Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12314

2026-08-20 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/722752 / JE RK 26-1331
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-08-20
Publicatiedatum
2026-09-20
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/722752 / JE RK 26-1331
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot ondertoezichtstelling 20 augustus 2026

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.728 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Team Jeugd



Zaaknummer: C/10/722752 / JE RK 26-1331
Datum uitspraak: 20 augustus 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verzoek tot ondertoezichtstelling




in de zaak van





[moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende in op een bij de rechtbank bekend adres,
bijgestaan door advocaat mr. S. Koçak, kantoorhoudende in Rotterdam,



over





[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] ,





[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 2] .



De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:





[vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [plaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. E.M.F. Prickartz, kantoorhoudende in Schiedam,



In zijn toetsende en/of adviserende taak heeft de kinderrechter gehoord:




de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de Raad.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de moeder van 7 juli 2026 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;


het verweerschrift van de vader van 14 augustus 2026 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;


een aanvullende produktie van de vader, ingediend op 17 augustus 2026;


aanvullende stukken namens de moeder, ingediend op 19 augustus 2026.


De door de moeder op 19 augustus 2026 gestuurde audio-en videobestanden zijn niet in de beoordeling meegenomen, gelet op de late indiening daarvan in samenhang met de technische (on)mogelijkheid om daarvan tijdig voor de zitting kennis te nemen.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:


de moeder met haar advocaat;


de vader met zijn advocaat;


- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger van de raad] .


1.3.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Marokkaans-Arabische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van F. el Handai, tolk in de Marokkaans-Arabische taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.



1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.





2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .



2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de vader.





3Het verzoek van de moeder


3.1.
Namens de moeder is verzocht [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2.
Door en namens de moeder is het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De moeder heeft al geruime tijd geen contact meer met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder is gedurende het eerste jaar van [minderjarige 1] haar primaire opvoeder geweest. [minderjarige 1] heeft echter een grote weerstand tegen contact met de moeder. Het is voor de moeder onduidelijk wat deze weerstand veroorzaakt. Voor zover gesteld, betwist zij dat zij de kinderen mishandeld zou hebben. Het langdurig ontbreken van contact met de moeder, in het bijzonder in het licht van de onbekende oorzaak hiervan, vormt een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen. Daarbij speelt mee dat [minderjarige 2] de houding van [minderjarige 1] lijkt over te nemen en dat sprake lijkt van een loyaliteitsconflict. De moeder heeft zich herhaaldelijk ingezet om het contact te herstellen. Via Mevis en Needed People zijn verschillende pogingen hiertoe gedaan, maar deze hebben niet tot duurzaam contact geleid. Needed People is inmiddels gestopt met de begeleide bezoeken en heeft geadviseerd nader onderzoek te doen naar de oorzaak van de weerstand van [minderjarige 1] tegen de moeder. Zolang niet duidelijk is waardoor de weerstand van de kinderen is ontstaan, kan niet gericht aan herstel van het contact worden gewerkt. Het vrijwillige kader heeft onvoldoende resultaat opgeleverd. In gedwongen kader zal nader onderzoek gedaan moeten worden naar de oorzaak van de contactbreuk en de GI dient dan de regie te voeren over het herstel van het contact.







4Het standpunt van de vader


4.1.
Door en namens de vader is ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek. Primair is aangevoerd dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar verzoek, omdat de Raad niet eerst een beschermingsonderzoek heeft verricht en ter zitting het verzoek niet overneemt. Subsidiair is aangevoerd dat geen sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging als bedoeld in artikel 1:255 BW. De kinderen ontwikkelen zich goed en voelen zich veilig bij de vader. Het ontbreken van contact met de moeder is een zorg, maar dat betekent niet dat sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die een ondertoezichtstelling rechtvaardigt. In het vrijwillig kader zijn Mevis en Needed People betrokken, onder andere om contact tussen de moeder en de kinderen weer mogelijk te maken. Mevis heeft hierbij de regie en Needed People regelt de uitvoering. Hoewel de begeleide contacten tijdelijk zijn stopgezet vanwege de spanning van [minderjarige 1] rond het contact met de moeder, werkt de vader mee aan de geboden ondersteuning en heeft hij psycho-educatie ontvangen over hoe hij [minderjarige 1] kan ondersteunen zonder haar onder druk te zetten. Ook de gezinsbegeleiding en huisbezoeken lopen door. Een ondertoezichtstelling voegt daarom niets toe aan de bestaande hulpverlening. Het is volgens de vader van belang dat het ingezette traject eerst wordt voortgezet en dat wordt afgewacht wat dit oplevert.





5Het advies van de Raad


5.1.
De Raad neemt het verzoek van de moeder niet over en ziet geen aanleiding om zelf een beschermingsonderzoek te starten. De langdurige weerstand van [minderjarige 1] tegen de moeder en het feit dat [minderjarige 2] hierin lijkt mee te gaan is zorgelijk. Deze situatie hangt ook samen met de lopende procedures over het gezag en de omgang. De hulpverlening vanuit Needed People loopt echter en het is niet de verwachting dat een jeugdbeschermer op dit moment meer mogelijkheden heeft om de situatie te doorbreken. Wel is het mogelijk passend om een bijzondere curator te benoemen om meer overstijgend zicht te krijgen op de situatie en de oorzaak van de weerstand van de kinderen. Indien de hulpverlening geen verbetering brengt, kan op een later moment opnieuw worden beoordeeld of aanleiding bestaat voor een beschermingsonderzoek.





6De beoordeling


6.1.
De kinderrechter gaat voorbij aan het niet-ontvankelijk verweer van de vader, aangezien de Raad ter zitting te kennen heeft gegeven het verzoek van de moeder niet over te nemen en geen beschermingsonderzoek te zullen starten. Daarmee is aan de formele vereisten van artikel 1:255 lid 2 BW voldaan.


6.2.
De kinderrechter stelt voorop dat het voor de ontwikkeling van een kind van belang is dat het beide ouders kent en een relatie met beide ouders kan ontwikkelen. De kinderrechter vindt daarom het langdurig ontbreken van ieder contact tussen [minderjarige 1] en de moeder zorgelijk. Daarbij weegt in het bijzonder mee dat [minderjarige 1] een zeer sterke en uitgesproken weerstand tegen haar moeder laat zien. Tijdens het kindgesprek heeft [minderjarige 1] opnieuw aangegeven geen contact met haar moeder te willen, maar desgevraagd heeft zij niet kunnen uitleggen waar haar weerstand vandaan komt. De kinderrechter acht dit, mede gelet op het feit dat ook [minderjarige 2] deze houding lijkt over te nemen, een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen.



6.3.
Voor een ondertoezichtstelling is echter niet alleen vereist dat sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Ook moet onder meer de noodzakelijke zorg in verband met die bedreiging niet of onvoldoende worden geaccepteerd.



6.4.
De kinderrechter is van oordeel dat aan die voorwaarde op dit moment niet is voldaan. Needed People is nog bij het gezin betrokken en onderzoekt juist waar de weerstand van [minderjarige 1] tegen het contact met haar moeder vandaan komt. De begeleide contacten zijn weliswaar tijdelijk gestopt, maar het traject is daarmee niet beëindigd. [minderjarige 1] zal de komende periode intensief door Needed People worden begeleid. Ook de vader wordt binnen dit traject ondersteund. De kinderrechter ziet daarom op dit moment onvoldoende aanleiding om naast Needed People ook een GI te betrekken. Een ondertoezichtstelling zou op dit moment onvoldoende toevoegen aan de hulp die al door Needed People onder regie van Mevis wordt geboden.


6.5.
De kinderrechter acht het wel noodzakelijk dat in het traject van Needed People daadwerkelijk voortgang wordt geboekt. Gelet op de lopende echtscheidingsprocedure zal bij de behandeling daarvan op - vooralsnog - 7 december 2026 moeten kunnen worden vastgesteld welke voortgang in het traject is bereikt. Daarbij zal ook moeten worden besproken hoe het contact tussen de moeder en de kinderen kan worden hersteld en welke stappen daarvoor nodig zijn.



6.6.
Indien tegen die tijd onvoldoende voortgang is geboekt, kan opnieuw worden beoordeeld of een beschermingsonderzoek door de Raad nodig is. Ook kan dan, indien de ouders er onderling niet uitkomen, worden bezien of benoeming van een bijzondere curator aangewezen is. De kinderrechter ziet daarvoor op dit moment echter onvoldoende aanleiding, mede omdat dit voor [minderjarige 1] een extra belasting zou betekenen naast de intensieve begeleiding die zij nu al ontvangt.



6.7.
Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.





7De beslissing


De kinderrechter:



7.1.
wijst het verzoek af.









Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 27 augustus 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Art. 1:255 lid 1 BW.