Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5517
2026-09-14
Bestuursrecht; Belastingrecht
ZWO 24/2130
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Parkeerbelasting. Beroep ongegrond. Gebruik parkeerapp.
Citeert (4)
- ECLI:NL:HR:1995:AA3126 Hoge Raad 22-11-1995
- ECLI:NL:GHARL:2020:10028 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-12-2020
- ECLI:NL:GHAMS:2022:3698 Gerechtshof Amsterdam 22-12-2022
- ECLI:NL:HR:2024:1535 Hoge Raad 25-10-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.700 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3723
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende
en
het hoofd van de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Zwolle, de heffingsambtenaar.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende gericht tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen van 9 december 2025.
Belanghebbende heeft een bezwaarschrift ingediend. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Nadat de partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft geen van partijen verklaard gebruik te willen maken van dit recht. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop is het onderzoek gesloten.
Feiten
1. Op 9 december 2025 om 15:39 uur heeft een parkeercontroleur tijdens een controle in de Grasdorpstraat te Zwolle geconstateerd dat daar een auto ( [kenteken] ) stond geparkeerd op een ‘betaald parkeren’ plek zonder dat sprake was van een parkeerrecht. De controleur heeft om 15:39 uur een naheffingsaanslag parkeerbelastingen opgelegd aan de kentekenhouder (belanghebbende) van € 80,10 bestaande uit € 1,30 aan tariefkosten en
€ 78,80 aan kosten naheffing.
Beoordeling door de rechtbank
3. Tussen partijen is niet in geschil dat bovengenoemd voertuig op 9 december 2025 om 15:39 uur stond geparkeerd in de Grasdorpstraat en dat belanghebbende voor het parkeren tot 14:28 uur heeft betaald.
4. In geschil is of de heffingsambtenaar de opgelegde naheffingsaanslag, alle omstandigheden in aanmerking genomen, terecht heeft gehandhaafd.
Standpunten van partijen
5. Belanghebbende voert aan dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd omdat niet aan het kenbaarheidsvereiste en/of de informatieplicht is voldaan.
5.1.
Ter onderbouwing voert belanghebbende aan dat hij bij parkeren in de Grasdorpstraat telkens een dagkaart aanschaft bij de parkeerautomaat op de parkeerplaats van de Jumbo. Deze parkeerautomaat was echter defect. Belanghebbende heeft zich vervolgens, op advies van de gemeente, aangemeld via de parkeerapp van de Rabobank maar het was niet mogelijk om daarmee een dagkaart aan te schaffen. Hij heeft zich drie maal aangemeld voor een parkeerrecht, telkens voor de maximale termijn (twee uur), de laatste maal van 12:40 uur tot 14:28 uur.
5.1.1.
Belanghebbende heeft ter onderbouwing van zijn betoog in beroep een print screen overgelegd van de op de website van de gemeente gepubliceerde overzichtskaart betreffende de parkeerzones in de gemeente Zwolle. Daaruit blijkt dat voor zowel de Grasdorpstraat als de parkeerplaats bij de Jumbo parkeerzone III geldt. Volgens belanghebbende mocht hij daarom aannemen dat de voorwaarden voor het parkeren en de tarieven voor beide locaties gelijk zijn.
5.1.
Volgens de heffingsambtenaar is voldaan aan het kenbaarheidsvereiste en de informatieplicht. Voor parkeren aan de Grasdorpstraat geldt dat per keer voor maximaal 120 minuten parkeren kan worden betaald. Informatie over het ter plaatse geldende parkeerregime is voldoende kenbaar en kenbaar gemaakt. Belanghebbende heeft zich weliswaar drie keer aangemeld voor parkeren aan de Grasdorpstraat maar om 15:39 uur was het laatste parkeerrecht al geruime tijd niet meer geldig. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd.
6. De rechtbank overweegt als volgt.
6.1.
Over de verschuldigdheid van parkeerbelasting voor het parkeren van een auto mag redelijkerwijs geen misverstand bestaan. Van de gemeente mag worden verwacht, bijvoorbeeld door middel van duidelijke bebording bij de parkeerplaats of in de naaste omgeving daarvan, dat het ter plaatse geldende parkeerregime voldoende duidelijk is en ook dat duidelijk is hoe de parkeerder de verschuldigde belasting kan voldoen. Dit is het zogenoemde kenbaarheidsvereiste, en daaraan is voldaan omdat belanghebbende niet betwist dat hij weet dat betaald parkeren geldt. Hij heeft immers betaald voor parkeren.
6.1.1.
Het is voorts de taak van de heffingsambtenaar om duidelijk kenbaar te maken waar, wanneer en op welke wijze parkeerbelasting moet worden voldaan. Daarbij moet voldoende duidelijk zijn dat, waar en wanneer voor het parkeren moet worden betaald en welke tarieven gelden, evenals de wijze waarop kan worden betaald. Dit is de zogenoemde ‘informatieplicht’.
6.2.
Tegenover het kenbaarheidsvereiste en de informatieplicht staat dat van een parkeerder mag worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de geldende regels met betrekking tot de verschuldigdheid van parkeerbelasting in het gebied waar hij wenst te parkeren en de wijze waarop hij daaraan moet voldoen. Dat is de op belanghebbende rustende onderzoeksplicht.
6.3.
Op grond van de Verordening parkeerbelastingen Zwolle 2025 (de Verordening) en bijbehorende tarieventabel in samenhang met het Aanwijzingsbesluit parkeerbelastingen gemeente Zwolle 2025 is op bepaalde tijden voor parkeren aan de Grasdorpstraat parkeerbelasting verschuldigd.
6.4.
Aan het kenbaarheidsvereiste en aan de informatieplicht is voldaan. De door belanghebbende in beroep overgelegde print screen van een overzichtskaart op de website van de gemeente leidt niet tot een ander oordeel.
6.5.
De gemeente heeft voldoende kenbaar gemaakt dat voor parkeren in de Grasdorpstraat een ander parkeerregime geldt dan voor parkeren bij de aangrenzende parkeerplaats van supermarkt Jumbo.
6.5.1.
Allereerst staat op de zich in de nabijheid bevindende parkeerautomaat informatie over de toepasselijke tijden en tarieven. Daaruit blijkt dat de mogelijkheid tot betaling van parkeerbelasting voor parkeren aan de Grasdorpstraat is gemaximeerd, in die zin dat steeds voor maximaal 120 minuten per keer kan worden betaald. Voor parkeren in de Grasdorpstraat is de aanschaf van een dagkaart niet mogelijk.
6.5.2.
Geheel terzijde, overigens wordt gedetailleerde informatie over het geldende parkeerregime gepubliceerd op de website van de gemeente. Ook uit die informatie blijkt dat weliswaar dezelfde parkeerzone geldt (III) maar dat binnen deze parkeerzone sprake is van verschillen qua parkeerregime afhankelijk van de locatie. De parkeerder kan via de overzichtskaart per locatie verder zoeken. Aan de linkerzijde van de kaart kan men verder klikken, per locatie, waarna meer gedetailleerde informatie wordt verstrekt. Belanghebbende heeft dit niet gemotiveerd betwist.
6.5.3.
Indien een parkeerder gebruik maakt van een belparkeer app - zoals belanghebbende heeft gedaan - volgt het van toepassing zijnde parkeerregime bij het activeren van de parkeerapp bovendien vanzelf. Dan blijkt dat bij parkeren in de Grasdorpstraat alleen een parkeerrecht kan worden verkregen voor maximaal 120 minuten. De parkeerder kan in de app instellen dat hij waarschuwingsberichten wil ontvangen.
6.5.4.
Dat op de bewuste dag sprake was een storing aan de parkeerautomaat op het parkeerterrein van de Jumbo doet niet ter zake. Nu op het moment van uitschrijven van de naheffingsaanslag niet aan de aangifteplicht was voldaan (terwijl belanghebbende al drie keer aaneengesloten had betaald) was aan de voorwaarden voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen voldaan.
6.6.
De beroepsgrond slaagt niet.
7. Belanghebbende voert verder aan dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.
7.1.
Belanghebbende stelt dat hij zich de bewuste dag middels de parkeerapp drie maal heeft aangemeld voor een parkeerrecht en daarbij telkens voor 2 uur parkeren heeft betaald. Toen hij zich opnieuw wilde aanmelden was de internetverbinding helaas niet goed, waardoor die aanmelding niet lukte. In totaal heeft hij dus al € 7,49 betaald aan parkeerbelastingen; meer dan de kosten van een dagkaart voor parkeren bij de Jumbo
(€ 6,50).
8. De rechtbank overweegt als volgt.
Een naheffingsaanslag parkeerbelastingen is gebonden beschikking. Bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen bestaat geen ruimte voor een belangenafweging. Slechts in uitzonderlijke situaties van overmacht kan de betalingsverplichting komen te vervallen. Daarvan is pas sprake bij een acute (medische) noodsituatie van een dermate uitzonderlijk en buitengewoon karakter dat geen rechtsplicht tot betalen van parkeerbelasting bestaat.
8.1.
In onderhavig geval is van een acute noodsituatie van een uitzonderlijk en buitengewoon karakter geen sprake. Een (medische) noodsituatie is evenmin gesteld of gebleken.
8.2.
Dat voorafgaand aan de oplegging van de naheffingsaanslag reeds een bedrag aan parkeerbelasting is betaald doet niet af aan de vaststelling dat om 15:39 uur geen sprake (meer) was van een geldig parkeerrecht.
Bij gebruikmaken van een parkeerapp valt de werking van de internetverbinding (uitzonderingen daargelaten) binnen de risicosfeer van de parkeerder.
8.3.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt, gelet op het voorgaande, niet.
9. De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting geen (strafrechtelijke) boete is maar een naheffing van verschuldigde parkeerbelastingen; de aanwezigheid van opzet of schuld en/of verwijtbaarheid speelt daarom geen rol.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Westerlaak, griffier en uitgesproken op
griffier
rechter
De griffier is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie arrest van de Hoge Raad, 22 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3126.
Uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwraden van 1 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10028.
Zie ECLI:NL:GHAMS:2022:3698.
Zie arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535.
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3723
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende
en
het hoofd van de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Zwolle, de heffingsambtenaar.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende gericht tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen van 9 december 2025.
Belanghebbende heeft een bezwaarschrift ingediend. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Nadat de partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, heeft geen van partijen verklaard gebruik te willen maken van dit recht. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop is het onderzoek gesloten.
Feiten
1. Op 9 december 2025 om 15:39 uur heeft een parkeercontroleur tijdens een controle in de Grasdorpstraat te Zwolle geconstateerd dat daar een auto ( [kenteken] ) stond geparkeerd op een ‘betaald parkeren’ plek zonder dat sprake was van een parkeerrecht. De controleur heeft om 15:39 uur een naheffingsaanslag parkeerbelastingen opgelegd aan de kentekenhouder (belanghebbende) van € 80,10 bestaande uit € 1,30 aan tariefkosten en
€ 78,80 aan kosten naheffing.
Beoordeling door de rechtbank
3. Tussen partijen is niet in geschil dat bovengenoemd voertuig op 9 december 2025 om 15:39 uur stond geparkeerd in de Grasdorpstraat en dat belanghebbende voor het parkeren tot 14:28 uur heeft betaald.
4. In geschil is of de heffingsambtenaar de opgelegde naheffingsaanslag, alle omstandigheden in aanmerking genomen, terecht heeft gehandhaafd.
Standpunten van partijen
5. Belanghebbende voert aan dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd omdat niet aan het kenbaarheidsvereiste en/of de informatieplicht is voldaan.
5.1.
Ter onderbouwing voert belanghebbende aan dat hij bij parkeren in de Grasdorpstraat telkens een dagkaart aanschaft bij de parkeerautomaat op de parkeerplaats van de Jumbo. Deze parkeerautomaat was echter defect. Belanghebbende heeft zich vervolgens, op advies van de gemeente, aangemeld via de parkeerapp van de Rabobank maar het was niet mogelijk om daarmee een dagkaart aan te schaffen. Hij heeft zich drie maal aangemeld voor een parkeerrecht, telkens voor de maximale termijn (twee uur), de laatste maal van 12:40 uur tot 14:28 uur.
5.1.1.
Belanghebbende heeft ter onderbouwing van zijn betoog in beroep een print screen overgelegd van de op de website van de gemeente gepubliceerde overzichtskaart betreffende de parkeerzones in de gemeente Zwolle. Daaruit blijkt dat voor zowel de Grasdorpstraat als de parkeerplaats bij de Jumbo parkeerzone III geldt. Volgens belanghebbende mocht hij daarom aannemen dat de voorwaarden voor het parkeren en de tarieven voor beide locaties gelijk zijn.
5.1.
Volgens de heffingsambtenaar is voldaan aan het kenbaarheidsvereiste en de informatieplicht. Voor parkeren aan de Grasdorpstraat geldt dat per keer voor maximaal 120 minuten parkeren kan worden betaald. Informatie over het ter plaatse geldende parkeerregime is voldoende kenbaar en kenbaar gemaakt. Belanghebbende heeft zich weliswaar drie keer aangemeld voor parkeren aan de Grasdorpstraat maar om 15:39 uur was het laatste parkeerrecht al geruime tijd niet meer geldig. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd.
6. De rechtbank overweegt als volgt.
6.1.
Over de verschuldigdheid van parkeerbelasting voor het parkeren van een auto mag redelijkerwijs geen misverstand bestaan. Van de gemeente mag worden verwacht, bijvoorbeeld door middel van duidelijke bebording bij de parkeerplaats of in de naaste omgeving daarvan, dat het ter plaatse geldende parkeerregime voldoende duidelijk is en ook dat duidelijk is hoe de parkeerder de verschuldigde belasting kan voldoen. Dit is het zogenoemde kenbaarheidsvereiste, en daaraan is voldaan omdat belanghebbende niet betwist dat hij weet dat betaald parkeren geldt. Hij heeft immers betaald voor parkeren.
6.1.1.
Het is voorts de taak van de heffingsambtenaar om duidelijk kenbaar te maken waar, wanneer en op welke wijze parkeerbelasting moet worden voldaan. Daarbij moet voldoende duidelijk zijn dat, waar en wanneer voor het parkeren moet worden betaald en welke tarieven gelden, evenals de wijze waarop kan worden betaald. Dit is de zogenoemde ‘informatieplicht’.
6.2.
Tegenover het kenbaarheidsvereiste en de informatieplicht staat dat van een parkeerder mag worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de geldende regels met betrekking tot de verschuldigdheid van parkeerbelasting in het gebied waar hij wenst te parkeren en de wijze waarop hij daaraan moet voldoen. Dat is de op belanghebbende rustende onderzoeksplicht.
6.3.
Op grond van de Verordening parkeerbelastingen Zwolle 2025 (de Verordening) en bijbehorende tarieventabel in samenhang met het Aanwijzingsbesluit parkeerbelastingen gemeente Zwolle 2025 is op bepaalde tijden voor parkeren aan de Grasdorpstraat parkeerbelasting verschuldigd.
6.4.
Aan het kenbaarheidsvereiste en aan de informatieplicht is voldaan. De door belanghebbende in beroep overgelegde print screen van een overzichtskaart op de website van de gemeente leidt niet tot een ander oordeel.
6.5.
De gemeente heeft voldoende kenbaar gemaakt dat voor parkeren in de Grasdorpstraat een ander parkeerregime geldt dan voor parkeren bij de aangrenzende parkeerplaats van supermarkt Jumbo.
6.5.1.
Allereerst staat op de zich in de nabijheid bevindende parkeerautomaat informatie over de toepasselijke tijden en tarieven. Daaruit blijkt dat de mogelijkheid tot betaling van parkeerbelasting voor parkeren aan de Grasdorpstraat is gemaximeerd, in die zin dat steeds voor maximaal 120 minuten per keer kan worden betaald. Voor parkeren in de Grasdorpstraat is de aanschaf van een dagkaart niet mogelijk.
6.5.2.
Geheel terzijde, overigens wordt gedetailleerde informatie over het geldende parkeerregime gepubliceerd op de website van de gemeente. Ook uit die informatie blijkt dat weliswaar dezelfde parkeerzone geldt (III) maar dat binnen deze parkeerzone sprake is van verschillen qua parkeerregime afhankelijk van de locatie. De parkeerder kan via de overzichtskaart per locatie verder zoeken. Aan de linkerzijde van de kaart kan men verder klikken, per locatie, waarna meer gedetailleerde informatie wordt verstrekt. Belanghebbende heeft dit niet gemotiveerd betwist.
6.5.3.
Indien een parkeerder gebruik maakt van een belparkeer app - zoals belanghebbende heeft gedaan - volgt het van toepassing zijnde parkeerregime bij het activeren van de parkeerapp bovendien vanzelf. Dan blijkt dat bij parkeren in de Grasdorpstraat alleen een parkeerrecht kan worden verkregen voor maximaal 120 minuten. De parkeerder kan in de app instellen dat hij waarschuwingsberichten wil ontvangen.
6.5.4.
Dat op de bewuste dag sprake was een storing aan de parkeerautomaat op het parkeerterrein van de Jumbo doet niet ter zake. Nu op het moment van uitschrijven van de naheffingsaanslag niet aan de aangifteplicht was voldaan (terwijl belanghebbende al drie keer aaneengesloten had betaald) was aan de voorwaarden voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen voldaan.
6.6.
De beroepsgrond slaagt niet.
7. Belanghebbende voert verder aan dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.
7.1.
Belanghebbende stelt dat hij zich de bewuste dag middels de parkeerapp drie maal heeft aangemeld voor een parkeerrecht en daarbij telkens voor 2 uur parkeren heeft betaald. Toen hij zich opnieuw wilde aanmelden was de internetverbinding helaas niet goed, waardoor die aanmelding niet lukte. In totaal heeft hij dus al € 7,49 betaald aan parkeerbelastingen; meer dan de kosten van een dagkaart voor parkeren bij de Jumbo
(€ 6,50).
8. De rechtbank overweegt als volgt.
Een naheffingsaanslag parkeerbelastingen is gebonden beschikking. Bij het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelastingen bestaat geen ruimte voor een belangenafweging. Slechts in uitzonderlijke situaties van overmacht kan de betalingsverplichting komen te vervallen. Daarvan is pas sprake bij een acute (medische) noodsituatie van een dermate uitzonderlijk en buitengewoon karakter dat geen rechtsplicht tot betalen van parkeerbelasting bestaat.
8.1.
In onderhavig geval is van een acute noodsituatie van een uitzonderlijk en buitengewoon karakter geen sprake. Een (medische) noodsituatie is evenmin gesteld of gebleken.
8.2.
Dat voorafgaand aan de oplegging van de naheffingsaanslag reeds een bedrag aan parkeerbelasting is betaald doet niet af aan de vaststelling dat om 15:39 uur geen sprake (meer) was van een geldig parkeerrecht.
Bij gebruikmaken van een parkeerapp valt de werking van de internetverbinding (uitzonderingen daargelaten) binnen de risicosfeer van de parkeerder.
8.3.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt, gelet op het voorgaande, niet.
9. De rechtbank merkt ten overvloede nog op dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting geen (strafrechtelijke) boete is maar een naheffing van verschuldigde parkeerbelastingen; de aanwezigheid van opzet of schuld en/of verwijtbaarheid speelt daarom geen rol.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Westerlaak, griffier en uitgesproken op
griffier
rechter
De griffier is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie arrest van de Hoge Raad, 22 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3126.
Uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwraden van 1 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10028.
Zie ECLI:NL:GHAMS:2022:3698.
Zie arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535.