Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:10109

2026-08-11 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12290394 VV EXPL 26-385
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-08-11
Publicatiedatum
2026-08-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
12290394 VV EXPL 26-385
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ontruiming huurwoning toegewezen. Buitengerechtelijke ontbinding na burgemeestersluiting. Er zijn onvoldoende omstandigheden of belangen naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat de verhuurder naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen gebruik heeft mogen maken van de ontbindingsbevoegdheid en er is ook geen misbruik van recht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (16.455 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 12290394 VV EXPL 26-385



datum uitspraak: 11 augustus 2026




Vonnis in kort geding van de kantonrechter




in de zaak van




Stichting Wooncompas,
vestigingsplaats: Ridderkerk,
eiseres,
gemachtigde: mr. Y.F. Rijswijk,



tegen





[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. C.C.M. Welten.



De partijen worden hierna ‘Wooncompas’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaardingen van 8 en 9 juli 2026, met 24 bijlagen;


de 6 bijlagen van [gedaagde] ;


de spreekaantekeningen van [gedaagde] .





1.2.
Op 28 juli 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:


namens Wooncompas, mevrouw [persoon A] en de heer [persoon B] , met de gemachtigde;



[gedaagde] met haar gemachtigde en een tolk gebarentaal, de heer [persoon C] .







2De beoordeling
Uitkomst van de zaak

2.1.
De kantonrechter wijst de eisen van Wooncompas toe. [gedaagde] moet binnen twee weken na betekening van dit vonnis de woning (laten) ontruimen. Hierna wordt dat uitgelegd.



Inleiding




2.2.

[gedaagde] huurde sinds 23 februari 2021 de woning aan de [adres] in ( [postcode] ) [plaats] (hierna: ‘de woning’) van Wooncompas. De huurprijs bedraagt € 664,77 per maand.



2.3.
Op 10 juni 2026 is in de keuken van de woning brand ontstaan. Nadat buurtbewoners hiervan omstreeks 05:38 uur melding hadden gemaakt is de brandweer ter plaatse geweest en heeft de brand geblust. De oorzaak van de brand was in brand staande kranten/papieren op het gasfornuis. Een week eerder is de brandweer ook ter plaatse geweest vanwege een vergelijkbare brand in de woning. Daarnaast zijn er sinds geruime tijd meerdere meldingen van ernstige overlast bij de gemeente binnengekomen. De burgemeester heeft naar aanleiding van het voorgaande bij brief van 18 juni 2026 besloten om de woning met ingang van 10 juni 2026 voor twee weken te sluiten (artikel 174a lid 1 aanhef en onder c Gemeentewet). Wooncompas heeft vervolgens per brief van 19 juni 2026 de huurovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk ontbonden. Bij e-mail van 23 juni 2026 heeft [gedaagde] laten weten niet akkoord te gaan met de buitengerechtelijke ontbinding. Bij brief van 24 juli 2026 heeft [gedaagde] bezwaar gemaakt tegen de sluiting van de woning.



Kern van de zaak




2.4.
Wooncompas eist in deze procedure dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt om de woning te ontruimen, omdat zij de huurovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden en [gedaagde] daarom zonder recht of titel aanspraak maakt op de woning. Subsidiair vordert Wooncompas ontruiming, omdat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en het aannemelijk is dat een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Naast de brandstichting is volgens Wooncompas sinds medio 2024 sprake van langdurige en structurele (geluids)overlast en heeft [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedragen. Verder eist Wooncompas ook betaling van een bedrag van € 639,90 aan huurachterstand.


2.5.

[gedaagde] is het niet eens met de eis van Wooncompas. Volgens [gedaagde] ontbreekt het spoedeisend belang, omdat zij na het incident in bewaring is gesteld en de gevangenhouding is bevolen tot 23 september 2026. Tot die tijd keert [gedaagde] dus niet terug naar de woning. Als [gedaagde] daarna terugkeert naar de woning zal dat zijn met toezicht en hulpverlening. [gedaagde] betwist dat sprake is van langdurige en structurele overlast en/of dat zij zich niet als een goed huurder zou hebben gedragen. [gedaagde] betwist dat Wooncompas de huurovereenkomst buitengerechtelijk mocht ontbinden en meent een groter belang te hebben bij behoud van de woning dan Wooncompas heeft bij een ontruiming.



Het toetsingskader in kort geding




2.6.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat Wooncompas heeft bij ontruiming worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.



Wooncompas heeft een spoedeisend belang




2.7.
Uit de stellingen van Wooncompas volgt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar eis. Als de buitengerechtelijke ontbinding terecht is, dan houdt [gedaagde] de woning zonder recht of titel onder zich en Wooncompas wil in dat geval de sociale huurwoning graag snel weer kunnen aanbieden aan één van de vele woningzoekenden die al jaren op de wachtlijst staan. Ook heeft Wooncompas de verplichting de leefbaarheid in en rondom haar woonbezit te bevorderen en te bewaken en rekening te houden met de belangen van omwonenden.



Wooncompas was bevoegd om de huurovereenkomst te ontbinden




2.8.
Vast staat dat de burgemeester de woning wegens verstoring van de openbare orde op grond van artikel 174a lid 1 aanhef en onder c Gemeentewet met ingang van 10 juni 2026 voor twee weken heeft gesloten. Daarmee is voldaan aan de vereisten van artikel 7:231 lid 2 BW. Dit betekent dat Wooncompas bevoegd was om de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, ook als bezwaar is gemaakt tegen de sluiting. Artikel 7:231 lid 2 BW vereist namelijk alleen dat de woning vanwege de openbare orde feitelijk door de burgemeester is gesloten.



2.9.
Het bovenstaande betekent op zichzelf echter niet dat de vordering tot ontruiming van de woning zonder meer kan worden toegewezen. Dat Wooncompas bevoegd was om de huurovereenkomst te ontbinden en dat zij heeft gehandeld binnen de wettelijke kaders, betekent namelijk niet dat zij deze bevoegdheid per definitie ook had mogen gebruiken. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Wooncompas van de ontbindingsbevoegdheid van artikel 7:231 lid 2 BW gebruik heeft gemaakt en/of dat sprake is van misbruik van recht. Bij de beoordeling hiervan moet de kantonrechter alle relevante omstandigheden in aanmerking nemen en de belangen van partijen afwegen.



De ontruiming wordt toegewezen




2.10.
Het staat vast dat [gedaagde] alleen in de woning woonde, dat in de woning door toedoen van [gedaagde] op 10 juni 2026 brand is ontstaan, dat een week daarvoor ook al door haar toedoen brand in de woning was ontstaan en dat deze incidenten schade veroorzaken in de woning, tot zeer gevaarlijke situaties hebben geleid en ingrijpend zijn geweest voor de omwonenden. Daar komt bij dat uit de brief van de burgemeester blijkt dat de omwonenden de brand bij de hulpdiensten hebben moeten melden. Weliswaar betwist [gedaagde] dat zij de brand met opzet heeft aangestoken, maar zij is daarvoor wel verantwoordelijk. Zij heeft in ieder geval erkend dat ze een pan te lang op het vuur had gezet en op 10 juni met eten bezig was en papieren van de William Schrikker Stichting (in verband met haar dochter) op het gasfornuis in brand stonden. Zij is ook strafrechtelijk vervolgd en zij zit daarvoor nog steeds in bewaring. De ernst van de voorvallen mogen meewegen bij de beslissing tot ontruiming van de woning. Dat de strafzaak niet door een meervoudige strafkamer maar door de politierechter zal worden behandeld, maakt het voorgaande niet anders.



2.11.
Daar komt bij dat er al sinds medio 2024 continue een grote hoeveelheid overlastmeldingen over [gedaagde] bij Wooncompas en bij de gemeente zijn binnengekomen. De overlastmeldingen, die afkomstig zijn van verschillende omwonenden, betreffen onder andere: hard en lang schreeuwen/gillen, op deuren/muren slaan en bonken en dreigend gedrag, waarbij ook op regelmatige basis politiebetrokkenheid is geweest. [gedaagde] heeft weliswaar betwist dat sprake is van langdurige en structurele overlast, maar zij heeft dit niet onderbouwd met bijvoorbeeld verklaringen van omwonenden die vinden dat het allemaal wel meevalt. [gedaagde] is met betrekking tot de overlast herhaaldelijk door Wooncompas gewaarschuwd en herhaaldelijk is geprobeerd om met haar in contact te komen om afspraken te maken en passende zorg en hulp te bieden. Diverse hulpinstanties zijn betrokken geraakt, zoals het Wijkteam, Avicura (bemoeizorg), GGMD (specialistische hulpverlening voor doven), inzet richting psychiatrische behandeling, psychologische begeleiding en traumabehandeling, Veilig Thuis, de politie, de coördinator Woonoverlast van de gemeente, de huisarts en de crisisdienst van Antes. Zij hebben op verschillende momenten geprobeerd om de situatie met [gedaagde] te verbeteren en passende hulp te bieden. Dit heeft niet geleid tot resultaat, want ook in de eerste helft van 2026 zijn nog zeer veel overlastmeldingen binnengekomen en krijgen hulpinstanties van [gedaagde] te weinig ruimte om daadwerkelijk iets te kunnen doen. Dit heeft ertoe geleid dat Wooncompas bij brief van 3 juni 2026 heeft aangekondigd de huurovereenkomst via de kantonrechter te willen laten ontbinden. De brandincidenten en de sluiting van de woning door de burgemeester, die direct daarna hebben plaatsgevonden, hebben één en ander vervolgens in een stroomversnelling gebracht en Wooncompas ertoe bewogen om via een spoedprocedure ontruiming van de woning te vorderen.



2.12.
Wooncompas heeft er als verhuurder van de woning groot belang bij dat incidenten en overlast, zoals hiervoor genoemd, niet plaatsvinden en dat de rust in de buurt terugkeert. Dit lukt niet als een huurder gevaarlijke situaties laat ontstaan, overlast veroorzaakt, geen afspraken wil maken of afspraken niet nakomt en onvoldoende hulp accepteert. Wooncompas moet waken voor de leefbaarheid en de belangen van de woonomgeving en is ten opzichte van haar overige huurders verantwoordelijk voor ongestoord woongenot en een veilige woonomgeving.



2.13.
Daartegenover heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij een kwetsbaar persoon is met een belast en traumatisch verleden met onder andere dakloosheid op jonge leeftijd. Recent is haar dochter uit huis geplaatst en zij heeft moeite gehad om dat te accepteren. Daarnaast is [gedaagde] doof en dat stuit vaak op onbegrip en leidt ertoe dat ze zich vaak onveilig voelt. [gedaagde] zou zelf graag de huur willen opzeggen, maar zij heeft geen concreet uitzicht op andere huisvesting. Het verlies van de woning door een ontruiming is voor [gedaagde] mogelijk een zeer ingrijpende maatregel. Toch lijkt [gedaagde] vooral gebaat bij het vinden van passende hulp die zij accepteert dan in het behoud van deze specifieke woning. Niet is gebleken dat zij op dit moment begeleiding of zorg ontvangt, waarvoor de woning onmisbaar is. Hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd is, gelet op de genoemde belangen van Wooncompas en de ontbindingsbevoegdheid die zij op grond van de wet heeft, onvoldoende.



2.14.
De conclusie is dan ook dat er onvoldoende omstandigheden of belangen naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat Wooncompas naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen gebruik heeft mogen maken van de ontbindingsbevoegdheid. Er is ook geen sprake van misbruik van recht. Bij deze stand van zaken is te verwachten dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat de huurovereenkomst terecht buitengerechtelijk is ontbonden. Vooruitlopend op het oordeel in een bodemprocedure en gelet op de eerdergenoemde belangen zal de ontruiming in dit kort geding daarom worden toegewezen.



2.15.
Nu de vordering tot ontruiming op de primaire grondslag wordt toegewezen, behoeft de subsidiaire grondslag van de vordering geen verdere bespreking en beoordeling.



De ontruimingstermijn is twee weken




2.16.
De kantonrechter stelt de ontruimingstermijn vast op twee weken na betekening van dit vonnis. Wooncompas heeft een termijn van drie dagen gevraagd, maar gelet op het feit dat [gedaagde] in bewaring is gesteld, kan zij de woning niet zelf ontruimen en wordt aan haar een redelijke termijn gegund om de ontruiming te organiseren.




[gedaagde] moet de huurachterstand betalen




2.17.
De door Wooncompas gestelde huurachterstand is door [gedaagde] niet gemotiveerd betwist. Daarom wordt het geëiste bedrag van € 639,90 aan huurachterstand toegewezen, waarover ook wettelijke rente verschuldigd is.




[gedaagde] moet tot de ontruiming een gebruiksvergoeding betalen




2.18.

Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van
€ 664,77 per maand betalen (artikel 7:225 BW), waarover ook wettelijke rente verschuldigd is als niet op tijd wordt betaald.





[gedaagde] moet de proceskosten betalen




2.19.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Wooncompas moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 139,- aan griffierecht, € 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.301,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.



Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard




2.20.
Dit vonnis wordt, zoals geëist, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in ( [postcode] ) [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van Wooncompas te stellen;



3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Wooncompas te betalen € 639,90 aan huurachterstand met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vervaldatum tot de dag dat volledig is betaald;



3.3.
veroordeelt [gedaagde] om tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Wooncompas te betalen € 664,77 per maand met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vervaldag van elke termijn tot de dag dat volledig is betaald;



3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Wooncompas worden begroot op € 1.301,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;



3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



3.6.
wijst al het andere af.


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
932