Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:10081
2026-08-05
Strafrecht
83-000634-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft een ontploffing voorbereid, waarbij gevaar voor goederen, zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar te duchten was. Daarnaast lag in de schuur van de verdachte een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van drie jaar.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (27.359 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83-000634-25
Datum uitspraak: 5 augustus 2026
Datum zitting: 22 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. S. Bhulai
Officier van justitie: mr. S.M. van der Kallen
Kern van het vonnis
De verdachte heeft een ontploffing voorbereid, waarbij gevaar voor goederen, zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar te duchten was. Daarnaast lag in de schuur van de verdachte een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van drie jaar.
1Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van - samengevat -voorbereidingshandelingen die zien op brandstichting of het teweegbrengen van een ontploffing en het opslaan en/of voorhanden hebben van professioneel vuurwerk in zijn woning en schuur.
De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat
1hij, op 31 december 2024 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg,althans in Nederland, ter voorbereiding van het misdrijf van opzettelijkbrandstichten en/of een ontploffing teweegbrengen (als omschreven in artikel 157Wetboek van Strafrecht), opzettelijk, één of meerdere voorwerp(en) en/of stof(fen), te weten- 4 geïmproviseerde explosieven, te weten bruine cilinders, met op 2 van die cilinders een aansteeklont bevestigd en/of één of meerdere jerrycans met daarin benzine, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;
2hij, op of omstreeks 31 december 2024, te Leidschendam, gemeente Leidschendam‐Voorburg, in elk geval in Nederland, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten onder meer‐ één of meer stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6 en/of Cobra 8 en/of Black Widow en/of ACF47 en/of Zena Toro en/of Zena Nietjes en/of Powelfull Bulldog en/of Mad Bull Dog en/of 640 Super Top en/of 613 Zeus Xtreme en/of Magnum Xtreme 601en/of 602 Big Bang Xtreme en/of 269 Grom en/of Black Anaconda en/of Pirat EK203) en/of,‐ één of meer stuks enkelschotsbui(s)(zen) (Flashing Thunder en/of Thunder King Bulk Pack) en/of,‐ één of meer stuks Shell(s) en/of,‐ één of meer stuks zelfgemaakt vuurwerk (kokers met daarin pyrotechnische stoffen op basis van kaliumperchloraat, kaliumnitraat, zwavel en aluminium), (in een woning en/of een schuur behorende bij een woning gelegen aan de [adres] ) heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
2Bewijs
2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft primair bepleit dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting en algehele vrijspraak moet leiden. Als dit verweer niet wordt gevolgd dient de verdachte te worden vrijgesproken van feit 1. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging geen verweer gevoerd. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1
hij, op 31 december 2024 te Leidschendam, ter voorbereiding van het misdrijf van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen (als omschreven in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk, voorwerpen, te weten 4 geïmproviseerde explosieven, te weten bruine cilinders, met op 2 van die cilinders een aansteeklont bevestigd, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad;
2
hij, op 31 december 2024, te Leidschendam, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten onder meer
‐ knalvuurwerk (Super Cobra 6 en Cobra 8 en Black Widow en ACF47 en Zena Toro en Zena Nietjes en Powerfull Bulldog en Mad Bull Dog en 610 Super Top en 613 Zeus Xtreme en Magnum Xtreme 601 en 602 Big Bang Xtreme en 269 Grom en Black Anaconda en/of Pirat EK203) en,
‐ enkelschotsbuizen (Flashing Thunder en Thunder King Bulk Pack) en,
‐ Shells en,
‐ zelfgemaakt vuurwerk (kokers met daarin pyrotechnische stoffen op basis van kaliumperchloraat, kaliumnitraat, zwavel en aluminium),
in een woning en een schuur behorende bij een woning gelegen aan de [adres] heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
2.3.2.
Bewijsmiddelen
Feit 1
De bewezenverklaring van feit 1 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
U vraagt mij wat mijn idee was met de vier zelf geïmproviseerde explosieven die bij mij thuis in beslag zijn genomen op 31 december 2024.
Ik wilde het vuurwerk afsteken en een harde knal veroorzaken. Ik wilde het vuurwerk ophangen aan een boom in het park achter mijn huis. Rondom dat park staan ook woningen. Het klopt dat daar andere mensen aanwezig kunnen zijn. De mensen die rondom het park wonen steken daar ook vuurwerk af.
2. Proces-verbaal van de politieOp 31 december 2024 bekeek ik de schuur in de tuin van [adres] te Leidschendam. Ik zag dat er vuurwerk lag. Ik zag dat dit illegaal vuurwerk was. Ik zag namelijk dat er het volgende lag:- 1 grote zelf in elkaar gefabriceerde vuurwerkbommen. - 3 kleine zelf in elkaar gefabriceerde vuurwerkbommen.
3. Schriftelijk stuk
Kennisgeving van inbeslagneming
[adres] , [postcode] Leidschendam. 31 december 2024.Goednummer: [beslagnummer 1] .Object: Vuurwerk (1.1g Explosief).Aantal/eenheid: 4 stuks.
4. Deskundigenverslag
Op grond van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd:
1. Wat betrof de inhoud van de IED's?
De inhoud van de vier constructies, waar de monsters [AAFI3515NL, AAQI7225NL, AAFI3516NL en AAQI7232NL] uit afkomstig zijn, betreft pyrotechnische stoffen op basis van kaliumperchloraat, kaliumnitraat, zwavel en aluminium. Pyrotechnische stoffen zijn een bepaalde categorie explosieve stoffen.
Gezien de chemische samenstelling (kaliumperchloraat, aluminium en zwavel), het
brandgedrag (heel snel met felle witte flits) en de verschijningsvorm (een poeder)
zijn de grijze poeders van [AALO5910NL t/m AALO5912NL en AALO5914NL] nader te specificeren als flitspoeders.
Een 'IED' betreft een geïmproviseerde explosieve constructie (Improvised Explosive Device).
2. Wat is de gevaarzetting?
Bij circa 100 gram explosieve lading (constructies 2, 3 en 4)
Wanneer een constructie bestaande uit een kartonnen koker met 100 gram van een lading op basis van flitspoeder ontploft, levert dit gevaar op voor personen en
goederen die zich er nabij bevinden. Wanneer de koker direct tegen een voorwerp
aan ontploft, zal dit voorwerp vrijwel altijd beschadigen. De ernst van de gevolgen van de explosie voor personen is onder meer afhankelijk van de locatie van personen ten opzichte van de explosie. Bij bijvoorbeeld lichaamscontact met één kartonnen koker ten tijde van de explosie, ontstaat altijd zeer ernstig tot dodelijk lichamelijk letsel door de drukgolf en de hitte. De drukgolf geeft binnen een halve meter kans op longschade en kan tot op enkele meters afstand van de explosie tot permanente gehoorschade zoals
trommelvliesbreuk leiden. Tot op tientallen meters afstand kan deze drukgolf ook
nog tot andere vormen van (tijdelijke) gehoorschade leiden. Het optreden en de ernst
van de gehoorschade is afhankelijk van specifieke omgevingsfactoren en de
gesteldheid van de betreffende personen.
Naast het hierboven beschreven letsel door de drukgolf en hitte van de explosie, kan
ook letsel optreden door de impact van scherven en brokstukken. Op relatief korte
afstanden kunnen hete fragmenten karton van de koker zelf verwondingen aan de
huid veroorzaken. Indien de ontploffende constructie een object in de omgeving
beschadigd, kunnen scherven en brokstukken van dit object met hoge snelheden
weggeslingerd worden. Indien deze scherven en brokstukken van een hard materiaal
zoals glas, metaal of steen zijn, kunnen ze tot op tientallen meters afstand (in een
vrije baan) lichamelijk letsel veroorzaken.
Bij circa 900 gram explosieve lading (constructie 1)
Wanneer een constructie bestaande uit een kartonnen koker met 900 gram van een lading op basis van flitspoeder ontploft, levert dit gevaar op voor personen en
goederen die zich er nabij bevinden. De ernst van de gevolgen van de explosie voor personen is onder meer afhankelijk van de locatie van personen ten opzichte van de explosie. Door de overdruk is tot op een afstand van 1,5 a 2 meter voor omstanders dodelijk letsel een gegeven. Wanneer er sprake is van grote of zware rondvliegende
scherven/brokstukken (van omgevingsmateriaal), is er tot op enkele tientallen meters
afstand van de ontploffing (in een vrije baan) nog gevaar voor lichamelijk letsel tot
dodelijk letsel. Tot op een afstand van tientallen meters is er gevaar voor (al dan niet
permanente) gehoorschade. Wanneer zo'n koker bijvoorbeeld in een auto ontploft zullen delen van de carrosserie van de auto worden losgerukt en tot op tientallen meters afstand van de auto terechtkomen (en de auto is total loss). Wanneer een dergelijke koker binnen in een pand ontploft moet niet alleen rekening worden gehouden met ruitbreuk maar kunnen ook niet-dragende wanden bezwijken.
Feit 2
De bewezenverklaring voor feit 2 is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie
3. Proces-verbaal van de politie
4. Proces-verbaal van de politie
5. Schriftelijk stuk
6. Schriftelijk stuk
2.3.3.
Bewijsmotivering
2.3.3.1 Verwerping bewijsuitsluiting
Standpunt verdediging
Er was geen sprake van een redelijk vermoeden van schuld jegens de verdachte waardoor van de opsporingsbevoegdheden die zijn ingezet geen gebruik gemaakt kon worden. De verbalisanten waren niet bevoegd de woning en de schuur te doorzoeken omdat er daarvoor geen machtiging was en de bewoner geen toestemming daarvoor had gegeven. De verbalisanten mochten daarom niet kijken in de gesloten verhuisdozen waar illegaal vuurwerk is aangetroffen. Het recht op privacy van de verdachte is geschonden. Hij heeft hier nadeel van ondervonden omdat de doorzoeking geleid heeft tot de ontdekking (en vervolging) van strafbare feiten.
Feitelijke gang van zaken
Op 31 december 2024 heeft de politie een anonieme melding ontvangen. In deze melding staat beschreven dat de verdachte “een projectiel in huis heeft ter grote van een kleine bijzettafel” en dat de verdachte het explosief die nacht in een park zal laten afgaan. Naar aanleiding van deze melding en gezien het strafblad van de verdachte is de politie, met een machtiging daartoe, de woning van de verdachte binnengetreden ter inbeslagneming van explosief vuurwerk. In de schuur van de woning hebben verbalisanten dozen geopend waarin illegaal vuurwerk zat. Ook is daar een grote hoeveelheid vuurwerk direct in het zicht aangetroffen.
Beoordeling
De opsporingsbevoegdheden die op grond van de Wet op de Economische delicten (hierna: WED) toegepast kunnen worden, kunnen worden ingezet als er aanwijzingen zijn dat die wet wordt overtreden. De melding over een zelfgemaakt explosief in de woning van de verdachte vormde in dat licht een voldoende basis voor de inzet van de opsporingsbevoegdheden.
Aan de verbalisanten was een machtiging tot binnentreden verstrekt op grond van onder meer artikel 20 van de WED, op grond waarvan opsporingsambtenaren toegang hebben tot elke plaats voor zover dat redelijkerwijs nodig is om hun taak te vervullen. Op grond van artikel 21 van de WED mogen opsporingsambtenaren onderzoek aan zaken doen en verpakkingen openen. Dat is in dit geval gebeurd door in de schuur dozen te openen waarin illegaal vuurwerk zat. Uit het dossier blijkt niet dat de woning verder indringend is doorzocht. Het verweer dat het bewijsmateriaal op onrechtmatige wijze is verkregen, zal dan ook worden verworpen. Van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv is geen sprake.
Feit 1
De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het voorbereiden van het teweegbrengen van een ontploffing in de zin van art. 157 Sr, nu het opzet van de verdachte niet gericht was op het begaan van dat misdrijf. De rechtbank verwerpt dat verweer. In de schuur bij de woning van de verdachte zijn vier zelfgemaakte vuurwerkbommen gevonden. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij van plan was om de vuurwerkbommen af te steken in een park vlakbij zijn woning. Hij ging ervan uit dat daar omstanders aanwezig zouden zijn die zelf ook vuurwerk zouden afsteken. De verdachte had maar beperkt controle over de aanwezigheid van anderen op het moment dat hij het vuurwerk zou gaan afsteken. Uit het deskundigenverslag blijkt dat bij het tot ontploffing brengen van de vuurwerkbommen personen en goederen tot op tientallen meters afstand gevaar lopen als gevolg van drukgolven en rondvliegend materiaal. Niet alleen voorwerpen in het park en de nabijgelegen woonwijk zouden daardoor getroffen kunnen worden. Personen in de (directe) nabijheid van de ontploffing zouden ernstig of zelfs dodelijk letsel kunnen oplopen. Voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde voorbereiding is het niet nodig dat het opzet van de verdachte op de gevolgen was gericht. Voldoende is dat de gevaren die de ontploffingen konden veroorzaken naar algemene ervaringsregels voorzienbaar waren. Dat is, gezien de zwaarte van de bommen, het geval. De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van het plegen van voorbereidingshandelingen die zien op het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing zoals bedoeld in art. 157 Sr.
3Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
Feit 2
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet
Milieubeheer, opzettelijk en meermalen begaan.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4Straf
4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van drie jaar.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de door de officier van justitie gevorderde straf te matigen en aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten vijftien dagen, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke straf.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft vier vuurwerkbommen gemaakt die hij in een park wilde laten ontploffen. Hiermee had de verdachte een flinke ontploffing kunnen veroorzaken met alle desastreuze gevolgen van dien. Ontploffingen van dergelijke vuurwerkbommen kunnen aanzienlijke materiële schade en ernstig lichamelijk letsel veroorzaken, en zelfs dodelijke gevolgen hebben. Het is uitsluitend aan het ingrijpen van de politie te danken dat het plan van de verdachte niet tot uitvoering is gekomen.
Daarnaast lag in de schuur van de verdachte een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk. Het is algemeen bekend dat vuurwerk gevaar kan opleveren voor de gezondheid en veiligheid. Dat geldt zeker voor professioneel vuurwerk, dat een substantieel zwaardere of explosievere lading bevat dan het vuurwerk dat in Nederland verkocht mag worden aan particulieren. Bij het illegale vuurwerk dat de verdachte had, zat ook vuurwerk dat massaexplosief is. Hieronder wordt een explosie verstaan van vrijwel de gehele lading aan vuurwerk op vrijwel hetzelfde moment. In de schuur waar het vuurwerk lag stonden ook jerrycans met benzine. Hiermee heeft de verdachte een onaanvaardbaar risico genomen; indien het vuurwerk tot ontbranding was gekomen, zouden de gevolgen voor omwonenden, omstanders en woningen in de buurt enorm kunnen zijn geweest. De verdachte is bekend met de gevaren van professioneel en zelfgemaakt vuurwerk. Toch heeft het hem er niet van weerhouden om dergelijk vuurwerk in zijn schuur op te slaan, zonder daarbij rekening te houden met de hiervoor genoemde onacceptabele gevaren.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 juni 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering van 14 april 2025 staat onder meer dat de verdachte probleem-inzicht toont, omdat hij van mening is dat zijn fascinatie voor siervuurwerk volledig zal moeten stoppen. De reclassering ziet dit als beschermende factor. De reclassering ziet relatief weinig problemen op de leefgebieden van de verdachte: hij heeft een stabiele huisvesting en dagbesteding en er is geen sprake van schuldenproblematiek of middelenmisbruik. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld.
De reclassering adviseert bij een veroordeling een geheel onvoorwaardelijke straf op te leggen. De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig om het recidivegevaar in te perken.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij vuurwerk ziet als een verslaving en dat hij daar inmiddels mee is gestopt omdat het problemen oplevert. Hij heeft zich naar eigen zeggen goed gehouden aan zijn schorsingsvoorwaarden. De verdachte is niet meer samen met moeder van zijn kinderen. Hij heeft een eigen woning en zijn zoon en dochter verblijven ongeveer de helft van de week bij hem. De verdachte heeft een baan en geen schulden.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op het strafblad van de verdachte en de aard, de hoeveelheid en de volstrekt onverantwoorde wijze van opslag van het professioneel en zelfgemaakt vuurwerk met alle daaraan verbonden risico’s, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte maken dit niet anders. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Dan gaat het vaak om forse gevangenisstraffen. In het bijzonder houdt de rechtbank rekening met de houding van de verdachte. Hij lijkt zich, zelfs na een veroordeling voor een soortgelijk feit waarbij een medewerker van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie ernstig letsel heeft opgelopen en waarvoor de verdachte een langdurige gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen, nog steeds geen rekenschap te geven van de ernstige risico’s die zijn gedrag en zijn vuurwerkfascinatie met zich brengen. Alles afwegend, vindt de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Daarom wordt een gevangenisstraf van achttien maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Van deze gevangenisstraf worden zes maanden voorwaardelijk opgelegd. Dit voorwaardelijke strafdeel heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Omdat de verdachte eerder een soortgelijk feit heeft gepleegd en daarvan niet heeft geleerd, legt de rechtbank een proeftijd van drie jaar op. De rechtbank zal dus niet, zoals de verdediging heeft bepleit, de straf beperken tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke straf. Dat zou zich niet verhouden tot de hiervoor genoemde ernst van het feit, met name bezien vanuit het oogpunt van speciale en generale preventie.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5In beslag genomen voorwerpen
5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen lanceerbuis wordt verbeurd verklaard.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Als bijkomende straf voor feit 2 wordt de in beslag genomen lanceerbuis verbeurd verklaard. Dit voorwerp is voor het plegen van het misdrijf bestemd en behoort aan de verdachte toe.
6Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 46, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht,
- la, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,
- 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en
- 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.
7Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 6 (zes) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor feit 2 de in beslag genomen lanceerbuis ( [beslagnummer 2] ).
8Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I. Tillema, voorzitter,
en mrs. D.C.J. Peeck en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 5 augustus 2026.
Mr. Van de Klashorst is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal] .
Verklaard tijdens de zitting van 22 juli 2026.
Pagina 26 e.v.
Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 31 december 2024, pagina 236.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 19 mei 2025, pagina 65 e.v.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal] .
Verklaard tijdens de zitting van 22 juli 2026.
Pagina 21 e.v.
Pagina 26 e.v.
Pagina 80 e.v.
Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 31 december 2024, pagina 235.
Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 31 december 2024, pagina 236.
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83-000634-25
Datum uitspraak: 5 augustus 2026
Datum zitting: 22 juli 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. S. Bhulai
Officier van justitie: mr. S.M. van der Kallen
Kern van het vonnis
De verdachte heeft een ontploffing voorbereid, waarbij gevaar voor goederen, zwaar lichamelijk letsel en levensgevaar te duchten was. Daarnaast lag in de schuur van de verdachte een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van drie jaar.
1Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van - samengevat -voorbereidingshandelingen die zien op brandstichting of het teweegbrengen van een ontploffing en het opslaan en/of voorhanden hebben van professioneel vuurwerk in zijn woning en schuur.
De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat
1hij, op 31 december 2024 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg,althans in Nederland, ter voorbereiding van het misdrijf van opzettelijkbrandstichten en/of een ontploffing teweegbrengen (als omschreven in artikel 157Wetboek van Strafrecht), opzettelijk, één of meerdere voorwerp(en) en/of stof(fen), te weten- 4 geïmproviseerde explosieven, te weten bruine cilinders, met op 2 van die cilinders een aansteeklont bevestigd en/of één of meerdere jerrycans met daarin benzine, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;
2hij, op of omstreeks 31 december 2024, te Leidschendam, gemeente Leidschendam‐Voorburg, in elk geval in Nederland, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten onder meer‐ één of meer stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6 en/of Cobra 8 en/of Black Widow en/of ACF47 en/of Zena Toro en/of Zena Nietjes en/of Powelfull Bulldog en/of Mad Bull Dog en/of 640 Super Top en/of 613 Zeus Xtreme en/of Magnum Xtreme 601en/of 602 Big Bang Xtreme en/of 269 Grom en/of Black Anaconda en/of Pirat EK203) en/of,‐ één of meer stuks enkelschotsbui(s)(zen) (Flashing Thunder en/of Thunder King Bulk Pack) en/of,‐ één of meer stuks Shell(s) en/of,‐ één of meer stuks zelfgemaakt vuurwerk (kokers met daarin pyrotechnische stoffen op basis van kaliumperchloraat, kaliumnitraat, zwavel en aluminium), (in een woning en/of een schuur behorende bij een woning gelegen aan de [adres] ) heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.
2Bewijs
2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft primair bepleit dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim dat tot bewijsuitsluiting en algehele vrijspraak moet leiden. Als dit verweer niet wordt gevolgd dient de verdachte te worden vrijgesproken van feit 1. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging geen verweer gevoerd. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1
hij, op 31 december 2024 te Leidschendam, ter voorbereiding van het misdrijf van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen (als omschreven in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk, voorwerpen, te weten 4 geïmproviseerde explosieven, te weten bruine cilinders, met op 2 van die cilinders een aansteeklont bevestigd, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad;
2
hij, op 31 december 2024, te Leidschendam, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten onder meer
‐ knalvuurwerk (Super Cobra 6 en Cobra 8 en Black Widow en ACF47 en Zena Toro en Zena Nietjes en Powerfull Bulldog en Mad Bull Dog en 610 Super Top en 613 Zeus Xtreme en Magnum Xtreme 601 en 602 Big Bang Xtreme en 269 Grom en Black Anaconda en/of Pirat EK203) en,
‐ enkelschotsbuizen (Flashing Thunder en Thunder King Bulk Pack) en,
‐ Shells en,
‐ zelfgemaakt vuurwerk (kokers met daarin pyrotechnische stoffen op basis van kaliumperchloraat, kaliumnitraat, zwavel en aluminium),
in een woning en een schuur behorende bij een woning gelegen aan de [adres] heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.
2.3.2.
Bewijsmiddelen
Feit 1
De bewezenverklaring van feit 1 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
U vraagt mij wat mijn idee was met de vier zelf geïmproviseerde explosieven die bij mij thuis in beslag zijn genomen op 31 december 2024.
Ik wilde het vuurwerk afsteken en een harde knal veroorzaken. Ik wilde het vuurwerk ophangen aan een boom in het park achter mijn huis. Rondom dat park staan ook woningen. Het klopt dat daar andere mensen aanwezig kunnen zijn. De mensen die rondom het park wonen steken daar ook vuurwerk af.
2. Proces-verbaal van de politieOp 31 december 2024 bekeek ik de schuur in de tuin van [adres] te Leidschendam. Ik zag dat er vuurwerk lag. Ik zag dat dit illegaal vuurwerk was. Ik zag namelijk dat er het volgende lag:- 1 grote zelf in elkaar gefabriceerde vuurwerkbommen. - 3 kleine zelf in elkaar gefabriceerde vuurwerkbommen.
3. Schriftelijk stuk
Kennisgeving van inbeslagneming
[adres] , [postcode] Leidschendam. 31 december 2024.Goednummer: [beslagnummer 1] .Object: Vuurwerk (1.1g Explosief).Aantal/eenheid: 4 stuks.
4. Deskundigenverslag
Op grond van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd:
1. Wat betrof de inhoud van de IED's?
De inhoud van de vier constructies, waar de monsters [AAFI3515NL, AAQI7225NL, AAFI3516NL en AAQI7232NL] uit afkomstig zijn, betreft pyrotechnische stoffen op basis van kaliumperchloraat, kaliumnitraat, zwavel en aluminium. Pyrotechnische stoffen zijn een bepaalde categorie explosieve stoffen.
Gezien de chemische samenstelling (kaliumperchloraat, aluminium en zwavel), het
brandgedrag (heel snel met felle witte flits) en de verschijningsvorm (een poeder)
zijn de grijze poeders van [AALO5910NL t/m AALO5912NL en AALO5914NL] nader te specificeren als flitspoeders.
Een 'IED' betreft een geïmproviseerde explosieve constructie (Improvised Explosive Device).
2. Wat is de gevaarzetting?
Bij circa 100 gram explosieve lading (constructies 2, 3 en 4)
Wanneer een constructie bestaande uit een kartonnen koker met 100 gram van een lading op basis van flitspoeder ontploft, levert dit gevaar op voor personen en
goederen die zich er nabij bevinden. Wanneer de koker direct tegen een voorwerp
aan ontploft, zal dit voorwerp vrijwel altijd beschadigen. De ernst van de gevolgen van de explosie voor personen is onder meer afhankelijk van de locatie van personen ten opzichte van de explosie. Bij bijvoorbeeld lichaamscontact met één kartonnen koker ten tijde van de explosie, ontstaat altijd zeer ernstig tot dodelijk lichamelijk letsel door de drukgolf en de hitte. De drukgolf geeft binnen een halve meter kans op longschade en kan tot op enkele meters afstand van de explosie tot permanente gehoorschade zoals
trommelvliesbreuk leiden. Tot op tientallen meters afstand kan deze drukgolf ook
nog tot andere vormen van (tijdelijke) gehoorschade leiden. Het optreden en de ernst
van de gehoorschade is afhankelijk van specifieke omgevingsfactoren en de
gesteldheid van de betreffende personen.
Naast het hierboven beschreven letsel door de drukgolf en hitte van de explosie, kan
ook letsel optreden door de impact van scherven en brokstukken. Op relatief korte
afstanden kunnen hete fragmenten karton van de koker zelf verwondingen aan de
huid veroorzaken. Indien de ontploffende constructie een object in de omgeving
beschadigd, kunnen scherven en brokstukken van dit object met hoge snelheden
weggeslingerd worden. Indien deze scherven en brokstukken van een hard materiaal
zoals glas, metaal of steen zijn, kunnen ze tot op tientallen meters afstand (in een
vrije baan) lichamelijk letsel veroorzaken.
Bij circa 900 gram explosieve lading (constructie 1)
Wanneer een constructie bestaande uit een kartonnen koker met 900 gram van een lading op basis van flitspoeder ontploft, levert dit gevaar op voor personen en
goederen die zich er nabij bevinden. De ernst van de gevolgen van de explosie voor personen is onder meer afhankelijk van de locatie van personen ten opzichte van de explosie. Door de overdruk is tot op een afstand van 1,5 a 2 meter voor omstanders dodelijk letsel een gegeven. Wanneer er sprake is van grote of zware rondvliegende
scherven/brokstukken (van omgevingsmateriaal), is er tot op enkele tientallen meters
afstand van de ontploffing (in een vrije baan) nog gevaar voor lichamelijk letsel tot
dodelijk letsel. Tot op een afstand van tientallen meters is er gevaar voor (al dan niet
permanente) gehoorschade. Wanneer zo'n koker bijvoorbeeld in een auto ontploft zullen delen van de carrosserie van de auto worden losgerukt en tot op tientallen meters afstand van de auto terechtkomen (en de auto is total loss). Wanneer een dergelijke koker binnen in een pand ontploft moet niet alleen rekening worden gehouden met ruitbreuk maar kunnen ook niet-dragende wanden bezwijken.
Feit 2
De bewezenverklaring voor feit 2 is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie
3. Proces-verbaal van de politie
4. Proces-verbaal van de politie
5. Schriftelijk stuk
6. Schriftelijk stuk
2.3.3.
Bewijsmotivering
2.3.3.1 Verwerping bewijsuitsluiting
Standpunt verdediging
Er was geen sprake van een redelijk vermoeden van schuld jegens de verdachte waardoor van de opsporingsbevoegdheden die zijn ingezet geen gebruik gemaakt kon worden. De verbalisanten waren niet bevoegd de woning en de schuur te doorzoeken omdat er daarvoor geen machtiging was en de bewoner geen toestemming daarvoor had gegeven. De verbalisanten mochten daarom niet kijken in de gesloten verhuisdozen waar illegaal vuurwerk is aangetroffen. Het recht op privacy van de verdachte is geschonden. Hij heeft hier nadeel van ondervonden omdat de doorzoeking geleid heeft tot de ontdekking (en vervolging) van strafbare feiten.
Feitelijke gang van zaken
Op 31 december 2024 heeft de politie een anonieme melding ontvangen. In deze melding staat beschreven dat de verdachte “een projectiel in huis heeft ter grote van een kleine bijzettafel” en dat de verdachte het explosief die nacht in een park zal laten afgaan. Naar aanleiding van deze melding en gezien het strafblad van de verdachte is de politie, met een machtiging daartoe, de woning van de verdachte binnengetreden ter inbeslagneming van explosief vuurwerk. In de schuur van de woning hebben verbalisanten dozen geopend waarin illegaal vuurwerk zat. Ook is daar een grote hoeveelheid vuurwerk direct in het zicht aangetroffen.
Beoordeling
De opsporingsbevoegdheden die op grond van de Wet op de Economische delicten (hierna: WED) toegepast kunnen worden, kunnen worden ingezet als er aanwijzingen zijn dat die wet wordt overtreden. De melding over een zelfgemaakt explosief in de woning van de verdachte vormde in dat licht een voldoende basis voor de inzet van de opsporingsbevoegdheden.
Aan de verbalisanten was een machtiging tot binnentreden verstrekt op grond van onder meer artikel 20 van de WED, op grond waarvan opsporingsambtenaren toegang hebben tot elke plaats voor zover dat redelijkerwijs nodig is om hun taak te vervullen. Op grond van artikel 21 van de WED mogen opsporingsambtenaren onderzoek aan zaken doen en verpakkingen openen. Dat is in dit geval gebeurd door in de schuur dozen te openen waarin illegaal vuurwerk zat. Uit het dossier blijkt niet dat de woning verder indringend is doorzocht. Het verweer dat het bewijsmateriaal op onrechtmatige wijze is verkregen, zal dan ook worden verworpen. Van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv is geen sprake.
Feit 1
De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het voorbereiden van het teweegbrengen van een ontploffing in de zin van art. 157 Sr, nu het opzet van de verdachte niet gericht was op het begaan van dat misdrijf. De rechtbank verwerpt dat verweer. In de schuur bij de woning van de verdachte zijn vier zelfgemaakte vuurwerkbommen gevonden. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij van plan was om de vuurwerkbommen af te steken in een park vlakbij zijn woning. Hij ging ervan uit dat daar omstanders aanwezig zouden zijn die zelf ook vuurwerk zouden afsteken. De verdachte had maar beperkt controle over de aanwezigheid van anderen op het moment dat hij het vuurwerk zou gaan afsteken. Uit het deskundigenverslag blijkt dat bij het tot ontploffing brengen van de vuurwerkbommen personen en goederen tot op tientallen meters afstand gevaar lopen als gevolg van drukgolven en rondvliegend materiaal. Niet alleen voorwerpen in het park en de nabijgelegen woonwijk zouden daardoor getroffen kunnen worden. Personen in de (directe) nabijheid van de ontploffing zouden ernstig of zelfs dodelijk letsel kunnen oplopen. Voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde voorbereiding is het niet nodig dat het opzet van de verdachte op de gevolgen was gericht. Voldoende is dat de gevaren die de ontploffingen konden veroorzaken naar algemene ervaringsregels voorzienbaar waren. Dat is, gezien de zwaarte van de bommen, het geval. De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van het plegen van voorbereidingshandelingen die zien op het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing zoals bedoeld in art. 157 Sr.
3Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
Feit 2
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet
Milieubeheer, opzettelijk en meermalen begaan.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4Straf
4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van drie jaar.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de door de officier van justitie gevorderde straf te matigen en aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten vijftien dagen, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke straf.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft vier vuurwerkbommen gemaakt die hij in een park wilde laten ontploffen. Hiermee had de verdachte een flinke ontploffing kunnen veroorzaken met alle desastreuze gevolgen van dien. Ontploffingen van dergelijke vuurwerkbommen kunnen aanzienlijke materiële schade en ernstig lichamelijk letsel veroorzaken, en zelfs dodelijke gevolgen hebben. Het is uitsluitend aan het ingrijpen van de politie te danken dat het plan van de verdachte niet tot uitvoering is gekomen.
Daarnaast lag in de schuur van de verdachte een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk. Het is algemeen bekend dat vuurwerk gevaar kan opleveren voor de gezondheid en veiligheid. Dat geldt zeker voor professioneel vuurwerk, dat een substantieel zwaardere of explosievere lading bevat dan het vuurwerk dat in Nederland verkocht mag worden aan particulieren. Bij het illegale vuurwerk dat de verdachte had, zat ook vuurwerk dat massaexplosief is. Hieronder wordt een explosie verstaan van vrijwel de gehele lading aan vuurwerk op vrijwel hetzelfde moment. In de schuur waar het vuurwerk lag stonden ook jerrycans met benzine. Hiermee heeft de verdachte een onaanvaardbaar risico genomen; indien het vuurwerk tot ontbranding was gekomen, zouden de gevolgen voor omwonenden, omstanders en woningen in de buurt enorm kunnen zijn geweest. De verdachte is bekend met de gevaren van professioneel en zelfgemaakt vuurwerk. Toch heeft het hem er niet van weerhouden om dergelijk vuurwerk in zijn schuur op te slaan, zonder daarbij rekening te houden met de hiervoor genoemde onacceptabele gevaren.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 juni 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering van 14 april 2025 staat onder meer dat de verdachte probleem-inzicht toont, omdat hij van mening is dat zijn fascinatie voor siervuurwerk volledig zal moeten stoppen. De reclassering ziet dit als beschermende factor. De reclassering ziet relatief weinig problemen op de leefgebieden van de verdachte: hij heeft een stabiele huisvesting en dagbesteding en er is geen sprake van schuldenproblematiek of middelenmisbruik. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld.
De reclassering adviseert bij een veroordeling een geheel onvoorwaardelijke straf op te leggen. De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig om het recidivegevaar in te perken.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij vuurwerk ziet als een verslaving en dat hij daar inmiddels mee is gestopt omdat het problemen oplevert. Hij heeft zich naar eigen zeggen goed gehouden aan zijn schorsingsvoorwaarden. De verdachte is niet meer samen met moeder van zijn kinderen. Hij heeft een eigen woning en zijn zoon en dochter verblijven ongeveer de helft van de week bij hem. De verdachte heeft een baan en geen schulden.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op het strafblad van de verdachte en de aard, de hoeveelheid en de volstrekt onverantwoorde wijze van opslag van het professioneel en zelfgemaakt vuurwerk met alle daaraan verbonden risico’s, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte maken dit niet anders. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Dan gaat het vaak om forse gevangenisstraffen. In het bijzonder houdt de rechtbank rekening met de houding van de verdachte. Hij lijkt zich, zelfs na een veroordeling voor een soortgelijk feit waarbij een medewerker van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie ernstig letsel heeft opgelopen en waarvoor de verdachte een langdurige gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen, nog steeds geen rekenschap te geven van de ernstige risico’s die zijn gedrag en zijn vuurwerkfascinatie met zich brengen. Alles afwegend, vindt de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Daarom wordt een gevangenisstraf van achttien maanden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Van deze gevangenisstraf worden zes maanden voorwaardelijk opgelegd. Dit voorwaardelijke strafdeel heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Omdat de verdachte eerder een soortgelijk feit heeft gepleegd en daarvan niet heeft geleerd, legt de rechtbank een proeftijd van drie jaar op. De rechtbank zal dus niet, zoals de verdediging heeft bepleit, de straf beperken tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke straf. Dat zou zich niet verhouden tot de hiervoor genoemde ernst van het feit, met name bezien vanuit het oogpunt van speciale en generale preventie.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5In beslag genomen voorwerpen
5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen lanceerbuis wordt verbeurd verklaard.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Als bijkomende straf voor feit 2 wordt de in beslag genomen lanceerbuis verbeurd verklaard. Dit voorwerp is voor het plegen van het misdrijf bestemd en behoort aan de verdachte toe.
6Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 46, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht,
- la, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,
- 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en
- 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.
7Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 6 (zes) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor feit 2 de in beslag genomen lanceerbuis ( [beslagnummer 2] ).
8Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I. Tillema, voorzitter,
en mrs. D.C.J. Peeck en J. van de Klashorst, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 5 augustus 2026.
Mr. Van de Klashorst is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal] .
Verklaard tijdens de zitting van 22 juli 2026.
Pagina 26 e.v.
Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 31 december 2024, pagina 236.
Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 19 mei 2025, pagina 65 e.v.
De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal] .
Verklaard tijdens de zitting van 22 juli 2026.
Pagina 21 e.v.
Pagina 26 e.v.
Pagina 80 e.v.
Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 31 december 2024, pagina 235.
Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 31 december 2024, pagina 236.