Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10159
2026-07-17
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/720692 / FA RK 26-4400
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek minderjarige benoeming bijzondere curator, aanvraag afgifte identiteitsbewijzen, vervangende toestemming vakantie. Minderjarige ontvankelijk ogv artikel 6 EVRM. Verzoeken afgewezen, omdat geen belang of het ontbreken van een wettelijke grondslag.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBAMS:2025:4987 Rechtbank Amsterdam 08-07-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (21.015 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer : C/10/720692 / FA RK 26-4400
Beschikking van 17 juli 2026 over de benoeming van een bijzondere curator, afgifte en aanvraag van identiteitsbewijzen en vervangende toestemming
[minderjarige]
, hierna: de minderjarige,
geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ,
wonende te [plaats] ,
advocaat mr. M. ter Haar-Bas te Rotterdam.
In welke zaak belanghebbende is:
[moeder]
, hierna: de moeder,
wonende te [plaats] ,
advocaat mr. B Özates te Rotterdam.
In welke zaak informant zijn:
[grootmoeder]
, hierna: de grootmoeder,
wonende te [plaats] ,
en
stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna: de GI,
zetelende te Rotterdam.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de minderjarige, ingekomen op 2 juni 2026;
het aanvullende verzoekschrift van de minderjarige, ingekomen op 22 juni 2026;
een bericht van de minderjarige van 22 juni 2026;
het verweerschrift met bijlagen van de moeder van 6 juli 2026.
1.2.
De minderjarige heeft op 15 juni 2026 met de kinderrechter gesproken.
1.3.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn verschenen:
de advocaat van de minderjarige;
de moeder;
de grootmoeder, bijgestaan door een tolk;
de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.4.
De minderjarige heeft verzocht ook zijn tante als informant op te roepen en de moeder heeft verzocht haar partner toe te laten tot de mondelinge behandeling als informant. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling besloten beide personen niet toe te laten, omdat de rechtbank geen informatie van hen nodig heeft om een beslissing te nemen over de verzoeken.
1.5.
De moeder heeft meerdere keren verzocht de behandeling van de verzoeken aan te houden. De rechtbank heeft deze verzoeken tot aanhouding afgewezen, omdat de moeder voldoende tijd heeft gekregen om een advocaat te vinden, zich voor te bereiden op de mondelinge behandeling en via een advocaat haar standpunten kenbaar te maken. Het lopende onderzoek van de raad maakt dat niet anders.
2De feiten
2.1.
De moeder heeft het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
2.2.
De minderjarige woont sinds oktober 2025 bij de grootmoeder.
3De beoordeling
3.1.
Ontvankelijkheid minderjarige
3.1.1.
De minderjarige stelt dat hij ontvangen moet worden in zijn verzoeken, omdat hij afhankelijk is van zijn moeder, die het gezag over hem heeft, terwijl de moeder in dit geval ook de wederpartij is. De minderjarige heeft geen toegang tot het recht als hij niet-ontvankelijk wordt verklaard. De moeder stelt zich op het standpunt dat de minderjarige wel niet-ontvankelijk is. De minderjarige is volgens de moeder niet zelfstandig bevoegd om verzoeken in te dienen.
3.1.2.
De advocaat van de minderjarige verwijst naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam van 9 juli 2025. De rechtbank sluit in de beslissing bij deze uitspraak aan. De hoofdregel is dat de minderjarige wordt vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordiger. Dat betekent in dit geval dat de moeder de minderjarige vertegenwoordigt. Omdat de moeder en de minderjarige tegenstrijdige belangen hebben, zou dit ertoe leiden dat de minderjarige geen toegang heeft tot de rechter, waardoor zijn fundamentele rechten op grond van artikel 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) worden aangetast. Om te zorgen dat de minderjarige ondanks tegenstrijdige belangen met zijn wettelijke vertegenwoordiger toch toegang heeft tot de rechter, kan op grond van de wet een bijzondere curator worden benoemd. Deze bijzondere curator vertegenwoordigt de minderjarige dan. De procesbekwaamheid van de minderjarige mag ingeperkt worden en toegang tot de rechter via vertegenwoordiging van een wettelijk vertegenwoordiger of bijzondere curator is niet in strijd met artikel 6 EVRM. Dat verandert wanneer het voor de minderjarige praktisch onmogelijk of uiterst moeilijk is om toegang tot de rechter te hebben. Daar is sprake van als het in een spoedeisende situatie, in dit geval een vakantie op korte termijn, niet mogelijk of wenselijk is om de benoeming van een bijzondere curator af te wachten. Op grond van artikel 6 EVRM moet de toegang tot de rechter dan op een andere manier mogelijk worden gemaakt. De rechtbank beslist daarom dat de hoofdregel in dit geval doorbroken moet worden om te zorgen dat de minderjarige toegang heeft tot het recht. De rechtbank is van oordeel dat de minderjarige in dit geval zelfstandig procesbekwaam is en daarom wordt ontvangen in zijn verzoek. De rechtbank gaat dan ook over tot de beoordeling van de verzoeken.
3.2.
Voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv
3.2.1.
De minderjarige verzoekt een voorlopige voorziening te treffen, die ziet op de afgifte van zijn identiteitsbewijzen, de aanvraag van identiteitsbewijzen, vervangende toestemming voor een vakantie naar Turkije en als de rechtbank de minderjarige niet-ontvankelijk verklaart in deze procedure, een bijzondere curator te benoemen die zijn belangen kan behartigen en hem kan vertegenwoordigen.
3.2.2.
De moeder voert gemotiveerd verweer.
3.2.3.
Omdat de voorlopige voorzieningen en de bodemprocedure gelijktijdig zijn behandeld en op de verzoeken in de bodemzaak zal worden beslist, heeft de minderjarige geen belang meer bij zijn verzoeken in het kader van de voorlopige voorziening. De rechtbank zal deze verzoeken dan ook afwijzen.
3.3.
Hoofdzaak
Verzoeken
3.3.1.
De minderjarige verzoekt de moeder te bevelen tot afgifte van zijn originele Nederlandse identiteitskaart en wel op verbeurte van een dwangsom aan de minderjarige van € 500,- per dag voor iedere dag dat de moeder in strijd handelt met vorenstaande en het niet naleeft. Verder verzoekt de minderjarige aan hem vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een identiteitskaart voor hem en te bepalen dat de vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de moeder. Ook verzoekt de minderjarige de moeder te bevelen tot afgifte van zijn originele paspoort en wel op straffe van verbeurte van een dwangsom aan de minderjarige van € 500,- per dag voor iedere dag dat de moeder in strijd handelt met vorenstaande en het niet naleeft. Daarnaast verzoekt de minderjarige aan hem vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een nieuw paspoort en te bepalen dat de vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de moeder. Ook verzoekt de minderjarige aan hem vervangende toestemming te verlenen om op vakantie te gaan naar Alanya in Turkije vanaf 19 augustus 2026 tot en met 31 augustus 2026 en te bepalen dat de vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de moeder. Tot slot, verzoekt de minderjarige, als de rechtbank de minderjarige niet-ontvankelijk verklaart in deze procedure, een bijzondere curator te benoemen die zijn belangen kan behartigen en hem kan vertegenwoordigen.
3.3.2.
De moeder voert gemotiveerd verweer.
Benoeming bijzondere curator
3.3.3.
Tijdens de mondelinge behandeling en uit de stukken is gebleken dat het verzoek om een bijzondere curator te benoemen is gedaan voor het geval de minderjarige niet-ontvankelijk zou zijn. De rechtbank heeft beoordeeld dat dit wel het geval is en daarom heeft de minderjarige geen belang bij dit verzoek. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.
Afgifte en aanvraag identiteitskaart
3.3.4.
De minderjarige wil zijn identiteitskaart, omdat hij die nodig heeft voor de vakantie naar Turkije. De minderjarige en de moeder verschillen van mening over de vraag wie de identiteitskaart in bezit heeft. Volgens de minderjarige is de identiteitskaart bij de moeder, terwijl de identiteitskaart volgens de moeder kwijt is en in ieder geval niet in haar bezit.
3.3.5.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de minderjarige een belang heeft bij een identiteitskaart. Er is ook een nog geldige identiteitskaart, maar de rechtbank kan op basis van de stukken en wat is besproken niet vaststellen wie de identiteitskaart in bezit heeft. De rechtbank zal de moeder daarom niet tot afgifte daarvan bevelen. Ook wijst de rechtbank het verzoek tot vervangende toestemming af. Op grond van artikel 34 lid 6 Paspoortwet heeft de minderjarige geen verklaring van toestemming van een gezaghebbende ouder nodig om een identiteitskaart aan te vragen als de minderjarige de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt. De minderjarige is inmiddels zestien jaar oud en kan dus zelfstandig, met een verklaring van vermissing van de oude identiteitskaart, een nieuwe identiteitskaart aanvragen. De minderjarige heeft daarom geen belang bij zijn verzoek voor vervangende toestemming. De rechtbank wijst de verzoeken over de identiteitskaart dus af.
Afgifte en aanvraag paspoort
3.3.6.
De minderjarige wil een paspoort aanvragen en hij heeft daarvoor zijn verlopen paspoort nodig. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij het verlopen paspoort van de minderjarige in haar bezit heeft. De moeder maakt zich zorgen over de beïnvloedbaarheid van de minderjarige op het moment dat hij over een paspoort beschikt. Zo zou hij eerder een identiteitsbewijs gewisseld hebben met zijn vader en is hij volgens de vrouw meerdere keren (strafrechtelijk) in de problemen geraakt.
3.3.7.
Op grond van artikel 34 lid 1 jo. lid 3 van de Paspoortwet kan een minderjarige, ouder dan twaalf jaar, een verzoek doen bij de rechter om de verklaring van toestemming voor de aanvraag van een paspoort van een gezaghebbende ouder te vervangen door een verklaring van de rechter. De minderjarige is op grond daarvan ontvankelijk in zijn verzoek. Voor de rechtbank is niet duidelijk geworden waarom de minderjarige op dit moment belang heeft bij een paspoort. Zijn advocaat heeft naar voren gebracht dat hij zich moet kunnen identificeren, maar dat kan hij ook met zijn identiteitskaart. Verder heeft de minderjarige geen concrete plannen voor vakanties naar landen waarvoor een paspoort nodig is of zijn andere situaties naar voren gebracht, waarin een identiteitskaart niet zou volstaan. Het belang bij een paspoort is daarmee niet komen vast te staan. Mede gelet op de zorgen van de moeder over de beïnvloedbaarheid van de minderjarige op het moment dat hij over een paspoort beschikt, wijst de rechtbank het verzoek van de minderjarige af. De afgifte van het verlopen paspoort houdt verband met de aanvraag van een nieuw paspoort. Omdat het verzoek over de aanvraag van een paspoort wordt afgewezen, wijst de rechtbank ook het verzoek om de afgifte en de dwangsom af.
Vervangende toestemming vakantie
3.3.8.
De minderjarige wil met zijn grootmoeder en tante mee op vakantie naar Turkije. Hij woont sinds oktober 2025 bij zijn grootmoeder en heeft ook veel contact met zijn tante. Duidelijk is dat het tot nu toe niet gelukt is om met de moeder in overleg te treden en afspraken over de vakantie te maken, waaronder over de toestemming die de moeder moet verlenen. De minderjarige heeft de rechtbank daarom verzocht de toestemming van de moeder te vervangen. Voor de rechtbank is onduidelijk op grond waarvan de minderjarige meent deze toestemming te kunnen verzoeken. De advocaat van de minderjarige heeft, desgevraagd, slechts verwezen naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam in een vergelijkbare situatie. In deze uitspraak is voorbijgegaan aan de benoeming van een bijzondere curator, omdat de vakantie van de minderjarige op korte termijn zou aanvangen en de rechtbank heeft de toestemming vervolgens verleend. Uit die uitspraak wordt de wettelijke grondslag voor de toestemming niet duidelijk.
3.3.9.
Hoewel de rechtbank de wens van de minderjarige om samen met zijn grootmoeder op vakantie te gaan begrijpt, wijst de rechtbank het verzoek van de minderjarige af. De rechtbank legt uit waarom. In de wet is geregeld dat een ouder met gezag de plicht en het recht heeft om de minderjarige te verzorgen en op te voeden. De ouder heeft de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van de minderjarige, de veiligheid van de minderjarige en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. De beslissingen over een minderjarige moeten dus worden genomen met dit in gedachten. Als een ouder dat in het belang van de minderjarige acht, kan dat ook een beslissing zijn die niet overeenkomt met de wensen van een minderjarige. Als een minderjarige het niet eens is met zo’n (gezags-)beslissing biedt de wet geen mogelijkheid om de rechter te vragen om een beslissing, met uitzondering van de mogelijkheden via de informele rechtsingang. De wet biedt drie mogelijkheden (in artikel 1:251a BW over gezagsbeslissingen, in artikel 1:253a BW over de vaststelling en wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedtaken en in artikel 1:377g BW over de vaststelling of wijziging van een omgangsregeling), maar die zijn hier niet van toepassing. Daarom is het voor de rechter niet mogelijk om een beslissing over de vervangende toestemming te nemen. In dat kader is nog wel gesproken over de mogelijkheid om het verzoek van de minderjarige op te vatten als een aanvraag van de minderjarige via de informele rechtsingang over omgang met de grootmoeder voor de duur van de vakantie. Echter, de minderjarige heeft dan alsnog toestemming van de moeder nodig om naar het buitenland te reizen. Tijdens de mondelinge behandeling wordt ook duidelijk dat de moeder tot nu toe geen toestemming voor de vakantie heeft verleend, omdat zij dat op dit moment niet in het belang van de minderjarige acht. Zij heeft geen bezwaar tegen de vakantie, maar er bestaat volgens haar teveel onduidelijkheid en zij mist informatie en daardoor worden haar zorgen over het welzijn van de minderjarige tijdens de vakantie niet weggenomen. Wat de moeder daarbij ook dwarszit, is dat de grootmoeder vorig jaar zonder toestemming van de moeder, de gezaghebbende ouder, met de minderjarige en zonder zijn identiteitskaart naar Spanje is gereisd naar een andere bestemming dan aan de moeder werd doorgegeven en ook de reis naar Turkije is geboekt zonder voorafgaand overleg met de moeder. De rechtbank ziet ingewikkelde familieverhoudingen, maar dat ontslaat de grootmoeder niet van de verantwoordelijkheid om met de moeder te overleggen voordat zij beslissingen over de minderjarige nemen. Het gezag van de moeder kan niet worden ondermijnd. Daar komt bij dat de voorwaarden van de moeder niet onredelijk zijn. Op het moment dat de grootmoeder de boekingsbevestigingen van de vlucht en het hotel verstrekt en als zij verklaart dat de minderjarige de hele vakantie in haar aanwezigheid zal zijn en zij de verantwoordelijkheid voor hem draagt, ziet de rechtbank openingen bij de moeder om haar toestemming te verlenen. De rechtbank spreekt de hoop uit dat het partijen lukt om in onderling overleg te regelen dat de minderjarige deze zomer wel op vakantie kan.
Terugkoppeling minderjarige
3.4.
De kinderrechter zal de minderjarige een brief sturen, waarin een en ander als volgt aan hem wordt uitgelegd:
Beste [voornaam minderjarige] ,
Wij hebben elkaar gesproken, omdat jij graag op vakantie wilt met je oma, tante en haar gezin. Dat vind ik een begrijpelijke wens. Voor deze vakantie heb je toestemming van je moeder nodig, maar ook een geldig identiteitsbewijs. Ik heb wat je wilt besproken met je advocaat, je moeder, je oma, je jeugdreclasseerder en iemand van de raad voor de kinderbescherming. Na dit gesprek heb ik uitgezocht wat ik volgens de wet voor je kan doen. Je identiteitskaart kun je zelf aanvragen, daar heb je de toestemming van je moeder niet voor nodig. Als het gaat om een paspoort, is me duidelijk geworden dat het verlopen paspoort bij je moeder ligt en die wil ze inderdaad niet aan je geven, omdat ze zich zorgen maakt over wat je daarmee zou kunnen doen. Mij is niet duidelijk geworden waarom jij op dit moment een paspoort nodig hebt. Je hebt bijvoorbeeld geen plannen voor een vakantie naar een land waarvoor een paspoort nodig is. Daarom geef ik je geen toestemming om een nieuw paspoort aan te vragen. Als het gaat om de vakantie naar Turkije, kan ik je geen toestemming geven, omdat de wet geen ruimte biedt om deze toestemming aan jou te geven. Je moeder gunt je de vakantie naar Turkije, maar wil wel graag duidelijkheid over waar je bent en wie verantwoordelijk is als je op vakantie bent.Je moeder heeft tijdens de zitting verteld welke informatie zij in ieder geval nodig heeft. Ik hoop voor je dat je oma de goede informatie aan je moeder stuurt, zodat ze alsnog toestemming kan geven en jij toch op vakantie kunt. Ik wens je het allerbeste toe.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
verklaart de minderjarige ontvankelijk;
in de voorlopige voorziening:
4.2.
wijst af de verzoeken van de minderjarige;
in de hoofdzaak:
4.3.
wijst af de verzoeken van de minderjarige;
4.4.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Berghuis-Knijff, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. S.P. van Driel, griffier, op 17 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.
Rechtbank Amsterdam, 08-07-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4987, C/13/771544 / KG ZA 25-510.
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer : C/10/720692 / FA RK 26-4400
Beschikking van 17 juli 2026 over de benoeming van een bijzondere curator, afgifte en aanvraag van identiteitsbewijzen en vervangende toestemming
[minderjarige]
, hierna: de minderjarige,
geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ,
wonende te [plaats] ,
advocaat mr. M. ter Haar-Bas te Rotterdam.
In welke zaak belanghebbende is:
[moeder]
, hierna: de moeder,
wonende te [plaats] ,
advocaat mr. B Özates te Rotterdam.
In welke zaak informant zijn:
[grootmoeder]
, hierna: de grootmoeder,
wonende te [plaats] ,
en
stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna: de GI,
zetelende te Rotterdam.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met bijlagen van de minderjarige, ingekomen op 2 juni 2026;
het aanvullende verzoekschrift van de minderjarige, ingekomen op 22 juni 2026;
een bericht van de minderjarige van 22 juni 2026;
het verweerschrift met bijlagen van de moeder van 6 juli 2026.
1.2.
De minderjarige heeft op 15 juni 2026 met de kinderrechter gesproken.
1.3.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn verschenen:
de advocaat van de minderjarige;
de moeder;
de grootmoeder, bijgestaan door een tolk;
de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.4.
De minderjarige heeft verzocht ook zijn tante als informant op te roepen en de moeder heeft verzocht haar partner toe te laten tot de mondelinge behandeling als informant. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling besloten beide personen niet toe te laten, omdat de rechtbank geen informatie van hen nodig heeft om een beslissing te nemen over de verzoeken.
1.5.
De moeder heeft meerdere keren verzocht de behandeling van de verzoeken aan te houden. De rechtbank heeft deze verzoeken tot aanhouding afgewezen, omdat de moeder voldoende tijd heeft gekregen om een advocaat te vinden, zich voor te bereiden op de mondelinge behandeling en via een advocaat haar standpunten kenbaar te maken. Het lopende onderzoek van de raad maakt dat niet anders.
2De feiten
2.1.
De moeder heeft het eenhoofdig gezag over de minderjarige.
2.2.
De minderjarige woont sinds oktober 2025 bij de grootmoeder.
3De beoordeling
3.1.
Ontvankelijkheid minderjarige
3.1.1.
De minderjarige stelt dat hij ontvangen moet worden in zijn verzoeken, omdat hij afhankelijk is van zijn moeder, die het gezag over hem heeft, terwijl de moeder in dit geval ook de wederpartij is. De minderjarige heeft geen toegang tot het recht als hij niet-ontvankelijk wordt verklaard. De moeder stelt zich op het standpunt dat de minderjarige wel niet-ontvankelijk is. De minderjarige is volgens de moeder niet zelfstandig bevoegd om verzoeken in te dienen.
3.1.2.
De advocaat van de minderjarige verwijst naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam van 9 juli 2025. De rechtbank sluit in de beslissing bij deze uitspraak aan. De hoofdregel is dat de minderjarige wordt vertegenwoordigd door zijn wettelijke vertegenwoordiger. Dat betekent in dit geval dat de moeder de minderjarige vertegenwoordigt. Omdat de moeder en de minderjarige tegenstrijdige belangen hebben, zou dit ertoe leiden dat de minderjarige geen toegang heeft tot de rechter, waardoor zijn fundamentele rechten op grond van artikel 6 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) worden aangetast. Om te zorgen dat de minderjarige ondanks tegenstrijdige belangen met zijn wettelijke vertegenwoordiger toch toegang heeft tot de rechter, kan op grond van de wet een bijzondere curator worden benoemd. Deze bijzondere curator vertegenwoordigt de minderjarige dan. De procesbekwaamheid van de minderjarige mag ingeperkt worden en toegang tot de rechter via vertegenwoordiging van een wettelijk vertegenwoordiger of bijzondere curator is niet in strijd met artikel 6 EVRM. Dat verandert wanneer het voor de minderjarige praktisch onmogelijk of uiterst moeilijk is om toegang tot de rechter te hebben. Daar is sprake van als het in een spoedeisende situatie, in dit geval een vakantie op korte termijn, niet mogelijk of wenselijk is om de benoeming van een bijzondere curator af te wachten. Op grond van artikel 6 EVRM moet de toegang tot de rechter dan op een andere manier mogelijk worden gemaakt. De rechtbank beslist daarom dat de hoofdregel in dit geval doorbroken moet worden om te zorgen dat de minderjarige toegang heeft tot het recht. De rechtbank is van oordeel dat de minderjarige in dit geval zelfstandig procesbekwaam is en daarom wordt ontvangen in zijn verzoek. De rechtbank gaat dan ook over tot de beoordeling van de verzoeken.
3.2.
Voorlopige voorziening op grond van artikel 223 Rv
3.2.1.
De minderjarige verzoekt een voorlopige voorziening te treffen, die ziet op de afgifte van zijn identiteitsbewijzen, de aanvraag van identiteitsbewijzen, vervangende toestemming voor een vakantie naar Turkije en als de rechtbank de minderjarige niet-ontvankelijk verklaart in deze procedure, een bijzondere curator te benoemen die zijn belangen kan behartigen en hem kan vertegenwoordigen.
3.2.2.
De moeder voert gemotiveerd verweer.
3.2.3.
Omdat de voorlopige voorzieningen en de bodemprocedure gelijktijdig zijn behandeld en op de verzoeken in de bodemzaak zal worden beslist, heeft de minderjarige geen belang meer bij zijn verzoeken in het kader van de voorlopige voorziening. De rechtbank zal deze verzoeken dan ook afwijzen.
3.3.
Hoofdzaak
Verzoeken
3.3.1.
De minderjarige verzoekt de moeder te bevelen tot afgifte van zijn originele Nederlandse identiteitskaart en wel op verbeurte van een dwangsom aan de minderjarige van € 500,- per dag voor iedere dag dat de moeder in strijd handelt met vorenstaande en het niet naleeft. Verder verzoekt de minderjarige aan hem vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een identiteitskaart voor hem en te bepalen dat de vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de moeder. Ook verzoekt de minderjarige de moeder te bevelen tot afgifte van zijn originele paspoort en wel op straffe van verbeurte van een dwangsom aan de minderjarige van € 500,- per dag voor iedere dag dat de moeder in strijd handelt met vorenstaande en het niet naleeft. Daarnaast verzoekt de minderjarige aan hem vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een nieuw paspoort en te bepalen dat de vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de moeder. Ook verzoekt de minderjarige aan hem vervangende toestemming te verlenen om op vakantie te gaan naar Alanya in Turkije vanaf 19 augustus 2026 tot en met 31 augustus 2026 en te bepalen dat de vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de moeder. Tot slot, verzoekt de minderjarige, als de rechtbank de minderjarige niet-ontvankelijk verklaart in deze procedure, een bijzondere curator te benoemen die zijn belangen kan behartigen en hem kan vertegenwoordigen.
3.3.2.
De moeder voert gemotiveerd verweer.
Benoeming bijzondere curator
3.3.3.
Tijdens de mondelinge behandeling en uit de stukken is gebleken dat het verzoek om een bijzondere curator te benoemen is gedaan voor het geval de minderjarige niet-ontvankelijk zou zijn. De rechtbank heeft beoordeeld dat dit wel het geval is en daarom heeft de minderjarige geen belang bij dit verzoek. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.
Afgifte en aanvraag identiteitskaart
3.3.4.
De minderjarige wil zijn identiteitskaart, omdat hij die nodig heeft voor de vakantie naar Turkije. De minderjarige en de moeder verschillen van mening over de vraag wie de identiteitskaart in bezit heeft. Volgens de minderjarige is de identiteitskaart bij de moeder, terwijl de identiteitskaart volgens de moeder kwijt is en in ieder geval niet in haar bezit.
3.3.5.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de minderjarige een belang heeft bij een identiteitskaart. Er is ook een nog geldige identiteitskaart, maar de rechtbank kan op basis van de stukken en wat is besproken niet vaststellen wie de identiteitskaart in bezit heeft. De rechtbank zal de moeder daarom niet tot afgifte daarvan bevelen. Ook wijst de rechtbank het verzoek tot vervangende toestemming af. Op grond van artikel 34 lid 6 Paspoortwet heeft de minderjarige geen verklaring van toestemming van een gezaghebbende ouder nodig om een identiteitskaart aan te vragen als de minderjarige de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt. De minderjarige is inmiddels zestien jaar oud en kan dus zelfstandig, met een verklaring van vermissing van de oude identiteitskaart, een nieuwe identiteitskaart aanvragen. De minderjarige heeft daarom geen belang bij zijn verzoek voor vervangende toestemming. De rechtbank wijst de verzoeken over de identiteitskaart dus af.
Afgifte en aanvraag paspoort
3.3.6.
De minderjarige wil een paspoort aanvragen en hij heeft daarvoor zijn verlopen paspoort nodig. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij het verlopen paspoort van de minderjarige in haar bezit heeft. De moeder maakt zich zorgen over de beïnvloedbaarheid van de minderjarige op het moment dat hij over een paspoort beschikt. Zo zou hij eerder een identiteitsbewijs gewisseld hebben met zijn vader en is hij volgens de vrouw meerdere keren (strafrechtelijk) in de problemen geraakt.
3.3.7.
Op grond van artikel 34 lid 1 jo. lid 3 van de Paspoortwet kan een minderjarige, ouder dan twaalf jaar, een verzoek doen bij de rechter om de verklaring van toestemming voor de aanvraag van een paspoort van een gezaghebbende ouder te vervangen door een verklaring van de rechter. De minderjarige is op grond daarvan ontvankelijk in zijn verzoek. Voor de rechtbank is niet duidelijk geworden waarom de minderjarige op dit moment belang heeft bij een paspoort. Zijn advocaat heeft naar voren gebracht dat hij zich moet kunnen identificeren, maar dat kan hij ook met zijn identiteitskaart. Verder heeft de minderjarige geen concrete plannen voor vakanties naar landen waarvoor een paspoort nodig is of zijn andere situaties naar voren gebracht, waarin een identiteitskaart niet zou volstaan. Het belang bij een paspoort is daarmee niet komen vast te staan. Mede gelet op de zorgen van de moeder over de beïnvloedbaarheid van de minderjarige op het moment dat hij over een paspoort beschikt, wijst de rechtbank het verzoek van de minderjarige af. De afgifte van het verlopen paspoort houdt verband met de aanvraag van een nieuw paspoort. Omdat het verzoek over de aanvraag van een paspoort wordt afgewezen, wijst de rechtbank ook het verzoek om de afgifte en de dwangsom af.
Vervangende toestemming vakantie
3.3.8.
De minderjarige wil met zijn grootmoeder en tante mee op vakantie naar Turkije. Hij woont sinds oktober 2025 bij zijn grootmoeder en heeft ook veel contact met zijn tante. Duidelijk is dat het tot nu toe niet gelukt is om met de moeder in overleg te treden en afspraken over de vakantie te maken, waaronder over de toestemming die de moeder moet verlenen. De minderjarige heeft de rechtbank daarom verzocht de toestemming van de moeder te vervangen. Voor de rechtbank is onduidelijk op grond waarvan de minderjarige meent deze toestemming te kunnen verzoeken. De advocaat van de minderjarige heeft, desgevraagd, slechts verwezen naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam in een vergelijkbare situatie. In deze uitspraak is voorbijgegaan aan de benoeming van een bijzondere curator, omdat de vakantie van de minderjarige op korte termijn zou aanvangen en de rechtbank heeft de toestemming vervolgens verleend. Uit die uitspraak wordt de wettelijke grondslag voor de toestemming niet duidelijk.
3.3.9.
Hoewel de rechtbank de wens van de minderjarige om samen met zijn grootmoeder op vakantie te gaan begrijpt, wijst de rechtbank het verzoek van de minderjarige af. De rechtbank legt uit waarom. In de wet is geregeld dat een ouder met gezag de plicht en het recht heeft om de minderjarige te verzorgen en op te voeden. De ouder heeft de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van de minderjarige, de veiligheid van de minderjarige en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. De beslissingen over een minderjarige moeten dus worden genomen met dit in gedachten. Als een ouder dat in het belang van de minderjarige acht, kan dat ook een beslissing zijn die niet overeenkomt met de wensen van een minderjarige. Als een minderjarige het niet eens is met zo’n (gezags-)beslissing biedt de wet geen mogelijkheid om de rechter te vragen om een beslissing, met uitzondering van de mogelijkheden via de informele rechtsingang. De wet biedt drie mogelijkheden (in artikel 1:251a BW over gezagsbeslissingen, in artikel 1:253a BW over de vaststelling en wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedtaken en in artikel 1:377g BW over de vaststelling of wijziging van een omgangsregeling), maar die zijn hier niet van toepassing. Daarom is het voor de rechter niet mogelijk om een beslissing over de vervangende toestemming te nemen. In dat kader is nog wel gesproken over de mogelijkheid om het verzoek van de minderjarige op te vatten als een aanvraag van de minderjarige via de informele rechtsingang over omgang met de grootmoeder voor de duur van de vakantie. Echter, de minderjarige heeft dan alsnog toestemming van de moeder nodig om naar het buitenland te reizen. Tijdens de mondelinge behandeling wordt ook duidelijk dat de moeder tot nu toe geen toestemming voor de vakantie heeft verleend, omdat zij dat op dit moment niet in het belang van de minderjarige acht. Zij heeft geen bezwaar tegen de vakantie, maar er bestaat volgens haar teveel onduidelijkheid en zij mist informatie en daardoor worden haar zorgen over het welzijn van de minderjarige tijdens de vakantie niet weggenomen. Wat de moeder daarbij ook dwarszit, is dat de grootmoeder vorig jaar zonder toestemming van de moeder, de gezaghebbende ouder, met de minderjarige en zonder zijn identiteitskaart naar Spanje is gereisd naar een andere bestemming dan aan de moeder werd doorgegeven en ook de reis naar Turkije is geboekt zonder voorafgaand overleg met de moeder. De rechtbank ziet ingewikkelde familieverhoudingen, maar dat ontslaat de grootmoeder niet van de verantwoordelijkheid om met de moeder te overleggen voordat zij beslissingen over de minderjarige nemen. Het gezag van de moeder kan niet worden ondermijnd. Daar komt bij dat de voorwaarden van de moeder niet onredelijk zijn. Op het moment dat de grootmoeder de boekingsbevestigingen van de vlucht en het hotel verstrekt en als zij verklaart dat de minderjarige de hele vakantie in haar aanwezigheid zal zijn en zij de verantwoordelijkheid voor hem draagt, ziet de rechtbank openingen bij de moeder om haar toestemming te verlenen. De rechtbank spreekt de hoop uit dat het partijen lukt om in onderling overleg te regelen dat de minderjarige deze zomer wel op vakantie kan.
Terugkoppeling minderjarige
3.4.
De kinderrechter zal de minderjarige een brief sturen, waarin een en ander als volgt aan hem wordt uitgelegd:
Beste [voornaam minderjarige] ,
Wij hebben elkaar gesproken, omdat jij graag op vakantie wilt met je oma, tante en haar gezin. Dat vind ik een begrijpelijke wens. Voor deze vakantie heb je toestemming van je moeder nodig, maar ook een geldig identiteitsbewijs. Ik heb wat je wilt besproken met je advocaat, je moeder, je oma, je jeugdreclasseerder en iemand van de raad voor de kinderbescherming. Na dit gesprek heb ik uitgezocht wat ik volgens de wet voor je kan doen. Je identiteitskaart kun je zelf aanvragen, daar heb je de toestemming van je moeder niet voor nodig. Als het gaat om een paspoort, is me duidelijk geworden dat het verlopen paspoort bij je moeder ligt en die wil ze inderdaad niet aan je geven, omdat ze zich zorgen maakt over wat je daarmee zou kunnen doen. Mij is niet duidelijk geworden waarom jij op dit moment een paspoort nodig hebt. Je hebt bijvoorbeeld geen plannen voor een vakantie naar een land waarvoor een paspoort nodig is. Daarom geef ik je geen toestemming om een nieuw paspoort aan te vragen. Als het gaat om de vakantie naar Turkije, kan ik je geen toestemming geven, omdat de wet geen ruimte biedt om deze toestemming aan jou te geven. Je moeder gunt je de vakantie naar Turkije, maar wil wel graag duidelijkheid over waar je bent en wie verantwoordelijk is als je op vakantie bent.Je moeder heeft tijdens de zitting verteld welke informatie zij in ieder geval nodig heeft. Ik hoop voor je dat je oma de goede informatie aan je moeder stuurt, zodat ze alsnog toestemming kan geven en jij toch op vakantie kunt. Ik wens je het allerbeste toe.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
verklaart de minderjarige ontvankelijk;
in de voorlopige voorziening:
4.2.
wijst af de verzoeken van de minderjarige;
in de hoofdzaak:
4.3.
wijst af de verzoeken van de minderjarige;
4.4.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Berghuis-Knijff, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. S.P. van Driel, griffier, op 17 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.
Rechtbank Amsterdam, 08-07-2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4987, C/13/771544 / KG ZA 25-510.