Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:5759

2026-04-22 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht C/10/712208 / HA ZA 25-1134
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-04-22
Publicatiedatum
2026-05-20
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/10/712208 / HA ZA 25-1134
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Consumentenkoop van een auto. Verwijzing naar kanton.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.058 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven



Zaaknummer: C/10/712208 / HA ZA 25-1134




Vonnis van 22 april 2026




in de zaak van





[eiseres]
,
te ' [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. C.W. Simonis,



tegen




BREELAND B.V.,
te Rotterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Breeland,
advocaat: mr. S. Velthuizen.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- de conclusie van antwoord met producties
- de akte met aanvullende producties van [eiseres]
- de akte met aanvullende producties van Breeland
- de mondelinge behandeling van 13 april 2026.




1.2.
Deze zaak betreft de koop van een elektrische auto door [eiseres] van Breeland. [eiseres] is een consument en Breeland handelde als professionele verkoper. Daarmee is sprake van een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 BW.



1.3.
De vorderingen betreffen een onderwerp dat, ongeacht het beloop of de waarde van de vorderingen, op grond van artikel 93 onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld. De vorderingen moeten daarom naar het oordeel van de rechtbank verder worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Dit is tijdens de mondelinge behandeling op 13 april 2026 besproken met partijen. Daarbij heeft de rechtbank aangegeven dat dezelfde rechter in deze zaak vonnis zal wijzen als kantonrechter. Partijen hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.



1.4.
Omdat [eiseres] haar vordering niet heeft ingediend bij de kantonrechter, zal de rechtbank de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve naar de kantonrechter verwijzen.





2De beslissing


De rechtbank



2.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Rotterdam, op vrijdag 15 mei 2026 om 10 uur, voor vonnis,



2.2.
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen,



2.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,



2.4.
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.


Dit vonnis is gewezen door mr. I. van Drongelen en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.



4043