Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2020:12812
2020-12-23
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/610366 / JE RK 20-3576
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
“Voorlopige ondertoezichtstelling ongeboren kind. Aanhouding verzoek om een machtiging spoed-uithuisplaatsing. Geen sprake van dusdanige spoed dat de behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht.”
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.986 tekens)
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/610366 / JE RK 20-3576
datum uitspraak: 23 december 2020
beschikking voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Regio Zuidoost Nederland, locatie Eindhoven,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Eindhoven,
betreffende
het nog ongeboren [naam kind] ,
hierna te noemen het ongeboren kind.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 23 december 2020, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.
Het verzoek
De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling van het ongeboren kind verzocht
voor de duur van drie maanden. Daarnaast heeft de Raad een machtiging uithuisplaatsing voor het ongeboren kind verzocht in een voorziening voor pleegzorg vanaf de geboorte, die verwacht wordt op 23 januari 2021 (zie par. 7 van de onderbouwing van het verzoek).
De beoordeling
Op grond van artikel 1:2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt het kind waarvan een vrouw zwanger is aangemerkt als al geboren, zo dikwijls als zijn belang dit vordert.
Uit het verzoekschrift blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 BW). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor het ongeboren kind weg te nemen. Het ongeboren kind zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1:257 BW).
Het verhoor van de Raad en de belanghebbende kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het ongeboren kind.
De Raad en de belanghebbende worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.
Ook een beslissing op een verzoek om een machtiging uithuisplaatsing kan worden gegeven zonder eerst de belanghebbende te horen, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het ongeboren kind. De kinderrechter is echter van oordeel dat er uit de stukken niet een dusdanige spoed blijkt dat de behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht. Daarom zal de beslissing op het verzoek om een machtiging tot (spoed)uithuisplaatsing van het ongeboren kind per datum geboorte worden aangehouden tot de hierna genoemde zitting.
De beslissing
De kinderrechter:
stelt het nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam, Jeugd Veilig Verder, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, met ingang van 23 december 2020 tot 23 maart 2021;
houdt de beslissing voor het overige aan;
bepaalt dat de Raad, de GI en de belanghebbende zullen worden gehoord ter zitting van
5 januari 2021 om 08:45 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. C.N. Melkert, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI en de belanghebbende.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2020 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in het bijzijn van K. Rinkel, griffier, op 23 december 2020.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/610366 / JE RK 20-3576
datum uitspraak: 23 december 2020
beschikking voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Regio Zuidoost Nederland, locatie Eindhoven,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Eindhoven,
betreffende
het nog ongeboren [naam kind] ,
hierna te noemen het ongeboren kind.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 23 december 2020, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.
Het verzoek
De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling van het ongeboren kind verzocht
voor de duur van drie maanden. Daarnaast heeft de Raad een machtiging uithuisplaatsing voor het ongeboren kind verzocht in een voorziening voor pleegzorg vanaf de geboorte, die verwacht wordt op 23 januari 2021 (zie par. 7 van de onderbouwing van het verzoek).
De beoordeling
Op grond van artikel 1:2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt het kind waarvan een vrouw zwanger is aangemerkt als al geboren, zo dikwijls als zijn belang dit vordert.
Uit het verzoekschrift blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 BW). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor het ongeboren kind weg te nemen. Het ongeboren kind zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1:257 BW).
Het verhoor van de Raad en de belanghebbende kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het ongeboren kind.
De Raad en de belanghebbende worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.
Ook een beslissing op een verzoek om een machtiging uithuisplaatsing kan worden gegeven zonder eerst de belanghebbende te horen, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het ongeboren kind. De kinderrechter is echter van oordeel dat er uit de stukken niet een dusdanige spoed blijkt dat de behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht. Daarom zal de beslissing op het verzoek om een machtiging tot (spoed)uithuisplaatsing van het ongeboren kind per datum geboorte worden aangehouden tot de hierna genoemde zitting.
De beslissing
De kinderrechter:
stelt het nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam, Jeugd Veilig Verder, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, met ingang van 23 december 2020 tot 23 maart 2021;
houdt de beslissing voor het overige aan;
bepaalt dat de Raad, de GI en de belanghebbende zullen worden gehoord ter zitting van
5 januari 2021 om 08:45 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. C.N. Melkert, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI en de belanghebbende.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2020 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in het bijzijn van K. Rinkel, griffier, op 23 december 2020.