Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12247

2026-09-14 Strafrecht 10-242780-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-14
Publicatiedatum
2026-09-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
10-242780-25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het overtreden van artikel 6 WVW, waarbij het 6-jarige slachtoffertje op een voetgangersoversteekplaats is aangereden en zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het rijgedrag van de verdachte is aan te merken als roekeloos rijgedrag zoals omschreven in artikel 5a WVW. Hoewel de ernst van het feit in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden rechtvaardigt, ziet de rechtbank aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Aan de verdachte wordt een taakstraf opgelegd van 240 uur, in combinatie met een (na aftrek van voorarrest vrijwel) geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 240 dagen, met een proeftijd van drie jaar. Als bijkomende straf wordt een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd voor de duur van drie jaar.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (24.986 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam


Meervoudige kamer strafzaken



Parketnummer: 10-242780-25



Datum uitspraak: 14 september 2026
Datum zitting: 31 augustus 2026
Tegenspraak



Verdachte: [verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [straatnaam ] , [postcode] [woonplaats] .



Advocaat van de verdachte: mr. J.G.W.M. Lut
Officier van justitie: mr. S.H. Stein




Kern van het vonnis

Veroordeling voor het overtreden van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), waarbij het 6-jarige slachtoffertje op een voetgangersoversteekplaats is aangereden en zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het rijgedrag van de verdachte is aan te merken als roekeloos rijgedrag zoals omschreven in artikel 5a WVW. Hoewel de ernst van het feit in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden rechtvaardigt, ziet de rechtbank aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Aan de verdachte wordt een taakstraf opgelegd van 240 uur, in combinatie met een (na aftrek van voorarrest vrijwel) geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 240 dagen, met een proeftijd van drie jaar. Als bijkomende straf wordt een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd voor de duur van drie jaar.




1Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – door zijn rijgedrag als bestuurder van een auto een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij het slachtoffer [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dit feit is primair ten laste gelegd als misdrijf in de zin van artikel 6 WVW en subsidiair als overtreding, zoals geformuleerd in artikel 5 WVW.


De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat




primair

hij op of omstreeks 11 september 2025 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto met kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de [locatie 1] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, door

- met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid, althans met een gelet op de omstandigheden te hoge snelheid, te rijden en/of
- ( vervolgens) meerdere auto’s via de linkerkant in te halen en/of (daarbij) op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer te rijden en/of
- ( vervolgens) een vluchtheuvel via de linkerzijde te passeren en/of (daarbij) het verkeersbord D02 te negeren en/of (daarbij) op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer te blijven rijden en/of
- ( daarbij) via de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer een voetgangersoversteekplaats te naderen en/of terwijl zich op of nabij die voetgangersoversteekplaats een persoon, zijnde [slachtoffer] , bevond, die voetgangersoversteekplaats op te rijden en/of (daarbij) niet op te merken dat die [slachtoffer] doende was die voetgangersoversteekplaats over te steken en/of die [slachtoffer] niet te laten voorgaan en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] aan

te botsen en/of te rijden,
waardoor een ander, te weten die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, werd toegebracht en/of zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstond;




subsidiair

hij op of omstreeks 11 september 2025 te Rotterdam als bestuurder van een voertuig (personenauto met kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de [locatie 1] , door

- met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid, althans met een gelet op de omstandigheden te hoge snelheid, te rijden en/of
- ( vervolgens) meerdere auto’s via de linkerkant in te halen en/of (daarbij) op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer te rijden en/of
- ( vervolgens) een vluchtheuvel via de linkerzijde te passeren en/of (daarbij) het verkeersbord D02 te negeren en/of (daarbij) op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer te blijven rijden en/of
- ( daarbij) via de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer een voetgangersoversteekplaats te naderen en/of terwijl zich op of nabij die voetgangersoversteekplaats een persoon, zijnde [slachtoffer] , bevond, die voetgangersoversteekplaats op te rijden en/of (daarbij) niet op te merken dat die


[slachtoffer] doende was die voetgangersoversteekplaats over te steken en/of die

[slachtoffer] niet te laten voorgaan en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] aan
te botsen en/of te rijden,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.




2Bewijs

2.1.


Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit, waarbij sprake is van roekeloosheid.



2.2.


Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat sprake is geweest van roekeloosheid. Ten aanzien van de verdere vaststelling van de mate van schuld heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.



2.3.

Oordeel van de rechtbank


2.3.1.


Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte op 11 september 2025 een verkeersongeval heeft veroorzaakt door roekeloos te handelen in het verkeer, waarbij hij het slachtoffer heeft aangereden en deze als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.



De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.


1. Verklaring van de verdachte
Op 11 september 2025 reed ik op de [locatie 1] op de rechterbaan. Ik wilde twee auto’s voor mij inhalen. Het klopt dat ik daardoor aan de linkerkant van de weg ben gaan rijden. Het klopt dat dit vlak voor het zebrapad was. Ik ben over de linkerbaan over het zebrapad heen gereden en heb toen het jongetje aangereden.

2. Proces-verbaal van de politie
Op 11 september 2025 heeft een verkeersongeval met letsel plaatsgevonden aan de [locatie 1] waarbij een personenauto, een Audi met als kenteken [kenteken] , met een voetganger in botsing is gekomen. Op de [locatie 1] geldt een maximumsnelheid van 50 km/u. Op de [locatie 1] is een voetgangersoversteekplaats gelegen waardoor de weg door middel van een vluchtheuvel is verdeeld in twee rijstroken. Er is een gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijden die de pijlen aangeven (aangegeven middels bord D02 van het RVV 1990). Voor de voetgangersoversteekplaats is aan beide zijden de tekst “SCHOOL" aangebracht.


(…)



De Audi is uitgerust met een Airbagmodule. Uit dit systeem volgt dat er één event is geregistreerd. Hieruit kunnen de volgende conclusies worden getrokken:



Date and time at event: 2025-09-11 17:55:48;


5 seconden voor time zero een snelheid van 91 km/u;


Tussen 4 en 1 seconde voor time zero wordt het rempedaal bediend;


2,5 seconden voor time zero een stuurbeweging van 26 graden naar links;


Op time zero een snelheid van 58 km/u.




(…)



Vastgesteld kan worden dat de voetganger heeft gelopen op de linker rijstrook van de voetgangersoversteekplaats (VOP) van de [locatie 1] . De Audi was op de rijstrook voor het tegengestelde verkeer in strijd met bord D02 de VOP opgereden. De aanrijding met de voetganger heeft aan de linkerzijde van de [locatie 1] ter hoogte van de VOP plaatsgevonden. De Audi heeft 236ms voor de aanrijding met een snelheid van 58 km/u gereden.


3. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige A]Ik ben zojuist getuige geweest van zeer gevaarlijk rijgedrag. Op de [locatie 2] zag ik achter mij een zwarte personenauto rijden die erg kort achter mij reed. Ik zag dat de bestuurder mij links en met een behoorlijke snelheid inhaalde. Vervolgens zag ik dat de bestuurder rechtdoor de [locatie 1] op reed en vrijwel meteen de auto voor hem begon in te halen. Ik heb toen het kenteken genoteerd om hier later een melding van te doen. Ik zag dat het kenteken [kenteken] was. Hierna zag ik dat de bestuurder met de bocht mee naar links reed en diverse auto’s die rechtsaf wilde slaan de [locatie 3] in, links inhaalde en hierbij ook tegengesteld reed, dus de baan voor het tegemoetkomende verkeer.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige B]
Ik reed op 11 september 2025 op de [locatie 1] en moest op de kruising met de [locatie 3] afremmen voor een busje dat afsloeg. Ik stond achter het busje stil en werd plotseling aan de linkerkant ingehaald door een zwarte auto. Het ging heel snel. Hij sneed mij ook met vol gas en kwam toen voor mij rijden op mijn weghelft.

5. DeskundigenverslagBetreffende: [slachtoffer]
Gegevens [ziekenhuis] over de zorg op 11-09-2025 en opvolgende opname tot 16-09-2025:


Lekke long rechts;


Beeld van longkneuzingen beiderzijds;


Miltscheur;


Breuk van linker scheen- en kuitbeen;


Twee wonden op het hoofd.


Opname voor verdere behandeling. Nabehandeling door orthopedie en revalidatie. De geschatte genezingsduur bij ongecompliceerd beloop is zes weken.


2.3.2.


Bewijsmotivering

Van roekeloosheid in de zin van artikel 6 WVW is in elk geval sprake bij rijgedrag zoals omschreven in artikel 5a, eerste lid, WVW (HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1405). Bij beantwoording van de vraag of sprake is van roekeloos rijgedrag dient de rechtbank te beoordelen of de verdachte (a) de verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daardoor gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, dan wel voor het leven van anderen te duchten was.



(a) schending van de verkeersregels

Op basis van de bewijsmiddelen staat vast dat de verdachte op 11 september 2025 meerdere verkeersregels heeft geschonden. De verdachte heeft (i) vlak voor het ongeval met 91 km per uur gereden, terwijl een maximale snelheid van 50 km per uur was toegestaan, (ii) vlak voor een voetgangersoversteekplaats meerdere auto’s links ingehaald en (iii) een verkeersbord genegeerd, waarna hij spookrijdend een voetgangersoversteekplaats is opgereden, en (iv) op de voetgangersoversteekplaats geen voorrang verleend aan het jonge slachtoffer dat hij heeft aangereden.


(b) in ernstige mate

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte met de in de bewijsmiddelen omschreven gedragingen voorafgaand aan het ongeval van bumperkleven en (te) hard rijdend via de tegenovergestelde rijbaan meerdere auto´s inhalend, met name vanwege de combinatie van die gedragingen en de locatie waar het ongeval plaatsvond, de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden. De voetgangersoversteekplaats waar het ongeluk plaatsvond, bevindt zich daarnaast binnen de bebouwde kom en naast een basisschool, wat voor automobilisten ook met grote letters op de weg staat aangegeven.


(c) opzettelijk

De verdachte heeft op zitting verklaard dat hij zich niet goed kan herinneren hoe hij voorafgaand aan het ongeval heeft gereden. Hij heeft naar eigen zeggen pas achteraf begrepen dat hij de vluchtheuvel aan de linkerkant gepasseerd heeft en benadrukt dat hij het slachtoffer van tevoren niet heeft gezien. Uit het hierboven beschreven rijgedrag voorafgaand aan de aanrijding, waarbij sprake is van meerdere, ernstige verkeersovertredingen voorafgaand en ten tijde van het ongeval, is de rechtbank echter van oordeel dat het niet anders kan dan dat het opzet van de verdachte ook was gericht op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels.


(d) gevaar te duchten voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen

Met zijn rijgedrag heeft de verdachte een situatie veroorzaakt waarin levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. Dit gevaar heeft zich ook daadwerkelijk verwezenlijkt, zo blijkt uit het feit dat het slachtoffer door de verdachte is geraakt en daardoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het slachtoffer is na het verkeersongeval opgenomen in het ziekenhuis en heeft onder andere letsel aan zijn longen, benen, milt en hoofd opgelopen. Medisch ingrijpen is hierbij noodzakelijk geweest, zodat strafrechtelijk kan worden bewezen dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel.


Uit het voorgaande volgt dat het rijgedrag van de verdachte is aan te merken als roekeloos en dat de verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde misdrijf in de zin van artikel 6 WVW.



2.3.3.

Volledige bewezenverklaring



Bewezen is dat:




primair

hij op 11 september 2025 te Rotterdam als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto met kenteken [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, de [locatie 1] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos

- met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid te rijden en
- meerdere auto’s via de linkerkant in te halen en daarbij op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer te rijden en
- vervolgens een vluchtheuvel via de linkerzijde te passeren en daarbij het verkeersbord D02 te negeren en daarbij op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer te blijven rijden en
- daarbij via de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer een voetgangersoversteekplaats te naderen en terwijl zich op die voetgangersoversteekplaats een persoon, zijnde [slachtoffer] , bevond, die voetgangersoversteekplaats op te rijden en daarbij niet op te merken dat die [slachtoffer] doende was die voetgangersoversteekplaats over te steken en die [slachtoffer] niet te laten voorgaan en vervolgens tegen die [slachtoffer] aan te botsen, waardoor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.





3Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.


Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:




primair


overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht





3.2.


Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.





4Straffen

4.1.


Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het primaire feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met proeftijd van drie jaren. Daarnaast moet een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd voor de duur van drie jaar.



4.2.


Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een lange taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, en een deels voorwaardelijke rijontzegging, waarvan het onvoorwaardelijk deel niet uitgaat boven de tijd waarin de verdachte zijn rijbewijs al kwijt is geweest.



4.3.

Oordeel van de rechtbank


4.3.1.


Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door roekeloos rijgedrag, waarbij het zesjarige slachtoffertje zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De verdachte heeft zich gedurende de autorit op meerdere momenten gevaarlijk en onverantwoord gedragen in het verkeer. Door deze opeenstapeling van gevaarlijke verkeersgedragingen heeft hij de verkeersveiligheid in ernstige mate in gevaar gebracht en zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer veroorzaakt. Dat de gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer bijzonder ernstig zijn geweest, en ook voor zijn familie nog steeds zijn, blijkt uit de verklaring die de vader namens de beide ouders (die getuige waren van het ongeval) ter zitting heeft voorgelezen. Het slachtoffer heeft meerdere dagen op de intensive care gelegen en heeft een jaar later zichtbare littekens op zijn hoofd en gezicht aan het ongeval overgehouden. Ook emotioneel heeft het ongeval voor het slachtoffer en voor zijn ouders grote gevolgen. De ouders van het slachtoffer hebben hun kind voor hun neus aangereden zien worden en blijven dit beeld begrijpelijkerwijs voor zich zien.



4.3.2.


Persoon en persoonlijke omstandigheden


Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 28 juli 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij nooit de bedoeling heeft gehad om het verkeersongeval te veroorzaken, dat hij de gevolgen voor het slachtoffer en zijn ouders verschrikkelijk vindt en dat hij heel veel spijt heeft van wat er is gebeurd. Hij heeft een vaste baan waarvoor hij zijn rijbewijs nodig heeft.



4.3.3.

Oplegging straf




Straf

Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen die eerder door rechtbanken in min of meer vergelijkbare gevallen zijn opgelegd en met de LOVS oriëntatiepunten. Op basis hiervan vormt in de onderhavige zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele maanden in beginsel het uitgangspunt. De rechtbank ziet aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en in plaats daarvan de maximale taakstraf op te leggen, in combinatie met een (na aftrek van het voorarrest) lange voorwaardelijke gevangenisstraf. Vanwege het strafblad van de verdachte zal de rechtbank aan dit voorwaardelijk strafdeel een proeftijd verbinden van drie jaar. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt en zijn rijgedrag zal aanpassen. De rechtbank heeft bij het bepalen van deze straf gelet op het strafdoel van de speciale preventie. De rechtbank verwacht dat deze lange taakstraf voor de verdachte, in combinatie met zijn werk en andere verplichtingen, een hele zware straf zal zijn. Een relatief korte onvoorwaardelijk gevangenisstraf van zes maanden, zoals geëist door de officier van justitie, zou daarnaast, mede door het capaciteitstekort bij het gevangeniswezen qua executie vermoedelijk langere tijd op zich laten wachten.



Ook zal als bijkomende straf een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd, eveneens voor de duur van drie jaar, met aftrek van de periode waarin het rijbewijs al ingevorderd en ingehouden is geweest. De rechtbank realiseert zich dat deze rijontzegging de verdachte voor een langere periode zal belemmeren in de uitvoering van zijn werkzaamheden, maar acht deze straf noodzakelijk vanwege de ernst van het bewezen misdrijf en omdat de verdachte kennelijk niet heeft geleerd van eerdere veroordelingen in relatie tot zijn rijgedrag. Hoewel de rechtbank van de verdachte wil aannemen dat hij spijt heeft van wat er is gebeurd, merkt zij in dit verband op dat hij ook op de zitting weinig inzicht heeft getoond in zijn gedrag in het verkeer.






5Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.



6Beslissingen
De rechtbank:



Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;




Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;



verklaart de verdachte strafbaar;




Straffen


Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 240 (tweehonderdveertig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;




Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 238 (tweehonderdachtendertig) dagen van deze niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;



verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;



stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;




Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;



beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;




Ontzegging van de rijbevoegdheid


ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 3 (drie) jaar;



bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs.




7Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.C. Bos, voorzitter,
en mrs. J.M.L. van Mulbregt en M.E. Vos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. Bezemer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 september 2026.





De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [proces-verbaal nummers 1] .


Verklaard tijdens de zitting van 31 augustus 2026.


Proces-verbaal [proces-verbaal nummers 2] , pagina 180 t/m 221.


Proces-verbaal [proces-verbaal nummers 3] , pagina 116 t/m 118.


Proces-verbaal [proces-verbaal nummers 4] , pagina 121.


Forensisch Medische Letselrapportage d.d. 8 december 2025, pagina 88.