Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12345

2026-08-21 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/712908 / JE RK 26-26
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-08-21
Publicatiedatum
2026-09-21
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/712908 / JE RK 26-26
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verzoek verlenging ondertoezichtstelling

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.336 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Team Jeugd



Zaaknummer: C/10/712908 / JE RK 26-26
Datum uitspraak: 21 augustus 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van




de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,



over





[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. G.H. Amstelveen, kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,





[vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats 2] .





1Het verdere verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:


de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 17 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;


de briefrapportage van de GI met bijlage van 16 juni 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;


het e-mailbericht van de vader met bijlagen van 18 augustus 2026.





1.2.
Op 21 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:


de vader;


mr. G.H. Amstelveen;


- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .



1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.



1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.





2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.2.

[minderjarige] verblijft om de week bij de vader en bij de moeder.



2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 23 augustus 2026.





3Het (aangehouden) verzoek


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Over de periode tot 23 augustus 2026 is al beslist. Er moet nog worden beslist over de periode tot 23 februari 2027.



3.2.
De GI brengt ter zitting het volgende naar voren. Op dit moment is er geen vaste jeugdbeschermer betrokken, maar er is een groep jeugdbeschermers die inzetten wat er nodig is. De zittingsvertegenwoordiger van de GI heeft intern met de betrokken medewerkers gesproken en inmiddels is de hulpverlening voor [minderjarige] grotendeels gestart. [minderjarige] gaat naar speltherapie en Yulius zal binnenkort starten. Daarnaast loopt samenwerking tussen de ouders de laatste tijd naar behoren. Gelet op de positieve ontwikkelingen, twijfelt de GI of een verlenging van de ondertoezichtstelling nog noodzakelijk is. Wanneer de ondertoezichtstelling niet zou worden verlengd, vindt er een overdracht naar het wijkteam plaats. Zij kunnen de huidige arrangementen verlengen zo lang dat nodig is, waardoor de hulp voor [minderjarige] kan blijven doorlopen. Ook zijn er vanuit het wijkteam hulpverleners die de ouders extra ondersteuning kunnen bieden.





4De standpunten


4.1.
De vader brengt ter zitting het volgende naar voren. De ondertoezichtstelling heeft de afgelopen periode weinig nut gehad en er is weinig gedaan door de GI. De hulp die inmiddels is opgestart hebben de ouders zelf gevonden. [minderjarige] gaat naar speltherapie en het is de bedoeling dat ook Yulius gaat starten. Daarnaast is de communicatie tussen de ouders ook verbeterd. De vader vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling niet nodig.



4.2.
Namens de moeder wordt ter zitting geen verweer gevoerd tegen het resterende deel van het verzoek van de GI. De hulp die eerder was ingezet, bleek niet passend. De moeder is blij met de speltherapie en vindt het belangrijk dat Yulius ook gaat starten. De communicatie met de vader gaat ook beter. Door een verlenging van de ondertoezichtstelling houdt de GI de regie. Daarnaast zijn de kosten van de behandeling voor [minderjarige] gedekt. De moeder vindt het belangrijk dat de behandeling van [minderjarige] van de grond komt. Ook wil de moeder dat de GI betrokken blijft om te monitoren hoe het gaat met [minderjarige] en met de communicatie tussen de ouders.










5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter kan een ondertoezichtstelling op grond van artikel 1:260, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) verlengen als aan de gronden, bedoeld in artikel 1:255, eerste lid, BW is voldaan. De kinderrechter kan dit doen als de minderjarige zodanig opgroeit dat hij nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de ouders de zorg, die nodig is om deze ontwikkelingsbedreiging weg te nemen, niet of onvoldoende accepteren.



5.2.
Op grond van de stukken en dat wat tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige] nog altijd ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De noodzakelijke hulp is nog niet helemaal gestart en het is belangrijk dat dit van de grond komt. Tegelijkertijd hebben de ouders de afgelopen periode positieve stappen gezet. De ouders hebben samen de nodige hulp voor [minderjarige] gevonden en de onderlinge communicatie is verbeterd. [minderjarige] is inmiddels al een aantal maanden gestart met speltherapie en er heeft een aantal gesprekken plaatsgevonden bij Yulius. Samen met de speltherapeut zal er een traject worden opgestart en beide ouders staan achter deze behandeling. Aan het vereiste dat de zorg die voor het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is niet of onvoldoende door de ouders of [minderjarige] wordt geaccepteerd, wordt dan ook niet voldaan. Gelet op dat wat de GI tijdens de zitting heeft aangegeven, acht de kinderrechter de hulpverlening in het vrijwillig kader toereikend om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Daarnaast is al gebleken dat de ouders zelfstandig de weg naar de hulpverlening weten te vinden. De kinderrechter begrijpt de zorgen die zijn geuit namens de moeder. Het is in het belang van [minderjarige] dat de behandeling doorgang kan vinden. De GI heeft ter zitting aangegeven dat na een eventuele overdracht naar het wijkteam, de behandeling van [minderjarige] kan worden voortgezet. Het wijkteam kan de zorgarrangementen verlengen, waardoor de kosten van de behandeling gedekt zullen zijn. Ook kan vanuit het wijkteam de ontwikkeling van [minderjarige] en de communicatie tussen de ouders verder worden gemonitord. De kinderrechter heeft er op dit moment dan ook vertrouwen in dat het de ouders lukt om in het vrijwillig kader de nodige stappen te zetten.



5.3.
Gelet op het voorgaande, wijst de kinderrechter het resterende deel van het verzoek van de GI af.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
wijst het verzoek af.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026 door mr. K.T.F. Chocolaad - de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 3 september 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.