Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:6838

2026-06-15 Strafrecht 71.357070.24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-06-15
Publicatiedatum
2026-06-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
71.357070.24
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De verdachte wordt veroordeeld voor het (medeplegen van) verrichten van seksuele handelingen met zijn twee pleegkinderen, het (medeplegen van) vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderporno, waaronder van zijn eigen pleegkinderen, terwijl de verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt, het verrichten van seksuele handelingen met zijn hond en het (medeplegen van) vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van dierenporno, terwijl de verdachte hiervan een gewoon heeft gemaakt. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 502 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met oplegging van bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verder wordt aan de verdachte een taakstraf van 240 uur opgelegd. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. De in beslaggenomen hond wordt verbeurd verklaard, de in beslaggenomen gegevensdragers worden onttrokken aan het verkeer.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (89.698 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Meervoudige kamer strafzaken



Parketnummer: 71.357070.24



Datum uitspraak: 15 juni 2026
Datum zitting: 1 juni 2026
Tegenspraak



Verdachte:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1992 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] in [plaatsnaam] .



Advocaat van de verdachte: mr. G.W.L.A.M. Koppen
Officier van justitie: mr. I.M.F. Graumans
Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]
Advocaat van de benadeelde partijen: mr. N.J.C. van Dorsselaer-Spapen





Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het (medeplegen van) verrichten van seksuele handelingen met zijn twee pleegkinderen, het (medeplegen van) vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderporno, waaronder van zijn eigen pleegkinderen, terwijl de verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt, het verrichten van seksuele handelingen met zijn hond en het (medeplegen van) vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van dierenporno, terwijl de verdachte hiervan een gewoon heeft gemaakt. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 502 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met oplegging van bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verder wordt aan de verdachte een taakstraf van 240 uur opgelegd. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. De in beslaggenomen voorwerpen worden verbeurd verklaard (een hond) of onttrokken aan het verkeer (gegevensdragers).




1Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van – samengevat – het (medeplegen van) verrichten van seksuele handelingen met zijn twee pleegkinderen (feit 1 en 2), het medeplegen van het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderporno (feit 3 en 4), terwijl de verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt, het verrichten van seksuele handelingen met dieren (feit 5) en het medeplegen van het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van dierenporno, terwijl de verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt (feit 6).


Deze pleegperiode van deze feiten ligt deels vóór en deels na de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven op 1 juli 2024. De officier van justitie heeft de tenlastelegging per feit gesplitst in twee periodes en heeft de tenlastelegging per periode gebaseerd op in de betreffende periode geldende wettelijke bepalingen.



De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) staat in bijlage 1.




2Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Op basis van artikel 70 lid 1, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) verjaart het recht tot strafvervolging na zes jaren voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld. Gelet op het bepaalde in artikel 254c Sr bedraagt de verjaringstermijn voor de verdenking van het vervaardigen, verspreiden en/of in bezit hebben van dierenporno (feit 6) zes jaar.


Op basis van artikel 72 Sr wordt de verjaring gestuit door een daad van vervolging. De eerste daad van vervolging in deze zaak was de verzending van de dagvaarding op 5 februari 2025, waarin de feiten aan de verdachte ten laste zijn gelegd. Dit betekent dat de verjaring op deze datum is gestuit. Dit betekent dat de verdenking van feit 6 van het vervaardigen, verspreiden en/of in bezit hebben van dierenporno verjaard is, voor zover die handelingen zijn gepleegd vóór 5 februari 2019. De officier van justitie wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging voor feit 6 voor de periode van 2 maart 2018 tot en met 4 februari 2019.




3Bewijs

3.1.


Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten.



3.2.


Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2, 4, 5 en 6. De verdediging heeft zich deels gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft deels partiële vrijspraak bepleit voor de feiten 3 en 5. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.



3.3.

Oordeel van de rechtbank


3.3.1.


Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (medeplegen van) het verrichten van seksuele handelingen met zijn twee pleegkinderen (feiten 1 en 2), het (medeplegen van) vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderporno, terwijl hij daar een gewoonte van heeft gemaakt (feiten 3 en 4), het verrichten van seksuele handelingen met dieren (feit 5) en het (medeplegen van) vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van dierenporno, terwijl hij daar een gewoonte van heeft gemaakt (feit 6). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.3.



De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de in bijlage 2 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.





3.3.2.

Inleidende bewijsoverwegingen
Op 6 november 2024 ontving het Team Bestrijding en Kinderpornografie en Kindersekstoerisme (TBKK) informatie van de Rijksrecherche over chatcontact vanaf tenminste 7 oktober 2014 tot 1 mei 2024 tussen een verdachte uit een Rijksrecherche onderzoek (hierna: ‘ [naam 1] ’) en naar (na onderzoek bleek:) de verdachte. In dit chatcontact wordt gesproken over ontuchtige en/of seksuele handelingen bij en met twee minderjarige jongens die in de weekenden bij de verdachte en zijn partner verbleven. Hieruit volgde de verdenking dat de verdachte en diens partner mogelijk betrokken waren bij strafbare handelingen.



Op 8 november 2024 zijn de verdachte en zijn partner aangehouden. Bij hun aanhouding is tevens een doorzoeking geweest in hun woning. Daarbij zijn diverse gegevensdragers, waaronder hun mobiele telefoons, in beslag genomen. Onderzoek aan deze telefoons heeft inzicht gegeven in het jarenlange chatcontact tussen de verdachte en zijn partner en/of derden die als inhoud hadden het plegen van ontuchtige/seksuele handelingen met de (pleeg)kinderen en ook kinderpornografische afbeeldingen bevatten.



De verdachte heeft bij de politie en ter zitting een verklaring gegeven met als strekking dat de inhoud van de hiervoor genoemde chatcontacten fantasieën zijn, waaraan geen uitvoering is gegeven. Er zou voor hem een duidelijke scheiding tussen fantasie en werkelijkheid zijn geweest. Bij de handelingen die de verdachte in het kader van hun verzorging met/bij de pleegkinderen verrichtte had hij naar eigen zeggen geen seksuele gevoelens. Pas ter zitting voegde de verdachte hieraan toe dat hij de berichten over de seksuele handelingen met de pleegkinderen naar zijn partner, [naam 1] en derden stuurde, omdat hij veronderstelde dat de ontvanger(s) van die berichten hieraan behoefte hadden en opgewonden van raakten.



In algemene zin wint een verklaring aan geloofwaardigheid als deze vroeg in het onderzoek wordt afgelegd en nadien bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. Andersom betekent dit dat een later afgelegde verklaring kritischer mag worden bezien. Dit weegt zwaarder als een later afgelegde verklaring ontlastend is en er geen valide reden(en) wordt/worden gegeven waarom die (late) verklaring niet eerder is gegeven. De rechtbank vindt de hiervoor aangehaalde uitleg van de verdachte, die pas in een laat afgelegde verklaring wordt gegeven, ongeloofwaardig. Bij de beoordeling van die verklaring valt op dat de verdachte en zijn partner elkaar (maar ook richting derden) al voor de komst van de pleegkinderen seksueel prikkelende berichten over -en beeldmateriaal van- seksuele handelingen met of door (pleeg)kinderen stuurden. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte en zijn partner (ook) in seksueel opzicht misbruik wilden maken van de komst van de kinderen. Daarbij ging de berichtgeving tussen de verdachte en zijn partner, [naam 1] en derden over het verrichten van seksuele handelingen bij en met (pleeg)kinderen door, toen de pleegkinderen bij de verdachte en zijn partner verbleven. Dit beeld wordt versterkt door de aanzienlijke hoeveelheid aangetroffen kinderpornografisch beeldmateriaal in de woning van de verdachte en zijn partner, waaronder de vervaardigde afbeeldingen van de (naakte) pleegkinderen en de beeldfragmenten en foto’s waarop te zien is dat de verdachte en zijn partner seksuele handelingen plegen bij zichzelf of bij elkaar in de slaapkamer van de pleegkinderen, op een tijdstip dat de kinderen ogenschijnlijk liggen te slapen.



De verdachte en zijn partner hebben elkaar op geen enkel moment gecorrigeerd of anderszins gewezen op de risico’s van hun (seksueel) grensoverschrijdende berichten, hetgeen wel in de rede had gelegen als de inhoud van het chatverkeer wordt vergeleken met het meest recente standpunt van de verdachte dat hij geen seksuele gevoelens/bedoelingen had bij de handelingen met de pleegkinderen. Dat geldt ook voor het chatcontact tussen de verdachte en [naam 1] en tussen de verdachte en derden. De verdachte verklaarde weliswaar dat hij een aantal weken voor zijn aanhouding met zijn partner had gesproken over de hier bedoelde risico’s, maar op dat moment was [naam 1] inmiddels door de politie aangehouden. Relevant vindt de rechtbank in dit kader dat de verdachte kort na een telefoongesprek met [naam 1] op 2 november 2024 de app Telegram, het medium waarin hij en [naam 1] elkaar berichten stuurden, van zijn telefoon verwijderde.




3.3.3.
Bewijsoverwegingen feit 1 en feit 2 (slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] )


Na op 12 november 2024 door de politie te zijn geïnformeerd over het onderzoek naar de verdachte en zijn partner, deed de moeder van de pleegkinderen namens de pleegkinderen op 25 november 2024 aangifte van ontucht met minderjarigen en het bezit en vervaardigen kinderporno. Uit deze aangifte volgt dat haar kinderen vanaf september 2023 om het weekend bij verdachte en zijn partner verbleven. Vanaf mei 2024 wijzigde dat naar twee opeenvolgende weekenden wel en daarna een weekend niet. Moeder maakte afspraken met verdachte en zijn partner over onder andere tandartsbezoek van de pleegkinderen, het bijwonen van gesprekken op hun school en in het ziekenhuis, zindelijkheidstraining, het geven van seksuele voorlichting aan de pleegkinderen en het wassen van het geslachtsdeel van de pleegkinderen. Ook wist moeder dat de kinderen ’s-ochtends even bij verdachte en zijn partner in bed mochten liggen.



De rechtbank zal hierna, ook in de bewijsbijlage, de twee kinderen aanduiden op de wijze van het proces-verbaal: [slachtoffer 1] is het oudste pleegkind, [slachtoffer 2] is de jongste van de twee. [slachtoffer 2] verklaarde in zijn studioverhoor duidelijk wat er in de weekenden in de ochtend gebeurde. [slachtoffer 1] en hij mochten dan vanaf 8:00 uur in bed bij verdachte en zijn partner liggen. Zij deden dan spelletjes, speelden en zaten aan elkaar. Dat was – zo verklaarde [slachtoffer 2] , overal, maar nooit op het voorhoofd, oren en haren, soms op de buik, vaak aan de armen, vaak aan de handen, soms aan de benen en soms aan de voeten. Uit de verklaring van [slachtoffer 2] volgt dat [slachtoffer 1] en hij elkaar aanraakten en dat de verdachte en zijn partner de beide kinderen aanraakten. Daarbij raakte [slachtoffer 1] soms de billen van [slachtoffer 2] aan, raakte de partner van de verdachte geregeld de billen van [slachtoffer 1] aan en raakten de verdachte en zijn partner soms de billen van [slachtoffer 2] aan. Daarnaast deed [slachtoffer 2] dat bij hen.



Verder verklaarde [slachtoffer 2] dat de verdachte en zijn partner niet zijn geslachtsdeel aanraakten, maar dat hij het geslachtsdeel van de verdachte en zijn partner wel aanraakte. Dat gebeurde “soms per ongeluk en soms expres”. [slachtoffer 2] vertelt daarbij specifiek over twee keer “dat dat vies voelde” en dat hij dat vies vond.




[slachtoffer 1] verklaarde in zijn studioverhoor ook over de ochtenden in de weekenden en dat hij en [slachtoffer 2] dan tussen de verdachte en zijn partner in hun bed mochten liggen en iedereen dan was gekleed in hun onderbroek.



Over het douchen en wassen verklaarde [slachtoffer 2] dat hij heeft gezien dat [slachtoffer 1] het geslachtsdeel van de verdachte en zijn partner heeft aangeraakt onder de douche. Dat je dan de eikel ziet. Terwijl [slachtoffer 2] dat zei, maakte hij volgens het proces-verbaal met zijn hand een op en neer gaande beweging.



Daarnaast verklaarde [slachtoffer 1] op 14 mei 2025 in een nader gesprek met verbalisant dat hij de piemel van de verdachte en zijn partner (een keer) had aangeraakt. Hij wilde daar niet verder over praten.
Gelet op de wijze van totstandkoming, de consistentie, de gedetailleerdheid daarbij in aanmerking genomen de jonge leeftijd van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , heeft de rechtbank geen reden om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te twijfelen. Dat [slachtoffer 1] niet (nader) heeft verklaard over de handelingen waarover [slachtoffer 2] verklaart, maakt, mede gelet op de leeftijd van [slachtoffer 1] en zijn persoonlijke omstandigheden -anders dan de verdediging stelt- niet dat de verklaring van [slachtoffer 2] niet betrouwbaar is.



De verklaring van [slachtoffer 2] en de aanvullende verklaring van [slachtoffer 1] vinden steun in de berichten die de verdachte en zijn partner aan elkaar stuurden over handelingen bij en met de pleegkinderen. Deze berichten geven samen met het chat contact dat verdachte had met [naam 1] duiding aan de handelingen van de verdachte en zijn partner met en bij de pleegkinderen. Zo berichtte de verdachte [naam 1] op 17 november 2023 dat ze ‘2 jochies van 7 en 10 jaar als pleegkinderen hebben’ en over het ’s-morgens in bed erbij liggen ‘met een harde tegen de jongens aan en dat er vorige keer wat gevoeld is’.



Dit geldt ook voor de berichten die de verdachte en [naam 1] elkaar op 7 februari 2024 stuurden. [naam 1] vraagt dat dan aan de verdachte: “Pleegzoontjes al ingewijd haha””. Waarop de verdachte in deze chat antwoordt: “Jawel (…) De oudste heeft de mijne vast gehad, (…) En de jongste heeft hem wel gezien, (…) ze kijken naar (…) zijn lul. (…) En hebben ze ook al onder gespoten onder de dekens terwijl ze tv keken, ben geneukt naast ze en dit weekend met de jongste zijn kontje gespeeld tijdens tv kijken terwijl ik afgetrokken werd en spoot.”



Voorts heeft de rechtbank, zoals ook expliciet door de verdediging verzocht, de tijdens de zitting besproken drie beeldenfragmenten van 19 mei 2024, waarvan reeds een proces-verbaal van bevindingen was opgemaakt, in raadkamer bekeken. De beeldfragmenten zijn afkomstig van de camera die de verdachte en zijn partner op enig moment in de slaapkamer van de kinderen hebben geïnstalleerd.



De rechtbank stelt op basis van eigen waarneming vast dat op beeldfragment 1 te zien is dat [slachtoffer 2] het geslachtsdeel van de verdachte, die een onderbroek draagt, twee keer aanraakt en dat de verdachte zijn hand richting het geslachtsdeel van [slachtoffer 2] brengt. Het valt de rechtbank op dat de verdachte [slachtoffer 2] niet tegenhoudt of anderszins corrigeert als [slachtoffer 2] met zijn hand overduidelijk in de richting gaat van het geslachtsdeel van de verdachte en het aanraakt of probeert aan te raken.



Op beeldfragment 2 is te zien dat [slachtoffer 2] naakt naar de verdachte loopt die op dat moment alleen een onderbroek draagt. [slachtoffer 2] raakt de voorzijde van de onderbroek van de verdachte ter hoogte van zijn geslachtsdeel aan. Te horen is dat verdachte zegt: “Goed knijpen”. Hierop verplaatst [slachtoffer 2] zijn hand en loopt naar achteren met zijn hand voor zijn eigen geslachtsdeel.



Beeldfragment 3 laat zien dat de verdachte naast het stapelbed staat, waarin de pleegkinderen ( [slachtoffer 2] boven en [slachtoffer 1] onder) liggen. De verdachte is gekleed, maar zijn riem is los en zijn broek is open aan de voorzijde. De verdachte blaast op de buik van [slachtoffer 2] die op het bovenste stapelbed ligt. Tegelijkertijd is te zien dat [slachtoffer 1] in het onderste bed met zijn hand reikt naar de voorzijde van de verdachte ter hoogte van zijn geslachtsdeel en daarbij de verdachte aan/bij zijn geslachtsdeel aanraakt of probeert aan te raken. Dit gebeurt meerdere keren. Het valt de rechtbank op dat de verdachte op enig moment zijn broek met zijn rechterhand verder opent. Hierdoor wordt het makkelijker voor [slachtoffer 1] om zijn geslachtsdeel aan te raken en/of krijgt zijn geslachtsdeel meer ruimte. Ook valt het de rechtbank op dat de verdachte daarbij bewust in de camera kijkt.



Ten aanzien van het aan de verdachte ten laste gelegde feit 1 acht de rechtbank op basis van de hiervoor besproken bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat hij de billen van [slachtoffer 1] aantikte, aanraakte en betastte. Dit gebeurde in de weekenden, als [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zoals voor hen gebruikelijk was, bij de verdachte en zijn partner in bed lagen. De rechtbank stelt dan ook vast dat dit meerdere keren is gebeurd. Dit in combinatie met de chatberichten van vóór de komst van de pleegkinderen en aansluitend ook tijdens pleegzorg. Een deel ging nadrukkelijk over het (samen) plegen van ontuchtige handelingen tijdens het samen met de pleegkinderen in bed liggen. Dit maakt dat de rechtbank voor dit feit vaststelt dat dit feit in vereniging is gepleegd: het gaat om een gezamenlijke uitvoering en (ook anderszins) een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn partner.



Dat is anders voor het laten aantikken en/of aanraken en/of betasten van de verdachte zijn schaamstreek en/of penis door [slachtoffer 1] in de slaapkamer van de pleegkinderen. Dit deed de verdachte – zo volgt uit beeldfragment 3 – terwijl hij alleen was met de pleegkinderen .



Ten aanzien van het aan de verdachte ten laste gelegde feit 2 acht de rechtbank op basis van de hiervoor besproken bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat hij de billen van [slachtoffer 2] heeft aangetikt, aangeraakt en betast. Ook hier geldt dat dit in de weekenden in bed bij de verdachte en zijn partner gebeurde en dat de verdachte en zijn partner daar allebei aan deelnamen. De rechtbank stelt vast dat dit meerdere keren is gebeurd. Ook dit feit is, mede gelet op de berichten tussen de verdachte en zijn partner, in vereniging gepleegd.



Dat is anders voor het door de verdachte aantikken, aanraken en betasten van de schaamstreek en/of penis van [slachtoffer 2] en het laten aantikken en/of aanraken en/of betasten van verdachte zijn schaamstreek en/of penis door [slachtoffer 2] , hetgeen de rechtbank – mede op basis van beeldfragmenten 1 en 2 - eveneens wettig en overtuigend bewezen acht. Ook hier geldt dat de verdachte dit deed in de slaapkamer van de pleegkinderen terwijl hij met hen alleen was.




3.3.4.
Ontuchtige handelingen feit 1 en 2


De vraag is vervolgens de handelingen die de verdachte (in vereniging en alleen) bij en met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft verricht, ontuchtige handelingen in de zin van art. 247 Sr (oud) en, voor zover deze na 30 juni 2024 plaatsvonden, seksuele handelingen en art. 249 Sr (nieuw) zijn. Ontuchtige handelingen en seksuele handelingen zijn handelingen gericht op seksueel contact, althans contact van seksuele aard in strijd met de sociaal ethische norm. Een precieze afbakening van wat wel en niet onder ‘ontuchtige handelingen’ valt, kan niet worden gegeven. De beoordeling of een handeling als ontuchtig dan wel seksueel heeft te gelden, hangt niet alleen af van de subjectieve beleving van het slachtoffer, maar ook van de aard van de gedraging en de omstandigheden van het geval. Ook de bedoeling van de dader is daarbij een relevante factor.



Het tik-spelletje in de weekenden in bed komt op een uitgesproken seksueel beladen wijze terug in het chatcontact dat de verdachte met zijn partner en derden had. Hierdoor krijgt iets wat een neutraal spelletje zou kunnen zijn een andere context en daarin een onmiskenbaar ontuchtig/seksueel karakter.



Gelet op de jonge leeftijd van de pleegkinderen (7 en 10 jaar), de rol van pleegouder die de verdachte en zijn partner op eigen initiatief had gekregen (zij hebben zich immers aangemeld als pleegouders), het feit dat de kinderen afhankelijk van de zorg van de verdachte en zijn partner waren en op hen vertrouwden (de pleegkinderen zagen de verdachte - zo schreef hij zelf in een van zijn berichten – als papa) en de seksuele context waarin de verdachte de gedragingen in zijn berichten plaatste, had de verdachte zich naar maatschappelijke opvatting moeten onthouden van deze gedragingen. Hij deed dit niet en maakte zo misbruik van de afhankelijke en kwetsbare positie van de pleegkinderen en schaadde daarmee niet alleen hun vertrouwen, maar ook het vertrouwen van hun moeder. De verdachte heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de pleegkinderen. Het gedrag van de verdachte is naar het oordeel van de rechtbank te kwalificeren als ontuchtige en seksuele handelingen, door de verdachte deels gepleegd in vereniging en deels alleen.




3.3.5.
Bewijsoverwegingen feit 3


De verdediging heeft zich voor feit 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, behalve voor wat de betreft de filmpjes die met de Eufy-camera zijn opgenomen. Volgens de verdediging bevatten die filmpjes gelet op het verweer onder feit 1 geen kinderpornografisch materiaal. Verder is volgens de verdediging niet bewezen dat van deze feiten een beroep of gewoonte werd gemaakt.



De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich, voor wat de Eufy filmpjes betreft, heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het vervaardigen en in het bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. De rechtbank verwijst daarvoor naar hetgeen ten aanzien van dit beeldmateriaal is overwogen onder feit 1. De ontuchtige handelingen zijn vastgelegd met de camera van de verdachte en zijn partner, waarna de filmpjes automatisch werden verzonden naar en opgeslagen op ieders eigen telefoon. In zoverre is op z’n minst voorwaardelijk opzet op een bewuste en nauwe samenwerking voor wat betreft het opnemen van de ontuchtige handelingen. Het verweer dat medeplegen niet kan worden bewezen slaagt om die reden niet.



De rechtbank is ten slotte met de verdediging van oordeel, dat gelet op de bewezenverklaarde periode en de hoeveelheid aangetroffen materiaal, niet bewezen is dat van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt. De verdachte wordt van dit strafverzwarende element vrijgesproken.




3.3.6.
Bewijsoverwegingen feit 4


De verdediging heeft voor dit feit vrijspraak bepleit. De verdediging heeft allereerst verweer gevoerd tegen de aanvang van de ten laste gelegde periode: 10 augustus 2016, omdat deze gebaseerd zou zijn op de inhoud van een telefoon die alleen aan de medeverdachte kan worden toegerekend (IBN 833877). Volgens de verdediging zijn niet alle gegevensdragers die in de tenlastelegging zijn opgenomen aan de verdachte toe te schrijven. Dit geldt in het bijzonder voor de gegevensdragers met IBN-nummers 833953 en 833963. Verder volgt uit geen enkel proces-verbaal duidelijk wat er precies aan kinderporno is aangetroffen. Gelet hierop kan evenmin geconcludeerd worden dat dit feit in vereniging of als beroep of gewoonte is gepleegd



De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat zowel de verdachte als de medeverdachte kinderpornografisch materiaal naar elkaar en naar derden hebben verstuurd. Vast staat dat dit materiaal op de in de beslaggenomen gegevensdragers is aangetroffen. Voor zover niet kan worden vastgesteld deze gegevensdragers steeds daadwerkelijk bij de verdachte in gebruik waren, geldt dat deze wel aan de verdachte kunnen worden toegeschreven. De verdachte heeft bekend dat hij wist dat in de woning gegevensdragers met kinderpornografisch materiaal aanwezig waren. De gegevensdragers zijn allen op dezelfde plek in het huis aangetroffen, te weten op de werkkamer die door beide verdachten werd gebruikt. Het blijkt niet dat een of meer deze gegevensdragers zodanig beveiligd was/waren dat slechts één van de verdachten hiertoe de toegang had. De rechtbank stelt dan ook vast dat beide verdachten steeds de volledige beschikkingsmacht hadden over alle kinderpornografische inhoud van deze gegevensdragers. In de gegeven omstandigheden kwalificeert dit als medeplegen.



In proces-verbaal PV-92 staat in algemene termen beschreven wat er op de gegevensdragers is aangetroffen. In de tenlastelegging is verwezen naar specifieke afbeeldingsnummers en vindplaatsen behorend bij de toonmap van PV-92. Weliswaar worden in het proces-verbaal zelf geen exacte aantallen genoemd, duidelijk is dat alle aldaar aangetroffen en beschreven materiaal strafbaar is. De voorbeelden van dergelijk kinderpornografisch materiaal zijn door de rechtbank aangetroffen in de door de officier van justitie beschikbaar gestelde toonmap. Deze toonmap had kunnen worden ingezien door de verdediging.



De tenlastegelegde gewoonte vloeit voort uit de hoeveelheid materiaal en de lengte van de bewezenverklaarde periode.




3.3.7.
Bewijsoverwegingen feit 5


De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor zover het de eerste twee gedachtestreepjes in de tenlastelegging betreft. De rechtbank is echter van oordeel dat uit de inhoud van de bewijsmiddelen voortvloeit dat ook de overige ten laste gedragingen wettig en overtuigend zijn bewezen.




3.3.8.
Bewijsoverwegingen feit 6


De verdediging heeft voor dit feit vrijspraak bepleit omdat uit geen enkel proces-verbaal duidelijk zou blijken waar wat er precies aan dierenporno is aangetroffen.



De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat zowel de verdachte als de medeverdachte dierenpornografisch materiaal naar elkaar en naar derden hebben verstuurd. Vast staat dat dit materiaal op de in de beslaggenomen gegevensdragers is aangetroffen. Voor zover niet kan worden vastgesteld deze gegevensdragers daadwerkelijk bij de verdachte in gebruik waren, geldt wat hiervoor onder feit 4 over de kinderporno op de gegevensdragers reeds is overwogen.



In het proces-verbaal staat in algemene termen beschreven wat er op de gegevensdragers is aangetroffen. In zoverre is er voldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zich aan dit feit schuldig heeft gemaakt.



De tenlastegelegde -en bewezen verklaarde- gewoonte vloeit naar het oordeel van de rechtbank voort uit de bewezenverklaarde periode.





3.3.9.

Volledige bewezenverklaring



Bewezen is dat:


1
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2023 tot en met 8 november 2024 te ’s-Hertogenbosch


(in de periode van 1 september 2023 tot en met 30 juni 2024,
artikel 247 lid 1 jo. artikel 249 lid 1 jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))



met zijn minderjarig pleegkind, althans een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] -2013, ontucht heeft gepleegd,



en



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024,
artikel 249 lid 1 jo. artikel 254 lid 1 onder a en d Wetboek van Strafrecht (nieuw))



met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] -2013,
zijnde een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en welk kind aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd,



een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het laten aantikken en/of aanraken en/of betasten en/of vasthouden van zijn, verdachtes penis en/of schaamstreek door die [slachtoffer 1] ,
- het tezamen en in vereniging met een ander aantikken en/of aanraken en/of betasten van de billen van die [slachtoffer 1] ;
- het laten aantikken en/of aanraken en/of betasten van zijn, verdachtes penis en/of schaamstreek door die [slachtoffer 1] ,


2
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2023 tot en met 8 november 2024 te ’s-Hertogenbosch,



(in de periode van 1 september 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 247 lid 1 jo.
artikel 249 lid 1 jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))



met zijn minderjarig pleegkind, althans een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] -2016, ontucht heeft gepleegd, en



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024,
artikel 249 lid 1 jo. artikel 254 lid 1 onder a en d Wetboek van Strafrecht (nieuw))



met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] -2016,
zijnde een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en welk kind aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd,



een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het laten aantikken en/of aanraken en/of betasten van zijn, verdachtes schaamstreek en/of penis door die [slachtoffer 2] ,
- het aantikken en/of aanraken en/of betasten van de schaamstreek en/of penis van die [slachtoffer 2]
- het tezamen en in vereniging met een ander aantikken en/of aanraken en/of betasten van de billen van die [slachtoffer 2] ,


3
hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 12 april 2024 tot en met 8 november 2024 te ’s-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of alleen, meermalen,



(in de periode van 12 april 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b lid 1 en 2
jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))



afbeeldingen, en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , was betrokken, heeft vervaardigd en/of
verspreid en/of in bezit heeft gehad en



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024, artikel 252 jo. artikel 254
lid 1 onder a en onder c Wetboek van Strafrecht (nieuw))



visuele weergaven van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , was betrokken, heeft
vervaardigd en/ verspreid en in bezit heeft gehad te weten een of meer afbeeldingen en/of visuele weergaven en/of gegevensdragers (bevattende afbeeldingen en/of weergaven),
te weten:

- iPhone 13 Pro Max (IBN: 833869)
- Eufy camera (IBN: 883887 en 83388)


waarop te zien is dat:
die [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] geheel of gedeeltelijk naakt is en
- door het camerastandpunt het geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] nadrukkelijk in beeld wordt gebracht


en



het geslachtsdeel van die [slachtoffer 2] met vinger en/of hand wordt aangeraakt door verdachte



en



het geslachtsdeel van verdachte met vinger en/of hand wordt aangeraakt door [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]



en



die [slachtoffer 2] het eigen geslachtsdeel met vinger en/of hand aanraakt
en



bij en naast die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een (stijve) penis wordt gehouden door verdachte en/of medeverdachte



en



bij en naast die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] seksuele handelingen worden verricht door verdachte met medeverdachte



en



dat verdachte zich masturbeert met [slachtoffer 1] op de achtergrond,




4
hij op tijdstippen in de periode van 10 augustus 2016 tot en met 8 november 2024 te ’s-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander, of alleen, meermalen,



(in de periode van 10 augustus 2016 tot en met 30 juni 2024,
artikel 240b lid 1 en 2 jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))



afbeeldingen, en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken,



heeft verspreid en
in bezit heeft gehad en
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft



en



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024,
artikel 252 jo. artikel 254 lid 1 onder a en onder c Wetboek van Strafrecht (nieuw))



een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken,



heeft verspreid en
in bezit heeft gehad en
zich daartoe de toegang heeft verschaft,



te weten een of meer afbeeldingen en visuele weergaven en gegevensdragers (bevattende afbeeldingen en/of weergaven), te weten:

- iPhone 13 Pro Max (IBN: 833869)
- Lenovo Thinkpad laptop (IBN: 833885)
- USB Sandisk zwart rood (IBN: 833949)
- USB in keycard KN fresh (IBN: 833953)
- Sony HC 8 GB SD kaart (IBN:833963)


waarop te zien is dat:
een persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of met vinger/hand



en



een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of met mond/tong en/of met vinger/hand door die persoon




en



het geslachtsdeel en/of billen van die persoon met penis en/of met vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt



en



het geslachtsdeel van een ander persoon met vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon



en



die persoon het eigen geslachtsdeel met vinger/hand aanraakt



en



die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel en/of gedeeltelijk naakt is en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past


en


- door de uitsnede van de foto’s en/of films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht


en



bij en/of op het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten



en



bij en/of naast het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden, waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is



terwijl van het begaan van deze feiten een beroep of gewoonte werd gemaakt,



5
hij op tijdstippen in de periode van 22 mei 2021 tot en met 8 november 2024 te ’s-Hertogenbosch,



(in de periode van 22 mei 2021 tot en met 30 juni 2024
artikel 254 Wetboek van, Strafrecht (oud))



een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een dier, een hond genaamd [naam hond] , te weten

- het door verdachte aftrekken van de hond en
- het door verdachte aanraken en betasten van het geslachtsdeel van de hond en
- het door de hond laten aanraken en betasten van de penis van verdachte en
- het door de hond laten likken van de penis en anus en balzak van verdachte


en



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024 artikel 254d Wetboek van Strafrecht (nieuw))


- een of meer seksuele handelingen heeft verricht met een dier en
- een dier een of meer seksuele handelingen heeft laten verrichten met verdachte,
welke seksuele handelingen bestonden uit:
- het door verdachte aftrekken van de hond genaamd [naam hond] en
- het door verdachte aanraken en betasten van het geslachtsdeel van de hond genaamd [naam hond] en
- het door de hond genaamd [naam hond] , laten aanraken en betasten van de penis van verdachte en
- het door de hond genaamd [naam hond] , laten likken van de penis en anus en/ balzak van verdachte,


6
hij op tijdstippen in de periode van 6 februari 2019 tot en met 8 november 2024 te ’s-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, of alleen, meermalen,



(in de periode van 6 februari 2019 tot en met 30 juni 2024, artikel 254a jo. artikel 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht (oud))



afbeeldingen, te weten foto’s en video’s en gegevensdragers, bevattende afbeeldingen,



terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn, waarbij een mens en een dier betrokken zijn,



heeft vervaardigd en
verspreid en
in bezit heeft gehad,



en



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024, artikel 254c lid 1 jo. artikel 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht (nieuw))



een visuele weergave van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken,



waarbij voornoemde ontuchtige en/of seksuele handeling(en) – zakelijk weergegeven – bestond(en) uit:


- het door een dier (te weten hond en/of paard) met het geslachtsdeel, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon, en
- het door een persoon met de hand en/of arm en/of penis, oraal en/of vaginaal en/of anaal, penetreren van het lichaam van een dier (te weten hond en/of paard), en
- het door een persoon likken van het geslachtsdeel van een dier (te weten hond en/of paard) en/
- het door een dier (te weten hond en/of paard) likken en/of betasten en/of aanraken van de penis van een persoon


heeft vervaardigd, en
verspreid en
in bezit heeft gehad



terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.






4Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.


Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:



Feit 1



in de periode 1 september 2023 tot en met 30 juni 2024:




ontucht plegen met zijn minderjarig pleegkind/een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd





ontucht plegen met zijn minderjarig pleegkind/een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd




in de periode 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024:




aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, begaan jegens een kind dat wordt verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van diegene/welk kind aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, begaan door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd





aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, begaan jegens een kind dat wordt verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van diegene/welk kind aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, meermalen gepleegd




Feit 2



in de periode 1 september 2023 tot en met 30 juni 2024:




ontucht plegen met zijn minderjarig pleegkind/een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd





ontucht plegen met zijn minderjarig pleegkind/een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd




in de periode 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024:




aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, begaan jegens een kind dat wordt verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van diegene/welk kind aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, begaan door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd




Feit 3



in de periode 7 februari 2024 tot en met 30 juni 2024:




een afbeelding en gegevensdragers bevattende een afbeelding, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd





een afbeelding en gegevensdragers bevattende een afbeelding, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd




in de periode 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024:




een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben





een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, begaan door twee of meer verenigde personen




Feit 4



in de periode 10 augustus 2016 tot en met 30 juni 2024:




een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt





een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt




in de periode 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024:




een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt





een visuele weergave van seksuele aard, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt




Feit 5



in de periode 22 mei 2021 tot en met 30 juni 2024




ontuchtige handelingen plegen met een dier, meermalen gepleegd




in de periode 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024:




seksuele handelingen verrichten met een dier en een dier seksuele handelingen laten verrichten met zichzelf, meermalen gepleegd




Feit 6



in de periode 7 februari 2019 tot en met 30 juni 2024




een afbeelding, van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt





een afbeelding, van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt




in de periode 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024:




een visuele weergave van een seksuele handeling waarbij een mens en een dier zijn betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt





een visuele weergave van een seksuele handeling waarbij een mens en een dier zijn betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, begaan door twee of meer verenigde personen, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt





4.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte



De feiten en de verdachte zijn strafbaar.





5Straffen

5.1.


Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar met aftrek van voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die zijn geadviseerd door de reclassering. Daarnaast wordt verzocht een 38z-maatregel op te leggen.



5.2.


Standpunt van de verdediging

De verdachte moet worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest al dan niet met oplegging van een voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals die zijn geadviseerd door de reclassering. Voor het geval de rechtbank daar geen genoegen mee neemt, wordt verzocht nog een extra taakstraf op te leggen.



5.3.

Oordeel van de rechtbank


5.3.1.


Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich aan een veelheid aan seksuele delicten schuldig gemaakt. Hij heeft allereerst alleen en samen met zijn partner ontuchtige handelingen gepleegd bij twee jonge pleegkinderen. De verdachte heeft ook kinderporno van de twee pleegkinderen vervaardigd, deze verspreid en ook in zijn bezit gehad. De pleegkinderen kwamen sinds september 2023 een aantal weekenden per maand bij de verdachte en zijn partner in huis en werden daarmee aan hun zorg toevertrouwd. Uit de berichten die de verdachte met zijn partner en met derden nog vóór die tijd heeft uitgewisseld, komt een beeld naar voren waarin de verdachte en zijn partner al seksuele intenties met pleegkinderen hadden toen zij zich aanmeldden bij pleegzorg. Dit beeld wordt bevestigd door de inhoud van de berichten die de verdachten uitwisselden nadat de pleegzorg was gestart. Door zijn handelwijze heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van de minderjarigen en kwetsbare slachtoffers ernstig geschonden. Hij heeft daarnaast door zijn handelen ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de moeder van de slachtoffers in hem als pleegouder had gesteld. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat dit handelen slechts door toedoen van de politie tot een einde is gekomen en hoogstwaarschijnlijk daardoor (nog) verdergaand seksueel misbruik achterwege is gebleven. De verdachte en zijn partner hebben zelf geen enkele stap ondernomen om de delicten te stoppen.



De verdachte heeft tevens kinderporno verspreid en in bezit gehad. Hij heeft hiermee de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden. Door het bezit van kinderporno wordt de productie daarvan immers gestimuleerd en in stand gehouden. Voor deze productie worden (jonge) kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Ten gevolge hiervan lopen deze kinderen dikwijls psychische schade op die gedurende lange tijd diepe sporen nalaat. Ook kunnen zij nog geruime tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. Dat de verdachte hieraan een bijdrage heeft geleverd, rekent de rechtbank hem aan.



De verdachte heeft zich verder meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van seksuele handelingen met zijn hond [naam hond] . Bovendien heeft hij deze handelingen gefilmd. Daarnaast heeft hij nog meer foto’s en video’s in zijn bezit gehad die kwalificeren als dierenporno. De integriteit van dieren is een rechtens te respecteren belang en seksueel contact tussen mens en dier is in strijd met de goede zeden en is daarom dan ook strafbaar gesteld.




5.3.2.


Persoon en persoonlijke omstandigheden


Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapporten van deskundigen en de reclassering

In het rapport van [naam 3], GZ-psycholoog, van 15 april 2025 staat het volgende. Bij betrokkene is sprake van een andere gespecificeerde parafiele stoornis. Dit was ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten ook zo en heeft het in enige mate beïnvloed. Geadviseerd wordt om betrokkene de tenlastegelegde feiten bij bewezen verklaring in (licht) verminderde mate toe te rekenen. Er is sprake van een laag/matig recidiverisico. Bij bewezen geachte feiten is het van groot belang om meer zicht te krijgen op seksueel deviant gedrag en eventuele pedofilie en zoöfilie. Poliklinische behandeling en diagnostiek worden dan ook door onderzoeker sterk aangeraden. Een behandeling zou plaats kunnen vinden onder toezicht van de reclassering als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel of de combinatie met een 38z- maatregel.



In het rapport van [naam 2] , psychiater, van 6 mei 2025 staat het volgende. Bij betrokkene is sprake van een combinatie van ongewone en atypische seksuele
interesses en een seksuele interesse in dieren (zoöfilie)). In DSM-classificerende zin kan slechts gekomen worden tot een ongespecificeerde parafiele stoornis. De vastgestelde stoornis heeft in beperkte mate het ten laste gelegde beïnvloed. Onderzoeker adviseert het ten laste gelegde, indien bewezen, in hooguit licht verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen. Er kan worden gesteld dat betrokkene behoort tot de personen met een gemiddeld recidiverisico. Aanbevolen wordt dat betrokkene in geval van veroordeling onder toezicht komt van de reclassering en via die route voor nadere delict analyse wordt verwezen naar een forensisch-psychiatrische polikliniek zoals (bijvoorbeeld) de Waag of Fivoor.



Op basis van de rapporten van de bovengenoemde rapporten stelt de rechtbank vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van de strafbare feiten in beperkte mate beïnvloedde. De feiten worden daarom in licht verminderde mate aan de verdachte toegerekend.



In het rapport van Reclassering Nederland van 3 november 2025 staat het volgende. De reclassering sluit zich aan bij het advies van de gedragsdeskundigen om toezicht bij de reclassering met bijzondere voorwaarden te overwegen. Ook denkt de reclassering dat een langer toezicht bij de reclassering (proeftijd van drie jaren) of een GVM kan bijdragen aan recidive verminderd gedrag. Als bijzondere voorwaarden wordt geadviseerd: meldplicht, ambulante behandeling, contactverbod, dagbesteding, vermijden contact met minderjarigen, vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik, houdverbod dieren en geven van openheid in (partner)relaties. Als de geadviseerde voorwaarden worden overgenomen, wordt geadviseerd dat de reclassering opdracht krijgt om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en betrokkene daarbij te begeleiden.



5.3.3.

Oplegging straf




Straf

Gelet op de ernst van de bewezen verklaarde strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.



Alles afwegende wordt een gevangenisstraf van 502 dagen met aftrek van voorarrest opgelegd, waarvan 365 maanden voorwaardelijk. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dit betekent dat de verdachte vooralsnog niet terug wordt gestuurd naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. Verder wordt aan de verdachte een taakstraf van 240 uur opgelegd.



De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering – mede op basis van de rapporten van de gedragsdeskundigen – heeft geadviseerd. De door de reclassering geadviseerde voorwaarden worden dan ook overgenomen. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank ziet gelet op de duur van de proeftijd -en de mogelijke verlenging daarvan indien noodzakelijk geoordeeld- geen meerwaarde in het opleggen van een 38z-maatregel.






6In beslag genomen voorwerpen

6.1.


Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen hond [naam hond] wordt verbeurd verklaard en dat de overige in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.



6.2.


Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich verweerd ten aanzien van het verbeurd verklaren van de in beslaggenomen hond [naam hond] . De ouders zijn eigenaar geworden van de hond en het is sterk onwenselijk dat de hond in een ander gezin geplaats wordt. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.



6.3.

Oordeel van de rechtbank


6.3.1.


Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor de feiten 5 en 6 wordt de in beslag genomen hond [naam hond] verbeurd verklaard. Deze feiten zijn begaan met betrekking tot de inbeslaggenomen hond die op die momenten aan de verdachte toebehoorde. De hond is ook vatbaar voor verbeurdverklaring. Daarmee is er een grondslag voor de verbeurdverklaring.



De inbeslaggenomen gegevensdragers worden onttrokken aan het verkeer. De strafbare feiten 3, 4 en 6 zijn met behulp van deze gegevensdragers gepleegd en ze behoren aan de verdachte toe. De gegevensdragers bevatten strafbaar kinderpornografisch materiaal en dus is het ongecontroleerd bezit ervan in strijd met de wet. Om die reden zijn de gegevensdragers vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. De gegevensdragers met uitsluitend afbeeldingen van de pleegkinderen die niet als kinderpornografisch zijn aangemerkt, zullen toch onttrokken worden aan het verkeer. Gelet op de samenhang met de bewezen verklaarde misdrijven dienen verdachte en zijn partner niet te kunnen beschikken over die afbeeldingen.






7Voorlopige hechtenis
Omdat de op te leggen straffen meebrengen dat de verdachte op dit moment niet terug hoeft naar de gevangenis, zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.



8Vordering van de benadeelde partijen

8.1.


Vorderingen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1]

De moeder van [benadeelde partij 2] heeft als wettelijk vertegenwoordiger van de benadeelde partij voor de feiten 1 en 3 € 11.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte dient, samen met diens partner, hoofdelijk te worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.



De moeder van [benadeelde partij 1] heeft als wettelijk vertegenwoordiger van de benadeelde partij voor de feiten 2 en 3 € 11.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte dient, samen met diens partner, hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.



8.2.


Standpunt van de officier van justitie

De vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.



8.3.


Standpunt van de verdediging

De vorderingen van de benadeelde partijen moeten worden afgewezen. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op het verspreiden van kinderporno (feit 3) geldt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De aard en ernst van de normschending brengt niet met zich mee dat zonder meer aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 BW kan worden aangenomen. Voor zover de vordering betrekking heeft op het ontuchtig handelen (feit 1 en 2) geldt dat vrijspraak is bepleit. Voor zover de verdachte voor deze feiten wordt veroordeeld, moet de vordering worden gematigd.



8.4.


Oordeel van de rechtbank

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als een benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in de eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in de persoon is aangetast. De vorderingen van de benadeelde partijen in deze zaak zijn op deze laatste grondslag gebaseerd.



Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat er in ieder geval een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is, als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat er een aantasting in de persoon heeft plaatsgevonden.



Namens de benadeelde partijen is gesteld dat de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgt uit de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan. De rechtbank is van oordeel dat er weliswaar ernstige normschendingen hebben plaatsgevonden, maar dat namens de benadeelde partijen niet is gesteld en met concrete gegevens onderbouwd tot welke gevolgen die normschendingen voor hen zou hebben gehad. Het is de rechtbank aldus niet gebleken of en zo ja tot welke concrete nadelige gevolgen het bewezenverklaarde heeft geleid. Voor zover is gesteld dat de aard en de ernst van de normschendingen met zich meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor deze benadeelde partijen zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen er een aantasting in de persoon heeft plaatsgevonden, geldt dat ook onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn geboden voor het op een reële wijze naar billijkheid begroten van de immateriële schade. Op dit punt is een nadere standpuntwisseling tussen verdachte en (de wettelijke vertegenwoordiger van) de benadeelde partijen vereist. Daartoe bestaat in de huidige strafzaak geen gelegenheid, zodat de vorderingen niet ontvankelijk zullen worden verklaard. De vorderingen kunnen uiteraard nog wel aangebracht worden bij de burgerlijke rechter.





9Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 240b (oud), 247 (oud), 248, 248 (oud), 249, 249 (oud), 252, 254, 254 (oud), 254c en 254d van het Wetboek van Strafrecht.



10Beslissingen
De rechtbank:



Ontvankelijkheid officier van justitie

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde, voor zover dat betrekking heeft op de periode van 2 maart 2018 tot en met 4 februari 2019;




Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 6, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;




Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;



verklaart de verdachte strafbaar;




Straffen


Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 502 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;




Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat van bovengenoemde straf 365 dagen van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;



verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;



stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;


stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich meldt bij Reclassering Nederland op het adres Eekbrouwersweg 6, 5233 VG 's-Hertogenbosch. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
2. de verdachte laat zich behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zodra het reclasseringstoezicht start. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vind;
3. de verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met de slachtoffers, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
4. de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
5. de verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen dan de onder 3 genoemde minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zoals het contact met kinderen binnen de familie van verdachte en zijn man, zorgt verdachte dat de reclassering, behandelaar of ambulant begeleider of een ander persoon - die door de reclassering gescreend is en waar de reclassering contact mee houdt - hierbij aanwezig is en/of maakt heldere afspraken met de betrokken partijen – waarbij rekening wordt gehouden met de gevaren/risico’s;
6. de verdachte gedurende de proeftijd:
a. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
b. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
c. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
d. inzicht geeft in de wijze waarop [hij/zij] de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.


Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) 12 keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte;

7. de verdachte houdt de zolang het reclasseringstoezicht geldt geen honden. De verdachte werkt mee aan controle hierop bij huisbezoeken door de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn, de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit en de politie;
8. de verdachte geeft de reclassering openheid over het aangaan en onderhouden van (partner)relaties en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten uit zijn (sociale) netwerk te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn (sociale) netwerk;


geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 tot en met 8 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:



meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;


meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;





Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;



beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;




In beslag genomen voorwerpen


- verklaart verbeurd voor de feiten 5 en 6: de hond [naam hond] , met goednummer: 2305120;
- verklaart onttrokken aan het verkeer voor de feiten 3, 4 en 5: de gegevensdragers met goednummers: 833869, 833872, 833875, 833877, 833878, 833879, 833880, 833880, 833883, 833949, 833953 en 833963;



Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;




Vorderingen benadeelde partijen

verklaart de moeder van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vorderingen;



veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.




11Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.A.F. Damen, voorzitter,
en mrs. P.C. Tuinenburg en J.C. Rous, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 juni 2026.



Mr. Tuinenburg is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.






Bijlage 1 – volledige tenlastelegging



1
hij


op een of meer tijdstippen



in of omstreeks de periode van 1 september 2023 tot en met 8 november 2024
te ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland,



tezamen en in vereniging met een ander of anderen,



en/of alleen,



(in de periode van 1 september 2023 tot en met 30 juni 2024,
artikel 247 lid 1 jo. artikel 249 lid 1 jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))



met zijn minderjarig pleegkind, althans een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] -2013,



ontucht heeft gepleegd,



en/of



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024,
artikel 249 lid 1 jo. artikel 254 lid 1 onder a en d Wetboek van Strafrecht (nieuw))



met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] -2013,
zijnde een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of welk kind aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd,



een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het aantikken en/of aanraken en/of betasten van de billen van die [slachtoffer 1]
- het aantikken en/of aanraken en/of betasten van de schaamstreek en/of penis van die [slachtoffer 1]
- het laten aantikken en/of aanraken en/of betasten en/of vasthouden van zijn, verdachtes penis en/of schaamstreek door die [slachtoffer 1] ,


2
hij



op een of meer tijdstippen



in of omstreeks de periode van 1 september 2023 tot en met 8 november 2024
te ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland,



tezamen en in vereniging met een ander of anderen,



en/of alleen,



(in de periode van 1 september 2023 tot en met 30 juni 2024, artikel 247 lid 1 jo.
artikel 249 lid 1 jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))



met zijn minderjarig pleegkind, althans een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] -2016,



ontucht heeft gepleegd,



en/of



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024,
artikel 249 lid 1 jo. artikel 254 lid 1 onder a en d Wetboek van Strafrecht (nieuw))



met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] -2016,
zijnde een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin en/of welk kind aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd,




een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

- het aantikken en/of aanraken en/of betasten van de billen van die [slachtoffer 2]
- het aantikken en/of aanraken en/of betasten van de schaamstreek en/of penis van die [slachtoffer 2]
- het laten aantikken en/of aanraken en/of betasten van zijn, verdachtes schaamstreek en/of penis door die [slachtoffer 2] ,


3
hij



op een of meerdere tijdstippen



in of omstreeks de periode van 12 april 2024 tot en met 8 november 2024 te
’s-Hertogenbosch, althans in Nederland,



tezamen en in vereniging met een ander of anderen,



en/of alleen,



meermalen, althans eenmaal, telkens



(in de periode van 12 april 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b lid 1 en 2
jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))



afbeeldingen, en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , was betrokken of schijnbaar is betrokken,



heeft
vervaardigd en/of
verspreid en/of
in bezit heeft gehad



en/of



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024, artikel 252 jo. artikel 254
lid 1 onder a en onder c Wetboek van Strafrecht (nieuw))



een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , was betrokken of schijnbaar was betrokken,



heeft
vervaardigd en/of
verspreid en/of
in bezit heeft gehad



te weten een of meer afbeeldingen en/of visuele weergaven en/of gegevensdragers (bevattende afbeeldingen en/of weergaven), te weten:

- iPhone 13 Pro Max (IBN: 833869)
- Eufy camera (IBN: 883887 en 83388)


waarop te zien is dat:
die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] poserend of in een pose is/zijn afgebeeld, waarbij


- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] geheel of gedeeltelijk naakt is/zijn en/of
- door het camerastandpunt het geslachtsdeel van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] nadrukkelijk in beeld word(en) gebracht
(zie einddossier, p.43 )


en/of



het geslachtsdeel van die [slachtoffer 2] met vinger en/of hand wordt/worden aangeraakt door verdachte



en/of



het geslachtsdeel van verdachte met vinger en/of hand wordt aangeraakt door [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1]



en/of



die [slachtoffer 2] het eigen geslachtsdeel met vinger en/of hand aanraakt
(zie uitsnedes #1, #1a, #2, #3 in de toonmap, horende bij de processen-verbaal [proces-verbaalnummer 1] (p. 230))
en/of



bij en/of naast het/de gezicht(en) en/of het/de licha(a)m(en) van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een (stijve) penis wordt gehouden door verdachte en/of medeverdachte
(zie uitsnedes #2a, #3, #3a, #5 in de toonmap, horende bij de processen-verbaal [proces-verbaalnummer 1] (p. 230) en einddossier p.83)



en/of



bij en/of naast het/de gezicht(en) en/of het/de licha(a)m(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] seksuele handelingen worden verricht door verdachte met zichzelf en/of met medeverdachte
(zie uitsnede #6 in de toonmap, horende bij de processen-verbaal [proces-verbaalnummer 1] (p. 230))



en/of



dat verdachte zich masturbeert met [slachtoffer 1] op de achtergrond (zie einddossier, p. 167)



terwijl van het begaan van dit en/of deze feit(en) (telkens) een beroep of gewoonte werd gemaakt,



4
hij



op een of meerdere tijdstippen



in of omstreeks de periode van 10 augustus 2016 tot en met 8 november 2024
te ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland,



tezamen en in vereniging met een ander of anderen,



en/of alleen,



meermalen, althans eenmaal, telkens



(in de periode van 10 augustus 2016 tot en met 30 juni 2024,
artikel 240b lid 1 en 2 jo. artikel 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud))
afbeeldingen, en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar is betrokken,



heeft
verspreid en/of
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft



en/of



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024,
artikel 252 jo. artikel 254 lid 1 onder a en onder c Wetboek van Strafrecht (nieuw))



een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,



heeft
verspreid en/of
in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft,



te weten een of meer afbeeldingen en/of visuele weergaven en/of gegevensdragers (bevattende afbeeldingen en/of weergaven), te weten:

- iPhone 13 Pro Max (IBN: 833869)
- Lenovo Thinkpad laptop (IBN: 833885)
- USB Sandisk zwart rood (IBN: 833949)
- USB in keycard KN fresh (IBN: 833953)
- Sony HC 8 GB SD kaart (IBN:833963)


waarop te zien is dat:
die persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of met vinger/hand



en/of



een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of met mond/tong en/of met vinger/hand door die persoon



(zie afbeeldingnrs. #1 #24,#25, #5, #6, #7, #8, #9, #19, #21, #30, #31, #32 in de toonmap horende bij de processen-verbaal [proces-verbaalnummer 2] (p. 253) en de daarbij horende bijlage I (p 261))



en/of



het geslachtsdeel en/of billen van die persoon met penis en/of met vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt



en/of



het geslachtsdeel van een ander persoon met vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon



en/of



die persoon het eigen geslachtsdeel met vinger/hand aanraakt
(zie afbeeldingnrs. #5, #6, #7, #8, #9, #16, #17 #19 in de toonmap horende bij de processen-verbaal [proces-verbaalnummer 2] (p. 253) en de daarbij horende bijlage I (p 261))



en/of



die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel en/of gedeeltelijk naakt is en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past


en/of


- door de uitsnede van de foto’s en/of films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(zie afbeeldingnrs. #10, #12 #18 in de toonmap horende bij de processen-verbaal [proces-verbaalnummer 2] (p. 253) en de daarbij horende bijlage I (p 261))


en/of



bij en/of op het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten



en/of



bij en/of naast het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden, waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is



(zie afbeeldingnrs. #5, #6, #7, #8, #9, #31 in de toonmap horende bij de processen-verbaal [proces-verbaalnummer 2] (p. 253) en de daarbij horende bijlage I (p 261))



terwijl van het begaan van dit en/of deze feit(en) (telkens) een beroep of gewoonte werd gemaakt,



5
hij



op een of meer tijdstippen
in of omstreeks de periode van 22 mei 2021 tot en met 8 november 2024
te ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland,



(in de periode van 22 mei 2021 tot en met 30 juni 2024
artikel 254 Wetboek van, Strafrecht (oud))



een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een dier, een hond genaamd [naam hond] , te weten

- het door verdachte aftrekken van de hond en/of
- het door verdachte aanraken en/of betasten van het geslachtsdeel van de hond en/of
- het door de hond laten aanraken en/of betasten van de penis van verdachte en/of
- het door de hond laten likken van de penis en/of anus en/of balzak van verdachte


en/of



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024
artikel 254d Wetboek van Strafrecht (nieuw))


- een of meer seksuele handelingen heeft verricht met een dier en/of
- een dier een of meer seksuele handelingen heeft laten verrichten met verdachte,
welke seksuele handelingen bestonden uit:
- het door verdachte aftrekken van de hond genaamd [naam hond] en/of
- het door verdachte aanraken en/of betasten van het geslachtsdeel van de hond genaamd [naam hond] en/of
- het door de hond genaamd [naam hond] , laten aanraken en/of betasten van de penis van verdachte en/of
- het door de hond genaamd [naam hond] , laten likken van de penis en/of anus en/of balzak van verdachte,


6
hij



op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 maart 2018 tot en met 8 november 2024 te ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland,



tezamen en in vereniging met een ander of anderen,



en/of alleen,



meermalen, althans eenmaal



telkens



(in de periode van 2 maart 2018 tot en met 30 juni 2024,
artikel 254a jo. artikel 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht (oud))



afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s- en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten

- iPhone 13 Pro Max (IBN: 833869)
- Lenovo Thinkpad laptop (IBN: 833885)


terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn, waarbij een mens en een dier betrokken zijn of schijnbaar zijn betrokken,



heeft
vervaardigd en/of
verspreid en/of
in bezit heeft gehad,



en/of



(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 8 november 2024,
artikel 254c lid 1 jo. artikel 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht (nieuw))



een visuele weergave van een seksuele handeling, waarbij een mens en een dier waren betrokken of schijnbaar waren betrokken,



waarbij voornoemde ontuchtige en/of seksuele handeling(en) – zakelijk weergegeven – bestond(en) uit:


- het door een dier (te weten hond en/of paard) met het geslachtsdeel, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon, en/of
- het door een persoon met de hand en/of arm en/of penis, oraal en/of vaginaal en/of anaal, penetreren van het lichaam van een dier (te weten hond en/of paard), en/of
- het door een persoon likken van het geslachtsdeel van een dier (te weten hond en/of paard) en/of
- het door een dier (te weten hond en/of paard) likken en/of betasten en/of aanraken van de penis van een persoon


heeft
vervaardigd, en/of
verspreid en/of
in bezit heeft gehad
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.