rechtbank wijst de incidentele vordering tot vrijwaring af. Uit de stellingen van [gedaagde] blijkt dat hij MV Nederland en [naam] in vrijwaring wil oproepen om een veroordeling tegen hen te krijgen ter zake van de door hem in de hoofdzaak daadwerkelijk gemaakte proceskosten. [gedaagde] wil dus een eigen, nieuwe vordering tegen MV Nederland en [naam] instellen, die losstaat van de vorderingen van Yver in de hoofdzaak tegen MV Nederland en [gedaagde]. Daarvoor is een vrijwaringsprocedure echter niet bedoeld, zoals MV Nederland terecht stelt. De vrijwaringsprocedure is bedoeld om een derde partij in de hoofdzaak te betrekken, op wie de partij die haar in vrijwaring oproept mogelijk (een gedeelte van) een veroordeling in de hoofdzaak zal kunnen afwentelen. Dat van zo’n situatie sprake is, heeft [gedaagde] niet gesteld.
4.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Yver en MV Nederland worden voor ieder van hen begroot op:
- salaris advocaat € 653,00 (1 punt × tarief II à € 653,00 per punt)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 842,00
4.5.
De proceskostenveroordeling ten aanzien van MV Nederland wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat zij dat heeft gevorderd.
5Het geschil in het incident tot nietigheid van het oproepingsexploot
5.1.
MV Nederland vordert om de dagvaarding c.q. het oproepingsexploot nietig te verklaren, althans Yver niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen.
5.2.
MV Nederland legt – kort gezegd – het volgende aan haar vordering ten grondslag. De hoofdzaak is aangevangen met een dagvaarding van 9 juli 2017, waarna de Rechtbank Oost-Brabant zich onbevoegd heeft verklaard om van de zaak kennis te nemen en de zaak naar de Rechtbank Rotterdam heeft verwezen. Yver heeft MV Nederland vervolgens bij exploot van 30 september 2025 opgeroepen voor de Rechtbank Rotterdam, om “alsdan en aldaar te horen eis doen en concluderen conform het geëiste in de hierbij betekende oorspronkelijke dagvaarding van 11 november 2015”. MV Nederland is echter niet bekend met een dagvaarding van 11 november 2015 en die dagvaarding is ook niet met het oproepingsexploot meebetekend. Daardoor voldoet het exploot niet aan de vereisten van artikel 111 lid 2 sub d Rv. Door dit gebrek wordt MV Nederland onredelijk in haar belangen geschaad en dat brengt mee dat het exploot nietig is.
5.3.
Yver voert verweer dat strekt tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van MV Nederland – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten.
6De beoordeling in het incident tot nietigheid van het oproepingsexploot
6.1.
De rechtbank stelt voorop dat MV Nederland miskent dat het deurwaardersexploot van 30 september 2025 geen exploot van dagvaarding als bedoeld in artikel 111 Rv betreft. Het betreft een exploot waarmee Yver MV Nederland heeft opgeroepen om in de hoofdzaak verder te procederen bij de Rechtbank Rotterdam (‘het oproepingsexploot’). Het oproepingsexploot hoeft dan ook niet aan de eisen van artikel 111 lid 2 Rv te voldoen. Op het oproepingsexploot zijn de algemene eisen van artikel 45 e.v. Rv van toepassing en aan die eisen voldoet het oproepingsexploot. Zelfs als het oproepingsexploot echter niet aan één van die eisen zou voldoen én dat een gebrek zou opleveren dat uitdrukkelijk met nietigheid is bedreigd of als de nietigheid van het oproepingsexploot uit de aard van dat gebrek zou voortvloeien, is niet aannemelijk dat MV Nederland door dat gebrek onredelijk is benadeeld en is dus geen sprake van een nietig oproepingsexploot. Uit de eerste pagina van het oproepingsexploot blijkt immers duidelijk dat Yver MV Nederland oproept om verder te procederen over de hoofdzaak, die bij dagvaarding van 9 juli 2017 is ingeleid, en uit de conclusie van antwoord van MV Nederland blijkt ook dat zij dit zo heeft begrepen. Van (onredelijke) benadeling van MV Nederland door de verschrijving in het oproepingsexploot is dan ook geen sprake. De incidentele vordering wordt afgewezen.
6.2.
MV Nederland is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Yver worden begroot op:
- salaris advocaat € 653,00 (1 punt × tarief II à € 653,00 per punt)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 842,00
6.3.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Yver dat heeft gevorderd.
7Het geschil in het incident tot onttrekking
7.1.
MV Nederland vordert dat de rechtbank (i) bepaalt dat de huidige bezetting van de advocaten van Yver en MVM strijdig is met de goede procesorde, (ii) De Bok Roijers Gasseling advocaten beveelt zich binnen een door de rechtbank te stellen termijn te onttrekken als advocaat voor zowel Yver als MVM en (iii) de hoofdzaak aanhoudt totdat beide partijen een nieuwe, onafhankelijke advocaat hebben gesteld, met veroordeling van Yver in de proceskosten.
7.2.
MV Nederland legt – kort gezegd – het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. MV Nederland heeft geconstateerd dat zowel Yver als MVM worden bijgestaan door hetzelfde advocatenkantoor: De Bok Roijers Gasseling advocaten. Mr. R. Wijn, die in de hoofdzaak Yver bijstaat, was verder de behandelend advocaat van MVM in meerdere eerdere procedures en zou – als Yver nu een andere advocaat had ingeschakeld – ongetwijfeld ook in deze procedure MVM als advocaat hebben bijgestaan. MV Nederland stelt zich op het standpunt dat deze dubbele vertegenwoordiging een onaanvaardbaar belangenconflict oplevert, de goede procesorde schendt en de integriteit van de rechtspleging in deze zaak fundamenteel aantast. Het is een advocaat op grond van artikel 15 van de Gedragsregels 2018 niet toegestaan op te treden voor twee of meer partijen indien de belangen van deze partijen tegenstrijdig zijn of een tegenstrijdig belang dreigt. Daar is in het geval van de hoofdzaak per definitie sprake van. De goede procesorde vereist dat MV Nederland erop moet kunnen vertrouwen dat geen samenspanning plaatsvindt tussen Yver en MVM. Door de huidige constructie wordt de gelijkheid van partijen geschonden en dat belemmert MV Nederland in haar recht op een eerlijk proces.
7.3.
Yver voert verweer dat strekt tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van MV Nederland – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten.
8De beoordeling in het incident tot onttrekking
8.1.
De rechtbank herhaalt dat Yver er na verwijzing van de zaak naar deze rechtbank voor heeft gekozen om de zaak alleen tegen MV Nederland en [gedaagde] aan te brengen, zoals hiervoor in 1.2. ook staat vermeld. Dit betekent dat de hoofdzaak alleen gevoerd wordt tussen Yver, MV Nederland en [gedaagde]. Er is geen sprake van dat op dit moment in de hoofdzaak twee partijen met tegenstrijdige belangen door dezelfde advocaat/hetzelfde advocatenkantoor worden bijgestaan. Alleen al hierom kan van enig belangenconflict, schending van de goede procesorde of belemmering van MV Nederland in haar recht op een eerlijk proces geen sprake zijn. De incidentele vorderingen worden afgewezen.
8.2.
MV Nederland is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Yver worden begroot op:
- salaris advocaat € 653,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 842,00
8.3.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Yver dat heeft gevorderd.
9Ambtshalve beoordeling in de hoofdzaak
9.1.
MV Nederland en [gedaagde] hebben voor antwoord geconcludeerd. De zaak wordt daarom nu naar de rol verwezen voor opgave verhinderdata van alle partijen over de maanden juni 2026 tot en met december 2026 ten behoeve van het plannen van een mondelinge behandeling.
10De beslissing
De rechtbank:
in het vrijwaringsincident
10.1.
wijst de vordering af;
10.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Yver van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
10.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van MV Nederland van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
10.4.
verklaart de veroordeling in 10.3 uitvoerbaar bij voorraad;
in het incident tot nietigheid van het oproepingsexploot
10.5.
wijst de vordering af;
10.6.
veroordeelt MV Nederland in de proceskosten van Yver van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als MV Nederland de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet MV Nederland € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
10.7.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in het incident tot onttrekking
10.8.
wijst de vorderingen af;
10.9.
veroordeelt MV Nederland in de proceskosten van Yver van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als MV Nederland de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet MV Nederland € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
10.10.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
10.11.
bepaalt dat de zaak weer op de rol komt van 6 mei 2026 voor opgave verhinderdata over de maanden juni 2026 tot en met december 2026 door alle partijen;
10.12.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.4041/3349/2459
Artikel 65 Rv.
Artikel 66 lid 1 Rv.
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/711757 / HA ZA 25-1097
Vonnis in incidenten van 22 april 2026
in de zaak van
YVER B.V.,
gevestigd te Tilburg,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in de incidenten,
advocaten: mrs. R. Wijn en J.P. Schimmer,
tegen
MV NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Schiedam,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in de incidenten tot nietigheid van het oproepingsexploot en onttrekking, verwerende partij in het vrijwaringsincident,
advocaat: mr. A.P. Macro,
en
[gedaagde]
,
wonende te Gornje Sitno (Kroatië),
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het vrijwaringsincident,
advocaat: mr. T. Bezmalinovic.
Partijen worden hierna Yver, MV Nederland en [gedaagde] genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verwijzingsvonnis van 27 december 2017 van de Rechtbank Oost-Brabant en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
het oproepingsexploot aan [gedaagde] van 19 september 2025;
het oproepingsexploot aan MV Nederland van 30 september 2025;
de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie tot nietigheid van het oproepingsexploot en incidentele conclusie tot onttrekking wegens strijd met de goede procesorde van MV Nederland, met bijlagen 1 tot en met 9;
de conclusie van antwoord tevens houdende incidentele oproeping tot vrijwaring (vóór alle weren) van [gedaagde], met bijlagen 1 tot en met 3;
de conclusie van antwoord in de vrijwaringsprocedure van MV Nederland;
de conclusie van antwoord in de incidenten van Yver.
1.2.
Hoewel Yver aanvankelijk ook MVM Schiedam B.V. (‘MVM’) had gedagvaard om bij de Rechtbank Oost-Brabant te verschijnen, heeft Yver er na verwijzing van de zaak naar deze rechtbank voor gekozen om de zaak alleen tegen MV Nederland en [gedaagde] aan te brengen. Dit betekent dat de hoofdzaak alleen gevoerd wordt tussen Yver, MV Nederland en [gedaagde]. Dit is al in de kop van dit vonnis verwerkt en dit wordt hierna ook in de vorderingen van Yver in de hoofdzaak verwerkt.
2Het geschil in de hoofdzaak
2.1.
Yver vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair MV Nederland veroordeelt tot betaling van € 177.059,98 vermeerderd met de contractuele rente van 12% vanaf 13 juli 2017 tot het moment van algehele voldoening;
subsidiair voor recht verklaart dat [gedaagde] conform artikel 3:70 BW in dient te staan voor het bestaan en de omvang van de volmacht en derhalve schadeplichtig is jegens Yver en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 177.059,98 vermeerderd met de contractuele rente van 12% vanaf 13 juli 2017 tot het moment van algehele voldoening;
primair en subsidiair MV Nederland en [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure alsmede de beslagkosten, onder bepaling dat MV Nederland en [gedaagde] de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd worden wanneer deze niet binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zijn betaald.
2.2.
Yver legt aan haar vorderingen – kort gezegd – het volgende ten grondslag. Yver heeft personeel uitgeleend aan MVM, waarvoor MVM nog moet betalen. Yver spreekt MV Nederland aan als borg voor die betaling. Voor het geval dat MV Nederland bij die borgstelling onbevoegd is vertegenwoordigd door [gedaagde], spreekt Yver ook [gedaagde] aan.
2.3.
MV Nederland concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing van de vorderingen van Yver, met veroordeling van Yver in de proceskosten. MV Nederland voert onder meer aan dat zij niet is gebonden aan de door Yver overgelegde garantieverklaring, omdat die verklaring niet is getekend door de enige persoon die bevoegd is om namens MV Nederland (en eerder MVM) overeenkomsten te tekenen: [naam] (‘[naam]’).
2.4.
[gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing van de vorderingen van Yver, met veroordeling van Yver in de werkelijke en volledige proceskosten van [gedaagde].
3Het geschil in het vrijwaringsincident
3.1.
[gedaagde] vordert dat hem wordt toegestaan om [naam] en MV Nederland in vrijwaring te dagvaarden, met veroordeling van hen beide in de werkelijke en volledige proceskosten van [gedaagde], daaronder de volledige advocaatkosten begrepen, althans in de proceskosten conform het forfaitaire liquidatietarief.
3.2.
[gedaagde] legt – kort gezegd – het volgende aan zijn vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft de garantieverklaring op instructie van [naam] en daarmee op grond van een toereikende volmacht van [naam] namens MV Nederland ondertekend. De hoofdzaak hoort zich daarom alleen af te spelen tussen Yver en MV Nederland. MV Nederland en [naam] hebben in dit verband boter op hun hoofd, omdat zij de rechtbank tegen beter weten in én in strijd met de waarheid wijsmaken dat [naam] de betreffende instructie en volmacht niet zou hebben gegeven en dat [gedaagde] zonder (toereikende) volmacht zou hebben gehandeld. Dit is in strijd met artikel 21 Rv en daarmee onrechtmatig tegenover [gedaagde]. MV Nederland en [naam] zijn als gevolg daarvan persoonlijk aansprakelijk voor de door [gedaagde] gemaakte daadwerkelijke proceskosten. [gedaagde] heeft er als gevolg hiervan recht en belang bij om MV Nederland en [naam] in vrijwaring op te roepen, om een veroordeling te krijgen tegen MV Nederland en [naam] voor de door [gedaagde] werkelijk gemaakte proceskosten.
3.3.
Yver refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. MV Nederland voert verweer dat strekt tot afwijzing van de incidentele vordering van [gedaagde], met veroordeling van [gedaagde] – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten.
4De beoordeling in het vrijwaringsincident
4.1.
[gedaagde] heeft de incidentele vordering op tijd en vóór alle weren ingesteld.
4.2.
Op grond van artikel 210 lid 1 Rv kan een gedaagde partij iemand in vrijwaring oproepen als hij van mening is dat hij daar genoeg reden voor heeft. Het is voldoende dat de gedaagde partij genoegzaam stelt, dat tussen hem en de in vrijwaring op te roepen derde een rechtsverhouding bestaat op grond waarvan die derde mogelijk verplicht is om de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gedaagde in de hoofdzaak (gedeeltelijk) te dragen.
4.3.
De rechtbank wijst de incidentele vordering tot vrijwaring af. Uit de stellingen van [gedaagde] blijkt dat hij MV Nederland en [naam] in vrijwaring wil oproepen om een veroordeling tegen hen te krijgen ter zake van de door hem in de hoofdzaak daadwerkelijk gemaakte proceskosten. [gedaagde] wil dus een eigen, nieuwe vordering tegen MV Nederland en [naam] instellen, die losstaat van de vorderingen van Yver in de hoofdzaak tegen MV Nederland en [gedaagde]. Daarvoor is een vrijwaringsprocedure echter niet bedoeld, zoals MV Nederland terecht stelt. De vrijwaringsprocedure is bedoeld om een derde partij in de hoofdzaak te betrekken, op wie de partij die haar in vrijwaring oproept mogelijk (een gedeelte van) een veroordeling in de hoofdzaak zal kunnen afwentelen. Dat van zo’n situatie sprake is, heeft [gedaagde] niet gesteld.
4.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Yver en MV Nederland worden voor ieder van hen begroot op:
- salaris advocaat € 653,00 (1 punt × tarief II à € 653,00 per punt)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 842,00
4.5.
De proceskostenveroordeling ten aanzien van MV Nederland wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat zij dat heeft gevorderd.
5Het geschil in het incident tot nietigheid van het oproepingsexploot
5.1.
MV Nederland vordert om de dagvaarding c.q. het oproepingsexploot nietig te verklaren, althans Yver niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen.
5.2.
MV Nederland legt – kort gezegd – het volgende aan haar vordering ten grondslag. De hoofdzaak is aangevangen met een dagvaarding van 9 juli 2017, waarna de Rechtbank Oost-Brabant zich onbevoegd heeft verklaard om van de zaak kennis te nemen en de zaak naar de Rechtbank Rotterdam heeft verwezen. Yver heeft MV Nederland vervolgens bij exploot van 30 september 2025 opgeroepen voor de Rechtbank Rotterdam, om “alsdan en aldaar te horen eis doen en concluderen conform het geëiste in de hierbij betekende oorspronkelijke dagvaarding van 11 november 2015”. MV Nederland is echter niet bekend met een dagvaarding van 11 november 2015 en die dagvaarding is ook niet met het oproepingsexploot meebetekend. Daardoor voldoet het exploot niet aan de vereisten van artikel 111 lid 2 sub d Rv. Door dit gebrek wordt MV Nederland onredelijk in haar belangen geschaad en dat brengt mee dat het exploot nietig is.
5.3.
Yver voert verweer dat strekt tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van MV Nederland – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten.
6De beoordeling in het incident tot nietigheid van het oproepingsexploot
6.1.
De rechtbank stelt voorop dat MV Nederland miskent dat het deurwaardersexploot van 30 september 2025 geen exploot van dagvaarding als bedoeld in artikel 111 Rv betreft. Het betreft een exploot waarmee Yver MV Nederland heeft opgeroepen om in de hoofdzaak verder te procederen bij de Rechtbank Rotterdam (‘het oproepingsexploot’). Het oproepingsexploot hoeft dan ook niet aan de eisen van artikel 111 lid 2 Rv te voldoen. Op het oproepingsexploot zijn de algemene eisen van artikel 45 e.v. Rv van toepassing en aan die eisen voldoet het oproepingsexploot. Zelfs als het oproepingsexploot echter niet aan één van die eisen zou voldoen én dat een gebrek zou opleveren dat uitdrukkelijk met nietigheid is bedreigd of als de nietigheid van het oproepingsexploot uit de aard van dat gebrek zou voortvloeien, is niet aannemelijk dat MV Nederland door dat gebrek onredelijk is benadeeld en is dus geen sprake van een nietig oproepingsexploot. Uit de eerste pagina van het oproepingsexploot blijkt immers duidelijk dat Yver MV Nederland oproept om verder te procederen over de hoofdzaak, die bij dagvaarding van 9 juli 2017 is ingeleid, en uit de conclusie van antwoord van MV Nederland blijkt ook dat zij dit zo heeft begrepen. Van (onredelijke) benadeling van MV Nederland door de verschrijving in het oproepingsexploot is dan ook geen sprake. De incidentele vordering wordt afgewezen.
6.2.
MV Nederland is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Yver worden begroot op:
- salaris advocaat € 653,00 (1 punt × tarief II à € 653,00 per punt)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 842,00
6.3.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Yver dat heeft gevorderd.
7Het geschil in het incident tot onttrekking
7.1.
MV Nederland vordert dat de rechtbank (i) bepaalt dat de huidige bezetting van de advocaten van Yver en MVM strijdig is met de goede procesorde, (ii) De Bok Roijers Gasseling advocaten beveelt zich binnen een door de rechtbank te stellen termijn te onttrekken als advocaat voor zowel Yver als MVM en (iii) de hoofdzaak aanhoudt totdat beide partijen een nieuwe, onafhankelijke advocaat hebben gesteld, met veroordeling van Yver in de proceskosten.
7.2.
MV Nederland legt – kort gezegd – het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. MV Nederland heeft geconstateerd dat zowel Yver als MVM worden bijgestaan door hetzelfde advocatenkantoor: De Bok Roijers Gasseling advocaten. Mr. R. Wijn, die in de hoofdzaak Yver bijstaat, was verder de behandelend advocaat van MVM in meerdere eerdere procedures en zou – als Yver nu een andere advocaat had ingeschakeld – ongetwijfeld ook in deze procedure MVM als advocaat hebben bijgestaan. MV Nederland stelt zich op het standpunt dat deze dubbele vertegenwoordiging een onaanvaardbaar belangenconflict oplevert, de goede procesorde schendt en de integriteit van de rechtspleging in deze zaak fundamenteel aantast. Het is een advocaat op grond van artikel 15 van de Gedragsregels 2018 niet toegestaan op te treden voor twee of meer partijen indien de belangen van deze partijen tegenstrijdig zijn of een tegenstrijdig belang dreigt. Daar is in het geval van de hoofdzaak per definitie sprake van. De goede procesorde vereist dat MV Nederland erop moet kunnen vertrouwen dat geen samenspanning plaatsvindt tussen Yver en MVM. Door de huidige constructie wordt de gelijkheid van partijen geschonden en dat belemmert MV Nederland in haar recht op een eerlijk proces.
7.3.
Yver voert verweer dat strekt tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van MV Nederland – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten.
8De beoordeling in het incident tot onttrekking
8.1.
De rechtbank herhaalt dat Yver er na verwijzing van de zaak naar deze rechtbank voor heeft gekozen om de zaak alleen tegen MV Nederland en [gedaagde] aan te brengen, zoals hiervoor in 1.2. ook staat vermeld. Dit betekent dat de hoofdzaak alleen gevoerd wordt tussen Yver, MV Nederland en [gedaagde]. Er is geen sprake van dat op dit moment in de hoofdzaak twee partijen met tegenstrijdige belangen door dezelfde advocaat/hetzelfde advocatenkantoor worden bijgestaan. Alleen al hierom kan van enig belangenconflict, schending van de goede procesorde of belemmering van MV Nederland in haar recht op een eerlijk proces geen sprake zijn. De incidentele vorderingen worden afgewezen.
8.2.
MV Nederland is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. De proceskosten van Yver worden begroot op:
- salaris advocaat € 653,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 842,00
8.3.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Yver dat heeft gevorderd.
9Ambtshalve beoordeling in de hoofdzaak
9.1.
MV Nederland en [gedaagde] hebben voor antwoord geconcludeerd. De zaak wordt daarom nu naar de rol verwezen voor opgave verhinderdata van alle partijen over de maanden juni 2026 tot en met december 2026 ten behoeve van het plannen van een mondelinge behandeling.
10De beslissing
De rechtbank:
in het vrijwaringsincident
10.1.
wijst de vordering af;
10.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Yver van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
10.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van MV Nederland van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
10.4.
verklaart de veroordeling in 10.3 uitvoerbaar bij voorraad;
in het incident tot nietigheid van het oproepingsexploot
10.5.
wijst de vordering af;
10.6.
veroordeelt MV Nederland in de proceskosten van Yver van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als MV Nederland de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet MV Nederland € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
10.7.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in het incident tot onttrekking
10.8.
wijst de vorderingen af;
10.9.
veroordeelt MV Nederland in de proceskosten van Yver van € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als MV Nederland de proceskosten niet op tijd betaalt en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet MV Nederland € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
10.10.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
10.11.
bepaalt dat de zaak weer op de rol komt van 6 mei 2026 voor opgave verhinderdata over de maanden juni 2026 tot en met december 2026 door alle partijen;
10.12.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.4041/3349/2459
Artikel 65 Rv.
Artikel 66 lid 1 Rv.