Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12832

2026-09-08 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12353951 \ CV EXPL 26-21943
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-08
Publicatiedatum
2026-09-28
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12353951 \ CV EXPL 26-21943
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verhuurder heeft huurder bericht dat bepalingen in de algemene voorwaarden met betrekking tot (buitengerechtelijke) incassokosten en boete, worden geschrapt. Bepalingen worden daardoor niet buiten werking gesteld, omdat huurder niet in de gelegenheid is gesteld daarop binnen een bepaalde termijn te reageren, geen soortgelijke mededeling ook aan andere huurders is gedaan en in de algemene voorwaarden geen eenzijdige wijzigingsbevoegdheid is opgenomen. Verhuurder kan geen beroep doen op wettelijke bepalingen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.571 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM











locatie Rotterdam



zaaknummer: 12353951 \ CV EXPL 26-21943









datum uitspraak: 8 september 2026











Vonnis van de kantonrechter




in de zaak van




Stichting Maasdelta Groep (MDG),
te Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,



tegen





[gedaagde]
,
te [plaatsnaam],
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.





1De procedure
Eiseres vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde te [adres], te ontbinden en gedaagde te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling aan eiseres van de door eiseres in de dagvaarding van 05 augustus 2026 genoemde bedragen, waarin begrepen € 3.071,73 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand juli 2026.


Tegen gedaagde is verstek verleend.





2De beoordeling
De vordering komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en wordt daarom toegewezen, een en ander voor zover hierna niet anders blijkt.


Eiseres stelt dat zij gedaagde schriftelijk heeft bericht dat bepalingen in de algemene voorwaarden, die afwijken van wettelijke bepalingen, worden geschrapt. Het gaat om bepalingen met betrekking tot (buitengerechtelijke) incassokosten en boete. Volgens eiseres dient deze mededeling te worden gelezen als een aanbod tot schrapping van bepalingen die niet in lijn zijn met Richtlijn 93/13/EG en dat dit aanbod strekt tot bescherming van de klanten van eiseres. Nu gedaagde niet heeft gereageerd op dit aanbod, is eiseres van mening dat het vasthouden aan de gevolgen uiteengezet in het Dexia-arrest niet langer redelijk is en dat zij daarom een beroep kan doen op de wettelijke bepalingen.



De kantonrechter oordeelt dat het niet mogelijk is om deze bepalingen op deze manier buiten werking te stellen. Uit de mededeling blijkt niet dat die bedoeld is als een aanbod en gedaagde is ook niet in de gelegenheid gesteld om daarop binnen een bepaalde termijn te reageren. De mededeling maakt onderdeel uit van een sommatie die gericht is aan gedaagde. Het is niet gesteld of gebleken dat eiseres een soortgelijke mededeling ook aan haar andere huurders heeft gedaan. Het is evenmin gesteld of gebleken dat in de algemene voorwaarden een eenzijdige wijzigingsbevoegdheid voor eiseres staat.




Gedaagde hoeft geen incassokosten te betalen




Omdat de bepalingen niet buiten werking zijn gesteld, moet de kantonrechter beoordelen of die bepalingen oneerlijk zijn.



De bepaling over de buitengerechtelijke kosten is oneerlijk. De bepaling wijkt namelijk in het nadeel van de consument af van de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW) of wekt die indruk. Een bepaling die de handelaar recht geeft op buitengerechtelijke kosten is op zich toegestaan, maar dan moet wel zijn voldaan aan de volgende voorwaarden. De bepaling mag de handelaar geen recht geven op een hoger bedrag dan is toegestaan op grond van de wet. Wel is toegestaan dat in de bepaling geen bedragen worden genoemd of als voor de hoogte van de vergoeding wordt verwezen naar de wet. De bepaling moet ook niet de indruk wekken dat de handelaar eerder dan op grond van de wet recht krijgt op een vergoeding. Als er iets staat over het moment waarop de kosten verschuldigd worden, dan moet uit de bepaling dus blijken dat de consument die vergoeding pas verschuldigd wordt nadat hij nog een kans heeft gekregen om binnen veertien dagen alsnog te betalen. Aan deze voorwaarden is hier niet voldaan. De bepaling is daarom oneerlijk zodat de vergoeding voor incassokosten wordt afgewezen.



De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.



De hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.



Gedaagde moet een gebruiksvergoeding per maand betalen tot en met de dag waarop zij de woning met al haar spullen heeft verlaten (artikel 7:225 BW). Eiseres heeft niet uitgelegd waarom gedaagde een vergoeding moet betalen voor de rest van de maand.



De kantonrechter geeft gedaagde twee maanden de tijd om de woning te ontruimen. Deze termijn vindt de kantonrechter passend, omdat er (een) minderjarig(e) kind(eren) in de woning woont/wonen. Zo heeft gedaagde meer tijd om ergens anders onderdak te zoeken.



Gedaagde krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van eiseres op € 153,77 aan dagvaardingskosten, € 529,00 aan griffierecht, € 253,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.062,27. Hier kan nog een bedrag bijkomen als het vonnis wordt betekend.





3De beslissing
De kantonrechter:


veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 3.071,76 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand juli 2026, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;



ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt gedaagde om binnen 2 maanden na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege gedaagde daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van eiseres te stellen;



veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen, voor iedere maand, te rekenen met ingang van 1 augustus 2026 tot de dag van ontbinding ten titel van huur, en daarna tot en met de dag waarop de ontruiming en lege oplevering van het gehuurde plaatsvindt ten titel van gebruiksvergoeding, de huurbedragen waarop eiseres bij wederzijdse nakoming van de huurovereenkomst aanspraak gemaakt zou hebben, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, te rekenen vanaf de vervaldag van elke termijn tot de dag van voldoening;



veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die aan de kant van eiseres worden begroot op € 1.062,27;



verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.









Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
792





















Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810