Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:10023

2026-07-22 Strafrecht 10.184557.25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-07-22
Publicatiedatum
2026-08-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
10.184557.25
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens overtreding van artikel 6 WVW, terwijl de schuld bestaat uit zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag waardoor zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer is ontstaan, en het veroorzaken van gevaar op de weg. Verweer met betrekking tot medeschuld slachtoffer wordt verworpen. Oplegging van een taakstraf van 180 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (27.025 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam



Meervoudige kamer strafzaken



Parketnummer: 10.184557.25



Datum uitspraak: 22 juli 2026
Datum zitting: 8 juli 2026
Tegenspraak



Verdachte:


[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .



Advocaat van de verdachte: mr. L.L. Maassen
Officier van justitie: mr. E.J. de Groot
Benadeelde partij: [benadeelde]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. T. Eskes




1Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt onder feit 1 primair de verdachte ervan dat – samengevat – het aan zijn schuld te wijten is dat op 6 december 2024 te Dordrecht een verkeersongeval heeft plaatsgevonden als gevolg waarvan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Onder feit 1 subsidiair en feit 2 is dit ten laste gelegd als het veroorzaken van gevaar op de weg.


De volledige tenlastelegging houdt in dat


1hij op of omstreeks 6 december 2024 te Dordrecht als verkeersdeelnemer, namelijkals bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kentekennummer 1] ) zichzodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeftplaatsgevonden door met dat motorrijtuig roekeloos, in elk geval zeer, althansaanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of metaanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden opde voor het openbaar verkeer openstaande weg de Burgermeester de Raadtsingel(ter hoogte van het kruispunt met de Spuiweg),welk rijgedrag hierin heeft bestaan dat, hij verdachte, toen daar,- met een hoge snelheid van 107 km/u, althans met een (veel) hogere snelheid danmaximum toegestane snelheid van 50 km/u heeft gereden en/of gelet op de situatieter plaatse verantwoord was heeft gereden en/of (vervolgens)- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van tevergewissen dat de bestuurder van de Volkswagen Passat (met kenteken [kentekennummer 2] ),te weten [slachtoffer 1] , doende was het kruispunt met de Burgermeester deRaadtsingel over te steken, althans die zich (daartoe) op de Burgermeester deRaadtsingel bevond en/of- ( vervolgens) tegen voornoemde Volkswagen Passat heeft gebotst en/of heeftgereden,waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel en/of zodaniglichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in deuitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;


subsidiairhij op of omstreeks 6 december 2024 te Dordrecht als verkeersdeelnemer, namelijkals bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kentekennummer 1] ), op devoor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Burgermeester de Raadtsingel(ter hoogte van het kruispunt met de Spuiweg), zich zodanig heeft gedragen datgevaar op die weg/wegen werd veroorzaakt, althans kon wordenveroorzaakt, en/of het verkeer op die weg/wegen werd gehinderd, althans konworden gehinderdwelk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,- met een hoge snelheid van 107 km/u, althans met een (veel) hogere snelheid danmaximum toegestane snelheid van 50 km/u heeft gereden en/of gelet op de situatieter plaatse verantwoord was heeft gereden en/of (vervolgens)- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van tevergewissen dat de bestuurder van de Volkswagen Passat (met kenteken [kentekennummer 2] ),te weten [slachtoffer 1] , doende was het kruispunt met de Burgermeester deRaadtsingel over te steken, althans die zich (daartoe) op de Burgermeester deRaadtsingel bevond en/of- ( vervolgens) tegen voornoemde Volkswagen Passat heeft gebotst en/of heeftgereden;


2hij op of omstreeks 6 december 2024 te Dordrecht als verkeersdeelnemer, namelijkals bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kentekennummer 1] ), op devoor het openbaar verkeer openstaande weg, de Burgermeester de Raadtsingel (terhoogte van het kruispunt met de Spuiweg), zich zodanig heeft gedragen dat gevaarop die weg/wegen werd veroorzaakt, althans kon wordenveroorzaakt, en/of het verkeer op die weg/wegen werd gehinderd, althans konworden gehinderdwelk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,- met een te hoge snelheid van 107 km/u, althans met een (veel) hogere snelheiddan de maximum toegestane snelheid van 50 km/u heeft gereden en/of gelet op desituatie ter plaatse verantwoord was heeft gereden en/of (vervolgens)- zich er (daarbij) niet, althans niet tijdig en/of in onvoldoende mate van tevergewissen dat de bestuurder van de Volkswagen Passat (met kenteken [kentekennummer 2] ),te weten [slachtoffer 1] , doende was het kruispunt met de Burgermeester deRaadtsingel over te steken, althans die zich (daartoe) op de Burgermeester deRaadtsingel bevond en/of- ( vervolgens) tegen voornoemde Volkswagen Passat heeft gebotst en/of heeftgereden,als gevolg waarvan voornoemde Volkswagen Passat in botsing of aanrijding ofaanraking is gekomen met de op de Burgermeester de Raadtsingel rijdende fietseren/of bestuurder van een fiets, genaamd [slachtoffer 2] .




2Bewijs

2.1.


Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de onder 1 primair (in die zin dat sprake is van zeer onvoorzichtig rijgedrag) en onder 2 ten laste gelegde feiten.



2.2.


Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair ten laste gelegde feit. De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit van het tweede en derde gedachtestreepje bij het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde en heeft zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.



2.3.

Oordeel van de rechtbank


2.3.1.


Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.



De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte
Ik heb op 6 december 2024 te hard gereden.

2. Proces-verbaal van de politie
Op 6 december 2024 omstreeks 20:35 uur heeft er een verkeersongeval op de Burg de Raadtsingel in Dordrecht plaatsgevonden.



Vermoedelijke toedracht




1: [slachtoffer 1] , [kentekennummer 2] , taxi, VW Passat
2: [verdachte] , [kentekennummer 1] , personenauto, VW T-Roc
3: [slachtoffer 2] , fiets, Gazelle


1. reed over de Spuiweg, komende uit de richting van de Kilwijkstraat en gaande richting de Burgemeester de Raadtsingel.
2 reed over de Burgemeester de Raadtsingel gaande in de richting van Wilgenbos.
1. verleende geen voorrang aan 2 en 2 reed met zeer hoge snelheid. Vervolgens kwamen 1
en 2 met elkaar in botsing. Door de klap raakte 1 uit koers en raakte hierdoor de vanuit de richting Wilgenbos fietsende 3, welke over de fietssuggestiestrook reed.

3. Proces-verbaal van de politie
Er was sprake van duisternis, de wegverlichting was aanwezig en brandend. Het was bewolkt en droog en het asfalt was schoon.



Onderzoek wegverloop

De Burgemeester de Raadtsingel kende, gezien vanuit de rijrichting van de Stationsweg een flauwe bocht naar rechts en een hoogteverschil, waarbij het viaduct over de verdiept aangelegde Spuiweg hoger lag dan de rijbaan van de Burgemeester de Raadtsingel voor en na het kruispunt met de westelijk gelegen secundaire rijbaan van de Spuiweg. Hierdoor was het uitzicht naar rechts voor bestuurders rijdende over de Burgemeester de Raadtsingel (Volkswagen T-ROC) enigszins belemmerd.




Analyse ongevalsdata EDR Volkswagen T-ROC

In Record 1 was het volgende geregistreerd en vastgelegd dat
• 4,0 seconden vóór time zero het gaspedaal 70% werd bediend en de T-ROC reed met een geregistreerde snelheid van 106 km/uur.
• 3,5 seconden vóór time zero het gaspedaal niet meer werd bediend (0%) en de T-ROC reed met een geregistreerde snelheid van 107 km/uur.
• 3,0 seconden vóór time zero de T-ROC reed met een geregistreerde snelheid van 105 km/uur, Service Brake Activation on (rempedaal bediend).
• 2,5 seconden vóór time zero de T-ROC reed met een geregistreerde snelheid van 102 km/uur, Service Brake Activation on (rempedaal bediend).
• 2,0 seconden vóór time zero de T-ROC reed met een geregistreerde snelheid van 100 km/uur, Service Brake Activation on (rempedaal bediend).
• 1,5 seconden vóór time zero de T-ROC reed met een geregistreerde van snelheid 98 km/uur, Service Barke Activation off (rempedaal niet bediend).
• 1,0 seconde vóór time zero de T-ROC reed met een geregistreerde snelheid van 94 km/uur, Service Brake Activation on (rempedaal bediend).




Conclusie

• De bestuurder van de Volkswagen Passat, heeft bij het oprijden van de Burgemeester de Raadtsingel, geen voorrang verleend aan de voor hem van links komende en op het voorrangskruispunt rijdende bestuurder van de Volkswagen T-ROC.
• De bestuurder van de Volkswagen T-ROC is op het kruispunt, met de voorzijde van zijn voertuig in botsing gekomen, met de linkerflank van de Volkswagen Passat.
• De Volkswagen Passat is door de botsing met de Volkswagen T-ROC, naar rechts uit zijn koers gebracht, in zuidelijke richting van de rijbaan.
• De Volkswagen Passat kwam in de uitloopbeweging, met de rechter voorzijde van de voorbumper in botsing met de voorzijde van de fiets.
• Het gelet op de gevolgde rijrichting van de Volkswagen Passat niet waarschijnlijk is, dat de bestuurder daarvan met een hogere snelheid heeft gereden, dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid van 50 km/uur.
• Uit analyse van de ongevalsdata uit de Volkswagen T-ROC bleek dat de bestuurder daarvan met een aanzienlijk hogere snelheid had gereden, dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid van 50 km/uur.
• De bestuurder van de Volkswagen T-ROC reed 3,5 seconden voor de aanrijding met een geregistreerde snelheid van 107 km/uur, (gecorrigeerd 102 km/uur).


4. Deskundigenverslag

Medische informatie dhr. [slachtoffer 1] vanaf 7 december 2024
Er was sprake van breuken in het bekken en heiligbeen. Er volgde operatieve behandeling. Uitgebreid revalidatietraject werd geadviseerd.



2.3.2.


Bewijsmotivering

Op 6 december 2024 heeft rond half 9 ’s avonds een verkeersongeval plaatsgevonden in Dordrecht. De verdachte reed met een snelheid van 102 km/uur op een voorrangsweg waar 50 km/u was toegestaan. Het slachtoffer heeft geen voorrang verleend aan de voor hem van links komende verdachte en is het kruispunt opgereden waarna beide auto’s in aanraking met elkaar zijn gekomen. Het slachtoffer heeft hierbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Door deze botsing is de auto van het slachtoffer vervolgens in botsing gekomen met een fietser.




Schuld in de zin van artikel 6 WVW

Om tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in het geval van (tenminste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.



Het verkeersongeval vond plaats rond half 9 ‘s avonds in december in het centrum van Dordrecht. Het was op dat moment donker en de verdachte had verminderd zicht op het kruispunt omdat ter plaatse sprake was van een flauwe bocht naar rechts en een hoogteverschil. De verdachte reed 3 seconden voor het ongeval nog met een snelheid van 105 km/u over die weg. Eén seconde voor het ongeval reed hij nog 94 km/uur. De verdachte heeft verklaard dat hij bekend was met de situatie ter plaatse en wist dat de toegestane snelheid 50 km/u was. Desondanks heeft hij met meer dan tweemaal de toegestane snelheid op die weg gereden. Zo hard rijden op die weg, onder die omstandigheden, op een plek waar op dat tijdstip zich veel verkeer bevond, levert naar het oordeel van de rechtbank schuld aan het ongeval op als bedoeld in artikel 6 WVW. De rechtbank is van oordeel dat voornoemde gedragingen van verdachte, naar hun aard en ernst en onder de omstandigheden waarin deze zijn begaan, tot de conclusie leiden dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. Tevens heeft de verdachte met zijn gedragingen gevaar op de weg veroorzaakt.




Medeschuld

De verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer rechts stil zag staan en er vanuit mocht gaan dat de auto hem voorrang zou verlenen. Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat sprake is van medeschuld van het slachtoffer, merkt de rechtbank het volgende op. In zijn algemeenheid geldt dat de eventuele aanwezigheid van medeschuld aan de zijde van het slachtoffer, de schuld aan de zijde van de verdachte niet opheft. Medeschuld van een ander is derhalve voor de vaststelling van de strafrechtelijke schuld niet direct relevant, de eigen schuld staat centraal. In uitzonderlijke gevallen kan dit anders zijn. De onvoorzichtigheid van die ander moet dan zo groot zijn geweest dat de onvoorzichtigheid van de verdachte te gering wordt om schuld in de zin van artikel 6 WVW op te leveren. Van een dergelijke uitzonderlijke situatie is in dit geval geen sprake.
Het is bovendien in het algemeen niet zo dat de bestuurder van een motorrijtuig die daarmee rijdt over een voorrangsweg er op mag vertrouwen dat het verkeer dat deze voorrangsweg kruist, voor hem de doorgang vrij laat of (tijdig) vrij maakt, indien hij met een veel hogere dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid de kruising is genaderd. Het slachtoffer hoefde geen rekening te houden met het feit dat de verdachte met een dergelijke hoge snelheid het kruispunt op zou rijden. Doordat de verdachte het kruispunt met een veel te hoge snelheid naderde, was zijn gedrag voor andere verkeersdeelnemers niet voorzienbaar. Daarmee was van mede- of eigen schuld van het slachtoffer geen sprake en wordt naar het oordeel van de rechtbank de onvoorzichtigheid van de verdachte door zo hard te rijden, op geen enkele wijze opgeheven of ook maar verminderd. Het verweer wordt verworpen.




Letsel slachtoffer

Bij het slachtoffer is als gevolg van het handelen van de verdachte zwaar lichamelijk letsel ontstaan. Hij heeft onder meer breuken in het bekken en heiligbeen opgelopen en er is een operatieve behandeling gevolgd waarbij platen in zijn lichaam zijn geplaatst die er niet meer uitgaan.



De verdediging heeft voorts verzocht het tweede en derde gedachtestreepje zowel bij feit 1 als feit 2 niet bewezen te verklaren en de beoordeling uitsluitend te baseren op de snelheidsovertreding. Dit verweer wordt verworpen, omdat deze gedachtestreepjes als onderdeel van de gedragingen van de verdachte bewezen kunnen worden verklaard.




Conclusie

Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank de onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen in die zin dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan bij het slachtoffer en hij tevens gevaar op de weg heeft veroorzaakt.




2.3.3.

Volledige bewezenverklaring



Bewezen is dat:



Feit 1 primair



hij op 6 december 2024 te Dordrecht als verkeersdeelnemer, namelijkals bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kentekennummer 1] ) zichzodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeftplaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg de Burgermeester de Raadtsingel(ter hoogte van het kruispunt met de Spuiweg),welk rijgedrag hierin heeft bestaan dat, hij verdachte, toen daar,- met een hoge snelheid van 107 km/u, een (veel) hogere snelheid danmaximum toegestane snelheid van 50 km/u heeft gereden en (vervolgens)- zich er (daarbij) niet tijdig van heeft vergewist dat de bestuurder van de Volkswagen Passat (met kenteken [kentekennummer 2] ), te weten [slachtoffer 1] , doende was het kruispunt met de Burgermeester de Raadtsingel over te steken, en - ( vervolgens) tegen voornoemde Volkswagen Passat heeft gebotst,waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht;



Feit 2
hij op 6 december 2024 te Dordrecht als verkeersdeelnemer, namelijkals bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kentekennummer 1] ), op devoor het openbaar verkeer openstaande weg, de Burgermeester de Raadtsingel (terhoogte van het kruispunt met de Spuiweg), zich zodanig heeft gedragen dat gevaarop die weg werd veroorzaakt, en het verkeer op die weg werd gehinderd welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,- met een te hoge snelheid van 107 km/u, een (veel) hogere snelheiddan de maximum toegestane snelheid van 50 km/u heeft gereden en (vervolgens)- zich er (daarbij) niet tijdig van heeft vergewist dat de bestuurder van de Volkswagen Passat (met kenteken [kentekennummer 2] ),te weten [slachtoffer 1] , doende was het kruispunt met de Burgermeester deRaadtsingel over te steken, en - ( vervolgens) tegen voornoemde Volkswagen Passat heeft gebotst,als gevolg waarvan voornoemde Volkswagen Passat in botsing of aanrijding ofaanraking is gekomen met de op de Burgermeester de Raadtsingel rijdende fietsergenaamd [slachtoffer 2] .






3Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.


Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:



Eendaadse samenloop van:



Feit 1 primair




overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht




Feit 2




overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.





3.2.


Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.





4Straffen

4.1.


Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor feit 1 primair en feit 2 worden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.




4.2.


Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt te volstaan met een geldboete. Een taakstraf is gelet op de werktijden van de verdachte niet uitvoerbaar. Een ontzegging van de rijbevoegdheid zou tot gevolg hebben dat de verdachte zijn baan als internationaal chauffeur verliest en daarmee ook zijn inkomen.



4.3.

Oordeel van de rechtbank


4.3.1.


Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstige aanrijding door met meer dan twee keer de toegestane snelheid te rijden in het donker bij een verkeersituatie waar het zicht enigszins werd belemmerd. Hierdoor is hij tegen het slachtoffer aangebotst die met zijn auto vervolgens in botsing kwam met een fietser. Voor de fietser is het goed afgelopen, maar het slachtoffer heeft als gevolg van het ongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Tijdens de zitting heeft het slachtoffer te kennen gegeven dat hij nog steeds kampt met de gevolgen van het ongeluk. De revalidatie is nog gaande. Daarnaast heeft hij ook mentale klachten. Zo durft hij geen auto meer te rijden, wat tot gevolg heeft dat hij niet meer als taxichauffeur kan werken.



Dit kan de verdachte strafrechtelijk worden verweten.



4.3.2.


Persoon en persoonlijke omstandigheden


Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.



4.3.3.

Oplegging straffen




Straf

Bij de bepaling van de straffen heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Op basis van die oriëntatiepunten wordt in de regel voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van ernstige schuld en waarbij bij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is ontstaan, een taakstraf voor de duur van 160 uren opgelegd en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden. De rechtbank weegt ook mee dat de verdachte werkzaam is als internationaal vrachtwagenchauffeur. Ondanks zijn jonge leeftijd had hij al wel behoorlijk wat ervaring op de weg waardoor hij beter had moeten weten.



De rechtbank acht het opleggen van een taakstraf van 180 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor een jaar, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, in dit geval passend en geboden. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De verdediging heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk en hij bij een rijontzegging zijn baan zal verliezen. De verkeersveiligheid weegt, mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, echter zwaarder dan de persoonlijke belangen van de verdachte. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarnaast nog een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen zoals door de officier van justitie geëist.






5Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 van 179 van de Wegenverkeerswet 1994.



6Beslissingen
De rechtbank:




Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;




Kwalificatie en strafbaarheid




stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;



verklaart de verdachte strafbaar;




Straffen





Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;



beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;




Ontzegging van de rijbevoegdheid


ontzegt de verdachte voor het feit de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 12 (twaalf) maanden;



bepaalt dat 6 (zes) maanden van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;



verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;



tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde, dat hij zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken, niet naleeft.




7Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.J. Bade, voorzitter,
en mrs. B. Vaz en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.S. Beukema, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 22 juli 2026.



Mr. B. Vaz en mr. J. Langeveld zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.



De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal] .


Verklaard tijdens de zitting van 8 juli 2026.


Pagina 6 e.v. van het proces-verbaal


pagina 237 e.v. van het proces-verbaal.



FARR rapportage, pagina 44 van het proces-verbaal


Vgl. J. de Hullu en P.H.P.H.M.C. van Kempen, Materieel strafrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2024, p. 297.


HR 25 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6452.