Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:10099

2026-07-14 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/721049 / KG ZA 26-557
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-07-14
Publicatiedatum
2026-08-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/10/721049 / KG ZA 26-557
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming voor vakantie naar [land]. Moeder heeft eenhoofdig gezag. Grondslag in 1:247 lid 3 en 1:377a BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.161 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Civiel recht



Zittingsplaats Rotterdam



Zaaknummer: C/10/721049 / KG ZA 26-557




Vonnis in kort geding van 14 juli 2026




in de zaak van





[naam man]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. H. Durdu te Rotterdam,



tegen





[naam vrouw]
,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. J.C. Heijmann te Papendrecht.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding van de man, met producties;


nadere producties van de man;


de conclusie van antwoord van de vrouw, met producties.





1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:


de man, bijgestaan door zijn advocaat;


de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.





1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
De vrouw en de man zijn de ouders van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] .



2.2.
De man heeft de minderjarige erkend.



2.3.
De vrouw oefent van rechtswege het ouderlijk gezag uit over de minderjarige.





3Het geschil


3.1.
De man vordert - samengevat – hem vervangende toestemming te verlenen om samen met de minderjarige van 28 juli 2026 tot en met 11 augustus 2026 op vakantie te gaan naar [land] en de vrouw te bevelen om uiterlijk twee weken voor het vertrek het ID-bewijs van de minderjarige aan de man af te geven op last van een dwangsom van € 500,- per dag dat de vrouw het ID-bewijs niet afgeeft, tot een maximum van € 10.000,-.



3.2.
De vrouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de man.





4De beoordeling



Spoedeisend belang




4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat de man daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter overweegt daarover dat de man graag deze zomer met de minderjarige op vakantie wil. Gelet op het korte tijdsbestek tot aan de start van de zomervakantie en de tijd die de man nog nodig heeft om de vakantie te boeken, is het spoedeisend belang een gegeven.



Vervangende toestemming en afgifte paspoort





4.2.
De man wil graag met de minderjarige op vakantie naar [land] . De man heeft daar een eigen huis en wil daar een aantal dagen met de minderjarige doorbrengen. Ook wil de man tijd met zijn familie doorbrengen. De man geeft aan dat het hem niet lukt om toestemming van de vrouw te verkrijgen om met de minderjarige op vakantie te gaan.



4.3.

Gebleken is dat de vrouw eenhoofdig het ouderlijk gezag uitoefent over de minderjarige. In artikel 1:247 lid 3 BW is bepaald dat het ouderlijk gezag van de vrouw
mede de verplichting omvat om de ontwikkeling van de banden van de
minderjarige met de andere ouder te bevorderen. Deze norm beperkt zich niet tot ouders met
gezamenlijk gezag, maar is ook van toepassing op de ouder die het eenhoofdig gezag heeft.
De man, als niet gezag dragende ouder, heeft op grond van artikel 1:377a BW het recht op
en de verplichting tot omgang met de minderjarige. De voorzieningenrechter is van oordeel
dat de wens van de man om tijdens de zomervakantie op vakantie te
gaan kan worden gestoeld op deze grondslag, zodat de man kan worden ontvangen in zijn
verzoek tot vervangende toestemming om met de minderjarige op zomervakantie te gaan. Deze grondslag is tussen partijen ook niet in geschil.




4.4.
De voorzieningenrechter acht het in het belang van de minderjarige dat hij met zijn vader naar [land] op vakantie kan gaan en overweegt daartoe als volgt. In wat de vrouw heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding om de man (en de minderjarige) de vakantie naar [land] te ontzeggen. De vrouw heeft aangegeven zorgen te hebben over de vakantie. Zo is zij bang dat de man niet met de minderjarige terug zal keren naar Nederland, maar in [land] zal blijven. De man heeft daarentegen voldoende onderbouwd dat hij een nauwe band met Nederland heeft. Hij is getrouwd en zijn vrouw woont inmiddels acht maanden in Nederland. Samen hebben zij recent een baby gekregen. De man heeft verder al vijftien jaar lang een vaste baan in Nederland. Daarbij heeft de man tijdens de mondelinge behandeling aangeboden dat de vrouw eventueel zelfs meekan naar [land] als dit haar gerust zou stellen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te denken dat de man de minderjarige zal ontvoeren naar [land] . De voorzieningenrechter gaat er verder van uit dat de man rekening zal houden met de zorgen van de vrouw door haar op de hoogte te houden van bijvoorbeeld de aankomst, de verblijfadressen en de invulling van de vakantie. Voor zover de vrouw heeft aangevoerd dat er een negatief reisadvies geldt voor [land] , overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De man heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard naar zijn eigen woning in de kustplaats [locatie] te gaan. Op dit moment geldt hier geen code rood, maar code geel. Nu de man een eigen woning hier heeft en ook bekend is in het land, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat de veiligheid van de minderjarige voldoende gewaarborgd zal zijn. Hoewel de minderjarige op dit moment zijn weerstand tegen de vakantie uitspreekt tegen de vrouw, acht de voorzieningenrechter het in zijn belang dat hij samen met zijn vader tijd doorbrengt in [land] en daar ook zijn verdere familie beter kan leren kennen. De voorzieningenrechter hoopt dat de vrouw de ruimte kan vinden om de minderjarige emotionele toestemming te geven om een leuke tijd te hebben met zijn vader op vakantie, omdat het in zijn belang is dat hij op een onbelaste manier op vakantie kan gaan met zijn vader.



4.5.
Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vrouw veroordelen om het ID-bewijs van de minderjarige aan de man af te geven. Wel ziet de voorzieningenrechter, gelet op de uitspraakdatum, aanleiding een andere datum te bepalen dan door de man is gevorderd. De voorzieningenrechter zal de vrouw veroordelen om het ID-bewijs van de minderjarige voor 21 juli 2026 aan de man af te geven, op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter zal de door de man gevorderde dwangsom matigen tot € 250,- per dag of gedeelte daarvan dat de vrouw in gebreke blijft met een maximum van € 5.000,-.



Proceskosten





4.6.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



Kindbrief





4.7.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de minderjarige een brief te sturen waarin de beslissing aan hem wordt uitgelegd. Deze brief heeft de volgende inhoud:



“Beste [minderjarige] ,



Zoals je weet, wil jouw vader deze zomer graag met jou op vakantie naar [land] . Jouw ouders zijn op 10 juli 2026 bij mij in de zittingszaal geweest om daarover met mij te praten.





Ik heb gelezen dat jij eigenlijk niet naar [land] wilt. Toch heb ik jouw vader toestemming gegeven om met jou naar [land] te gaan. Ik vind het namelijk goed als jij wat tijd met jouw vader doorbrengt en ook jouw verdere familie in [land] beter leert kennen. Ik hoorde dat je deze familie al lang niet hebt gezien. Ik heb gelezen dat jij het lastig vindt dat je in [land] de taal niet spreekt. Jouw vader heeft mij verteld dat jouw neefjes ook Engels spreken en anders kan hij het misschien voor je vertalen.





Ik hoop dat je een mooie tijd met je vader in [land] hebt en ik wens je het allerbeste.





Met vriendelijke groet,





De rechter”







5De beslissing


De voorzieningenrechter



5.1.
verleent de man vervangende toestemming voor de reis met de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] , naar [land] in de periode van 28 juli 2026 tot en met 11 augustus 2026;



5.2.
bepaalt dat deze vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de vrouw;



5.3.
veroordeelt de vrouw om voor 21 juli 2026 het ID-bewijs van de minderjarige aan de man af te geven, op straffe van een dwangsom van € 250,- te betalen door de vrouw aan de man voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de vrouw niet of niet volledig aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 5.000,-;



5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;



5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.









Dit vonnis is gewezen door mr. E. Lunenberg en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.