Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10170
Inhoudsindicatie
ZEDEN. Veroordeling voor seksueel misbruik van drie minderjarige jongens op de Filipijnen in de periode 1996-2000 en het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. De verweren van de verdediging over onder andere het niet voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid, de betrouwbaarheid van de verklaringen en het schenden van het ondervragingsrecht worden verworpen. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 31 maanden en 22 dagen, waarvan 24 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en het decennialange tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde feiten wordt een groot deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd, met daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijke deel is gelijk aan het voorarrest. Daarnaast wordt een geldboete opgelegd van € 13.166,22,-. De inbeslaggenomen telefoon wordt onttrokken aan het verkeer en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2025:181 Hoge Raad 04-02-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (52.892 tekens)
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-961509-20
Datum uitspraak: 28 juli 2026
Data zittingen: 7 mei 2020, 30 juni 2020, 22 september 2020, 1 maart 2024, 28 november 2025 en 14 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1966 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. J. Boksem
Officier van justitie: mr. T. Tanghe
Kern van het vonnis
De verdachte heeft drie minderjarige jongens seksueel misbruikt op de Filipijnen in de periode 1996-2000. Twee van de drie slachtoffers zijn stiefkinderen van de verdachte en het derde slachtoffer is een neefje van zijn echtgenote die destijds ook bij hen in huis woonde. Daarnaast heeft de verdachte kinderpornografisch materiaal in zijn bezit gehad. De rechtbank verwerpt de verweren van de verdediging, onder andere over het niet voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid, de betrouwbaarheid van de verklaringen en het schenden van het ondervragingsrecht. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 31 maanden en 22 dagen, waarvan 24 maanden voorwaardelijk. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en het decennialange tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde feiten wordt een groot deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd, met daaraan gekoppeld een aantal bijzondere voorwaarden en met aftrek van voorarrest. Er wordt voor het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf volstaan met het deel dat de verdachte reeds in voorarrest heeft uitgezeten. Dit betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast wordt een geldboete opgelegd van € 13.166,22. De inbeslaggenomen telefoon wordt onttrokken aan het verkeer en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
1Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij drie minderjarige jongens seksueel heeft misbruikt in de periode van 1 januari 1993 tot en met 31 december 2000, en dat hij kinderpornografisch materiaal heeft vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad. Dit is onder de feiten 1 tot en met 4 – samengevat – als volgt tenlastegelegd:
aanranding van [slachtoffer 1] , de stiefzoon van de verdachte;
aanranding van en/of ontucht met [slachtoffer 2] , de neef van de echtgenote van de verdachte, terwijl hij aan de zorg van verdachte was toevertrouwd;
aanranding van en/of ontucht met [slachtoffer 3] , de stiefzoon van de verdachte, terwijl hij aan de zorg van de verdachte was toevertrouwd;
het bezit en/of vervaardigen van kinderpornografisch materiaal.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) staat in bijlage 1.
2Ontvankelijkheid van de officier van justitie
2.1.
Standpunt van de verdediging
Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte met betrekking tot de feiten 1, 2 en 3. Op grond van art. 5 lid 1 onder 2 Sr, zoals dat gold van 1 januari 1994 tot 1 oktober 2002, moet zijn voldaan aan de eis van dubbele strafbaarheid. Niet kan worden vastgesteld dat de tenlastegelegde handelingen onder de feiten 1, 2 en 3 in de tenlastegelegde periode ook onder een strafbepaling in de Filipijnen vielen.
2.2.
Standpunt van de officier van justitie
Het verweer moet worden verworpen. Op 17 juni 1992 is in de Filipijnen een wet aangenomen strekkende tot (onder meer) de versterking van de bescherming van kinderen (Republic Act No. 7610). Onder sectie 3 staat beschreven dat dit mede betrekking had op ‘sexual abuse’. Het gaat om kinderen onder de 18. Ten tijde van de tenlastegelegde handelingen vielen die gedragingen dus ook in de Filipijnen onder een strafbepaling.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
De genoemde Republic Act No. 7610 geldt sinds 17 juni 1992 op de Filipijnen. Op grond van artikel 1 sectie 3 onder b jo. artikel 6 sectie 10 onder a van deze Republic Act kan worden vastgesteld dat in de tenlastegelegde periode de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde gedragingen in ieder geval onder artikel 6 strafbaar zijn gesteld als ‘other acts of abuse’, dit voor zover zij niet reeds strafbaar gesteld waren onder de aan dat artikel 6 voorafgaande artikelen van diezelfde Republic Act. Daarmee is voldaan aan de eisen van artikel 5 lid 1 onder 2 Sr van dubbele strafbaarheid, zoals deze destijds golden. Het verweer wordt verworpen. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
3Bewijs
3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 tot en met 4.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 tot en met 4. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte drie jongens seksueel heeft misbruikt en kinderpornografisch materiaal in zijn bezit heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
3.3.1.1 Feiten 1 tot en met 3
1. Proces-verbaal van bevindingen van de politie, met als bijlage de uitwerking van de geluidsopname:
Op de geluidsopname is [echtgenote verdachte] met haar man, de verdachte [verdachte] te horen. Het gesprek is opgenomen in december 2018.
In de als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegde uitgewerkte vertaling is onder andere het volgende te lezen:
[verdachte] : Ze trokken mij af eigenlijk. [naam 1] ook.
[verdachte] : Ze lagen gewoon op bed en masturbeerden.
[echtgenote verdachte] : En jij?
[verdachte] : ik zat op het bed en…
[echtgenote verdachte] : Dus ..ervaring., ntv.. hoeveel kinderen om je heen. Het is een groot bed ..ntv.. het is een kingsize bed en je vraagt de kinderen om te komen logeren in het weekend en ze slapen daar allemaal met jou!
[verdachte] : Ja.
[echtgenote verdachte] : Dus hoeveel kinderen waren daar?
[verdachte] : We sliepen daar, ik bedoel er kwam meestal een groep.
[echtgenote verdachte] : [naam 2] (fon) [naam 1]
[verdachte] : [naam 2] , [naam 1]
[echtgenote verdachte] : Dus wat is er met mijn kinderen gebeurd?
[verdachte] : Het was meestal hetzelfde als met [naam 2] en [naam 1] .
[verdachte] : [slachtoffer 2] (fon) ik ging een keer een beetje naar beneden maar toen heeft hij niet.. hij heeft een soort van…
[echtgenote verdachte] : Wat ging een beetje naar beneden?
[verdachte] : We lagen gewoon en ik trok aan zijn penis en dat was oké..
[echtgenote verdachte] : Wat ging naar beneden?
[verdachte] : Ik ging naar beneden met mijn mond en dat vond hij niet prettig… ntv… zijn broek uit.
[echtgenote verdachte] : Jullie begonnen gewoon te kussen en elkaar af te trekken?
[verdachte] : Ja.
[verdachte] : de beste pijpbeurt die ik ooit heb gehad was van [naam 4] / [naam 2] (fon)
2Proces-verbaal van de politie, verklaring van [echtgenote verdachte] :
Ik wist sinds 1996, toen [verdachte] in de Filipijnen woonde in zijn appartement, dat hij met kinderen wilde slapen. Hij heeft toen verschillende kinderen meegenomen naar zijn appartement tijdens het weekend. Tijdens dat weekend sliepen die kinderen in zijn appartement.
De eerste keer samenwonen was in een appartement in de straat [straat] in de Stad Makati. [verdachte] heeft het appartement gehuurd sinds 1996.
3. Een schriftelijk stuk, te weten de vertaling van de onder ede tegenover de Filipijnse politie afgelegde verklaring van [slachtoffer 1] :
Ik ben geboren op [geboortedatum 2] 1988. Mijn moeder is [echtgenote verdachte] .
V: Wanneer vonden de laatste seksuele handelingen plaats?
A: In het jaar 1998 toen wij ( [slachtoffer 3] en ik) samen in de kamer waren met een andere groep kinderen en mijn moeder ons betrapte terwijl wij [verdachte] op de billen sloegen, terwijl hij half naakt was. Dat was de tijd dat mijn moeder een vermoeden kreeg en ze het incident heeft onderzocht. En toen ze het ons vroeg, vertelden wij haar dat [verdachte] [sic] ons opdracht gaf om seksuele handelingen met hem te plegen.
V: Hoe vaak heeft u tijd doorgebracht met [verdachte] alleen?
A: Twee keer, in Cebu. In Mindoro waste hij mij en maakte hij mijn penis schoon.
V: Hoe vaak heeft u de nacht doorgebracht met [verdachte] ?
A: Elke keer wanneer hij ons uitnodigde in zijn appartement in Makati en in een andere plaats voor vakantie.
V: Vertelt u mij welke seksuele handelingen zich voordeden.
A: Hij vroeg om met een riem op zijn billen gezweept te worden. Hij vroeg ook om het handvat van een springtouw in zijn anus te brengen. Hij vroeg om zijn penis af te trekken en zijn testikels vast te houden tijdens het masturberen.
V: In hoeverre werden er aan u op enige tijd beloftes gedaan door [verdachte] ?
A: Er waren geen beloftes, maar hij gaf ons geld voor we naar huis gingen.
V: Wie had er nog meer contact en/of een dergelijke relatie met [verdachte] ?
A: [verdachte] deed ook hetzelfde met [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] .
V: Welke seksuele handelingen vonden plaats tussen anderen en [verdachte] ?
A: [verdachte] liet de groep kinderen spelen zonder ondergoed totdat de situatie intiem werd en dan vroeg hij om zijn penis af te trekken en het handvat van het springtouw in zijn anus in te brengen.
V: Waar vonden deze seksuele handelingen plaats?
A: Allemaal in zijn appartement in Makati en in zijn huis in Cebu City.
V: Hoe vaak was u aanwezig bij deze handelingen met anderen?
A: Heel vaak, vooral wanneer hij in Cebu was, hij gebruikte slechts één kamer.
4. Een schriftelijk stuk, te weten de vertaling van de onder ede tegenover de Filipijnse politie afgelegde verklaring van [slachtoffer 2] :
Ik ben geboren op [geboortedatum 3] 1990.
[verdachte] is mijn oom, echtgenoot van [echtgenote verdachte] en stiefvader van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] .
[slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en ik hebben seksueel contact gehad met [verdachte] . Hij had de rol van een vader voor mijn neef en voor mij. Omdat ik bij hen in huis woonde. Hij bood ons voedsel, onderdak en scholing.
V: [echtgenote verdachte] verklaarde dat u haar heeft verteld over het “aanraken” van [verdachte] (masturberen). Net als met [slachtoffer 1] . Wat kunt u daar over zeggen?
A: Ja, dat is waar en niet alleen masturberen. Er was een moment dat hij mijn penis in zijn mond deed.
V: U vertelde [echtgenote verdachte] dat “ [verdachte] soms naar hun kamer ging en hen aanraakte op hun broek in de buurt van de penis”. Wat kunt u daarover vertellen?
A: Ja, het is waar. Wanneer wij sliepen, we werden wakker omdat hij mijn penis aanraakte.
V: [verdachte] vertelde zijn vrouw [echtgenote verdachte] : “We lagen gewoon en ik trok aan zijn penis en dat was oké”. Wat kunt u hierover zeggen?
A: Het was niet oké, ik voelde me onbehaaglijk en niet op mijn gemak, hij verstoorde ook mijn slaap.
V: Kunt u ons vertellen wanneer dit seksueel misbruik plaatsvond?
A: Sinds 1998, toen we bij hem woonden in het appartement in Makati City.
V: En wanneer was de laatste keer dat deze seksuele handelingen plaatsvonden?
A: Toen ik al 10 jaar oud was, dat was in het jaar 2000.
V: Vertelt u mij welke andere seksuele handelingen plaatsvonden?
A: Hij raakte mijn penis aan (aftrekken).
V: Hoeveel geld ontving u van [verdachte] ?
A: 100 peso’s.
V: Waarom ontving u geld van [verdachte] ?
A: Het was een prijs voor spelletjes die we speelden.
5. Een schriftelijk stuk, te weten de vertaling van de onder ede tegenover de Filipijnse politie afgelegde verklaring van [slachtoffer 3] :
Ik ben geboren op [geboortedatum 4] 1990.
Mijn moeder is [echtgenote verdachte] . [slachtoffer 1] is mijn broer. [verdachte] is onze stiefvader, mijn moeders huidige echtgenoot. [slachtoffer 1] en ik zijn de stiefzonen van [verdachte] , terwijl [slachtoffer 2] mijn neef is, die bij ons woonde tot hij het voortgezet onderwijs had afgerond.
Wij allen op foto nummer 2 hebben seksueel contact gehad met [verdachte] . (de rechtbank: op de foto staan [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]).
V: Welke rol heeft/had de verdachte [verdachte] in het leven van uw neef [slachtoffer 2] ?
A: Vanaf dat [slachtoffer 2] bij ons in huis woonde, toen hij op de basisschool zat en op het voortgezet onderwijs, was [verdachte] degene die hem financieel ondersteunde.
V: Welke rol heeft/had de verdachte [verdachte] in het leven van uw broer [slachtoffer 1] ?
A: Sinds hij onze stiefvader is heeft hij [slachtoffer 1] ondersteund in zijn financiële behoefte, met voeding, kleding en benodigdheden voor school, inclusief schoolgeld.
V: Naar het schijnt heeft u gezegd dat het “slecht” was, datgene wat u moest doen. Kunt u ons precies vertellen wat u moest doen dat zo slecht was?
A: Ik vertelde haar dat [verdachte] mij ook vroeg om zijn penis te masturberen en om het handvat van het springtouw in zijn anus te brengen.
V: Hoe vaak kwamen deze seksuele daden voor?
A: Ik kan me niet precies herinneren hoe vaak, maar dit incident deed zich heel vaak voor.
V: U heeft mij verteld over de seksuele daden die [verdachte] met u heeft gepleegd. Wanneer begon dit? Hoe oud was u toen?
A: Het begon in 1996, toen ik zes jaar oud was.
V: En wanneer was de laatste keer dat de seksuele daad zich voordeed? Hoe oud was u?
A: De laatste keer was 1998, ik was toen acht jaar oud.
V: In hoeverre heeft [verdachte] ooit beloftes gedaan naar u toe?
A: Er waren geen beloftes, maar hij gaf ons geld voordat we naar huis gingen.
V: Wie had er nog meer contact en/of zo een relatie met [verdachte] ?
A: Ja, [verdachte] deed hetzelfde met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .
V: Welke seksuele daden vonden plaats tussen anderen en [verdachte] ?
A: [verdachte] vroeg om zijn penis te masturberen en om het handvat van het springtouw in zijn anus te stoppen.
V: Waar vonden deze seksuele daden plaats?
A: Allemaal in zijn appartement in Makati en in zijn huis in Cebu City.
3.3.1.2 Feit 4
1. Proces-verbaal van de politie Beschrijving kinderpornografisch materiaal met bijlagen:
In het opsporingsonderzoek tegen [verdachte] , adres [adres 2] te [plaats] is op 24 februari 2020 op voornoemd adres binnengetreden en werd een telefoon Samsung Galaxy S9 in beslaggenomen.
Deze telefoon is onderzocht en daarop is kinderpornografisch materiaal aangetroffen.
Wij, verbalisanten, zagen op de accessible kinderpornografische afbeeldingen het volgende:
dat de leeftijd van het afgebeelde jongetje beneden de leeftijd van 12 jaar was, vermoedelijk 6 of 7 jaar oud,
dat bij foto 4 en 5 ontuchtige handelingen werden gepleegd bestaande uit: door een minderjarige zichzelf betasten van geslachtsdelen met vinger/hand,
dat foto 6 en 7 foto’s van het poserende minderjarige jongetje waren, met de nadruk op geslachtsdelen en billen. Het poseren gebeurde: -geheel naakt, -uitsnede afbeelding (o.a. inzoomen).
Bijlage III:
File path : [bestandsnaam 1]
File created date : 20-05-2019 14:27
Foto : 4
File path : [bestandsnaam 2]
File created date : 20-05-2019 14:27
Foto : 5
File path : [bestandsnaam 3]
File created date : 25-05-2019 12:47
Foto : 6
File path : [bestandsnaam 4]
File created date : 25-05-2019 12:48
Foto : 7
2Deverklaring van de verdachte
In mei 2019 was ik in Maleisië. Later in de zomer van 2019 ben ik ook in Nederland geweest. In 2020 ben ik in Nederland gaan wonen.
3Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte:
Ik heb de Samsung Galaxy S9 naar Nederland meegenomen.
Ja de Samsung Galaxy S9 was van mij.
4De eigen waarneming van de rechtbank
De afbeeldingen in de toonmap genummerd 4 t/m 7 zijn kinderpornografisch van aard gelet op de daarop zichtbare minderjarige jongens die ontuchtige handelingen plegen en/of de pose en uitsnede (inzoomen) op de naakte kinderen met de nadruk op billen/geslachtsdelen.
3.3.2. Bewijsmotivering
3.3.2.1 Inleiding
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 tot en met 4. In deze bewijsmotivering wordt, voor zover van belang, ingegaan op de verweren die de verdediging heeft gevoerd met betrekking tot het bewijs.
3.3.2.2 Feiten 1 tot en met 3
Ondervragingsrecht
De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, omdat de verdediging deze getuigen niet heeft kunnen ondervragen en de betrouwbaarheid van hun verklaringen niet heeft kunnen toetsen. Aangezien een eventuele bewezenverklaring in hoofdzaak op deze verklaringen zou steunen en er geen (of onvoldoende) compenserende factoren zijn aan te wijzen voor het niet kunnen uitoefenen van het ondervragingsrecht, zijn artikel 6 lid 3 sub d en artikel 6 lid 1 van het EVRM geschonden en moeten de verklaringen worden uitgesloten van het bewijs.
De rechtbank oordeelt hierover als volgt.
De verdediging heeft in de onderhavige zaak het ondervragingsrecht niet volledig kunnen uitoefenen. In gevallen waarin de rechter voor het bewijs gebruik wil maken van een door een getuige afgelegde verklaring, terwijl de verdediging – ondanks het nodige initiatief – niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om ten aanzien van die getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, moet de rechter nagaan of het proces als geheel eerlijk is verlopen. Hierbij zijn – met het oog op de beoordeling of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces – van belang (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid (Hoge Raad 4 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:181, r.o. 2.9.1).
In deze zaak is er een reden voor het niet kunnen uitoefenen van het ondervragingsrecht. Op de regiezitting van 1 maart 2024 zijn de verzoeken van de verdediging om deze personen als getuigen te horen toegewezen en is de zaak verwezen naar de rechter-commissaris. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris van 11 september 2025 volgt dat er meerdere rechtshulpverzoeken zijn gedaan om de getuigen op de Filipijnen te horen, maar dat hieraan door de Filipijnse autoriteiten geen gevolg is gegeven waardoor het niet is gelukt om de getuigen te horen. Dat het ondervragingsrecht niet, althans niet binnen afzienbare termijn, kon worden uitgeoefend was daarom buiten machte van de Nederlandse justitie.
Voor wat betreft het gewicht van de verklaringen, geldt dat de bewezenverklaring van de feiten 1 tot en met 3 niet uitsluitend of in beslissende mate steunt op de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Deze bewezenverklaring is namelijk in beslissende mate gebaseerd op de uitwerking van de geluidsopname waarin de verdachte zelf verklaart over het misbruik. De getuigenverklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ondersteunen dit bewijsmiddel.
Tot slot merkt de rechtbank op dat er in deze zaak geen factoren aanwezig zijn die het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid compenseren.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, ook zonder dat er nog andere compenserende factoren waren voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid.
Bewijs en betrouwbaarheid verklaringen
De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [echtgenote verdachte] onbetrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
Vooropgesteld zij dat de ten laste gelegde feiten door de verdachte worden bekend in het door [echtgenote verdachte] met hem opgenomen gesprek. De bewezenverklaring steunt in beslissende en overwegende mate op dat gesprek. De verdachte verteld in dat gesprek dat hij meerdere jongens heeft misbruikt, waaronder [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . In dit gesprek verklaart verdachte dat bij alle drie de jongens meestal hetzelfde als met [naam 2] en [naam 1] is gebeurd en dat dit bestond uit het masturberen door de jongens zelf en het door de jongens laten aftrekken van de penis van de verdachte. Daarnaast heeft de verdachte in het gesprek verteld dat het misbruik plaatsvond wanneer hij met een groepje jongens op bed lag, zoals ook [slachtoffer 1] heeft verklaard. Tijdens voornoemd gesprek tussen de verdachte en [echtgenote verdachte] heeft de verdachte het ook alleen over [slachtoffer 2] bij wie hij naar beneden ging met zijn mond.
Het door de verdediging geschetste scenario dat [echtgenote verdachte] de verdachte erin heeft geluisd en dat de verdachte onder druk en om zo zijn huwelijk te redden tegenover haar een uitgebreid verhaal heeft verzonnen over het misbruik van minderjarige jongens, vindt geen enkele steun in het strafdossier en acht de rechtbank, ook overigens los daarvan, volstrekt ongeloofwaardig en het verweer daaromtrent wordt om die reden verworpen.
De geluidsopname van het gesprek tussen de verdachte en [echtgenote verdachte] wordt op essentiële punten ondersteund door de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .
De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] consistent en voldoende gedetailleerd hebben verklaard over de wijze waarop en de omstandigheden waaronder het seksueel misbruik door de verdachte plaatsvond. Zo verklaren ze ieder over de specifieke seksuele handelingen die zij moesten plegen en/of dulden. Daarnaast verklaren ze alle drie dat ze de penis van de verdachte moesten masturberen of aftrekken. Ook verklaren ze alle drie dat ze geld hebben ontvangen van de verdachte voor de seksuele handelingen. Daarnaast verklaren ze alle drie dat het misbruik plaatsvond in het appartement van de verdachte in Makati en in zijn huis in Cebu City. Tot slot hebben ze alle drie over elkaar verklaard dat de verdachte hen seksueel heeft misbruikt. Meer in het bijzonder heeft van de drie jongens alleen [slachtoffer 2] verklaard over het in de mond nemen van zijn penis door de verdachte, gelijk met de verklaring van de verdachte in het opgenomen gesprek.
Gelet op het voorgaande zijn de verklaringen van de [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] geloofwaardig en betrouwbaar, en kunnen deze voor het bewijs worden gebruikt. De rechtbank verwerpt de betrouwbaarheidsverweren.
Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
3.3.2.3 Feit 4
Vormverzuim
De verdediging heeft verzocht de resultaten van het onderzoek in de Samsung Galaxy S9 uit te sluiten van het bewijs, omdat de telefoon zonder rechterlijke toestemming is onderzocht. Hierdoor is sprake van een schending van de Landeck-rechtspraak, wat een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv oplevert.
De rechtbank stelt vast dat het onderzoek in de Samsung Galaxy S9 ten onrechte heeft plaatsgevonden zonder dat vooraf een toetsing door de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden. Daarmee is sprake van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Bij de beantwoording van de vraag of en zo ja, welk rechtsgevolg aan dit verzuim moet worden verbonden, dient rekening te worden gehouden met de in artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering genoemde factoren, te weten het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.
Bewijsuitsluiting kan aan de orde zijn als het uitsluiten van bepaalde resultaten van het
opsporingsonderzoek van het gebruik voor het bewijs noodzakelijk is om een schending van artikel 6 van het EVRM te voorkomen. De verdediging stelt dat hiervan in deze zaak geen sprake is en ook de rechtbank is van oordeel dat deze situatie zich in deze zaak niet voor doet. Verder kan bewijsuitsluiting aan de orde zijn als sprake is van een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, waarbij toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk is als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden en daarmee als middel om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden. Ook van die situatie is in deze zaak naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Daarbij is van belang dat ten tijde van de inbeslagname op 24 februari 2020 de betekenis van het overtreden vormvoorschrift nog niet algemeen bekend was. De Hoge Raad is inmiddels bij arrest van 18 maart 2025 ingegaan op de betekenis van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie – in het bijzonder de uitspraak in de zaak CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck – voor de eisen die moeten worden gesteld aan onderzoek aan elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Bewijsuitsluiting in deze zaak draagt daarom niets bij aan het voorkomen van vormverzuimen in de toekomst.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande volstaan met de enkele constatering van het vormverzuim en daaraan geen rechtsgevolgen verbinden.
Cache bestanden
Uit het dossier volgt dat een groot deel van de tenlastegelegde kinderpornografische afbeeldingen zich bevonden in de cache van de telefoon van de verdachte. Ten aanzien van deze bestanden geldt dat deze in beginsel niet zonder gebruikmaking van speciale software, in elk geval niet eenvoudig en voor de gemiddelde gebruiker, toegankelijk zijn. Omdat het dossier geen andere bewijsmiddelen biedt voor een bewezenverklaring van het in bezit hebben van die bestanden in de ten laste gelegde periode en er ook geen aanwijzingen zijn dat de verdachte beschikt over bijzondere digitale ervaring, zal de verdachte ten aanzien van die afbeeldingen worden vrijgesproken. De tenlastegelegde foto’s 4 tot en met 7 bevonden zich niet in de cache, maar in het bestandspad ‘ [bestandsnaam 5] ’ zodat aangenomen kan worden dat deze eenvoudig toegankelijk waren en bewezen kan worden verklaard dat de verdachte deze afbeeldingen in zijn bezit had.
Seksuele strekking
De rechtbank heeft na het bekijken van de toonmap in raadkamer, vastgesteld dat, anders dan de raadsman heeft gesteld, de afbeeldingen 4 tot en met 7 kinderpornografisch van aard zijn.
3.3.3. Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1.
hij in de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1998
te Makati en Cebu City (Filipijnen),
door een feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode meermalen
- zijn, verdachtes, penis laten vasthouden en zich laten masturberen door die [slachtoffer 1] en
- tijdens het masturberen van hem, verdachte, zijn, verdachtes, testikels laten vasthouden en
- met een riem, op de billen van hem, verdachte, laten slaan en
- met een handvat van een springtouw verdachtes, anus laten penetreren,
en bestaande die feitelijkheden hierin dat
verdachte, zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer 1] , zijnde zijn, verdachtes, stiefzoon meermalen
- die [slachtoffer 1] bij hem, verdachte, in huis heeft laten wonen;
- die [slachtoffer 1] in zijn bed heeft laten slapen;
- een positie als vader in het gezin heeft ingenomen en/of hen van voeding, onderdak en educatie heeft voorzien;
en aldus een situatie heeft doen ontstaan waarbij hij, verdachte, (feitelijk en psychisch) overwicht had over die [slachtoffer 1] , terwijl die [slachtoffer 1] zich in een kwetsbare positie bevond;
2.
hij in de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2000
te Makati (Filipijnen),
door een feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode meermalen
- terwijl deze [slachtoffer 2] sliep zijn met nachtkleding bedekte penis betast en
- zijn penis vast gehouden en/of hem gemasturbeerd en
- zijn penis in de mond genomen,
en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte, zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer 2] , meermalen
- die [slachtoffer 2] bij hem, verdachte, in huis heeft laten wonen;
- die [slachtoffer 2] in zijn bed heeft laten slapen;
- die [slachtoffer 2] terwijl hij sliep vervolgens onverhoeds bij zijn kruis heeft betast;
- een positie als vader in het gezin heeft ingenomen en/of hem van voeding, onderdak en educatie heeft voorzien;
- die [slachtoffer 2] geld heeft gegeven;
en aldus een situatie heeft doen ontstaan waarbij hij, verdachte, (feitelijk en psychisch) overwicht had over die [slachtoffer 2] terwijl die [slachtoffer 2] zich in een kwetsbare positie bevond;
en/of
hij in de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2000
te Makati (Filipijnen),
(telkens) met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 1990), die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die (telkens) bestonden uit:
- terwijl deze [slachtoffer 2] sliep het betasten van zijn met nachtkleding bedekte penis en
- het vasthouden en/of masturberen van zijn penis en
- het in de mond nemen van zijn penis,
terwijl hij, verdachte deze [slachtoffer 2] verzorgde of opvoedde als kind behorend tot zijn gezin en/of terwijl deze [slachtoffer 2] aan de zorg van hem, verdachte, was toevertrouwd;
3.
hij in de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1998
te Makati en Cebu City (Filipijnen),
door een feitelijkheid [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode eenmaal of meermalen
- zijn, verdachtes, penis laten vasthouden en/of zich laten masturberen door die [slachtoffer 3] en
- met een handvat van een springtouw zijn, verdachtes, anus laten penetreren,
en bestaande die feitelijkheden hierin dat verdachte, zulks terwijl er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer 3] , zijnde zijn, verdachtes, stiefzoon
- die [slachtoffer 3] bij hem, verdachte, in huis heeft laten wonen;
- die [slachtoffer 3] in zijn bed heeft laten slapen;
- een positie als vader in het gezin heeft ingenomen en/of hen van voeding, onderdak en educatie heeft voorzien;
en aldus een situatie heeft doen ontstaan waarbij hij, verdachte, (feitelijk en psychisch) overwicht had over die [slachtoffer 3] , terwijl die [slachtoffer 3] zich in een kwetsbare positie bevond;
en/of
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december
1998 te Makati en/of Cebu City (Filipijnen),
(telkens) met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 4] 1990), die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit:
- zijn, verdachtes, penis laten vasthouden en/of zich laten masturberen door die [slachtoffer 3] en/of
- met een handvat van een springtouw, zijn, verdachtes, anus laten penetreren,
terwijl hij, verdachte deze [slachtoffer 3] verzorgde of opvoedde als kind behorend tot zijn gezin en/of terwijl deze [slachtoffer 3] aan de zorg van hem, verdachte, was toevertrouwd;
4.
hij in de periode van 20 mei 2019 tot en met 24 februari 2020 in Maleisië, en te [plaats] ,
een gegevensdrager bevattende afbeeldingen - te weten
een mobiele telefoon, Samsung Galaxy S9 ( [serienummer] )
van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,
in bezit heeft gehad
welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het als persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met een vinger/hand aanraken van het eigen geslachtsdeel,
(foto 4 en 5, pagina 536 en 543)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn leeftijd past en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose van deze persoon en/of de
uitsnede van de foto’s nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, en die afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking had en/of strekte tot seksuele prikkeling
(foto 6 en 7, pagina 536, 543 en 544 )
4Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.
Feiten 2 en 3, telkens de eendaadse samenloop van:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;
en
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.
Feit 4:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.
4.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
Het onderdeel in de tenlastelegging “terwijl hij, verdachte deze naam minderjarige verzorgde of opvoedde als kind behorend tot zijn gezin en/of terwijl deze naam minderjarige aan de zorg van hem, verdachte, was toevertrouwd” (feit 2 en 3), vormde geen strafverzwarend bestandsdeel van het destijds geldende artikel 247 Sr. Dit terwijl het wel als dusdanig is ten laste gelegd, althans in ieder geval niet als afzonderlijk strafbaar feit is ten laste gelegd (zie artikel 249 Sr. oud). Dit onderdeel kan daarom telkens wel worden bewezen verklaard, maar niet worden gekwalificeerd als een strafbaar of strafverzwarend feit.
De feiten en de verdachte zijn voor het overige strafbaar.
5Straffen
5.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1 tot en met 4 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte de EU niet verlaat, zijn paspoort inlevert en een donatie doet aan Defence voor Children ter hoogte van € 13.166,22, gelijk aan het bedrag dat op de bankrekening van de verdachte staat waarop beslag ligt.
5.2.
Standpunt van de verdediging
Voor zover de rechtbank tot een veroordeling komt, dan is een straf gelijk aan de duur van het voorarrest een passende straf.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met drie minderjarige jongens. Dat heeft de verdachte kunnen doen doordat hij bij twee van de drie jongens in hun leven is gekomen als stiefvader. De derde jongen was het neefje van zijn echtgenote en woonde in die periode ook bij hen in huis. Het huis dat hij de jongens bood zou een veilige plek voor hen moeten zijn, maar het was daarentegen de plek waar zij seksueel werden misbruikt.
De verdachte heeft met de bewezenverklaarde feiten gedurende een periode van meerdere jaren op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de drie jongens en hun gevoel van veiligheid in hun woning. Seksueel misbruik van minderjarigen heeft grote gevolgen voor de betreffende slachtoffers. Misbruikte kinderen ondervinden vaak nog gedurende hun hele leven lichamelijke en psychische gevolgen van het misbruik. De verdachte heeft hier geen enkel oog voor gehad, maar was alleen maar bezig met zijn eigen seksuele lustgevoelens. De slachtoffers waren ten tijde van de incidenten toevertrouwd aan de zorg van de verdachte en waren mede van hem afhankelijk voor het voorzien in hun levensonderhoud. De verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn positie en het vertrouwen dat in hem was gesteld.
De rechtbank houdt als omstandigheid waaronder de bewezenverklaarde feiten zijn begaan ook rekening met de aanwijzingen in het dossier dat de verdachte ook andere minderjarige jongens op de Filipijnen seksueel heeft misbruikt omstreeks dezelfde periode. Hij heeft hier zelf uitgebreid over gesproken tegen zijn echtgenote, zo blijkt uit de geluidsopname die van het gesprek is gemaakt. Verder hebben familieleden van de verdachte verklaard dat hij dit misbruik aan hen zou hebben toegegeven. Zowel uit het opgenomen gesprek met zijn echtgenote als uit de verklaringen van zijn familieleden blijkt dat de verdachte het kwalijke van het misbruik niet inzag en het voor zichzelf verantwoordde omdat hij de kinderen of hun families financieel ondersteunde.
De verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en de schade die hij hierbij aan kinderen heeft aangedaan en wijst in plaats daarvan de beschuldigende vinger naar zijn echtgenote en zijn familieleden die onterecht beschuldigend over hem zouden hebben verklaard. De rechtbank neemt de verdachte dit alles zeer kwalijk.
Daarnaast heeft de verdachte kinderpornografisch materiaal in zijn bezit gehad. Het bezit van kinderporno is verwerpelijk omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Zulk misbruik doorkruist een normale seksuele ontwikkeling en kan voor minderjarigen ernstige gevolgen hebben, waar zij nog lange tijd last van kunnen hebben.
5.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
In het rapport van de Reclassering van 27 mei 2024 staat, kort samengevat, dat de Reclassering geen inzicht heeft verkregen in de samenhang tussen het delictgedrag en eventuele criminogene risicofactoren, omdat de verdachte de feiten ontkent. Daarom kan de reclassering niet adviseren of interventies en/of toezicht nodig zijn. De verdachte toont zich, vanuit zijn proceshouding, niet intrinsiek gemotiveerd voor gedragsverandering en ziet geen aanleiding voor eventuele behandeling, aldus de Reclassering.
In het Pro Justitia rapport van 28 augustus 2020 naar aanleiding van een psychologisch onderzoek staat, kort samengevat, dat er wordt geconcludeerd dat er bij de verdachte ten tijde van het onderzoek geen ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens kan worden vastgesteld. De verdachte heeft niet over de tenlastegelegde feiten willen verklaren en daardoor is het psychologisch onderzoek beperkt geweest.
5.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 24 februari 2020, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van ruim 6 jaren en 5 maanden verstreken.
De redelijke termijn is in deze zaak in beginsel twee jaren. Er is in deze zaak echter sprake van de bijzondere omstandigheid dat het onderzoek deels in de Filipijnen heeft plaatsgevonden waardoor dit meer tijd in beslag heeft genomen. Dit rechtvaardigt het tijdsverloop echter slechts ten dele, gelet op de forse duur van de schending.
Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf, zoals hieronder wordt overwogen.
5.3.4.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn en de omstandigheid dat sinds het einde van het bewezenverklaarde kindermisbruik inmiddels ruim 25 jaar is verstreken, een periode waarin geen nieuwe door de verdachte gepleegde strafbare feiten naar voren zijn gekomen, is het naar het oordeel van de rechtbank niet meer passend en geboden dat de verdachte terug moet naar de gevangenis. De gevangenisstraf wordt daarom gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd en het onvoorwaardelijke deel, bijna 8 maanden, heeft de verdachte al in voorarrest doorgebracht.
Aan de voorwaardelijke straf wordt als bijzondere voorwaarde gekoppeld dat de verdachte de Europese Unie niet verlaat en dat hij niet in het bezit is van een paspoort.De voorwaardelijke straf en de daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden hebben ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf een proeftijd van 3 jaar.
De rechtbank acht het, gelet op de ernst van de feiten, geboden om naast de gevangenisstraf een onvoorwaardelijke geldboete op te leggen van € 13.166,22. De rechtbank heeft bij de hoogte van de geldboete rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte en met de eis van de officier van justitie, waarbij een geldboete passender wordt geacht dan het doen van een donatie als bijzondere voorwaarde.
6In beslag genomen voorwerpen
6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen Samsung Galaxy S9 wordt onttrokken aan het verkeer.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om eerst de afbeeldingen op de telefoon die geen kinderpornografische afbeeldingen betreffen te kopiëren en aan de verdachte terug te geven, voordat de Samsung Galaxy S9 wordt onttrokken aan het verkeer.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beslist dat de in beslag Samsung Galaxy S9 wordt onttrokken aan het verkeer. Het onder 4 bewezenverklaarde feit is met behulp van dit voorwerp gepleegd en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet, omdat hierop kinderpornografisch materiaal staat. De rechtbank oordeelt hierover als volgt. De verdediging heeft onvoldoende concreet aangegeven om hoeveel en om welke bestanden op de telefoon het zou gaan en de bijzonder persoonlijke belangen die hierbij voor de verdachte zouden spelen. Het op bestandsniveau onderzoeken van de telefoon en het overnemen van gegevensbestanden vormt onder deze omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank een onevenredig grote belasting voor de opsporingsdiensten die dit verzoek zouden moeten uitvoeren. De rechtbank wijst het verzoek af.
7Voorlopige hechtenis
De voorlopige hechtenis van de verdachte is met ingang van 15 oktober 2020 geschorst.
De verdediging heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen. De officier van justitie heeft verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.
Gelet op de straf die aan de verdachte wordt opgelegd, doet de situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zich voor, zodat het bevel tot voorlopige hechtenis moet worden opgeheven.
8Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 36b, 36c, 55, 57, 240b, 246 en 247 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals deze golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
9Beslissingen
De rechtbank:
Voorvragen
verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 en 4, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 31 (eenendertig) maanden en 22 (tweeëntwintig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Geldboete
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 13.166,22 (dertienduizend honderdzesenzestig euro en tweeëntwintig eurocent);
beveelt dat, voor het geval de geldboete niet wordt betaald en geen verhaal mogelijk is, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 24 (vierentwintig) maanden, van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte gedurende de proeftijd de Europese Unie niet verlaat;
de verdachte zijn paspoort ter beschikking stelt aan de officier van justitie, of een door deze aan te wijzen instantie of persoon, en zich onthoudt van het aanvragen van een vervangend paspoort; deze voorwaarde geldt niet als blijkt dat het paspoort van de verdachte als gestolen staat geregistreerd zoals hij eerder heeft verklaard.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
In beslag genomen voorwerpen
verklaart voor feit 4 onttrokken aan het verkeer de Samsung S9;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.
10Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Daum, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en I.M. Braam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Dijk, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 28 juli 2026.
mr. I.M. Braam is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer] , onderzoek [onderzoeksnaam] .
Pagina 256 e.v.
Pagina 95 e.v.
Pagina 872 e.v.
Pagina 877 e.v.
Pagina 866 e.v.
Pagina 533 e.v.
Verklaard tijdens de zitting van 14 juli 2026.
Pagina 700.