Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10382
2026-07-21
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/694506 / FA RK 25-1221
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Rechtsgeldigheid van in Pakistan gesloten huwellijk. Huwelijk met de handschoen. Huwelijk wordt naar Nederlands recht erkend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (15.371 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Team familie
zaaknummer / rekestnummer: C/10/694506 / FA RK 25-1221
Beschikking van 21 juli 2026 over de echtscheiding en nevenvoorzieningen
in de zaak van:
[naam vrouw]
, hierna: de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend zijnde adres,
advocaat mr. M.E. Hoogenraad te Maassluis,
t e g e n
[naam man]
, hierna: de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. A.M. Stam te Zaandam.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 17 februari 2025;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 1 april 2025;
het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 18 april 2025;
het bericht met bijlagen van de vrouw van 29 mei 2026;
het bericht tevens aanvullend verzoek met bijlagen van de man van 5 juni 2026.
1.2
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
de man, bijgestaan door zijn advocaat.
2De beoordeling
2.1
De feiten
2.1.1
Tussen partijen heeft een huwelijksceremonie plaatsgevonden op [datum] , in [plaatsnaam] ( [land] ), waarbij de vrouw fysiek aanwezig was en waaraan de man online heeft deelgenomen. Tussen partijen is in geschil of het huwelijk rechtsgeldig is gesloten. De rechtbank zal dit verder beoordelen onder 2.2.
2.1.2
De vrouw heeft de Pakistaanse nationaliteit. Tussen partijen is in geschil of de man ook de Pakistaanse nationaliteit heeft. De vrouw stelt dat dit blijkt uit het uittreksel BRP dat zij in het geding heeft gebracht. De man stelt dat hij staatloos is.
Omdat de nationaliteit van de man voor de vaststelling van de rechtsmacht en het toepasselijk recht op de voorliggende verzoeken niet van belang is, zal de rechtbank de stellingen van partijen omtrent de nationaliteit van de man niet nader beoordelen.
2.2
Scheiding
2.2.1
De vrouw verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
2.2.2
De man voert gemotiveerd verweer. Hoewel de man de gestelde duurzame ontwrichting niet betwist, stelt hij dat het huwelijk niet rechtsgeldig is gesloten. De man bepleit dat de rechtbank zich onbevoegd moet verklaren, dan wel de vrouw niet-ontvankelijkheid moet verklaren in haar verzoek of het verzoek moet afwijzen.
Daarbij verzoekt de man zelfstandig (na aanvulling):
primair: voor recht te verklaren dat het online gesloten huwelijk een non-existent huwelijk betreft, dan wel dit huwelijk nietig te verklaren;
subsidiair: voor zover de rechtbank zich nog onvoldoende voorgelicht acht over de inhoud en toepassing van het Pakistaanse recht, alvorens verder te beslissen ex artikel 186 jo 187 Rv een deskundigenbericht te gelasten door het Internationaal Juridisch Instituut (IJI), althans door een andere door de rechtbank te benoemen deskundige;
meer subsidiair: de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.2.3
De gewone verblijfplaats van partijen was ten tijde van de indiening van het verzoekschrift in Nederland, daarom komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. Op grond van artikel 10:56 lid 1 BW zal de rechtbank Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Rechtsgeldigheid huwelijk
2.2.4
De rechtbank moet beoordelen of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk voordat aan het verzoek tot echtscheiding kan worden toegekomen.
2.2.5
De vrouw heeft het bestaan van het huwelijk onderbouwd met het overleggen van de huwelijksakte en een uittreksel uit het huwelijksregister van [plaatsnaam] ([land]), beiden voorzien van een beëdigde verklaring. Ook heeft de vrouw een verklaring van de notaris dat de handtekening die later op de huwelijksakte is geplaatst afkomstig is van de man en foto’s van de huwelijksceremonie overgelegd.
De man betwist de rechtsgeldigheid van het online tussen partijen gesloten huwelijk. De man voert daarbij aan dat de (vertaling van de) huwelijksakte op essentiële onderdelen afwijkt van het (vertaalde) uittreksel uit het huwelijksregister. Zo staat op het uittreksel uit het huwelijksregister dat de man de Nederlandse nationaliteit bezit, hetgeen onjuist is, en ontbreekt deze vermelding in de huwelijksakte. Ook betwist de man dat hij Moslim was (en is) en dat er van zijn zijde getuigen aanwezig waren bij de huwelijksceremonie. Verder stelt de man dat de vrouw reeds gehuwd was op het moment van de huwelijksceremonie, de huwelijksakte ten onrechte vermeldt dat het de vrouw niet is toegestaan de echtscheiding aan te vragen en de hoogte van de bruidsschat te laag is overeengekomen. Dit alles maakt volgens de man dat het huwelijk niet rechtsgeldig is gesloten.
2.2.6
De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 10:31 lid 1 BW bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk als zodanig wordt erkend, wanneer dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden. De rechter vervult daarin een actieve rol, omdat de rechtsgeldigheid van een huwelijk niet ter vrije bepaling van partijen staat. Lid 4 van voornoemd artikel bepaalt dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, als een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
2.2.7
Tussen partijen is niet in geschil dat op 14 oktober 2023 in [plaatsnaam] ([land]) een huwelijksceremonie heeft plaatsgevonden, waarbij de vrouw aanwezig was en waaraan de man online heeft deelgenomen. Ook staat vast dat het huwelijk is gesloten door iemand die daartoe bevoegd was, waarna de huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
2.2.8
Hoewel de man de authenticiteit van de huwelijksakte niet betwist, blijft hij bij zijn standpunt dat het huwelijk niet rechtsgeldig is gesloten omdat er onjuiste gegevens in de huwelijksakte zijn opgenomen. De rechtsgeldigheid van het huwelijk, in het bijzonder of de huwelijksakte aan alle vereisten voldoet, moet volgens de man worden beoordeeld naar Pakistaans recht. De man miskent hiermee dat de Nederlandse wetgever met het in artikel 10:31 lid 4 BW neergelegde bewijsvermoeden ervoor heeft gekozen het bewijs van het bestaan van een huwelijk te vergemakkelijken en daartoe een specifiek voor de erkenning van in het buitenland gesloten huwelijken geldende regel omtrent bewijs van rechtsgeldigheid van een dergelijk huwelijk heeft vastgelegd. Behoudens tegenbewijs, wordt het huwelijk vermoed rechtsgeldig te zijn als er een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
Tijdens de huwelijksceremonie heeft de man zich geïdentificeerd met zijn Nederlandse verblijfsvergunning. Kennelijk is hierdoor in het uittreksel uit het huwelijksregister ten onrechte vermeld dat de man de Nederlandse nationaliteit heeft. Echter, in de huwelijksakte zelf staat geen nationaliteit vermeld.
In het uittreksel uit het huwelijksregister wordt, volgens de man ten onrechte, vermeld dat de man Moslim is. De man heeft evenwel erkend dat hij een filmpje heeft gemaakt om de familie van de vrouw te doen laten geloven dat hij Moslim is. De man wist dan ook dat er een Islamitisch huwelijk werd gesloten en heeft hieraan zijn medewerking verleend. In de huwelijksakte zelf wordt geen geloofsovertuiging vermeld.
Dat de vrouw al gehuwd was op het moment van de huwelijkssluiting met de man, is door de vrouw weersproken en door de man op geen enkele wijze onderbouwd. Evenmin onderbouwt de man zijn stellingen dat het huwelijk volgens Pakistaans recht ongeldig zou zijn, omdat de bruidsschat te laag zou zijn overeengekomen en de akte vermeldt dat de vrouw de echtscheiding niet mag aanvragen.
2.2.9
De rechtbank stelt vast dat in de originele huwelijksakte geen van de door de man gestelde (onjuiste) gegevens staan. Ook staat niet ter discussie dat de man online bij de huwelijksceremonie aanwezig was en dat hij, na ontvangst van de originele huwelijksakte, in Nederland naar een notaris is gegaan om zijn handtekening op deze akte te zetten. Hierbij waren twee getuigen aanwezig, beiden werkzaam op het notariskantoor, die eveneens hebben getekend. Vervolgens heeft de man de akte(s) bij de IND ten behoeve van de aanvraag van een verblijfsvergunning voor de vrouw ingediend, dit ter onderbouwing van zijn huwelijk met de vrouw. In [land] is de huwelijksakte ingeschreven in het huwelijksregister, zodat de rechtbank ervan uit gaat dat het huwelijk in [land] is erkend. In het licht van deze omstandigheden past de verklaring van de man dat het huwelijk in [land] rechtsgeldig is.
2.2.10
De rechtbank komt tot de conclusie dat de door de vrouw overgelegde huwelijksakte kan worden aangemerkt als een huwelijksverklaring die is afgegeven door een bevoegde autoriteit. Op grond hiervan wordt het huwelijk van partijen in [land] dan ook vermoed rechtsgeldig te zijn. De man heeft hier tegenover onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld of concreet tegenbewijs aangeboden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding over te gaan tot het gelasten van een nader deskundigenonderzoek.
Erkenning huwelijk
2.2.11
De volgende vraag die beantwoord moet worden, is of het huwelijk van partijen naar Nederlands recht voor erkenning in aanmerking komt.
2.2.12
Uit artikel 10:32 BW volgt dat aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning wordt onthouden, als deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. De rechtbank constateert dat hiervan geen sprake is. Het huwelijk kan worden erkend.
Inhoudelijke beoordeling
2.2.13
Op grond van artikel 10:56 lid 1 BW zal de rechtbank Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
2.2.14
Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De verzochte echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden uitgesproken. Het primaire en subsidiaire (zelfstandige) verzoek van de man zal de rechtbank afwijzen.
2.3
Huurrecht woning
2.3.1
Partijen zijn het erover eens dat het huurrecht van de woning in Zaandam, gelegen aan de Provincialeweg 40, aan de man moet worden toegekend.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.3.2
De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a Rv komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning.
De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
2.3.3
De rechtbank beslist conform de bereikte overeenstemming.
2.4
Ingetrokken verzoek
2.4.1
De vrouw heeft haar verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud ingetrokken. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.
2.5
Proceskosten
2.5.1
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
3De beslissing
De rechtbank:
3.1
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [datum] te [plaatsnaam] ( [land] );
3.2
bepaalt dat de man met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidings-beschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, huurder zal zijn van de echtelijke woning aan de [adres] ;
3.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding;
3.4
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.5
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Berghuis-Knijff, voorzitter en rechter, mr. H.C.A. de Groot en mr. I.J. Pieters, rechters, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. J. van Dijk, griffier, op 21 juli 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.
Team familie
zaaknummer / rekestnummer: C/10/694506 / FA RK 25-1221
Beschikking van 21 juli 2026 over de echtscheiding en nevenvoorzieningen
in de zaak van:
[naam vrouw]
, hierna: de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend zijnde adres,
advocaat mr. M.E. Hoogenraad te Maassluis,
t e g e n
[naam man]
, hierna: de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. A.M. Stam te Zaandam.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 17 februari 2025;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 1 april 2025;
het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 18 april 2025;
het bericht met bijlagen van de vrouw van 29 mei 2026;
het bericht tevens aanvullend verzoek met bijlagen van de man van 5 juni 2026.
1.2
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
de man, bijgestaan door zijn advocaat.
2De beoordeling
2.1
De feiten
2.1.1
Tussen partijen heeft een huwelijksceremonie plaatsgevonden op [datum] , in [plaatsnaam] ( [land] ), waarbij de vrouw fysiek aanwezig was en waaraan de man online heeft deelgenomen. Tussen partijen is in geschil of het huwelijk rechtsgeldig is gesloten. De rechtbank zal dit verder beoordelen onder 2.2.
2.1.2
De vrouw heeft de Pakistaanse nationaliteit. Tussen partijen is in geschil of de man ook de Pakistaanse nationaliteit heeft. De vrouw stelt dat dit blijkt uit het uittreksel BRP dat zij in het geding heeft gebracht. De man stelt dat hij staatloos is.
Omdat de nationaliteit van de man voor de vaststelling van de rechtsmacht en het toepasselijk recht op de voorliggende verzoeken niet van belang is, zal de rechtbank de stellingen van partijen omtrent de nationaliteit van de man niet nader beoordelen.
2.2
Scheiding
2.2.1
De vrouw verzoekt de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
2.2.2
De man voert gemotiveerd verweer. Hoewel de man de gestelde duurzame ontwrichting niet betwist, stelt hij dat het huwelijk niet rechtsgeldig is gesloten. De man bepleit dat de rechtbank zich onbevoegd moet verklaren, dan wel de vrouw niet-ontvankelijkheid moet verklaren in haar verzoek of het verzoek moet afwijzen.
Daarbij verzoekt de man zelfstandig (na aanvulling):
primair: voor recht te verklaren dat het online gesloten huwelijk een non-existent huwelijk betreft, dan wel dit huwelijk nietig te verklaren;
subsidiair: voor zover de rechtbank zich nog onvoldoende voorgelicht acht over de inhoud en toepassing van het Pakistaanse recht, alvorens verder te beslissen ex artikel 186 jo 187 Rv een deskundigenbericht te gelasten door het Internationaal Juridisch Instituut (IJI), althans door een andere door de rechtbank te benoemen deskundige;
meer subsidiair: de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.2.3
De gewone verblijfplaats van partijen was ten tijde van de indiening van het verzoekschrift in Nederland, daarom komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. Op grond van artikel 10:56 lid 1 BW zal de rechtbank Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Rechtsgeldigheid huwelijk
2.2.4
De rechtbank moet beoordelen of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk voordat aan het verzoek tot echtscheiding kan worden toegekomen.
2.2.5
De vrouw heeft het bestaan van het huwelijk onderbouwd met het overleggen van de huwelijksakte en een uittreksel uit het huwelijksregister van [plaatsnaam] ([land]), beiden voorzien van een beëdigde verklaring. Ook heeft de vrouw een verklaring van de notaris dat de handtekening die later op de huwelijksakte is geplaatst afkomstig is van de man en foto’s van de huwelijksceremonie overgelegd.
De man betwist de rechtsgeldigheid van het online tussen partijen gesloten huwelijk. De man voert daarbij aan dat de (vertaling van de) huwelijksakte op essentiële onderdelen afwijkt van het (vertaalde) uittreksel uit het huwelijksregister. Zo staat op het uittreksel uit het huwelijksregister dat de man de Nederlandse nationaliteit bezit, hetgeen onjuist is, en ontbreekt deze vermelding in de huwelijksakte. Ook betwist de man dat hij Moslim was (en is) en dat er van zijn zijde getuigen aanwezig waren bij de huwelijksceremonie. Verder stelt de man dat de vrouw reeds gehuwd was op het moment van de huwelijksceremonie, de huwelijksakte ten onrechte vermeldt dat het de vrouw niet is toegestaan de echtscheiding aan te vragen en de hoogte van de bruidsschat te laag is overeengekomen. Dit alles maakt volgens de man dat het huwelijk niet rechtsgeldig is gesloten.
2.2.6
De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 10:31 lid 1 BW bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk als zodanig wordt erkend, wanneer dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden. De rechter vervult daarin een actieve rol, omdat de rechtsgeldigheid van een huwelijk niet ter vrije bepaling van partijen staat. Lid 4 van voornoemd artikel bepaalt dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, als een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
2.2.7
Tussen partijen is niet in geschil dat op 14 oktober 2023 in [plaatsnaam] ([land]) een huwelijksceremonie heeft plaatsgevonden, waarbij de vrouw aanwezig was en waaraan de man online heeft deelgenomen. Ook staat vast dat het huwelijk is gesloten door iemand die daartoe bevoegd was, waarna de huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
2.2.8
Hoewel de man de authenticiteit van de huwelijksakte niet betwist, blijft hij bij zijn standpunt dat het huwelijk niet rechtsgeldig is gesloten omdat er onjuiste gegevens in de huwelijksakte zijn opgenomen. De rechtsgeldigheid van het huwelijk, in het bijzonder of de huwelijksakte aan alle vereisten voldoet, moet volgens de man worden beoordeeld naar Pakistaans recht. De man miskent hiermee dat de Nederlandse wetgever met het in artikel 10:31 lid 4 BW neergelegde bewijsvermoeden ervoor heeft gekozen het bewijs van het bestaan van een huwelijk te vergemakkelijken en daartoe een specifiek voor de erkenning van in het buitenland gesloten huwelijken geldende regel omtrent bewijs van rechtsgeldigheid van een dergelijk huwelijk heeft vastgelegd. Behoudens tegenbewijs, wordt het huwelijk vermoed rechtsgeldig te zijn als er een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
Tijdens de huwelijksceremonie heeft de man zich geïdentificeerd met zijn Nederlandse verblijfsvergunning. Kennelijk is hierdoor in het uittreksel uit het huwelijksregister ten onrechte vermeld dat de man de Nederlandse nationaliteit heeft. Echter, in de huwelijksakte zelf staat geen nationaliteit vermeld.
In het uittreksel uit het huwelijksregister wordt, volgens de man ten onrechte, vermeld dat de man Moslim is. De man heeft evenwel erkend dat hij een filmpje heeft gemaakt om de familie van de vrouw te doen laten geloven dat hij Moslim is. De man wist dan ook dat er een Islamitisch huwelijk werd gesloten en heeft hieraan zijn medewerking verleend. In de huwelijksakte zelf wordt geen geloofsovertuiging vermeld.
Dat de vrouw al gehuwd was op het moment van de huwelijkssluiting met de man, is door de vrouw weersproken en door de man op geen enkele wijze onderbouwd. Evenmin onderbouwt de man zijn stellingen dat het huwelijk volgens Pakistaans recht ongeldig zou zijn, omdat de bruidsschat te laag zou zijn overeengekomen en de akte vermeldt dat de vrouw de echtscheiding niet mag aanvragen.
2.2.9
De rechtbank stelt vast dat in de originele huwelijksakte geen van de door de man gestelde (onjuiste) gegevens staan. Ook staat niet ter discussie dat de man online bij de huwelijksceremonie aanwezig was en dat hij, na ontvangst van de originele huwelijksakte, in Nederland naar een notaris is gegaan om zijn handtekening op deze akte te zetten. Hierbij waren twee getuigen aanwezig, beiden werkzaam op het notariskantoor, die eveneens hebben getekend. Vervolgens heeft de man de akte(s) bij de IND ten behoeve van de aanvraag van een verblijfsvergunning voor de vrouw ingediend, dit ter onderbouwing van zijn huwelijk met de vrouw. In [land] is de huwelijksakte ingeschreven in het huwelijksregister, zodat de rechtbank ervan uit gaat dat het huwelijk in [land] is erkend. In het licht van deze omstandigheden past de verklaring van de man dat het huwelijk in [land] rechtsgeldig is.
2.2.10
De rechtbank komt tot de conclusie dat de door de vrouw overgelegde huwelijksakte kan worden aangemerkt als een huwelijksverklaring die is afgegeven door een bevoegde autoriteit. Op grond hiervan wordt het huwelijk van partijen in [land] dan ook vermoed rechtsgeldig te zijn. De man heeft hier tegenover onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld of concreet tegenbewijs aangeboden. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding over te gaan tot het gelasten van een nader deskundigenonderzoek.
Erkenning huwelijk
2.2.11
De volgende vraag die beantwoord moet worden, is of het huwelijk van partijen naar Nederlands recht voor erkenning in aanmerking komt.
2.2.12
Uit artikel 10:32 BW volgt dat aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning wordt onthouden, als deze erkenning kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. De rechtbank constateert dat hiervan geen sprake is. Het huwelijk kan worden erkend.
Inhoudelijke beoordeling
2.2.13
Op grond van artikel 10:56 lid 1 BW zal de rechtbank Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
2.2.14
Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De verzochte echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden uitgesproken. Het primaire en subsidiaire (zelfstandige) verzoek van de man zal de rechtbank afwijzen.
2.3
Huurrecht woning
2.3.1
Partijen zijn het erover eens dat het huurrecht van de woning in Zaandam, gelegen aan de Provincialeweg 40, aan de man moet worden toegekend.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.3.2
De woning is in Nederland gelegen. Gelet op artikel 4, lid 3, aanhef en sub a Rv komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning.
De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen.
Inhoudelijke beoordeling
2.3.3
De rechtbank beslist conform de bereikte overeenstemming.
2.4
Ingetrokken verzoek
2.4.1
De vrouw heeft haar verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud ingetrokken. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.
2.5
Proceskosten
2.5.1
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.
3De beslissing
De rechtbank:
3.1
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [datum] te [plaatsnaam] ( [land] );
3.2
bepaalt dat de man met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidings-beschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, huurder zal zijn van de echtelijke woning aan de [adres] ;
3.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding;
3.4
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.5
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Berghuis-Knijff, voorzitter en rechter, mr. H.C.A. de Groot en mr. I.J. Pieters, rechters, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. J. van Dijk, griffier, op 21 juli 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.