Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5441
2026-09-03
Civiel recht
12324686 \ CV EXPL 26-2416
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
toewijzing loonvordering in kort geding
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.420 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 12324686 \ CV EXPL 26-2416
Vonnis in kort geding van 3 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. S.A. van Lammeren,
advocaat te Enschede,
tegen
de besloten vennootschap MACH TRANSPORT & LOGISTIEK B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Oldenzaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen MT&L,
niet verschenen noch vertegenwoordigd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding d.d. 3 augustus 2026 met producties;
- de mondelinge behandeling van 27 augustus 2026 waarbij [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Van Lammeren;
- tegen de niet verschenen MT&L is verstek verleend.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[eiser] is op 1 maart 2021 bij MT&L in dienst getreden, laatstelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, tegen een brutosalaris van € 3.306,57 per maand, exclusief vakantietoeslag. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO [functie] van toepassing, hierna ook de CAO.
2.2.
[eiser] is in april 2024 wegens ziekte uitgevallen voor zijn werkzaamheden.
2.3.
Naar aanleiding van een door [eiser] aangevraagde WIA-uitkering, heeft het UWV bij brief van 1 april 2026 aan [eiser] onder meer het navolgende bericht:
[… .]
U heeft bij ons op 9 februari 2026 een WIA-uitkering aangevraagd. Wij hebben beoordeeld of uw werkgever alle verplichtingen is nagekomen voor uw
re-integratie. Wij vinden dat hij dat niet heeft gedaan.
Daarom hebben wij de periode waarin u tijdens uw ziekte recht heeft op loon, verlengd tot 30 april 2027.
[… .]
2.4.
Op 17 juni 2026 heeft MT&L een bedrag van € 2.000,00 netto aan [eiser] betaald, onder vermelding van loon over de maand mei 2026.
2.5.
Op 14 augustus 2026 heeft MT&L een tweetal betalingen aan [eiser] verricht van telkens € 2.500,00 netto.
2.6.
Op 27 augustus 2026 heeft MT&L een bedrag aan [eiser] betaald van € 236,70 netto, onder vermelding van correctie afhandeling jaar 2024 over de periode mei tot en met december.
2.7.
Op 27 augustus 2026 heeft MT&L een bedrag van 7.314,70 netto betaald aan [eiser] onder vermelding van correctie afhandeling jaar 2025 over de periode januari tot en met december.
3Het geschil en de beoordeling
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - dat de kantonrechter MT&L veroordeelt om binnen zeven dagen na datum vonnis aan hem te betalen het aan hem toekomende achterstallig loon over de maanden mei en juni 2026 en het achterstallig loon over het tweede ziekte jaar, telkens vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente.
[eiser] vordert voorts dat MT&L wordt veroordeeld tot doorbetaling van 100% van het hem toekomende loon tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd dan wel de door het UWV opgelegde loonsanctie is opgeheven, alles onder afgifte van deugdelijke loonspecificaties ter zake de hiervoor genoemde betalingen op straffe van een op te leggen dwangsom.
3.2.
Ter mondelinge behandeling heeft [eiser] zijn vordering vermeerderd met de jaarlijkse doorgevoerde loonsverhogingen waarop hij op grond van de toepasselijke CAO recht heeft.
3.3.
De kantonrechter overweegt als volgt:
met de door MT&L verrichte betaling van € 236,70 netto zal bij de beoordeling geen rekening worden gehouden omdat de loonperiode waarop deze betaling betrekking heeft geen onderdeel uitmaakt van de onderhavige vordering;
de vermeerdering van de vordering zal worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat [eiser] bij exploot deze eisvermeerdering aan de niet in rechte verschenen MT&L heeft aangezegd. (artikel 130 lid 3 Rv);
de gevorderde wettelijke verhoging over het achterstallig loon acht de kantonrechter toewijsbaar, nu MT&L schromelijk tekort is geschoten in haar loonbetalingsverplichting aan [eiser]. De wettelijke verhoging over het achterstallige loon met betrekking tot het tweede ziekte jaar zal worden beperkt tot maximaal 25%. Vooralsnog is aannemelijk dat MT&L van de hierop betrekking hebbende CAO-bepaling niet op de hoogte was;
e door MT&L betaalde netto voorschotbedragen zullen in mindering worden gebracht op de vorderingen als hierna vermeld;
de gevorderde dwangsom zal worden beperkt tot € 50,00 per dag voor elke dag dat MT&L in gebreke blijft met het verstrekken van deugdelijke loonspecificaties tot een maximum van € 2.500,00. De termijn van afgifte zal worden bepaald op 14 dagen na betekening van dit vonnis.
3.4.
De overige vorderingen komen de kantonrechter vooralsnog niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoren daarom te worden toegewezen.
3.5.
MT&L zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de (na)kosten van deze procedure worden veroordeeld, tot op heden aan de zijde van [eiser] gevallen en begroot op € 817,72, te weten:
dagvaardingskosten: € 3,72
griffierecht € 93,00
salaris gemachtigde € 577,00
nakosten € 144,00
totaal € 817,72.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt MT&L om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van:
€ 3.306,57 bruto, ter zake achterstallig loon over de maand mei 2026, te vermeerderen met de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW, onder aftrek van een bedrag van € 2.000,00 netto;
€ 3.306,57 bruto, ter zake achterstallig loon over de maand juni 2026, te vermeerderen met de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW, onder aftrek van een bedrag van € 2.500,00 netto,
€ 11.652,96 bruto, ter zake achterstallig loon over het tweede ziektejaar, te vermeerderen met de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW tot een maximum van 25%,
onder aftrek van een bedrag van € 7.314,70 netto;
veroordeelt MT&L:
binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] deugdelijke loonspecificaties te verstrekken van de hiervoor onder a. tot en met c. genoemde betalingen, zulks op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag voor elke dag dat MT&L hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 2.500,00;
om het aan [eiser] toekomende loon voor 100% te blijven doorbetalen vanaf 1 juli 2026 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is beëindigd dan wel de door het UWV opgelegde loonsanctie is opgeheven, onder aftrek van een bedrag van € 2.500,00 netto;
om aan [eiser] de wettelijke rente te betalen over de hiervoor onder a. tot en met c. genoemde bedragen vanaf de dag van de verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening;
4.2.
veroordeelt MT&L in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 817,72;
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026.
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 12324686 \ CV EXPL 26-2416
Vonnis in kort geding van 3 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. S.A. van Lammeren,
advocaat te Enschede,
tegen
de besloten vennootschap MACH TRANSPORT & LOGISTIEK B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Oldenzaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen MT&L,
niet verschenen noch vertegenwoordigd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding d.d. 3 augustus 2026 met producties;
- de mondelinge behandeling van 27 augustus 2026 waarbij [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Van Lammeren;
- tegen de niet verschenen MT&L is verstek verleend.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[eiser] is op 1 maart 2021 bij MT&L in dienst getreden, laatstelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, tegen een brutosalaris van € 3.306,57 per maand, exclusief vakantietoeslag. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO [functie] van toepassing, hierna ook de CAO.
2.2.
[eiser] is in april 2024 wegens ziekte uitgevallen voor zijn werkzaamheden.
2.3.
Naar aanleiding van een door [eiser] aangevraagde WIA-uitkering, heeft het UWV bij brief van 1 april 2026 aan [eiser] onder meer het navolgende bericht:
[… .]
U heeft bij ons op 9 februari 2026 een WIA-uitkering aangevraagd. Wij hebben beoordeeld of uw werkgever alle verplichtingen is nagekomen voor uw
re-integratie. Wij vinden dat hij dat niet heeft gedaan.
Daarom hebben wij de periode waarin u tijdens uw ziekte recht heeft op loon, verlengd tot 30 april 2027.
[… .]
2.4.
Op 17 juni 2026 heeft MT&L een bedrag van € 2.000,00 netto aan [eiser] betaald, onder vermelding van loon over de maand mei 2026.
2.5.
Op 14 augustus 2026 heeft MT&L een tweetal betalingen aan [eiser] verricht van telkens € 2.500,00 netto.
2.6.
Op 27 augustus 2026 heeft MT&L een bedrag aan [eiser] betaald van € 236,70 netto, onder vermelding van correctie afhandeling jaar 2024 over de periode mei tot en met december.
2.7.
Op 27 augustus 2026 heeft MT&L een bedrag van 7.314,70 netto betaald aan [eiser] onder vermelding van correctie afhandeling jaar 2025 over de periode januari tot en met december.
3Het geschil en de beoordeling
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - dat de kantonrechter MT&L veroordeelt om binnen zeven dagen na datum vonnis aan hem te betalen het aan hem toekomende achterstallig loon over de maanden mei en juni 2026 en het achterstallig loon over het tweede ziekte jaar, telkens vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente.
[eiser] vordert voorts dat MT&L wordt veroordeeld tot doorbetaling van 100% van het hem toekomende loon tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd dan wel de door het UWV opgelegde loonsanctie is opgeheven, alles onder afgifte van deugdelijke loonspecificaties ter zake de hiervoor genoemde betalingen op straffe van een op te leggen dwangsom.
3.2.
Ter mondelinge behandeling heeft [eiser] zijn vordering vermeerderd met de jaarlijkse doorgevoerde loonsverhogingen waarop hij op grond van de toepasselijke CAO recht heeft.
3.3.
De kantonrechter overweegt als volgt:
met de door MT&L verrichte betaling van € 236,70 netto zal bij de beoordeling geen rekening worden gehouden omdat de loonperiode waarop deze betaling betrekking heeft geen onderdeel uitmaakt van de onderhavige vordering;
de vermeerdering van de vordering zal worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat [eiser] bij exploot deze eisvermeerdering aan de niet in rechte verschenen MT&L heeft aangezegd. (artikel 130 lid 3 Rv);
de gevorderde wettelijke verhoging over het achterstallig loon acht de kantonrechter toewijsbaar, nu MT&L schromelijk tekort is geschoten in haar loonbetalingsverplichting aan [eiser]. De wettelijke verhoging over het achterstallige loon met betrekking tot het tweede ziekte jaar zal worden beperkt tot maximaal 25%. Vooralsnog is aannemelijk dat MT&L van de hierop betrekking hebbende CAO-bepaling niet op de hoogte was;
e door MT&L betaalde netto voorschotbedragen zullen in mindering worden gebracht op de vorderingen als hierna vermeld;
de gevorderde dwangsom zal worden beperkt tot € 50,00 per dag voor elke dag dat MT&L in gebreke blijft met het verstrekken van deugdelijke loonspecificaties tot een maximum van € 2.500,00. De termijn van afgifte zal worden bepaald op 14 dagen na betekening van dit vonnis.
3.4.
De overige vorderingen komen de kantonrechter vooralsnog niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoren daarom te worden toegewezen.
3.5.
MT&L zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de (na)kosten van deze procedure worden veroordeeld, tot op heden aan de zijde van [eiser] gevallen en begroot op € 817,72, te weten:
dagvaardingskosten: € 3,72
griffierecht € 93,00
salaris gemachtigde € 577,00
nakosten € 144,00
totaal € 817,72.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt MT&L om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van:
€ 3.306,57 bruto, ter zake achterstallig loon over de maand mei 2026, te vermeerderen met de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW, onder aftrek van een bedrag van € 2.000,00 netto;
€ 3.306,57 bruto, ter zake achterstallig loon over de maand juni 2026, te vermeerderen met de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW, onder aftrek van een bedrag van € 2.500,00 netto,
€ 11.652,96 bruto, ter zake achterstallig loon over het tweede ziektejaar, te vermeerderen met de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW tot een maximum van 25%,
onder aftrek van een bedrag van € 7.314,70 netto;
veroordeelt MT&L:
binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] deugdelijke loonspecificaties te verstrekken van de hiervoor onder a. tot en met c. genoemde betalingen, zulks op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag voor elke dag dat MT&L hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 2.500,00;
om het aan [eiser] toekomende loon voor 100% te blijven doorbetalen vanaf 1 juli 2026 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is beëindigd dan wel de door het UWV opgelegde loonsanctie is opgeheven, onder aftrek van een bedrag van € 2.500,00 netto;
om aan [eiser] de wettelijke rente te betalen over de hiervoor onder a. tot en met c. genoemde bedragen vanaf de dag van de verschuldigdheid tot aan de dag der algehele voldoening;
4.2.
veroordeelt MT&L in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 817,72;
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026.