Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5557
2026-09-07
Civiel recht
12281066 \ EJ VERZ 26-181
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Rechtsgeldig ontslag op staande voet.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1999:ZC2849 Hoge Raad 12-02-1999
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (17.023 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer / rekestnummer: 12281066 \ EJ VERZ 26-181
Beschikking van 7 september 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. S.A. van Lammeren,
tegen
[verweerder] B.V.,
te [vestigingsplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
gemachtigde: mr. P.F. Wolbers.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een billijke vergoeding na een ontslag op staande voet door de werkgever. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat het ontslag (rechts)geldig is.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met 7 producties
- het verweerschrift, met 7 producties
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling overgelegde productie van [verweerder]
- de mondelinge behandeling van 31 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1
[verzoeker], geboren [geboortedatum] 2003, is sinds 23 maart 2026 in dienst bij [verweerder]. Zijn functie is beveiliger. Hij is oproepkracht en verdient € 18,48 bruto per uur, te vermeerderen met vakantietoeslag. In artikel 1.3 van de arbeidsovereenkomst staat: (...) Op de arbeidsovereenkomst is wel collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van toepassing.
2.2
[verzoeker] heeft als productie 4 een printscreen van een WhatsAppconversatie tussen hem en [naam 1] (bestuurder van [verweerder]) van 10 mei 2026 overgelegd. Hierin is het volgende te lezen:
00:29
([verzoeker]) Heb de mail verstuurd, mocht jij nog aanpassingen hebben hoor ik het graag, dan pas ik het aan en verstuur ik de mail opnieuw naar jullie
01:33
([verzoeker]) Ik vroeg zojuist aan [naam 2] of we samen ronde gingen lopen, daarop snauwde [naam 3] tegen mij: Nee ik loop nu!
Daarmee heb ik al barstende hoofdpijn dus laat ik haar zometeen piket opbellen als ze terug is van haar controle ronde
01:33
([verzoeker]) Ik trek het niet meer
02:31
([verzoeker]) 02:31: [naam 2] belt piket, nog steeds niet bereikbaar
03:09
([verzoeker]) Ik ben licht in mn hoofd en duizeligheid. Ook barstende koppijn. Ik ben niet in staat om deze dienst af te maken. Dusdanig dat het nu eigenlijk al onderbezet is aangezien ik amper kan functioneren
03:32
([verzoeker]) Ik wacht al 2 uur op vervanging sinds mijn ziekmelding, dat jij mij verplicht op werk laat tenzij het levensbedreigend is is niet toegestaan, ik ga zowat dood van de koppijn. Ik ga naar huis
03:43
([naam 1]) Zojuist heb ik vernomen dat je de locatie hebt verlaten terwijl [naam 4], [naam 5] en ondergetekende nog bezig waren om een passende oplossing en vervanging te regelen. Door deze handelwijze is een onwerkbare situatie ontstaan.
Naar aanleiding van het bovenstaande is besloten om jouw dienstverband per direct te beeindigen.
Wij zullen de verdere administratieve afhandeling zo spoedig mogelijk verzorgen.
3Het verzoek en het verweer
3.1
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen en verzoekt om [verweerder] te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. Volgens hem ontbreekt een dringende reden en is het ontslag op staande voet daarom niet rechtsgeldig.
3.2
[verweerder] voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Volgens haar is wel degelijk sprake van een dringende reden.
4De beoordeling
4.1
Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en legt hierna uit waarom.
4.2
Het ontslag op staande voet is geregeld in artikel 7:677 lid 1 BW. In dit artikel staat dat ieder der partijen bevoegd is de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Er zijn dus drie vereisten voor een geldig ontslag op staande voet:
- De arbeidsovereenkomst moet onverwijld worden opgezegd;
- Er moet sprake zijn van een dringende reden;
- Deze dringende reden moet onverwijld worden meegedeeld.
4.3
In geschil is of sprake is van een dringende reden.
Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen voor de onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst (ontslag op staande voet) beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van een werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moeten bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende reden sprake is, de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking genomen worden. Daarbij behoren in de eerste plaats in de beschouwing te worden betrokken de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zouden hebben.
4.4
In de door [verweerder] als productie 1 overgelegde verklaring van [getuige 1], de in de betreffende nacht werkzame ploegleider, staat onder meer:
(...)
Om 00.35 uur heeft de heer [verzoeker] opnieuw een controleronde gelopen. Na terugkomst gaf hij aan dat hij een film wilde gaan kijken. (...)
Gedurende deze periode heeft de heer [verzoeker] op geen enkel moment aangegeven dat hij ziek was of zich niet goed voelde.
Om 01.23 uur ben ik zelf op controleronde gegaan. Toen ik om 01.37 uur terugkwam, vroeg de heer [verzoeker] of ik de piketdienst kon bellen omdat hij zich niet lekker voelde en hoofdpijn had. Hierop heb ik namens hem contact opgenomen met de piketdienst.
De piketdienst gaf aan eerst toestemming nodig te hebben van de klantmanager. Nadat deze toestemming was verkregen, probeerde de piketdienst contact op te nemen met de planning. Op dat moment kreeg men echter niemand te pakken. De piketdienst gaf aan dit te blijven proberen en mij terug te bellen over het verdere verloop.
(...)
Om 02.18 uur heeft de heer [verzoeker] nog een controleronde gelopen. (....)
Omstreeks 02.40 uur heb ik opnieuw contact gehad met de piketdienst. Daarbij werd aangegeven dat zowel de planning van [naam 4], de planning van [naam 5] als de werkgever van de heer [verzoeker] bezig waren met het regelen van vervanging. Totdat er vervanging aanwezig zou zijn, mocht de heer [verzoeker] volgens de instructie van de piketdienst, de planning van [naam 5] en zijn eigen werkgever gaan rusten op een bank bij het GZA (GezondheidsZorg Asielzoekers, ktr.). Wel diende hij de portofoon bij zich te houden, zodat hij in geval van een calamiteit bereikbaar zou zijn. De heer [verzoeker] ging hiermee akkoord en vond het een goede oplossing totdat er vervanging geregeld was.
In de periode tussen 02.40 uur en 03.00 uur, het tijdstip waarop ik opnieuw op ronde ging, heeft de heer [verzoeker] echter in de keuken en bij de receptie verbleven. Voor zover ik heb kunnen waarnemen, heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te gaan rusten.
(...) Op het moment dat ik terugkwam, liep de heer [verzoeker] mij tegemoet en zei letterlijk:
“Ik ga naar huis en ik neem de consequenties maar voor lief.”
(...) Ik heb hem vervolgens meegedeeld dat hij de locatie niet mocht verlaten voordat er vervanging aanwezig was. De heer [verzoeker] heeft deze instructie genegeerd en heeft de locatie zelfstandig op de fiets verlaten.
(...)
4.5
De verklaring van de planner van [naam 5] (productie 3 [verweerder]) vermeldt onder meer:
(...)
Op 10 mei 2026, omstreeks 03:00 uur, werd ik gebeld door de planning van [naam 4]. Zij gaven aan dat medewerker [verzoeker] , werkzaam op locatie COA Enschede, zich ziek wilde melden. [naam 4] gaf daarbij aan dat zij de reguliere planning niet konden bereiken, waardoor zij contact met mij opnamen. Ik, (...), had op dat moment piketdienst.
Naar aanleiding daarvan heb ik direct contact opgenomen met [naam 1], eigenaar van [verweerder]. [naam 1] gaf aan dat hij op dat moment nog niet was gebeld en dat hij [verzoeker] direct zou proberen te bereiken.
Omstreeks 03:09 uur kreeg ik van [naam 1] de terugkoppeling dat [verzoeker] inderdaad had aangegeven zich ziek te willen melden en naar huis wilde gaan. Ik heb [naam 1] vervolgens gevraagd of hij vervanging kon regelen. Op dat moment had hij nog geen vervanger beschikbaar.
(...)
Omstreeks 03:38 uur gaf [naam 1] aan dat hij alsnog vervanging had kunnen regelen voor [verzoeker]. [naam 1] is vervolgens zelf richting de locatie gereden om [verzoeker] af te lossen. (...)
4.6
[verweerder] heeft ook een verklaring overgelegd van [getuige 2] , een bekende van
[verzoeker] en die nacht als beveiliger op een andere locatie werkzaam.
In die verklaring (productie 5) staat onder meer:
(...)
Tijdens dit gesprek (die nacht gevoerd via het communicatieplatform Discord, ktr.) gaf de heer [verzoeker] aan dat hij zich niet goed voelde. Ik vroeg hem wat er aan de hand was, waarop hij antwoordde dat hij veel hoofdpijn had. Hij vertelde mij dat hij, zodra mevrouw [getuige 1] terug was van haar ronde, haar zou vragen om het piket te bellen.
(...)
Later ontving ik opnieuw berichten van de heer [verzoeker] waarin hij aangaf dat het piket niet bereikbaar was. Daarnaast herhaalde hij 2/3 x dat hij “knallende koppijn” had.
(...)
Op enig moment stuurde de heer [verzoeker] mij het volgende bericht:
“Om 03.00 heb ik één uur gewacht en ga daarna netjes naar huis toe.”
(...)
4.7
Uit voormelde verklaringen blijkt dat [verzoeker] zich bij de ploegleider ziek meldde om 01:37 uur, waarna zij (bij herhaling) contact heeft gehad met de piketdienst. Ook blijkt daaruit dat het van aflossing op het moment van [verzoeker] vertrek (omstreeks 03:32 uur, afgaande op zijn hiervoor onder 2.2 weergegeven WhatsAppbericht) nog niet was gekomen. Hoe vervelend dit wachten wellicht voor [verzoeker] ook is geweest, hierin heeft hij naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding mogen zien om, in strijd met de instructie te wachten op aflossing, te vertrekken. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen.
4.8
In de toepasselijke (algemeen verbindend verklaarde) Cao Particuliere Beveiliging is (in artikel 17 lid 2 sub b) opgenomen:
Gelet op het bijzondere karakter van de beveiligingsfuncties en de taken die je als beveiliger moet uitvoeren, is er in ieder geval sprake van een dringende reden in de volgende gevallen:
(...)
Je verlaat het object dat jij mede moet beveiligen zonder dringende reden en/of zonder dat je de voorschriften goed hebt opgevolgd
(...)
Hoewel [verzoeker] terecht opmerkt dat het aan de rechter is om uiteindelijk te bepalen of zich, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, een dringende reden voordoet, volgt uit opname van dit artikel in de cao wel dat (en waarom) voormeld gedrag in de (particuliere) beveiligingsbranche in het algemeen als ontoelaatbaar wordt beschouwd.
4.9
Hoewel bij bepaalde ziekteverschijnselen een “dringende reden” als in de cao gegeven zal zijn, voelde [verzoeker] zich (kennelijk) niet zodanig slecht dat hij zich niet in staat achtte te wachten op aflossing. Dat zijn ziektebeeld in de periode tussen 01:37 uur en 03:32 uur zodanig is verslechterd dat wachten niet langer van hem kon worden gevergd, is gesteld noch gebleken. Integendeel, hij is zelfstandig, per fiets, van de locatie naar zijn huis vertrokken (een tocht van 20 minuten, aldus [verweerder]) en wilde, zo heeft [getuige 2] verklaard, na thuiskomst graag nog gamen (waarvan het uiteindelijk niet is gekomen).
4.10
Dat [verweerder], ondanks (aard en ernst van) de handelwijze van [verzoeker], had moeten afzien van het ontslag op staande voet in verband met de overige omstandigheden van het geval, is gesteld noch gebleken.
4.11
Nu het ontslag naar het oordeel van de kantonrechter (rechts)geldig is gegeven, is er geen aanleiding om een vergoeding wegens onregelmatige opzegging of een billijke vergoeding toe te kennen.
4.12
Het verzoek om [verweerder] te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens afgewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat sprake is van feiten en omstandigheden die een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Die feiten en omstandigheden brengen in dit geval ook mee dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van [verzoeker] dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Daarom is geen transitievergoeding verschuldigd.
4.13
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker], omdat [verzoeker] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
wijst het verzoek af,
5.2
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2026.
!
!
HR 12 februari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2849
Artikel 7:673 lid 7, onder c, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer / rekestnummer: 12281066 \ EJ VERZ 26-181
Beschikking van 7 september 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. S.A. van Lammeren,
tegen
[verweerder] B.V.,
te [vestigingsplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
gemachtigde: mr. P.F. Wolbers.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een billijke vergoeding na een ontslag op staande voet door de werkgever. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat het ontslag (rechts)geldig is.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met 7 producties
- het verweerschrift, met 7 producties
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling overgelegde productie van [verweerder]
- de mondelinge behandeling van 31 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1
[verzoeker], geboren [geboortedatum] 2003, is sinds 23 maart 2026 in dienst bij [verweerder]. Zijn functie is beveiliger. Hij is oproepkracht en verdient € 18,48 bruto per uur, te vermeerderen met vakantietoeslag. In artikel 1.3 van de arbeidsovereenkomst staat: (...) Op de arbeidsovereenkomst is wel collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van toepassing.
2.2
[verzoeker] heeft als productie 4 een printscreen van een WhatsAppconversatie tussen hem en [naam 1] (bestuurder van [verweerder]) van 10 mei 2026 overgelegd. Hierin is het volgende te lezen:
00:29
([verzoeker]) Heb de mail verstuurd, mocht jij nog aanpassingen hebben hoor ik het graag, dan pas ik het aan en verstuur ik de mail opnieuw naar jullie
01:33
([verzoeker]) Ik vroeg zojuist aan [naam 2] of we samen ronde gingen lopen, daarop snauwde [naam 3] tegen mij: Nee ik loop nu!
Daarmee heb ik al barstende hoofdpijn dus laat ik haar zometeen piket opbellen als ze terug is van haar controle ronde
01:33
([verzoeker]) Ik trek het niet meer
02:31
([verzoeker]) 02:31: [naam 2] belt piket, nog steeds niet bereikbaar
03:09
([verzoeker]) Ik ben licht in mn hoofd en duizeligheid. Ook barstende koppijn. Ik ben niet in staat om deze dienst af te maken. Dusdanig dat het nu eigenlijk al onderbezet is aangezien ik amper kan functioneren
03:32
([verzoeker]) Ik wacht al 2 uur op vervanging sinds mijn ziekmelding, dat jij mij verplicht op werk laat tenzij het levensbedreigend is is niet toegestaan, ik ga zowat dood van de koppijn. Ik ga naar huis
03:43
([naam 1]) Zojuist heb ik vernomen dat je de locatie hebt verlaten terwijl [naam 4], [naam 5] en ondergetekende nog bezig waren om een passende oplossing en vervanging te regelen. Door deze handelwijze is een onwerkbare situatie ontstaan.
Naar aanleiding van het bovenstaande is besloten om jouw dienstverband per direct te beeindigen.
Wij zullen de verdere administratieve afhandeling zo spoedig mogelijk verzorgen.
3Het verzoek en het verweer
3.1
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen en verzoekt om [verweerder] te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. Volgens hem ontbreekt een dringende reden en is het ontslag op staande voet daarom niet rechtsgeldig.
3.2
[verweerder] voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Volgens haar is wel degelijk sprake van een dringende reden.
4De beoordeling
4.1
Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en legt hierna uit waarom.
4.2
Het ontslag op staande voet is geregeld in artikel 7:677 lid 1 BW. In dit artikel staat dat ieder der partijen bevoegd is de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Er zijn dus drie vereisten voor een geldig ontslag op staande voet:
- De arbeidsovereenkomst moet onverwijld worden opgezegd;
- Er moet sprake zijn van een dringende reden;
- Deze dringende reden moet onverwijld worden meegedeeld.
4.3
In geschil is of sprake is van een dringende reden.
Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen voor de onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst (ontslag op staande voet) beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van een werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moeten bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende reden sprake is, de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking genomen worden. Daarbij behoren in de eerste plaats in de beschouwing te worden betrokken de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zouden hebben.
4.4
In de door [verweerder] als productie 1 overgelegde verklaring van [getuige 1], de in de betreffende nacht werkzame ploegleider, staat onder meer:
(...)
Om 00.35 uur heeft de heer [verzoeker] opnieuw een controleronde gelopen. Na terugkomst gaf hij aan dat hij een film wilde gaan kijken. (...)
Gedurende deze periode heeft de heer [verzoeker] op geen enkel moment aangegeven dat hij ziek was of zich niet goed voelde.
Om 01.23 uur ben ik zelf op controleronde gegaan. Toen ik om 01.37 uur terugkwam, vroeg de heer [verzoeker] of ik de piketdienst kon bellen omdat hij zich niet lekker voelde en hoofdpijn had. Hierop heb ik namens hem contact opgenomen met de piketdienst.
De piketdienst gaf aan eerst toestemming nodig te hebben van de klantmanager. Nadat deze toestemming was verkregen, probeerde de piketdienst contact op te nemen met de planning. Op dat moment kreeg men echter niemand te pakken. De piketdienst gaf aan dit te blijven proberen en mij terug te bellen over het verdere verloop.
(...)
Om 02.18 uur heeft de heer [verzoeker] nog een controleronde gelopen. (....)
Omstreeks 02.40 uur heb ik opnieuw contact gehad met de piketdienst. Daarbij werd aangegeven dat zowel de planning van [naam 4], de planning van [naam 5] als de werkgever van de heer [verzoeker] bezig waren met het regelen van vervanging. Totdat er vervanging aanwezig zou zijn, mocht de heer [verzoeker] volgens de instructie van de piketdienst, de planning van [naam 5] en zijn eigen werkgever gaan rusten op een bank bij het GZA (GezondheidsZorg Asielzoekers, ktr.). Wel diende hij de portofoon bij zich te houden, zodat hij in geval van een calamiteit bereikbaar zou zijn. De heer [verzoeker] ging hiermee akkoord en vond het een goede oplossing totdat er vervanging geregeld was.
In de periode tussen 02.40 uur en 03.00 uur, het tijdstip waarop ik opnieuw op ronde ging, heeft de heer [verzoeker] echter in de keuken en bij de receptie verbleven. Voor zover ik heb kunnen waarnemen, heeft hij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te gaan rusten.
(...) Op het moment dat ik terugkwam, liep de heer [verzoeker] mij tegemoet en zei letterlijk:
“Ik ga naar huis en ik neem de consequenties maar voor lief.”
(...) Ik heb hem vervolgens meegedeeld dat hij de locatie niet mocht verlaten voordat er vervanging aanwezig was. De heer [verzoeker] heeft deze instructie genegeerd en heeft de locatie zelfstandig op de fiets verlaten.
(...)
4.5
De verklaring van de planner van [naam 5] (productie 3 [verweerder]) vermeldt onder meer:
(...)
Op 10 mei 2026, omstreeks 03:00 uur, werd ik gebeld door de planning van [naam 4]. Zij gaven aan dat medewerker [verzoeker] , werkzaam op locatie COA Enschede, zich ziek wilde melden. [naam 4] gaf daarbij aan dat zij de reguliere planning niet konden bereiken, waardoor zij contact met mij opnamen. Ik, (...), had op dat moment piketdienst.
Naar aanleiding daarvan heb ik direct contact opgenomen met [naam 1], eigenaar van [verweerder]. [naam 1] gaf aan dat hij op dat moment nog niet was gebeld en dat hij [verzoeker] direct zou proberen te bereiken.
Omstreeks 03:09 uur kreeg ik van [naam 1] de terugkoppeling dat [verzoeker] inderdaad had aangegeven zich ziek te willen melden en naar huis wilde gaan. Ik heb [naam 1] vervolgens gevraagd of hij vervanging kon regelen. Op dat moment had hij nog geen vervanger beschikbaar.
(...)
Omstreeks 03:38 uur gaf [naam 1] aan dat hij alsnog vervanging had kunnen regelen voor [verzoeker]. [naam 1] is vervolgens zelf richting de locatie gereden om [verzoeker] af te lossen. (...)
4.6
[verweerder] heeft ook een verklaring overgelegd van [getuige 2] , een bekende van
[verzoeker] en die nacht als beveiliger op een andere locatie werkzaam.
In die verklaring (productie 5) staat onder meer:
(...)
Tijdens dit gesprek (die nacht gevoerd via het communicatieplatform Discord, ktr.) gaf de heer [verzoeker] aan dat hij zich niet goed voelde. Ik vroeg hem wat er aan de hand was, waarop hij antwoordde dat hij veel hoofdpijn had. Hij vertelde mij dat hij, zodra mevrouw [getuige 1] terug was van haar ronde, haar zou vragen om het piket te bellen.
(...)
Later ontving ik opnieuw berichten van de heer [verzoeker] waarin hij aangaf dat het piket niet bereikbaar was. Daarnaast herhaalde hij 2/3 x dat hij “knallende koppijn” had.
(...)
Op enig moment stuurde de heer [verzoeker] mij het volgende bericht:
“Om 03.00 heb ik één uur gewacht en ga daarna netjes naar huis toe.”
(...)
4.7
Uit voormelde verklaringen blijkt dat [verzoeker] zich bij de ploegleider ziek meldde om 01:37 uur, waarna zij (bij herhaling) contact heeft gehad met de piketdienst. Ook blijkt daaruit dat het van aflossing op het moment van [verzoeker] vertrek (omstreeks 03:32 uur, afgaande op zijn hiervoor onder 2.2 weergegeven WhatsAppbericht) nog niet was gekomen. Hoe vervelend dit wachten wellicht voor [verzoeker] ook is geweest, hierin heeft hij naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding mogen zien om, in strijd met de instructie te wachten op aflossing, te vertrekken. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen.
4.8
In de toepasselijke (algemeen verbindend verklaarde) Cao Particuliere Beveiliging is (in artikel 17 lid 2 sub b) opgenomen:
Gelet op het bijzondere karakter van de beveiligingsfuncties en de taken die je als beveiliger moet uitvoeren, is er in ieder geval sprake van een dringende reden in de volgende gevallen:
(...)
Je verlaat het object dat jij mede moet beveiligen zonder dringende reden en/of zonder dat je de voorschriften goed hebt opgevolgd
(...)
Hoewel [verzoeker] terecht opmerkt dat het aan de rechter is om uiteindelijk te bepalen of zich, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, een dringende reden voordoet, volgt uit opname van dit artikel in de cao wel dat (en waarom) voormeld gedrag in de (particuliere) beveiligingsbranche in het algemeen als ontoelaatbaar wordt beschouwd.
4.9
Hoewel bij bepaalde ziekteverschijnselen een “dringende reden” als in de cao gegeven zal zijn, voelde [verzoeker] zich (kennelijk) niet zodanig slecht dat hij zich niet in staat achtte te wachten op aflossing. Dat zijn ziektebeeld in de periode tussen 01:37 uur en 03:32 uur zodanig is verslechterd dat wachten niet langer van hem kon worden gevergd, is gesteld noch gebleken. Integendeel, hij is zelfstandig, per fiets, van de locatie naar zijn huis vertrokken (een tocht van 20 minuten, aldus [verweerder]) en wilde, zo heeft [getuige 2] verklaard, na thuiskomst graag nog gamen (waarvan het uiteindelijk niet is gekomen).
4.10
Dat [verweerder], ondanks (aard en ernst van) de handelwijze van [verzoeker], had moeten afzien van het ontslag op staande voet in verband met de overige omstandigheden van het geval, is gesteld noch gebleken.
4.11
Nu het ontslag naar het oordeel van de kantonrechter (rechts)geldig is gegeven, is er geen aanleiding om een vergoeding wegens onregelmatige opzegging of een billijke vergoeding toe te kennen.
4.12
Het verzoek om [verweerder] te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens afgewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat sprake is van feiten en omstandigheden die een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Die feiten en omstandigheden brengen in dit geval ook mee dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van [verzoeker] dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Daarom is geen transitievergoeding verschuldigd.
4.13
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker], omdat [verzoeker] ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1
wijst het verzoek af,
5.2
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2026.
!
!
HR 12 februari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2849
Artikel 7:673 lid 7, onder c, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).