Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:12656
2026-09-04
Civiel recht
11815670 CV EXPL 25-16351 en 12016925 CV EXPL 25-26908
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Huurkoop auto. Hoofdzaak: geen vernietiging overeenkomst op grond van dwaling of oneerlijke handelspraktijken; geen reflexwerking; wel auto inleveren en schadevergoeding. Vrijwaring: geen onrechtmatig handelen.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2010:BM6088 Hoge Raad 17-09-2010
- ECLI:NL:HR:2012:BX7940 Hoge Raad 21-09-2012
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (30.610 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
datum uitspraak: 4 september 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de hoofdzaak met zaaknummer 11815670 CV EXPL 25-16351 van
Hiltermann Lease B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
eiseres in conventie, eiseres in het incident ex artikel 223 Rv, verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. drs. P.J.M. Veuger,
tegen
[gedaagde 1]
, die handelt onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde in conventie, gedaagde in het incident ex artikel 223 Rv, eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. M.C. van Gastel,
en in de vrijwaringszaak met zaaknummer 12016925 CV EXPL 25-26908 van
[eiseres]
,
woonplaats: [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. M.C. van Gastel,
tegen
1LEAZZ PARTNER B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp,
niet verschenen,
2. PRINSESSE HOLDING B.V.,
vestigingsplaats: Haarlem,
niet verschenen,
3. STICHTING PARTICIPATIE- EN ADMINISTRATIEKANTOOR PRINSESSE,
vestigingsplaats: Haarlem,
niet verschenen,
4. [gedaagde 2],
woonplaats: Zwaanshoek,
die procedeert in persoon,
5. [gedaagde 3],
woonplaats: Haarlem,
niet verschenen,
gedaagden.
De partijen worden hierna ‘Hiltermann’, ‘[eiseres]’ en (gedaagden 1 t/m 5 in vrijwaring gezamenlijk) ‘Leazz Partner’ genoemd, tenzij anders vermeld.
1. De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
in de hoofdzaak
het vonnis in het incident van 28 november 2025, met de daarin genoemde stukken;
het verslag van de zitting van 16 december 2025;
de conclusie van antwoord in reconventie;
in de vrijwaringszaak
de dagvaardingen van 8 december 2025, met bijlagen;
de conclusie van antwoord van [naam 1] (gedaagde 4).
1.2.
Op 24 april 2026 zijn de zaken tijdens een zitting besproken met:
van Hiltermann [naam 2] (senior debiteurenbeheer) met mr. Veuger;
[eiseres] met mr. Van Gastel.
Van de kant van Leazz Partner was [naam 3] aanwezig bij de zitting. Zij mocht echter niet het woord voeren namens Leazz Partner, omdat zij aan de kantonrechter geen machtiging met alle vereiste bijlagen kon overleggen, waaruit de bevoegdheid om Leazz Partner tijdens de zitting te vertegenwoordigen kon worden afgeleid.
2Waar gaan de zaken over?
de hoofdzaak
2.1.
[eiseres] heeft een auto gekocht. Het is een Mercedes-Benz C 200 D met kenteken [kenteken]. De koop is omgezet in een huurkoop (lease). De partijen bij de huurkoop zijn volgens de huurkoopovereenkomst [eiseres] als Eindgebruiker, Hiltermann als leasemaatschappij en Leazz Partner B.V. als Leverancier. [eiseres] is gestopt met het betalen van de maandelijkse leasetermijnen aan Hiltermann. Hiltermann heeft daarom de huurkoop uiteindelijk ontbonden en [eiseres] gevraagd het totale resterende leasebedrag te betalen en de auto in te leveren conform de voorwaarden. [eiseres] heeft dat niet gedaan. Hiltermann eist in deze zaak dat [eiseres] wordt veroordeeld dat alsnog te doen. [eiseres] is het daar niet mee eens. Volgens haar is er iets mis met de auto en wordt dat niet opgelost. Daarom heeft zij de leasetermijnen tijdelijk niet betaald en heeft zij uiteindelijk zelf de huurkoop ontbonden. Later heeft zij de huurkoop vernietigd vanwege dwaling. [eiseres] stelt zelf tegeneisen (eisen in reconventie) in. Zij wil dat de kantonrechter bevestigt dat zij de huurkoop heeft vernietigd of ontbonden en dat Hiltermann wordt veroordeeld de al betaalde leasetermijnen aan haar terug te betalen.
de vrijwaringszaak
2.2.
[eiseres] vindt dat zij niets hoeft te betalen aan Hiltermann. Als zij wel daartoe wordt veroordeeld, wil zij dat Leazz Partner wordt veroordeeld dat bedrag aan haar te vergoeden. Zij vindt namelijk dat Leazz Partner onrechtmatig heeft gehandeld tegenover haar door geen verantwoordelijkheid te nemen voor de situatie met de auto die Leazz Partner zelf heeft veroorzaakt. [naam 1] (gedaagde 4) is het daar niet mee eens en wil dat de eisen van [eiseres] worden afgewezen.
3De beoordeling
in de hoofdzaak
in het incident ex artikel 223 Rv
Geen voorlopige voorzieningen (artikel 223 Rv)
3.1.
Hiltermann heeft voorlopige voorzieningen gevorderd voor de duur van deze procedure (artikel 223 Rv). Die vorderingen worden afgewezen, omdat de kantonrechter in dit vonnis een einduitspraak doet en de procedure daarmee eindigt.
in conventie en reconventie
De huurkoopovereenkomst is niet vernietigbaar op grond van dwaling
3.2.
De huurkoopovereenkomst is niet vernietigbaar en is dus ook niet vernietigd met de brief van 14 mei 2025 van [eiseres] aan Leazz Partner B.V. met een kopie aan Hiltermann. Het beroep van [eiseres] op dwaling slaagt namelijk niet. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3.2.1.
Een overeenkomst is vernietigbaar als die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, als a) de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, b) de wederpartij een mededelingsplicht heeft geschonden of c) er sprake is van wederzijdse dwaling (artikel 6:228 BW).
3.2.2.
[eiseres] stelt dat in de huurkoopovereenkomst inlichtingen zijn gegeven door Leazz Partner B.V. over onder andere de staat van de auto, die niet overeenstemmen met de werkelijkheid omdat de auto op het moment van het ondertekenen van de huurkoopovereenkomst nog niet aan [eiseres] was geleverd. Zij noemt echter niet welke inlichtingen zij bedoelt. In de overeenkomst staat wel het volgende in artikel 2.6:
“De Eindgebruiker verklaart dat per datum van de ondertekening van onderhavige Overeenkomst het object aan hem door de Leverancier compleet en vrij van gebreken en/of beschadigingen is afgeleverd en volledig beantwoordt aan de keuze van de Eindgebruiker.”
De kantonrechter leest hierin echter geen inlichtingen van Leazz Partner B.V. over de staat van de auto voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.
3.2.3.
[eiseres] stelt niets over de afwezigheid van een juiste voorstelling van zaken. In de processtukken noemt zij wel een probleem met een ventilator waardoor de motor warm wordt, maar zij stelt niet dat dat probleem er al was toen de huurkoopovereenkomst werd gesloten op 24 januari 2024 en/of toen de auto werd afgeleverd op 13 februari 2024. Uit het overgelegde screenshot van een appbericht van 15 februari 2024 van of namens [eiseres] aan een contactpersoon bij autobedrijf Hollandia over een ventilator van de auto die stuk is waardoor de motor warm wordt, kan ook niet worden afgeleid dat tijdens het sluiten van de huurkoopovereenkomst een juiste voorstelling van zaken ontbrak. [eiseres] stelt evenmin dat zij de huurkoopovereenkomst niet of niet met dezelfde inhoud had gesloten als zij had geweten van een probleem met de ventilator van de auto, waardoor de motor warm wordt.
3.2.4.
Verder is het zo dat uit het door [eiseres] overgelegde appbericht van 15 februari 2024 kan worden afgeleid dat zij vanaf toen op de hoogte was van een probleem met de ventilator van de auto. Zij heeft echter gewacht tot 15 mei 2025 – een jaar en een paar maanden later – om de vernietiging van de huurkoopovereenkomst op grond van dwaling in te roepen. Ondertussen is er ongeveer 35.000 km gereden met de auto.
3.2.5.
Het geschilpunt tussen de partijen over de vraag of het acceptatieformulier bij de huurkoopovereenkomst wel of niet (digitaal) is ondertekend door [eiseres] kan verder in het midden blijven. Dat maakt het oordeel over het beroep op dwaling niet anders.
Ook geen vernietiging van de huurkoopovereenkomst en/of de algemene voorwaarden op grond van onredelijk bezwarende bedingen en/of een oneerlijke handelspraktijk
3.3.
De kantonrechter vernietigt geen bedingen uit de huurkoopovereenkomst of de algemene voorwaarden. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3.3.1.
[eiseres] doet een beroep op reflexwerking van de zogenoemde zwarte en grijze lijst van onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden (artikelen 6:236-237 BW) via de open norm van artikel 6:233 onder a BW. Het uitgangspunt is dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is als het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij (artikel 6:233 onder a BW). De zwarte lijst bevat bedingen die als onredelijk bezwarend worden aangemerkt (artikel 6:236 BW). De grijze lijst bevat bedingen die worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn (artikel 6:237 BW). Deze lijsten gelden alleen voor overeenkomsten tussen een professionele partij en een consument.
3.3.2.
[eiseres] roept via reflexwerking de beschermende werking van die lijsten in. Zij heeft de huurkoopovereenkomst namelijk niet als consument gesloten, maar via haar eenmanszaak. Toch vindt zij dat haar positie vergelijkbaar is met de positie van een consument. Het doel van [eiseres] met het beroep op reflexwerking is het vernietigen van een hele reeks aan bedingen uit de huurkoopovereenkomst en de algemene voorwaarden, zodat Hiltermann zich daar niet meer op kan beroepen. [eiseres] stelt echter niet concreet waarom elk van die bedingen als onredelijk bezwarend moet worden gekwalificeerd. Zij somt de nummers van de bedingen op en stelt slechts in het algemeen dat die bepalingen onredelijk bezwarend zijn vanwege haar positie. Dat is onvoldoende.
3.3.3.
Nog los van het antwoord op de vraag of aan [eiseres] reflexwerking toekomt, slaagt een beroep op het onredelijk bezwarend zijn van de hele reeks aan bedingen niet, alleen al vanwege het ontbreken van een concrete toelichting en onderbouwing waarom.
3.4.
De huurkoopovereenkomst wordt niet in z’n geheel vernietigd op grond van een oneerlijke handelspraktijk.
3.4.1.
[eiseres] stelt dat het handelen van Hollandia en Leazz Partner B.V. onrechtmatig is (artikel 6:162 BW) en dat dit handelen ook kwalificeert als een oneerlijke handelspraktijk (artikel 6:193a BW). Van een handelspraktijk in de zin van de wet is alleen sprake als het gaat om – kort gezegd – een overeenkomst met een consument. [eiseres] heeft de huurkoopovereenkomst gesloten via haar eenmanszaak en is dus geen consument. Voor zover zij ook hier een beroep bedoelt te doen op reflexwerking, deze keer via de open norm van artikel 6:162 BW, geldt dat [eiseres] dan wel concreet moet maken en onderbouwen waarom er volgens haar sprake is van onrechtmatig handelen. Voor zover zij met het door haar genoemde onrechtmatig handelen doelt op de door haar gestelde omstandigheid dat niet is aangeboden de auto te onderzoeken nadat zij meldde dat er iets mis was met de ventilator, geldt dat dit alleen niet zonder meer onrechtmatig is. Ook de stelling dat die partijen verklaringen hebben gedaan in de huurkoopovereenkomst die niet stroken met de werkelijkheid kan [eiseres] niet baten. Zij legt niet eens uit welke verklaringen zij bedoelt.
De huurkoopovereenkomst is ontbonden door Hiltermann
3.5.
Hiltermann heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is.
3.5.1.
Op basis van de huurkoopovereenkomst is [eiseres] verplicht om maandelijks leasetermijnen te betalen aan Hiltermann. Als zij dat niet doet, heeft Hiltermann op basis van artikel 43 van de algemene voorwaarden behorende bij de huurkoopovereenkomst het recht de overeenkomst te ontbinden. [eiseres] is inderdaad gestopt met betalen van de leasetermijnen vanaf juni 2024. Hiltermann heeft [eiseres] meerdere keren aangeschreven om te betalen, maar dat heeft niet tot betaling geleid. Namens Hiltermann is in een brief van 21 oktober 2024 aan [eiseres] verklaard dat de huurkoopovereenkomst wordt ontbonden.
3.6.
Het verweer van [eiseres] dat zij de betalingsverplichting van de leasetermijnen heeft opgeschort en dat daarop ontbinding van de huurkoopovereenkomst door Hiltermann afstuit, slaagt niet.
3.6.1.
Ten eerste is opschorting van de betalingsverplichting van de Eindgebruiker (hier: [eiseres]) uitgesloten in de algemene voorwaarden. Dat beding is niet vernietigd (zie hiervoor). De ontbinding van de overeenkomst door Hiltermann kan hierop niet afstuiten.
3.6.2.
Ook als dit beding wel buiten beschouwing zou moeten blijven, slaagt het beroep op opschorting niet en wel om het volgende. Vooropgesteld wordt dat opschorting een pressiemiddel is, bedoeld om de wederpartij te bewegen aan zijn eigen verplichtingen te voldoen. Aan het opschortingsrecht is geen mededelingsvereiste verbonden. De partij die opschort mag dat in principe ook pas voor het eerst in een gerechtelijke procedure aanvoeren, maar voor de wederpartij moet wel kenbaar zijn dat een opschortingsrecht wordt uitgeoefend. Onder omstandigheden kan daarom uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien dat een schuldenaar pas zijn opschortingsrecht mag gebruiken als hij de wederpartij heeft meegedeeld dat en op welke grond de opschorting plaatsvindt. Daarbij is in het bijzonder van belang wat de wederpartij op het moment van opschorting wist of uit de toen bestaande omstandigheden had behoren te begrijpen en wat degene die opschort toen met betrekking tot die wetenschap of dit begrijpen mocht aannemen.
3.6.3.
In dit geval is er een appbericht van 15 februari 2024 van of namens [eiseres] aan Hollandia over een ventilator van de auto die stuk is waardoor de motor warm wordt. Dat is echter niet de Leverancier; in de huurkoopovereenkomst wordt Leazz Partner B.V. als de Leverancier genoemd. [eiseres] is in juni 2024 gestopt met betalen van de leasetermijnen. Vervolgens heeft Hiltermann [eiseres] meerdere keren aangeschreven om de achterstallige leasetermijnen alsnog te betalen. Dat heeft [eiseres] niet gedaan. Dan volgt de brief van 24 oktober 2024 waarin wordt verklaard dat namens Hiltermann de huurkoopovereenkomst wordt ontbonden en waarin aanspraak wordt gemaakt op betaling van het resterende leasebedrag en teruggave van de auto. In de periode november-december 2024 wordt er wel over en weer gecorrespondeerd namens Hiltermann en namens [eiseres], maar dat gaat over schuldenproblematiek. Er wordt met geen woord gerept over een vermeend gebrek aan de auto of over het opschorten van leasetermijnen. Hiltermann betwist ook dat een gebrek bij haar is gemeld. Hoewel [eiseres] in de stukken stelt dat de opschorting telefonisch is gemeld aan (de gemachtigde van) Hiltermann, stelt zij niet wannéér dit is gemeld. Niet eerder dan in maart 2025, nadat Hiltermann invorderingsmaatregelen heeft aangekondigd, heeft de gemachtigde van [eiseres] per mail van 19 maart 2025 aan Hiltermann gevraagd om die maatregelen op te schorten vanwege een geschil tussen Leazz Partner B.V. en [eiseres] over gebreken aan de auto. Vervolgens is per brief van 20 maart 2025 namens [eiseres] aan Leazz Partner B.V. verklaard dat de huurkoopovereenkomst wordt ontbonden. Overigens is door [eiseres] een prijsopgave van september 2025 van een garagebedrijf overgelegd van in totaal € 4.757,99, waarin meerdere werkzaamheden en onderdelen zoals remblokken en -schijven worden genoemd en zonder nadere toelichting van [eiseres] door de kantonrechter niet meer dan circa € 1.500,00 is te herleiden tot de ventilator van de auto.
3.6.4.
De kantonrechter oordeelt dat in de gegeven omstandigheden [eiseres] aan Hiltermann had moeten melden dat zij gebruik maakte van een opschortingsrecht en waarom. Dat heeft zij niet gedaan. Daarom komt haar geen geslaagd beroep op een opschortingsrecht toe. De ontbinding van de overeenkomst door Hiltermann kan hierop niet afstuiten.
3.7.
Omdat Hiltermann de huurkoopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden in oktober 2024, kan [eiseres] dat niet nog eens doen in mei 2025. Haar vorderingen stuiten daarop af.
[eiseres] moet de auto inleveren
3.8.
[eiseres] moet de auto teruggeven aan Hiltermann, omdat de overeenkomst is ontbonden. De kantonrechter veroordeelt [eiseres] dan ook tot het inleveren van de auto.
3.9.
Als [eiseres] de auto niet op tijd inlevert, moet zij een dwangsom betalen aan Hiltermann. De kantonrechter stelt de dwangsom per dag en het maximum vast op een bedrag dat de kantonrechter redelijk vindt.
3.10.
Hiltermann eist verder dat [eiseres] € 1.040,60 aan kosten moet betalen als zij de auto niet op tijd inlevert en Hiltermann de auto moet innemen. Ook eist Hiltermann dat [eiseres] € 217,80 aan kosten aan haar moet betalen voor het geval Hiltermann aangifte bij de politie moet doen als [eiseres] de auto niet op tijd inlevert. Hiltermann heeft toegelicht waar deze kosten op zien. Bovendien zijn deze kosten alleen verschuldigd als Hiltermann daadwerkelijk overgaat tot inname of aangifte en die kosten moet maken.
[eiseres] moet de achterstallige leasetermijnen en een schadevergoeding
3.11.
Hiltermann eist betaling van € 35.866,60 aan hoofdsom, bestaande uit € 3.260,60 (€ 652,12 x 5 maanden) achterstallige leasetermijnen t/m oktober 2024 en € 32.606,00 aan schadevergoeding omdat de huurkoopovereenkomst voortijdig is beëindigd. [eiseres] heeft niet betwist dat zij die bedragen is verschuldigd. De hoofdsom is dus toewijsbaar.
[eiseres] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.12.
De vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). Het gaat om € 3.586,66 (10% van de hoofdsom conform de algemene voorwaarden).
[eiseres] moet rente betalen
3.13.
De contractuele rente van 1,5% per maand wordt toegewezen, omdat Hiltermann genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat de rente moet worden betaald en [eiseres] dat niet heeft betwist. [eiseres] stelt wel dat de contractuele rente erg hoog is, maar dat maakt niet dat zij de contractueel afgesproken rente niet hoeft te betalen. Berekend tot en met 3 juli 2025 bedraagt de rente € 2.151,16.
Het totale bedrag is € 41.150,93 met rente
3.14.
Omdat Hiltermann al in de dagvaarding € 651,49 in mindering heeft gebracht op de vordering, is het totale bedrag aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten dat [eiseres] moet betalen, € 41.150,93 met de contractuele rente over € 35.866,60.
Conclusies
3.15.
Hiltermann krijgt grotendeels gelijk. De vorderingen van Hiltermann worden toegewezen zoals vermeld onder de beslissing.
3.16.
[eiseres] krijgt ongelijk en haar tegeneisen worden afgewezen.
Het beroep op vernietiging van de huurkoopovereenkomst slaagt niet. Daarom worden afgewezen de door [eiseres] primair gevorderde verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst op 14 mei 2025 rechtmatig buitengerechtelijk is vernietigd, de subsidiair gevorderde vernietiging van de huurkoopovereenkomst bij dit vonnis en de gevorderde veroordeling van Hiltermann tot terugbetaling van € 3.725,02 aan reeds door [eiseres] betaalde leasetermijnen. Het beroep op ontbinding van de huurkoopovereenkomst door [eiseres] slaagt ook niet. Daarom worden afgewezen de door [eiseres] meer subsidiair gevorderde verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst op 14 mei 2025 door haar rechtmatig buitengerechtelijk is ontbonden en de meest subsidiair gevorderde ontbinding van de huurkoopovereenkomst bij dit vonnis.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
3.17.
De proceskosten in conventie komen voor rekening van [eiseres], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan Hiltermann moet betalen op € 123,73 aan dagvaardingskosten, € 1.461,00 aan griffierecht, € 1.732,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 866,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 3.460,73. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
3.18.
De proceskosten in reconventie komen ook voor rekening van [eiseres], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan Hiltermann moet betalen op € 144,00 aan salaris voor de gemachtigde (0,5 punt x € 288,00) Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
3.19.
Dit vonnis wordt wat de conventie betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hiltermann dat eist en [eiseres] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
in de vrijwaringszaak
Verstek tegen gedaagden 1 t/m 3 en 5
3.20.
[naam 1] (gedaagde 4, hierna: [naam 1]) heeft een conclusie van antwoord ingediend waarin staat dat die ook wordt ingediend namens de andere gedaagden. Een volmacht of uittreksel uit het handelsregister ontbreekt echter. De kantonrechter heeft tijdens de zitting instructie gegeven dat [naam 1] binnen een week na de zitting alsnog stukken mag aanleveren, waaruit kan worden afgeleid dat hij een conclusie van antwoord namens de andere gedaagden mocht indienen. De gevraagde stukken zijn niet ontvangen. Vanwege het ontbreken van die stukken kan de kantonrechter niet vaststellen dat [naam 1] bevoegd is de andere gedaagden te vertegenwoordigen. Ook tijdens de zitting is niemand verschenen die bevoegd was de gedaagden te vertegenwoordigen. Daarom zijn gedaagden 1 t/m 3 en 5 formeel niet verschenen in de procedure. Omdat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, wordt tegen hen verstek verleend (artikel 139 Rv).
3.21.
Hoewel verstek is verleend tegen gedaagden 1 t/m 3 en 5, is gedaagde 4 wel verschenen in de procedure. Daarom wordt tussen alle partijen één vonnis gewezen dat wordt beschouwd als een vonnis op tegenspraak (artikel 140 lid 1 en 3 Rv).
De vordering wordt afgewezen
3.22.
De vordering van [eiseres] worden afgewezen, omdat haar stellingen niet tot toewijzing van de vordering kunnen leiden. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3.22.1.
[eiseres] stelt dat Leazz Partner onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar doordat Leazz Partner geen verantwoordelijkheid neemt voor de door Leazz Partner B.V. veroorzaakte situatie met de auto. Zij reageert beperkt of niet op aanschrijvingen van [eiseres] en zij probeert haar verantwoordelijkheid af te schuiven op Hollandia stellende dat niet Leazz Partner B.V., maar Hollandia de verkoper is. Volgens [eiseres] lijdt zij door dat onrechtmatig handelen schade in de vorm van de aanspraak van Hiltermann. Verder stelt [eiseres] dat op grond van artikel 2:11 BW of artikel 6:162 BW aansprakelijkheid die op een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon rust, ook hoofdelijk op de bestuurder van die rechtspersoon rust. Daarmee rust de hoofdelijke aansprakelijkheid die op gedaagde 2 rust ook (hoofdelijk) op gedaagden 3, 4 en 5, aldus [eiseres].
3.22.2.
Vooropgesteld wordt dat degene die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, die hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden (artikel 6:162 lid 1 BW). Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betaamt (artikel 6:162 lid 2 BW).
3.22.3.
Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom de gevolgen van het ten onrechte niet betalen van de leasetermijnen door [eiseres] en de daarop volgende terechte ontbinding door Hiltermann in de spreekwoordelijke schoenen van Leazz Partner kan worden geschoven onder de noemer onrechtmatig handelen. Daarop stuiten de vorderingen dan ook af.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
3.23.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan gedaagden 1 t/m 3 en 5 moet betalen op nihil, omdat zij niet in de procedure zijn verschenen. De proceskosten die [eiseres] aan gedaagde 4 moet betalen, worden eveneens begroot op nihil, omdat [naam 1] (gedaagde 4) alleen voor zichzelf in de procedure is verschenen en wel een processtuk heeft ingediend, maar niet in persoon naar de rolzitting is gekomen. Daarom is er geen aanleiding voor het toekennen van een bedrag aan reis-, verblijf- en verletkosten.
4De beslissing
De kantonrechter:
in de hoofdzaak
in het incident ex 223 Rv
4.1.
wijst de vorderingen van Hiltermann af;
in conventie
4.2.
verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomst met betrekking tot de Mercedes-Benz C 200 D met kenteken [kenteken] is ontbonden;
4.3.
veroordeelt [eiseres] tot afgifte van de Mercedes-Benz C 200 D met kenteken [kenteken] aan Hiltermann dan wel een door haar aan te wijzen derde, binnen 72 uur na betekening van dit vonnis, en bepaalt dat als [eiseres] dit niet doet zij aan Hiltermann een dwangsom moet betalen van € 500,00 per dag met een maximum van € 15.000,00;
4.4.
veroordeelt [eiseres] om aan Hiltermann te betalen € 41.150,93 met de contractuele rente van 1,5% per maand over € 35.866,60 vanaf 4 juli 2025 tot de dag dat volledig is betaald en bepaalt dat als [eiseres] de auto inlevert en Hiltermann de auto verkoopt, de opbrengst afgaat van het bedrag dat [eiseres] moet betalen;
4.5.
veroordeelt [eiseres] om aan Hiltermann te betalen € 1.040,60 aan kosten als [eiseres] de auto niet op tijd afgeeft en Hiltermann deze moet innemen;
4.6.
veroordeelt [eiseres] om aan Hiltermann te betalen € 217,80 aan kosten als [eiseres] de auto niet op tijd afgeeft en Hiltermann aangifte moet doen bij de politie;
4.7.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten in conventie, die aan de kant van Hiltermann worden begroot op € 3.460,73;
4.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.9.
wijst alle andere vorderingen van Hiltermann af;
in reconventie
4.10.
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
4.11.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten in reconventie, die aan de kant van Hiltermann worden begroot op € 144,00;
in de vrijwaringszaak
4.12.
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
4.13.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van Leazz Partner worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
34286
[eiseres] was in de veronderstelling dat Hollandia Automotive (Just Drive I B.V.) de leverancier van de auto was. Daarom stuurde zij een appbericht naar haar contactpersoon daar.
Zie o.a. Hoge Raad 17 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6088.
Zie o.a. Hoge Raad 21 september 2021, ECLI:NL:HR:2012:BX7940.
locatie Rotterdam
datum uitspraak: 4 september 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de hoofdzaak met zaaknummer 11815670 CV EXPL 25-16351 van
Hiltermann Lease B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
eiseres in conventie, eiseres in het incident ex artikel 223 Rv, verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. drs. P.J.M. Veuger,
tegen
[gedaagde 1]
, die handelt onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde in conventie, gedaagde in het incident ex artikel 223 Rv, eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. M.C. van Gastel,
en in de vrijwaringszaak met zaaknummer 12016925 CV EXPL 25-26908 van
[eiseres]
,
woonplaats: [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. M.C. van Gastel,
tegen
1LEAZZ PARTNER B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp,
niet verschenen,
2. PRINSESSE HOLDING B.V.,
vestigingsplaats: Haarlem,
niet verschenen,
3. STICHTING PARTICIPATIE- EN ADMINISTRATIEKANTOOR PRINSESSE,
vestigingsplaats: Haarlem,
niet verschenen,
4. [gedaagde 2],
woonplaats: Zwaanshoek,
die procedeert in persoon,
5. [gedaagde 3],
woonplaats: Haarlem,
niet verschenen,
gedaagden.
De partijen worden hierna ‘Hiltermann’, ‘[eiseres]’ en (gedaagden 1 t/m 5 in vrijwaring gezamenlijk) ‘Leazz Partner’ genoemd, tenzij anders vermeld.
1. De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
in de hoofdzaak
het vonnis in het incident van 28 november 2025, met de daarin genoemde stukken;
het verslag van de zitting van 16 december 2025;
de conclusie van antwoord in reconventie;
in de vrijwaringszaak
de dagvaardingen van 8 december 2025, met bijlagen;
de conclusie van antwoord van [naam 1] (gedaagde 4).
1.2.
Op 24 april 2026 zijn de zaken tijdens een zitting besproken met:
van Hiltermann [naam 2] (senior debiteurenbeheer) met mr. Veuger;
[eiseres] met mr. Van Gastel.
Van de kant van Leazz Partner was [naam 3] aanwezig bij de zitting. Zij mocht echter niet het woord voeren namens Leazz Partner, omdat zij aan de kantonrechter geen machtiging met alle vereiste bijlagen kon overleggen, waaruit de bevoegdheid om Leazz Partner tijdens de zitting te vertegenwoordigen kon worden afgeleid.
2Waar gaan de zaken over?
de hoofdzaak
2.1.
[eiseres] heeft een auto gekocht. Het is een Mercedes-Benz C 200 D met kenteken [kenteken]. De koop is omgezet in een huurkoop (lease). De partijen bij de huurkoop zijn volgens de huurkoopovereenkomst [eiseres] als Eindgebruiker, Hiltermann als leasemaatschappij en Leazz Partner B.V. als Leverancier. [eiseres] is gestopt met het betalen van de maandelijkse leasetermijnen aan Hiltermann. Hiltermann heeft daarom de huurkoop uiteindelijk ontbonden en [eiseres] gevraagd het totale resterende leasebedrag te betalen en de auto in te leveren conform de voorwaarden. [eiseres] heeft dat niet gedaan. Hiltermann eist in deze zaak dat [eiseres] wordt veroordeeld dat alsnog te doen. [eiseres] is het daar niet mee eens. Volgens haar is er iets mis met de auto en wordt dat niet opgelost. Daarom heeft zij de leasetermijnen tijdelijk niet betaald en heeft zij uiteindelijk zelf de huurkoop ontbonden. Later heeft zij de huurkoop vernietigd vanwege dwaling. [eiseres] stelt zelf tegeneisen (eisen in reconventie) in. Zij wil dat de kantonrechter bevestigt dat zij de huurkoop heeft vernietigd of ontbonden en dat Hiltermann wordt veroordeeld de al betaalde leasetermijnen aan haar terug te betalen.
de vrijwaringszaak
2.2.
[eiseres] vindt dat zij niets hoeft te betalen aan Hiltermann. Als zij wel daartoe wordt veroordeeld, wil zij dat Leazz Partner wordt veroordeeld dat bedrag aan haar te vergoeden. Zij vindt namelijk dat Leazz Partner onrechtmatig heeft gehandeld tegenover haar door geen verantwoordelijkheid te nemen voor de situatie met de auto die Leazz Partner zelf heeft veroorzaakt. [naam 1] (gedaagde 4) is het daar niet mee eens en wil dat de eisen van [eiseres] worden afgewezen.
3De beoordeling
in de hoofdzaak
in het incident ex artikel 223 Rv
Geen voorlopige voorzieningen (artikel 223 Rv)
3.1.
Hiltermann heeft voorlopige voorzieningen gevorderd voor de duur van deze procedure (artikel 223 Rv). Die vorderingen worden afgewezen, omdat de kantonrechter in dit vonnis een einduitspraak doet en de procedure daarmee eindigt.
in conventie en reconventie
De huurkoopovereenkomst is niet vernietigbaar op grond van dwaling
3.2.
De huurkoopovereenkomst is niet vernietigbaar en is dus ook niet vernietigd met de brief van 14 mei 2025 van [eiseres] aan Leazz Partner B.V. met een kopie aan Hiltermann. Het beroep van [eiseres] op dwaling slaagt namelijk niet. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3.2.1.
Een overeenkomst is vernietigbaar als die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, als a) de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, b) de wederpartij een mededelingsplicht heeft geschonden of c) er sprake is van wederzijdse dwaling (artikel 6:228 BW).
3.2.2.
[eiseres] stelt dat in de huurkoopovereenkomst inlichtingen zijn gegeven door Leazz Partner B.V. over onder andere de staat van de auto, die niet overeenstemmen met de werkelijkheid omdat de auto op het moment van het ondertekenen van de huurkoopovereenkomst nog niet aan [eiseres] was geleverd. Zij noemt echter niet welke inlichtingen zij bedoelt. In de overeenkomst staat wel het volgende in artikel 2.6:
“De Eindgebruiker verklaart dat per datum van de ondertekening van onderhavige Overeenkomst het object aan hem door de Leverancier compleet en vrij van gebreken en/of beschadigingen is afgeleverd en volledig beantwoordt aan de keuze van de Eindgebruiker.”
De kantonrechter leest hierin echter geen inlichtingen van Leazz Partner B.V. over de staat van de auto voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.
3.2.3.
[eiseres] stelt niets over de afwezigheid van een juiste voorstelling van zaken. In de processtukken noemt zij wel een probleem met een ventilator waardoor de motor warm wordt, maar zij stelt niet dat dat probleem er al was toen de huurkoopovereenkomst werd gesloten op 24 januari 2024 en/of toen de auto werd afgeleverd op 13 februari 2024. Uit het overgelegde screenshot van een appbericht van 15 februari 2024 van of namens [eiseres] aan een contactpersoon bij autobedrijf Hollandia over een ventilator van de auto die stuk is waardoor de motor warm wordt, kan ook niet worden afgeleid dat tijdens het sluiten van de huurkoopovereenkomst een juiste voorstelling van zaken ontbrak. [eiseres] stelt evenmin dat zij de huurkoopovereenkomst niet of niet met dezelfde inhoud had gesloten als zij had geweten van een probleem met de ventilator van de auto, waardoor de motor warm wordt.
3.2.4.
Verder is het zo dat uit het door [eiseres] overgelegde appbericht van 15 februari 2024 kan worden afgeleid dat zij vanaf toen op de hoogte was van een probleem met de ventilator van de auto. Zij heeft echter gewacht tot 15 mei 2025 – een jaar en een paar maanden later – om de vernietiging van de huurkoopovereenkomst op grond van dwaling in te roepen. Ondertussen is er ongeveer 35.000 km gereden met de auto.
3.2.5.
Het geschilpunt tussen de partijen over de vraag of het acceptatieformulier bij de huurkoopovereenkomst wel of niet (digitaal) is ondertekend door [eiseres] kan verder in het midden blijven. Dat maakt het oordeel over het beroep op dwaling niet anders.
Ook geen vernietiging van de huurkoopovereenkomst en/of de algemene voorwaarden op grond van onredelijk bezwarende bedingen en/of een oneerlijke handelspraktijk
3.3.
De kantonrechter vernietigt geen bedingen uit de huurkoopovereenkomst of de algemene voorwaarden. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3.3.1.
[eiseres] doet een beroep op reflexwerking van de zogenoemde zwarte en grijze lijst van onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden (artikelen 6:236-237 BW) via de open norm van artikel 6:233 onder a BW. Het uitgangspunt is dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is als het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij (artikel 6:233 onder a BW). De zwarte lijst bevat bedingen die als onredelijk bezwarend worden aangemerkt (artikel 6:236 BW). De grijze lijst bevat bedingen die worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn (artikel 6:237 BW). Deze lijsten gelden alleen voor overeenkomsten tussen een professionele partij en een consument.
3.3.2.
[eiseres] roept via reflexwerking de beschermende werking van die lijsten in. Zij heeft de huurkoopovereenkomst namelijk niet als consument gesloten, maar via haar eenmanszaak. Toch vindt zij dat haar positie vergelijkbaar is met de positie van een consument. Het doel van [eiseres] met het beroep op reflexwerking is het vernietigen van een hele reeks aan bedingen uit de huurkoopovereenkomst en de algemene voorwaarden, zodat Hiltermann zich daar niet meer op kan beroepen. [eiseres] stelt echter niet concreet waarom elk van die bedingen als onredelijk bezwarend moet worden gekwalificeerd. Zij somt de nummers van de bedingen op en stelt slechts in het algemeen dat die bepalingen onredelijk bezwarend zijn vanwege haar positie. Dat is onvoldoende.
3.3.3.
Nog los van het antwoord op de vraag of aan [eiseres] reflexwerking toekomt, slaagt een beroep op het onredelijk bezwarend zijn van de hele reeks aan bedingen niet, alleen al vanwege het ontbreken van een concrete toelichting en onderbouwing waarom.
3.4.
De huurkoopovereenkomst wordt niet in z’n geheel vernietigd op grond van een oneerlijke handelspraktijk.
3.4.1.
[eiseres] stelt dat het handelen van Hollandia en Leazz Partner B.V. onrechtmatig is (artikel 6:162 BW) en dat dit handelen ook kwalificeert als een oneerlijke handelspraktijk (artikel 6:193a BW). Van een handelspraktijk in de zin van de wet is alleen sprake als het gaat om – kort gezegd – een overeenkomst met een consument. [eiseres] heeft de huurkoopovereenkomst gesloten via haar eenmanszaak en is dus geen consument. Voor zover zij ook hier een beroep bedoelt te doen op reflexwerking, deze keer via de open norm van artikel 6:162 BW, geldt dat [eiseres] dan wel concreet moet maken en onderbouwen waarom er volgens haar sprake is van onrechtmatig handelen. Voor zover zij met het door haar genoemde onrechtmatig handelen doelt op de door haar gestelde omstandigheid dat niet is aangeboden de auto te onderzoeken nadat zij meldde dat er iets mis was met de ventilator, geldt dat dit alleen niet zonder meer onrechtmatig is. Ook de stelling dat die partijen verklaringen hebben gedaan in de huurkoopovereenkomst die niet stroken met de werkelijkheid kan [eiseres] niet baten. Zij legt niet eens uit welke verklaringen zij bedoelt.
De huurkoopovereenkomst is ontbonden door Hiltermann
3.5.
Hiltermann heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is.
3.5.1.
Op basis van de huurkoopovereenkomst is [eiseres] verplicht om maandelijks leasetermijnen te betalen aan Hiltermann. Als zij dat niet doet, heeft Hiltermann op basis van artikel 43 van de algemene voorwaarden behorende bij de huurkoopovereenkomst het recht de overeenkomst te ontbinden. [eiseres] is inderdaad gestopt met betalen van de leasetermijnen vanaf juni 2024. Hiltermann heeft [eiseres] meerdere keren aangeschreven om te betalen, maar dat heeft niet tot betaling geleid. Namens Hiltermann is in een brief van 21 oktober 2024 aan [eiseres] verklaard dat de huurkoopovereenkomst wordt ontbonden.
3.6.
Het verweer van [eiseres] dat zij de betalingsverplichting van de leasetermijnen heeft opgeschort en dat daarop ontbinding van de huurkoopovereenkomst door Hiltermann afstuit, slaagt niet.
3.6.1.
Ten eerste is opschorting van de betalingsverplichting van de Eindgebruiker (hier: [eiseres]) uitgesloten in de algemene voorwaarden. Dat beding is niet vernietigd (zie hiervoor). De ontbinding van de overeenkomst door Hiltermann kan hierop niet afstuiten.
3.6.2.
Ook als dit beding wel buiten beschouwing zou moeten blijven, slaagt het beroep op opschorting niet en wel om het volgende. Vooropgesteld wordt dat opschorting een pressiemiddel is, bedoeld om de wederpartij te bewegen aan zijn eigen verplichtingen te voldoen. Aan het opschortingsrecht is geen mededelingsvereiste verbonden. De partij die opschort mag dat in principe ook pas voor het eerst in een gerechtelijke procedure aanvoeren, maar voor de wederpartij moet wel kenbaar zijn dat een opschortingsrecht wordt uitgeoefend. Onder omstandigheden kan daarom uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien dat een schuldenaar pas zijn opschortingsrecht mag gebruiken als hij de wederpartij heeft meegedeeld dat en op welke grond de opschorting plaatsvindt. Daarbij is in het bijzonder van belang wat de wederpartij op het moment van opschorting wist of uit de toen bestaande omstandigheden had behoren te begrijpen en wat degene die opschort toen met betrekking tot die wetenschap of dit begrijpen mocht aannemen.
3.6.3.
In dit geval is er een appbericht van 15 februari 2024 van of namens [eiseres] aan Hollandia over een ventilator van de auto die stuk is waardoor de motor warm wordt. Dat is echter niet de Leverancier; in de huurkoopovereenkomst wordt Leazz Partner B.V. als de Leverancier genoemd. [eiseres] is in juni 2024 gestopt met betalen van de leasetermijnen. Vervolgens heeft Hiltermann [eiseres] meerdere keren aangeschreven om de achterstallige leasetermijnen alsnog te betalen. Dat heeft [eiseres] niet gedaan. Dan volgt de brief van 24 oktober 2024 waarin wordt verklaard dat namens Hiltermann de huurkoopovereenkomst wordt ontbonden en waarin aanspraak wordt gemaakt op betaling van het resterende leasebedrag en teruggave van de auto. In de periode november-december 2024 wordt er wel over en weer gecorrespondeerd namens Hiltermann en namens [eiseres], maar dat gaat over schuldenproblematiek. Er wordt met geen woord gerept over een vermeend gebrek aan de auto of over het opschorten van leasetermijnen. Hiltermann betwist ook dat een gebrek bij haar is gemeld. Hoewel [eiseres] in de stukken stelt dat de opschorting telefonisch is gemeld aan (de gemachtigde van) Hiltermann, stelt zij niet wannéér dit is gemeld. Niet eerder dan in maart 2025, nadat Hiltermann invorderingsmaatregelen heeft aangekondigd, heeft de gemachtigde van [eiseres] per mail van 19 maart 2025 aan Hiltermann gevraagd om die maatregelen op te schorten vanwege een geschil tussen Leazz Partner B.V. en [eiseres] over gebreken aan de auto. Vervolgens is per brief van 20 maart 2025 namens [eiseres] aan Leazz Partner B.V. verklaard dat de huurkoopovereenkomst wordt ontbonden. Overigens is door [eiseres] een prijsopgave van september 2025 van een garagebedrijf overgelegd van in totaal € 4.757,99, waarin meerdere werkzaamheden en onderdelen zoals remblokken en -schijven worden genoemd en zonder nadere toelichting van [eiseres] door de kantonrechter niet meer dan circa € 1.500,00 is te herleiden tot de ventilator van de auto.
3.6.4.
De kantonrechter oordeelt dat in de gegeven omstandigheden [eiseres] aan Hiltermann had moeten melden dat zij gebruik maakte van een opschortingsrecht en waarom. Dat heeft zij niet gedaan. Daarom komt haar geen geslaagd beroep op een opschortingsrecht toe. De ontbinding van de overeenkomst door Hiltermann kan hierop niet afstuiten.
3.7.
Omdat Hiltermann de huurkoopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden in oktober 2024, kan [eiseres] dat niet nog eens doen in mei 2025. Haar vorderingen stuiten daarop af.
[eiseres] moet de auto inleveren
3.8.
[eiseres] moet de auto teruggeven aan Hiltermann, omdat de overeenkomst is ontbonden. De kantonrechter veroordeelt [eiseres] dan ook tot het inleveren van de auto.
3.9.
Als [eiseres] de auto niet op tijd inlevert, moet zij een dwangsom betalen aan Hiltermann. De kantonrechter stelt de dwangsom per dag en het maximum vast op een bedrag dat de kantonrechter redelijk vindt.
3.10.
Hiltermann eist verder dat [eiseres] € 1.040,60 aan kosten moet betalen als zij de auto niet op tijd inlevert en Hiltermann de auto moet innemen. Ook eist Hiltermann dat [eiseres] € 217,80 aan kosten aan haar moet betalen voor het geval Hiltermann aangifte bij de politie moet doen als [eiseres] de auto niet op tijd inlevert. Hiltermann heeft toegelicht waar deze kosten op zien. Bovendien zijn deze kosten alleen verschuldigd als Hiltermann daadwerkelijk overgaat tot inname of aangifte en die kosten moet maken.
[eiseres] moet de achterstallige leasetermijnen en een schadevergoeding
3.11.
Hiltermann eist betaling van € 35.866,60 aan hoofdsom, bestaande uit € 3.260,60 (€ 652,12 x 5 maanden) achterstallige leasetermijnen t/m oktober 2024 en € 32.606,00 aan schadevergoeding omdat de huurkoopovereenkomst voortijdig is beëindigd. [eiseres] heeft niet betwist dat zij die bedragen is verschuldigd. De hoofdsom is dus toewijsbaar.
[eiseres] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.12.
De vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). Het gaat om € 3.586,66 (10% van de hoofdsom conform de algemene voorwaarden).
[eiseres] moet rente betalen
3.13.
De contractuele rente van 1,5% per maand wordt toegewezen, omdat Hiltermann genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat de rente moet worden betaald en [eiseres] dat niet heeft betwist. [eiseres] stelt wel dat de contractuele rente erg hoog is, maar dat maakt niet dat zij de contractueel afgesproken rente niet hoeft te betalen. Berekend tot en met 3 juli 2025 bedraagt de rente € 2.151,16.
Het totale bedrag is € 41.150,93 met rente
3.14.
Omdat Hiltermann al in de dagvaarding € 651,49 in mindering heeft gebracht op de vordering, is het totale bedrag aan hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten dat [eiseres] moet betalen, € 41.150,93 met de contractuele rente over € 35.866,60.
Conclusies
3.15.
Hiltermann krijgt grotendeels gelijk. De vorderingen van Hiltermann worden toegewezen zoals vermeld onder de beslissing.
3.16.
[eiseres] krijgt ongelijk en haar tegeneisen worden afgewezen.
Het beroep op vernietiging van de huurkoopovereenkomst slaagt niet. Daarom worden afgewezen de door [eiseres] primair gevorderde verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst op 14 mei 2025 rechtmatig buitengerechtelijk is vernietigd, de subsidiair gevorderde vernietiging van de huurkoopovereenkomst bij dit vonnis en de gevorderde veroordeling van Hiltermann tot terugbetaling van € 3.725,02 aan reeds door [eiseres] betaalde leasetermijnen. Het beroep op ontbinding van de huurkoopovereenkomst door [eiseres] slaagt ook niet. Daarom worden afgewezen de door [eiseres] meer subsidiair gevorderde verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomst op 14 mei 2025 door haar rechtmatig buitengerechtelijk is ontbonden en de meest subsidiair gevorderde ontbinding van de huurkoopovereenkomst bij dit vonnis.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
3.17.
De proceskosten in conventie komen voor rekening van [eiseres], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan Hiltermann moet betalen op € 123,73 aan dagvaardingskosten, € 1.461,00 aan griffierecht, € 1.732,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 866,00) en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 3.460,73. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
3.18.
De proceskosten in reconventie komen ook voor rekening van [eiseres], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan Hiltermann moet betalen op € 144,00 aan salaris voor de gemachtigde (0,5 punt x € 288,00) Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
3.19.
Dit vonnis wordt wat de conventie betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hiltermann dat eist en [eiseres] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
in de vrijwaringszaak
Verstek tegen gedaagden 1 t/m 3 en 5
3.20.
[naam 1] (gedaagde 4, hierna: [naam 1]) heeft een conclusie van antwoord ingediend waarin staat dat die ook wordt ingediend namens de andere gedaagden. Een volmacht of uittreksel uit het handelsregister ontbreekt echter. De kantonrechter heeft tijdens de zitting instructie gegeven dat [naam 1] binnen een week na de zitting alsnog stukken mag aanleveren, waaruit kan worden afgeleid dat hij een conclusie van antwoord namens de andere gedaagden mocht indienen. De gevraagde stukken zijn niet ontvangen. Vanwege het ontbreken van die stukken kan de kantonrechter niet vaststellen dat [naam 1] bevoegd is de andere gedaagden te vertegenwoordigen. Ook tijdens de zitting is niemand verschenen die bevoegd was de gedaagden te vertegenwoordigen. Daarom zijn gedaagden 1 t/m 3 en 5 formeel niet verschenen in de procedure. Omdat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, wordt tegen hen verstek verleend (artikel 139 Rv).
3.21.
Hoewel verstek is verleend tegen gedaagden 1 t/m 3 en 5, is gedaagde 4 wel verschenen in de procedure. Daarom wordt tussen alle partijen één vonnis gewezen dat wordt beschouwd als een vonnis op tegenspraak (artikel 140 lid 1 en 3 Rv).
De vordering wordt afgewezen
3.22.
De vordering van [eiseres] worden afgewezen, omdat haar stellingen niet tot toewijzing van de vordering kunnen leiden. Hierna wordt uitgelegd waarom.
3.22.1.
[eiseres] stelt dat Leazz Partner onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar doordat Leazz Partner geen verantwoordelijkheid neemt voor de door Leazz Partner B.V. veroorzaakte situatie met de auto. Zij reageert beperkt of niet op aanschrijvingen van [eiseres] en zij probeert haar verantwoordelijkheid af te schuiven op Hollandia stellende dat niet Leazz Partner B.V., maar Hollandia de verkoper is. Volgens [eiseres] lijdt zij door dat onrechtmatig handelen schade in de vorm van de aanspraak van Hiltermann. Verder stelt [eiseres] dat op grond van artikel 2:11 BW of artikel 6:162 BW aansprakelijkheid die op een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon rust, ook hoofdelijk op de bestuurder van die rechtspersoon rust. Daarmee rust de hoofdelijke aansprakelijkheid die op gedaagde 2 rust ook (hoofdelijk) op gedaagden 3, 4 en 5, aldus [eiseres].
3.22.2.
Vooropgesteld wordt dat degene die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, die hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden (artikel 6:162 lid 1 BW). Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betaamt (artikel 6:162 lid 2 BW).
3.22.3.
Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom de gevolgen van het ten onrechte niet betalen van de leasetermijnen door [eiseres] en de daarop volgende terechte ontbinding door Hiltermann in de spreekwoordelijke schoenen van Leazz Partner kan worden geschoven onder de noemer onrechtmatig handelen. Daarop stuiten de vorderingen dan ook af.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
3.23.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres], omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan gedaagden 1 t/m 3 en 5 moet betalen op nihil, omdat zij niet in de procedure zijn verschenen. De proceskosten die [eiseres] aan gedaagde 4 moet betalen, worden eveneens begroot op nihil, omdat [naam 1] (gedaagde 4) alleen voor zichzelf in de procedure is verschenen en wel een processtuk heeft ingediend, maar niet in persoon naar de rolzitting is gekomen. Daarom is er geen aanleiding voor het toekennen van een bedrag aan reis-, verblijf- en verletkosten.
4De beslissing
De kantonrechter:
in de hoofdzaak
in het incident ex 223 Rv
4.1.
wijst de vorderingen van Hiltermann af;
in conventie
4.2.
verklaart voor recht dat de huurkoopovereenkomst met betrekking tot de Mercedes-Benz C 200 D met kenteken [kenteken] is ontbonden;
4.3.
veroordeelt [eiseres] tot afgifte van de Mercedes-Benz C 200 D met kenteken [kenteken] aan Hiltermann dan wel een door haar aan te wijzen derde, binnen 72 uur na betekening van dit vonnis, en bepaalt dat als [eiseres] dit niet doet zij aan Hiltermann een dwangsom moet betalen van € 500,00 per dag met een maximum van € 15.000,00;
4.4.
veroordeelt [eiseres] om aan Hiltermann te betalen € 41.150,93 met de contractuele rente van 1,5% per maand over € 35.866,60 vanaf 4 juli 2025 tot de dag dat volledig is betaald en bepaalt dat als [eiseres] de auto inlevert en Hiltermann de auto verkoopt, de opbrengst afgaat van het bedrag dat [eiseres] moet betalen;
4.5.
veroordeelt [eiseres] om aan Hiltermann te betalen € 1.040,60 aan kosten als [eiseres] de auto niet op tijd afgeeft en Hiltermann deze moet innemen;
4.6.
veroordeelt [eiseres] om aan Hiltermann te betalen € 217,80 aan kosten als [eiseres] de auto niet op tijd afgeeft en Hiltermann aangifte moet doen bij de politie;
4.7.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten in conventie, die aan de kant van Hiltermann worden begroot op € 3.460,73;
4.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.9.
wijst alle andere vorderingen van Hiltermann af;
in reconventie
4.10.
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
4.11.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten in reconventie, die aan de kant van Hiltermann worden begroot op € 144,00;
in de vrijwaringszaak
4.12.
wijst de vorderingen van [eiseres] af;
4.13.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van Leazz Partner worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
34286
[eiseres] was in de veronderstelling dat Hollandia Automotive (Just Drive I B.V.) de leverancier van de auto was. Daarom stuurde zij een appbericht naar haar contactpersoon daar.
Zie o.a. Hoge Raad 17 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6088.
Zie o.a. Hoge Raad 21 september 2021, ECLI:NL:HR:2012:BX7940.