Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2024:4872

2024-05-08 Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht ROT 23/938
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2024-05-08
Publicatiedatum
2024-05-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 23/938
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Bestuurlijke boete van € 5.000,- opgelegd wegens overtreding van artikel 4, tweede lid, juncto Bijlage II, hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening (EG) 852/2004. Er zijn waterdruppels van het plafond naar beneden gevallen, ook op onbedekt vlees. Eiseres heeft het vlees niet beschermd tegen elke verontreiniging waardoor levensmiddelen ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie, ook al zijn er bij de verbouwingswerkzaamheden problemen ontstaan met het nieuwe dak waardoor er regenwater via het plafond naar binnen sijpelt. Eiseres heeft als professioneel ondernemer de verantwoordelijkheid om elk risico voor de volksgezondheid te vermijden. Er is een risico voor de volksgezondheid als waterdruppels vanaf het plafond naar beneden op het vlees vallen, omdat het vlees daardoor verontreinigd kan raken met ziekteverwekkende bacteriën. Dat het hier gaat om regenwater en niet om condens, maakt dat niet anders nu regenwater dat via het plafond naar beneden valt verontreinigd kan zijn met stof, vet, chemicaliën en in het plafond verwerkte stoffen, bacteriën en schimmels. Het voorschrift van bijlage II, hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening (EG) 852/2004 heeft immers betrekking op het beschermen tegen elke vorm van verontreiniging. Dat het in dit geval gaat om regenwater en niet om condens betekent niet dat de gevolgen voor de volksgezondheid gering zijn. Het regenwater dat vanaf het plafond naar beneden valt kan verontreinigd zijn met voor de volksgezondheid gevaarlijke stoffen die in het plafond zijn verwerkt. Wanneer dit vervuilde water op het vlees valt dan kan het vlees verontreinigd raken zonder dat dit wordt opgemerkt. De opgelegde boete is daarom terecht niet gehalveerd.

Citeert (3)

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (15.840 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 23/938


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2024 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. F.Th.M. Peters),


en


de minister [naam verweerder] , verweerder
(gemachtigde: mr. R.R. Berkhout).




Procesverloop


Bij besluit van 16 september 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een boete opgelegd van € 5.000,- omdat zij volgens verweerder bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften heeft overtreden. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.



Bij besluit van 6 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.



Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2024. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Tevens is namens verweerder verschenen

[persoon A] , toezichthouder bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).





Overwegingen

1. In het rapport van bevindingen van 21 juli 2022 hebben twee toezichthouders van de NVWA gerapporteerd dat zij zich in het kader van regulier toezicht op 5 januari 2022 omstreeks 12:15 uur bevonden op het slachthuis van eiseres. In dat rapport is, voor zover hier van belang, het volgende beschreven:



“Tijdens een reguliere inspectie bevonden wij ons bij de nieuwe uitsnijhal. Daar zagen wij allereerst twee haken met hierop naakte hammen bestemd voor menselijke consumptie die via de rails naar de nieuwe uitsnijhal werden aangevoerd. De hammen waren bestemd voor het uitbenen.





In de uitsnijhal waren de medewerkers actief met hun werkzaamheden bezig. Er waren reeds meerdere haken met naakte hammen aanwezig in de ruimte. Op dit moment zagen wij waterdruppels aan de rails hangen, deze rails vervoerden de hammen naar de uitsnijhal (zie foto 1). Vervolgens zagen wij meerdere waterdruppels die naar beneden vielen (zie videofilmpje 1). De waterdruppels waren afkomstig van het plafond. Vervolgens heeft toezichthouder 1 een voorman aangesproken. Een halchef die bij het gesprek betrokken was, begon onmiddellijk de rails te moppen met een aftrekker. Toezichthouder 1 vroeg aan de voorman welke herstellende maatregelen er genomen gingen worden. Hij zei dat ze de rails


gingen moppen en dat ze de laatste twee haken met hammen, die naar binnen werden gevoerd, gingen laten flamberen. Het flamberen is een corrigerende maatregel t.o.v. het vlees waarbij eventuele onzichtbare microbiologische agentia worden geëlimineerd. Toezichthouder 1 vertelde dat ze twee haken met hammen zag binnenkomen en dat toezichthouder 2 een halfuurtje voordien ook reeds meerdere hammen naar binnen zag komen via deze doorgang. Toezichthouder 2 besloot na de eerste vaststelling in overleg te gaan met toezichthouder 1 waarna een inspectie volgde met beide toezichthouders.





Dit is de inspectie die hier beschreven wordt. Waarop de voorman vroeg hoeveel hammen er moeten geflambeerd worden. Wij mogen geen advies geven dus wij hebben niet geantwoord op deze vraag. Daarna zagen wij dat ondanks het moppen nog steeds waterdruppels van het plafond naar beneden vielen (zie videofilmpje 2). Toezichthouder 1 zei tegen de voorman dat ze dit niet hygiënisch vindt. Ze vroeg hem of hij met de productie wilde verder gaan. Hij zei dat ze met het moppen gingen doorgaan en dat ze de laatste haken met hammen gingen laten flamberen. Toezichthouder 1 zei nogmaals dat ze dit onhygiënisch en onveilig vindt en indien ze met de productie gingen doorgaan, ze de


kwaliteitsdienst hierover ging informeren. We zagen namelijk dat meerdere naakte hammen naar binnen werden gebracht waarop waterdruppels vielen (zie videofilmpje 3).





Daarna zagen we één van de eigenaars ter plekke. Hij had een gesprek met de voorman. Vervolgens vroeg toezichthouder 1 aan de voorman wat het plan van aanpak was. Hij zei dat ze de uitsnijhal gingen blokkeren zodat de hammen niet naar binnen kunnen en ze gingen alle hammen die al binnen waren laten flamberen. De ingang van de uitsnijhal werd geblokkeerd door enkele gestapelde rode kratten.





De waterdruppels die afkomstig zijn van een vuil oppervlak kunnen de groei van de Listeria bacterie veroorzaken vanwege de koude en natte omgeving en deze waterdruppels zijn daarnaast niet van drinkwaterkwaliteit. Hierdoor was het bovengenoemde vlees niet beschermd tegen verontreiniging.”



2. Op basis van het rapport van bevindingen heeft verweerder bij het primaire besluit aan eiseres een boete opgelegd van € 5.000,- voor het volgende feit: levensmiddelen werden niet in alle stadia van de productie en verwerking beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor het vlees ongeschikt kan worden voor menselijke
consumptie, schadelijk kan worden voor de gezondheid, dan wel op een zodanige wijze kan worden verontreinigd dat het redelijkerwijze niet meer in die staat kan worden geconsumeerd. Dit is volgens verweerder een overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, in verbinding met artikel 2.4, eerste lid, onder c, van de Regeling dierlijke producten, in verbinding met artikel 4, tweede lid, juncto Bijlage II, hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening (EG) 852/2004. De opgelegde boete is een boete die wegens recidive is verhoogd.


2.1.
Met het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.


3. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder bij het opleggen van de boete geen rekening heeft gehouden met bijzondere omstandigheden. Er is sprake van een calamiteit. Eiseres heeft uitbreidings- en verbouwingswerkzaamheden laten verrichten waarvan de NVWA op de hoogte is. Er is een nieuw dak geplaatst waarbij een lekkende dakovergang is ontstaan waar regenwaterdruppels doorheen komen. De aangetroffen waterdruppels zijn geen condenswater maar regenwaterdruppels, die een gering risico op verontreiniging opleveren. Eiseres stelt dat zij er alles aan heeft gedaan wat binnen haar vermogen lag om de overtreding te voorkomen, omdat zij ervoor heeft gekozen om niet enkel te moppen, zoals dat bij reguliere condensvorming gebeurt, maar om de productie stop te zetten.




3.1.
Volgens de rechtspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), onder meer de uitspraak van 13 februari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:87) mag een bestuursorgaan, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel uitgaan van de juistheid van de bevindingen in een naar waarheid opgemaakt en ondertekend rapport van bevindingen, voor zover deze de eigen waarnemingen van de opsteller van het rapport weergeven.



3.1.
In het rapport van bevindingen hebben de toezichthouders beschreven dat er waterdruppels hingen aan de rails waarmee de hammen naar de uitsnijhal worden vervoerd. De toezichthouders hebben gezien dat er meerdere waterdruppels van het plafond naar beneden vielen en dat er ondanks het moppen nog steeds waterdruppels van het plafond naar beneden vielen. Er werden meerdere naakte hammen naar binnen gebracht waarop waterdruppels vielen. Eiseres betwist niet dat er waterdruppels van het plafond naar beneden zijn gevallen en er ook waterdruppels op de naakte hammen zijn gevallen.



3.2.
Op basis van het rapport van bevindingen heeft verweerder terecht vastgesteld dat eiseres niet in alle stadia van de productie en verwerking levensmiddelen heeft beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor het vlees ongeschikt kan worden voor menselijke consumptie, schadelijk kan worden voor de gezondheid, dan wel op een zodanige wijze kan worden verontreinigd dat het redelijkerwijze niet meer in die staat kan worden geconsumeerd en dat zij daarmee het voorschrift van artikel 4, tweede lid, juncto Bijlage II, hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening (EG) 852/2004 heeft overtreden.



3.3.
De stelling van eiseres dat de overtreding haar niet kan worden verweten omdat volgens haar sprake is van een calamiteit, leidt niet tot het oordeel dat verweerder van het opleggen van een boete had moeten afzien. Dat er bij de verbouwingswerkzaamheden problemen zijn ontstaan met het nieuwe dak waardoor er regenwater via het plafond naar binnen sijpelt, doet er niet aan af dat eiseres het vlees niet heeft beschermd tegen elke verontreiniging waardoor levensmiddelen ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie. Op eiseres rust als professioneel ondernemer de verantwoordelijkheid om elk risico voor de volksgezondheid te vermijden. Er is een risico voor de volksgezondheid als waterdruppels vanaf het plafond naar beneden op het vlees vallen. Daardoor kan het vlees verontreinigd raken met ziekteverwekkende bacteriën. Dat het hier gaat om regenwater en niet om condens, maakt dat niet anders nu regenwater dat via het plafond naar beneden valt verontreinigd kan zijn met stof, vet, chemicaliën en in het plafond verwerkte stoffen, bacteriën en schimmels. Het voorschrift van bijlage II, hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening (EG) 852/2004 heeft immers betrekking op het beschermen tegen elke vorm (cursivering door de rechtbank) van verontreiniging.



3.4.
Ten aanzien van de stelling van eiseres dat boeteoplegging niet meer aan de orde kan zijn, omdat eiseres zelfs zo ver is gegaan dat zij haar productie heeft stilgelegd, overweegt de rechtbank dat uit het rapport van bevindingen valt af te leiden dat eiseres niet op eigen initiatief de productie heeft stilgelegd, maar pas nadat de toezichthouder aan de voorman heeft verteld dat ze de werkwijze onhygiënisch en onveilig vond en dat als de productie werd voortgezet, ze de kwaliteitsdienst hierover ging informeren. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd, heeft verweerder geen reden hoeven zien om van boeteoplegging af te zien.


4. Eiseres heeft aangevoerd dat de boete met toepassing van artikel 2.3 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren gehalveerd had moeten worden vanwege de geringe risico’s voor de gezondheid, omdat regenwater niet dezelfde bacteriële risico’s heeft als condenswater. Bovendien heeft eiseres de productie stilgelegd en is zij overgegaan tot uitgebreid herstel van de ontstane situatie, waardoor boeteoplegging niet meer aan de orde kan zijn, aldus eiseres.




4.1.
In artikel 2.3, aanhef en onder a, van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren is bepaald dat indien de risico’s of de gevolgen van een overtreding voor de volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of milieu gering zijn of ontbreken, het boetebedrag wordt gehalveerd. Dat het in dit geval gaat om regenwater en niet om condens betekent niet dat de gevolgen voor de volksgezondheid gering zijn. Zoals hiervoor al is overwogen kan het regenwater dat vanaf het plafond naar beneden valt kan verontreinigd zijn met voor de volksgezondheid gevaarlijke stoffen die in het plafond zijn verwerkt. Wanneer dit vervuilde water op het vlees valt dan kan het vlees verontreinigd raken zonder dat dit wordt opgemerkt. Gelet hierop heeft verweerder de opgelegde boete terecht niet gehalveerd.


5. Eiseres heeft aangevoerd dat het rapport van bevindingen ruim zes maanden na de constateringen is opgesteld en het tijdsverloop tussen de constateringen en het voornemen te lang is. Zij doet een beroep op het matigingsbeleid van de NVWA inhoudende dat de boete met 10% wordt gematigd indien de overtreder pas na zeven maanden na de bevindingen van die bevindingen op de hoogte wordt gebracht.




5.1.
In de uitspraken van onder meer 18 april 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:CA0592) en 20 juli 2017 (ECLI:NL:CBB:2017:280) heeft het CBb geoordeeld dat op verweerder in beginsel de verplichting rust om degene die is gehouden tot naleving van de transportvoorschriften tijdig op de hoogte te stellen van de controlebevindingen. Gebeurt dit niet, dan treft verweerder het verwijt dat hij in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met name het zorgvuldigheidsbeginsel, heeft gehandeld en de transporteur daarmee (in beginsel) heeft beperkt in de mogelijkheden om zijn verdediging te voeren.



5.2.
In deze zaak heeft de toezichthouder de constateringen gedaan op het slachthuis op5 januari 2022 en met het voornemen van 16 augustus 2022 is het rapport van bevindingen, dat op 21 juli 2022 is opgesteld, aan eiseres toegestuurd. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat eiseres door dit tijdsverloop in haar verdedigingsmogelijkheden is beperkt en dat de boete daarom moet worden gematigd of het matigingsbeleid had moeten worden toegepast. Uit het rapport van bevindingen blijkt dat de heer [persoon B] , medewerker kwaliteitsdienst van eiseres, op de hoogte is gesteld van de bevindingen en een rapport van bevindingen is aangezegd. Eiseres heeft bovendien voldoende mogelijkheden gehad om zowel in een zienswijze als in bezwaar de bevindingen van de toezichthouder te betwisten. Verweerder heeft immers met het voornemen het rapport van bevindingen en daarbij gevoegde foto’s aan eiseres toegestuurd. Daarmee had eiseres voldoende feitenmateriaal om door een eigen deskundige te laten beoordelen en de bevindingen van de toezichthouder tegen te kunnen spreken. Daarbij merkt de rechtbank op dat verweerder niet verplicht was om eiseres in de gelegenheid te stellen tot het ter plekke doen uitvoeren van een contra-expertise. Nu eiseres voldoende mogelijkheden heeft gehad om de bevindingen van de toezichthouder tegen te spreken, is zij in dit geval niet ernstig in haar bewijspositie geschaad. Eiseres heeft ook niet geconcretiseerd hoe zij door het tijdsverloop is benadeeld en in haar verdediging is geschaad.







Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Fransen, rechter, in aanwezigheid van mr.S.L. Mehlbaum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2024.






De griffier is verhinderd de


uitspraak te ondertekenen.











griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.