Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:5831

2026-03-23 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12133403 VV EXPL 26-137
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-03-23
Publicatiedatum
2026-05-21
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
12133403 VV EXPL 26-137
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis in kort geding. Veroordeling tot ontruiming woning. Gedaagde maakt zonder recht of titel gebruik van de woning na buitengerechtelijke vernietiging van de huurovereenkomst wegens bedrog gepleegd door gedaagde bij het sluiten van die overeenkomst.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.289 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 12133403 VV EXPL 26-137



datum uitspraak: 23 maart 2026




Vonnis in kort geding van de kantonrechter




in de zaak van





[eiser]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. C.C.M. Welten,



tegen





[gedaagde]
,
niet ingeschreven op een adres in Nederland of daarbuiten, wonende en tevens op grond van de huurovereenkomst woonplaats kiezende op het adres van het gehuurde in [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.



De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaarding van 12 maart 2026, met bijlagen 1 tot en met 8;


de e-mail van 16 maart 2026, met een brief en bijlagen 9 tot en met 12;


pagina 1 van bijlage 8 overgelegd ter zitting.





1.2.
Op 20 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiser] en zijn gemachtigde. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.





2De beoordeling



Toewijzing eis



2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Uit de stellingen van [eiser] volgt dat deze spoed aanwezig is, want volgens hem maakt [gedaagde] op dit moment zonder recht of titel gebruik van zijn woning. De eis wordt toegewezen, omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt.



2.2.
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de eis tot ontruiming wordt toegewezen, omdat geoordeeld zal worden dat [gedaagde] zonder recht of titel gebruik maakt van de woning van [eiser] gelegen aan de [adres] te [woonplaats] . Dat komt doordat [eiser] bij (ook) per e-mail verzonden brief van 20 februari 2026 de tussen partijen op 10 februari 2026 gesloten huurovereenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd. Deze brief heeft [gedaagde] bereikt, want zij heeft in haar antwoordmail diezelfde dag laten weten de woning niet te zullen verlaten. Dat zal zij echter wel moeten doen, want naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft de buitengerechtelijke vernietiging van de huurovereenkomst werking en was deze gerechtvaardigd. Onderbouwd gesteld is namelijk dat [gedaagde] bedrog heeft gepleegd. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] bij de screening van haar als kandidaat-huurder vervalste bankdocumenten (betaalbewijzen) gebruikt en onjuiste informatie verstrekt over inkomsten en een betaling van haar via een bankrekening op haar naam bij de Europabank te België. Navraag bij die bank heeft bevestigd dat de door [gedaagde] verstrekte bankafschriften vervalsingen zijn. Dat betekent dat zij in oktober, november en december 2025 niet de meegedeelde inkomsten op die bankrekening ontvangen heeft, en dat - anders dan [gedaagde] heeft laten weten - via die bankrekening niet de borg en de huur van februari betaald zijn. De betreffende bankrekening is ook al op 30 januari 2026 opgeheven.



2.3.

[gedaagde] moet de woning gelet op het voorgaande binnen drie dagen ontruimen. Normaal wordt hiervoor 14 dagen de tijd gegeven, maar in deze situatie waarin [gedaagde] naar het zich laat aanzien door middel van bedrog de woning onder zich gekregen heeft, wordt meegegaan in de geëiste kortere termijn. Reden daarvoor is ook dat [gedaagde] inbreuk maakt op het eigendomsrecht van [eiser] . Daaraan moet zo spoedig mogelijk een einde komen, want dit is onrechtmatig. Bovendien heeft [eiser] haar ook al op 20 februari 2026 gesommeerd om de woning te verlaten, zodat zij hiermee rekening kon houden. Er zijn geen aanwijzingen dat er kinderen in de woning verblijven.



2.4.
Ook het geëiste bedrag van € 5.020,19 wordt toegewezen. Zoals tijdens de zitting besproken kan dit niet als gebruiksvergoeding als bedoeld in artikel 7:225 BW worden aangemerkt, want de vernietiging heeft terugwerkende kracht gehad zodat (achteraf) nooit een huurovereenkomst heeft bestaan. Het kan wel als schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:162 BW worden toegewezen. Aannemelijk is dat de handelwijze van [gedaagde] in een bodemprocedure zal worden aangemerkt als een onrechtmatige daad tegenover [eiser] , waardoor hij genoemd bedrag aan schade geleden heeft. [gedaagde] heeft geen enkele betaling aan [eiser] verricht. [eiser] heeft door de handelwijze van [gedaagde] de woning ook niet kunnen verhuren aan een andere huurder. Als [gedaagde] hem namelijk niet door middel van bedrog had bewogen de (vernietigde) huurovereenkomst aan te gaan, dan had [eiser] een huurovereenkomst kunnen aangaan met een andere kandidaat-huurder onder dezelfde voorwaarden en voor dezelfde de huurprijs. Onderbouwd gesteld is dat [gedaagde] voor de maand februari € 1.930,19 (vanaf 10 februari 2026) en voor de maand maart 2026 € 3.090,- aan huur had moeten betalen aan [eiser] . Dat betekent dat [eiser] een bedrag van € 5.020,19 aan huurpenningen is misgelopen door de onrechtmatige daad van [gedaagde] .



Proceskosten




2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 265,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.139,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.




Uitvoerbaar bij voorraad




2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege haar bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van [eiser] te stellen en ontruimd te houden;



3.2.
veroordeelt [gedaagde] aan [eiser] te betalen € 5.020,19;



3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.139,02;



3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
465




Artikel 254 lid 1 Rv


Artikel 139 Rv


Artikel 3:44 lid 3 BW


Artikel 237 Rv


Artikel 233 Rv