Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:5158
2026-08-12
Civiel recht
343829
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek tot verkoop van in beslag genomen aandelen in de zin van artikel 474g toegewezen onder voorwaarden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1983:AG4575 Hoge Raad 22-04-1983
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (16.793 tekens)
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/343829 / HA RK 26-6
Beschikking van 12 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster];
advocaat: mr. M.B. Bollen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HOLLAND COMMUNICATION GROUP COMPANY B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: HCG,
vertegenwoordigd door: R. Schneider,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRIGHT BROWN B.V.,
gevestigd in Deventer,
belanghebbende,
hierna te noemen: Bright Brown,
niet verschenen,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FIT CHANNEL B.V.,
gevestigd in Deventer,
belanghebbende,
hierna te noemen: Fit Channel,
niet verschenen,
en
IKINKBEKMAN INCASSO & GERECHTSDEURWAARDERS,
gevestigd in Almelo,
belanghebbende,
hierna te noemen: de deurwaarder,
niet verschenen.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, door de griffie ontvangen op 20 januari 2026;
de mondelinge behandeling van 15 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
de op de mondelinge behandeling overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen van mr. Bollen waarbij het verzoek is aangevuld.
1.2
Tenslotte is de beschikking bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1
HCG is enig aandeelhouder van Bright Brown en Fit Channel.
2.2
HCG is bij (verstek)vonnis van 10 december 2025 door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot het betalen van diverse bedragen aan [verzoekster].
2.3
Op 19 december 2025 heeft [verzoekster] executoriaal beslag laten leggen op de aandelen van HCG in Fit Channel.
2.4
Op 29 december 2025 heeft [verzoekster] executoriaal beslag laten leggen op de aandelen van HCG in Bright Brown.
2.5
Op 29 december 2025 heeft [verzoekster] de processen-verbaal van executoriaal beslag aan HCG laten betekenen en haar bevolen aan het (verstek)vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2025 te voldoen door binnen twee dagen € 1.089.361,52 te betalen.
2.6
HCG heeft € 50.000,00 betaald.
3Het verzoek en het verweer
3.1
[verzoekster] verzoekt de rechtbank – samengevat en nadat zij haar verzoek op de mondelinge behandeling heeft aangevuld – te bepalen:
i) dat de deurwaarder, binnen een termijn van twee jaar, kan overgaan tot verkoop van de aandelen van HCG in Bright Brown en Fit Channel, met dien verstande dat niet meer aandelen mogen worden verkocht dan de hoogte van de vordering rechtvaardigt;
ii) dat de verkoop gedurende één jaar onderhands mag plaatsvinden, waarbij de deurwaarder het hoogste bod ter kennis dient te brengen aan HCG en haar en de hoogste bieder twee weken in de gelegenheid moet stellen een hoger bod uit te (laten) brengen;
iii) dat HCG medewerking aan de verkoop moet verlenen;
iv) dat HCG binnen vier weken alle informatie en inlichtingen aan de deurwaarder dient te verschaffen die nodig zijn voor een waardebepaling;
v) dat de deurwaarder aan potentiële kopers inzage kan en mag verlenen in voornoemde informatie in het kader van de onderhandse verkoop;
vi) dat de levering geschiedt bij notariële akte.
3.2
HCG voert verweer. Haar verweer komt hierna aan de orde.
4De beoordeling
4.1
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] een vordering heeft op HCG en dat HCG, met uitzondering van een bedrag van € 50.000,00, de vordering tot op heden niet heeft betaald.
Het beslag is rechtsgeldig gelegd en het verzoek is tijdig
4.2
Om haar vordering betaald te krijgen, wenst [verzoekster] over te gaan tot verkoop van de beslagen aandelen in Bright Brown en Fit Channel. Het verzoek daartoe van [verzoekster] is gebaseerd op artikel 474g Rv. Op grond van lid 1 van dit artikel dient de beslaglegger, op straffe van verval van het gelegde beslag, binnen één maand na het exploot van beslaglegging, aan de rechtbank van de plaats van vestiging van de vennootschap te verzoeken om bij beschikking te bepalen dat, en binnen welke termijn, tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen kan worden overgegaan. Tussen partijen is niet in geschil dat voor wat betreft de beslagleggingen aan de wettelijk voorgeschreven vereisten is voldaan en het verzoek tijdig is ingediend.
Er is geen misbruik van bevoegdheid of onvoldoende belang
4.3
De rechtbank stelt voorop dat een verzoek tot verkoop van in beslag genomen aandelen in beginsel wordt toegewezen als er sprake is van een executoriale titel op grond waarvan beslag is gelegd. De rechtbank constateert dat het (verstek)vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2025, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, voor [verzoekster] een geldige executoriale titel oplevert die voor tenuitvoerlegging vatbaar is. Daarmee mag [verzoekster] zich ter voldoening van haar vordering op het vermogen van HCG verhalen, ook door de executoriale verkoop van de in beslag genomen aandelen. Desalniettemin kan het verzoek van [verzoekster] worden geweigerd als de rechtbank van oordeel is dat [verzoekster], mede gelet op de belangen van HCG, misbruik van haar bevoegdheid maakt dan wel onvoldoende belang heeft bij de executie.
4.4
HCG betwist de inhoud van het (verstek)vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2025 niet. HCG heeft toegelicht dat zij nooit verweer heeft gevoerd, altijd heeft opengestaan voor oplossingen en dat nog steeds doet. Zij heeft verder toegelicht dat er geen betalingsonwil is, maar ervoor is gekozen om eerst meer waarde en groei te behalen. Volgens HCG groeit het bedrijf inmiddels en wordt er winst gemaakt, terwijl de daaraan ten grondslag liggende trajecten en processen zullen stoppen als het verzoek van HCG wordt ingewilligd, aldus nog steeds HCG. Zij heeft in dat kader gewezen op haar recente onvoorwaardelijke betaling van € 50.000,00 en haar aanbod om de komende drie maanden maandelijks € 25.000,00 te voldoen, eveneens onvoorwaardelijk. HCG voert aan dat zij meer tijd nodig heeft en dat dit ook in het belang is van [verzoekster]. Verder betwist HCG het bedrag waarop de aandelen zijn gewaardeerd en voert zij aan dat verkoop ingewikkeld zal zijn, omdat rekening gehouden moet worden met obligatie- en aandeelhouders van HCG, gevestigde pandrechten en de statutaire goedkeuringsregeling.
4.5
De rechtbank oordeelt dat voor zover HCG met haar verweer de stelling heeft willen innemen dat [verzoekster] misbruik van haar bevoegdheid maakt om tot verkoop van de in beslag genomen aandelen over te gaan, dit verweer niet slaagt. Daartoe is het volgende redengevend.
4.6
Uit de rechtspraak volgt dat misbruik van executiebevoegdheid niet snel moet worden aangenomen. Van misbruik kan sprake zijn als het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van feiten die na het vonnis zijn voorgevallen of aan het licht zijn gekomen, klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan. Dit is hier niet aan de orde.
4.7
Dat het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2025 op een misslag berust, heeft HCG niet gesteld en is de rechtbank niet gebleken. Verder heeft HCG onvoldoende concreet gesteld dat de tenuitvoerlegging een noodtoestand zal doen ontstaan. De enkele stelling dat lopende processen in gevaar kunnen worden gebracht door de verkoop van de aandelen, is daarvoor onvoldoende. Van misbruik van bevoegdheid door [verzoekster] is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake. Dat oordeel wordt niet anders doordat [verzoekster] niet is ingegaan op de voorstellen van HCG of akkoord is gegaan met een specifiek betalingsvoorstel van HCG. Het maken van dergelijke afspraken is immers geen recht dat HCG toekomt en kan worden afgedwongen. Verder geldt dat [verzoekster] haar belang bij de executie voldoende heeft toegelicht. Zij heeft erop gewezen dat de vordering sinds eind 2024 opeisbaar is, zij sinds eind 2025 over een executoriale titel beschikt en andere verhaalsmogelijkheden ontbreken, hetgeen door HCG ook niet is betwist. Tegelijkertijd zet [verzoekster] vraagtekens bij de winsten die HCG stelt te behalen en heeft [verzoekster] weersproken dat het ook in haar belang is dat HCG meer tijd wordt gegund om de vordering te voldoen. Dat de executie van de aandelen gecompliceerd zou kunnen zijn, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan het belang en het recht van [verzoekster] om tot executie te kunnen overgaan.
4.8
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er geen gronden zijn die zich verzetten tegen de executoriale verkoop van de aandelen van HCG in Bright Brown en Fit Channel. Het verzoek van [verzoekster] zal de rechtbank dan ook toewijzen. Daarbij geldt op grond van artikel 474g lid 3 Rv dat in de beschikking moet worden bepaald op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen moeten plaatsvinden. Dat leidt tot het volgende.
De wijze en voorwaarden van de verkoop en overdracht
4.9
Allereest stelt de rechtbank vast dat partijen het niet eens zijn over de waarde van de in beslag genomen aandelen. Daarom zal de rechtbank bepalen dat een deskundige, bij voorkeur met kennis van online-platform bedrijven, de in beslag genomen aandelen dient te waarderen en HCG in dat kader binnen vier weken na de datum van deze beschikking alle informatie en inlichtingen die daarvoor nodig zijn, aan de deskundige moet verschaffen.
4.10
Verder overweegt de rechtbank dat alle partijen belang hebben bij een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst. Aangezien de praktijk leert dat een onderhandse verkoop veelal leidt tot de hoogste prijs, zal de rechtbank bepalen dat de deurwaarder de aandelen onderhands kan verkopen en wel vanaf drie maanden na datum van deze beschikking. Deze termijn geeft HCG de mogelijkheid om de gestelde lopende onderhandelingen af te ronden en geeft de deurwaarder de tijd om de waardering van de aandelen te laten plaatsvinden. Conform het verzoek van [verzoekster] zal de rechtbank ook bepalen dat de deurwaarder het hoogste bod schriftelijk ter kennis van HCG dient te brengen en haar en de hoogste bieder gedurende twee weken in de gelegenheid dient te stellen om een hoger bod uit te (laten) brengen. De rechtbank zal voorts bepalen dat de deurwaarder in het kader van de onderhandse verkoop aan potentiële kopers inzage kan en mag verlenen in de informatie die HCG aan de deskundige ten behoeve van de waardebepaling heeft verschaft.
4.11
Mocht een onderhandse procedure niet binnen één jaar tot verkoop en overdracht van de aandelen leiden, dan zullen de aandelen vervolgens gedurende een termijn van één jaar openbaar kunnen worden verkocht. De rechtbank zal bepalen dat HCG haar medewerking moet verlenen aan de verkoop. Ook zal de rechtbank bepalen dat niet meer aandelen mogen worden verkocht dan de vordering rechtvaardigt en de voornoemde verkopen dienen te geschieden tegen een minimale verkoopopbrengst van € 100.000,00 per 100% aandelenbelang, zoals [verzoekster] zelf heeft voorgesteld. Het verzoek van [verzoekster] om te bepalen dat de deurwaarder nadere regels en voorwaarden kan stellen aan de verkoop, met dien verstande dat steeds het uitgangspunt moet zijn dat met de verkoop een zo hoog mogelijke opbrengst wordt gerealiseerd, zal de rechtbank inwilligen.
4.12
Tot slot bepaalt artikel 474 lid 4 Rv dat de wettelijke en statutaire bepalingen die voor de verkoop en overdracht van de aandelen gelden, in acht moeten worden genomen en dat afwijking daarvan in de beschikking slechts mogelijk is als inachtneming van deze bepalingen de executoriale verkoop onmogelijk zou maken. Gelet daarop en het verzoek van [verzoekster] zal de rechtbank bepalen dat de levering van de aandelen zal plaatsvinden bij notariële akte. De blokkeringsregeling in artikel 12 van de statuten van Bright Brown is niet van toepassing. HCG is immers enig aandeelhouder.
Geen proceskostenveroordeling
4.13
Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding, aangezien deze procedure bij wet is voorgeschreven.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.14
Gelet op de aard van de zaak zal de rechtbank de beschikking ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
5 De beslissing
De rechtbank
5.1
bepaalt dat de door [verzoekster] in executoriaal beslag genomen aandelen van HCG in Bright Brown en Fit Channel worden gewaardeerd door een deskundige met bij voorkeur kennis van online-platform bedrijven en dat HCG binnen vier weken na de datum van deze beschikking alle informatie en inlichtingen die voor de waardering nodig zijn, aan de deskundige verschaft;
5.2
bepaalt dat de deurwaarder kan overgaan tot de verkoop en overdracht van de door [verzoekster] in executoriaal beslag genomen aandelen van HCG in Bright Brown en Fit Channel, waarbij niet meer aandelen mogen worden verkocht dan de hoogte van de vordering rechtvaardigt en de verkoop dient te geschieden tegen een minimale verkoopopbrengst van € 100.000,00 per 100% aandelenbelang;
5.3
bepaalt dat de verkoop van de aandelen vanaf drie maanden na datum van deze beschikking gedurende één jaar onderhands mag plaatsvinden, waarbij de deurwaarder het door hem ontvangen hoogste bod schriftelijk ter kennis van HCG dient te brengen en haar en de hoogste bieder gedurende twee weken in de gelegenheid dient te stellen om een hoger bod uit te (laten) brengen;
5.4
bepaalt dat de deurwaarder in het kader van de onderhandse verkoop aan potentiële kopers inzage kan en mag verlenen in de in overweging 5.1. genoemde informatie;
5.5
bepaalt dat, indien het na de termijn van één jaar niet is gelukt om de aandelen onderhands te verkopen, de niet verkochte aandelen voor een termijn van één jaar door middel van openbare verkoop (bij inschrijving) kunnen worden verkocht;
5.6
bepaalt dat de deurwaarder nadere regels en voorwaarden kan stellen aan de verkoop van de aandelen, met dien verstande dat daarbij steeds het uitgangspunt moet zijn dat met de verkoop een zo hoog mogelijke opbrengst wordt gerealiseerd;
5.7
bepaalt dat HCG haar medewerking moet verlenen aan de verkoop;
5.8
bepaalt dat de levering van de aandelen zal plaatsvinden bij notariële akte;
5.9
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.10
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
Hof Den Haag 5 september 2017, ECLI:GHDHA:2017:1946 met verwijzing naar Hoge Raad 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575.
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/343829 / HA RK 26-6
Beschikking van 12 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster];
advocaat: mr. M.B. Bollen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HOLLAND COMMUNICATION GROUP COMPANY B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: HCG,
vertegenwoordigd door: R. Schneider,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRIGHT BROWN B.V.,
gevestigd in Deventer,
belanghebbende,
hierna te noemen: Bright Brown,
niet verschenen,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FIT CHANNEL B.V.,
gevestigd in Deventer,
belanghebbende,
hierna te noemen: Fit Channel,
niet verschenen,
en
IKINKBEKMAN INCASSO & GERECHTSDEURWAARDERS,
gevestigd in Almelo,
belanghebbende,
hierna te noemen: de deurwaarder,
niet verschenen.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, door de griffie ontvangen op 20 januari 2026;
de mondelinge behandeling van 15 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
de op de mondelinge behandeling overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen van mr. Bollen waarbij het verzoek is aangevuld.
1.2
Tenslotte is de beschikking bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1
HCG is enig aandeelhouder van Bright Brown en Fit Channel.
2.2
HCG is bij (verstek)vonnis van 10 december 2025 door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot het betalen van diverse bedragen aan [verzoekster].
2.3
Op 19 december 2025 heeft [verzoekster] executoriaal beslag laten leggen op de aandelen van HCG in Fit Channel.
2.4
Op 29 december 2025 heeft [verzoekster] executoriaal beslag laten leggen op de aandelen van HCG in Bright Brown.
2.5
Op 29 december 2025 heeft [verzoekster] de processen-verbaal van executoriaal beslag aan HCG laten betekenen en haar bevolen aan het (verstek)vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2025 te voldoen door binnen twee dagen € 1.089.361,52 te betalen.
2.6
HCG heeft € 50.000,00 betaald.
3Het verzoek en het verweer
3.1
[verzoekster] verzoekt de rechtbank – samengevat en nadat zij haar verzoek op de mondelinge behandeling heeft aangevuld – te bepalen:
i) dat de deurwaarder, binnen een termijn van twee jaar, kan overgaan tot verkoop van de aandelen van HCG in Bright Brown en Fit Channel, met dien verstande dat niet meer aandelen mogen worden verkocht dan de hoogte van de vordering rechtvaardigt;
ii) dat de verkoop gedurende één jaar onderhands mag plaatsvinden, waarbij de deurwaarder het hoogste bod ter kennis dient te brengen aan HCG en haar en de hoogste bieder twee weken in de gelegenheid moet stellen een hoger bod uit te (laten) brengen;
iii) dat HCG medewerking aan de verkoop moet verlenen;
iv) dat HCG binnen vier weken alle informatie en inlichtingen aan de deurwaarder dient te verschaffen die nodig zijn voor een waardebepaling;
v) dat de deurwaarder aan potentiële kopers inzage kan en mag verlenen in voornoemde informatie in het kader van de onderhandse verkoop;
vi) dat de levering geschiedt bij notariële akte.
3.2
HCG voert verweer. Haar verweer komt hierna aan de orde.
4De beoordeling
4.1
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] een vordering heeft op HCG en dat HCG, met uitzondering van een bedrag van € 50.000,00, de vordering tot op heden niet heeft betaald.
Het beslag is rechtsgeldig gelegd en het verzoek is tijdig
4.2
Om haar vordering betaald te krijgen, wenst [verzoekster] over te gaan tot verkoop van de beslagen aandelen in Bright Brown en Fit Channel. Het verzoek daartoe van [verzoekster] is gebaseerd op artikel 474g Rv. Op grond van lid 1 van dit artikel dient de beslaglegger, op straffe van verval van het gelegde beslag, binnen één maand na het exploot van beslaglegging, aan de rechtbank van de plaats van vestiging van de vennootschap te verzoeken om bij beschikking te bepalen dat, en binnen welke termijn, tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen kan worden overgegaan. Tussen partijen is niet in geschil dat voor wat betreft de beslagleggingen aan de wettelijk voorgeschreven vereisten is voldaan en het verzoek tijdig is ingediend.
Er is geen misbruik van bevoegdheid of onvoldoende belang
4.3
De rechtbank stelt voorop dat een verzoek tot verkoop van in beslag genomen aandelen in beginsel wordt toegewezen als er sprake is van een executoriale titel op grond waarvan beslag is gelegd. De rechtbank constateert dat het (verstek)vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2025, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, voor [verzoekster] een geldige executoriale titel oplevert die voor tenuitvoerlegging vatbaar is. Daarmee mag [verzoekster] zich ter voldoening van haar vordering op het vermogen van HCG verhalen, ook door de executoriale verkoop van de in beslag genomen aandelen. Desalniettemin kan het verzoek van [verzoekster] worden geweigerd als de rechtbank van oordeel is dat [verzoekster], mede gelet op de belangen van HCG, misbruik van haar bevoegdheid maakt dan wel onvoldoende belang heeft bij de executie.
4.4
HCG betwist de inhoud van het (verstek)vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2025 niet. HCG heeft toegelicht dat zij nooit verweer heeft gevoerd, altijd heeft opengestaan voor oplossingen en dat nog steeds doet. Zij heeft verder toegelicht dat er geen betalingsonwil is, maar ervoor is gekozen om eerst meer waarde en groei te behalen. Volgens HCG groeit het bedrijf inmiddels en wordt er winst gemaakt, terwijl de daaraan ten grondslag liggende trajecten en processen zullen stoppen als het verzoek van HCG wordt ingewilligd, aldus nog steeds HCG. Zij heeft in dat kader gewezen op haar recente onvoorwaardelijke betaling van € 50.000,00 en haar aanbod om de komende drie maanden maandelijks € 25.000,00 te voldoen, eveneens onvoorwaardelijk. HCG voert aan dat zij meer tijd nodig heeft en dat dit ook in het belang is van [verzoekster]. Verder betwist HCG het bedrag waarop de aandelen zijn gewaardeerd en voert zij aan dat verkoop ingewikkeld zal zijn, omdat rekening gehouden moet worden met obligatie- en aandeelhouders van HCG, gevestigde pandrechten en de statutaire goedkeuringsregeling.
4.5
De rechtbank oordeelt dat voor zover HCG met haar verweer de stelling heeft willen innemen dat [verzoekster] misbruik van haar bevoegdheid maakt om tot verkoop van de in beslag genomen aandelen over te gaan, dit verweer niet slaagt. Daartoe is het volgende redengevend.
4.6
Uit de rechtspraak volgt dat misbruik van executiebevoegdheid niet snel moet worden aangenomen. Van misbruik kan sprake zijn als het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van feiten die na het vonnis zijn voorgevallen of aan het licht zijn gekomen, klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan. Dit is hier niet aan de orde.
4.7
Dat het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2025 op een misslag berust, heeft HCG niet gesteld en is de rechtbank niet gebleken. Verder heeft HCG onvoldoende concreet gesteld dat de tenuitvoerlegging een noodtoestand zal doen ontstaan. De enkele stelling dat lopende processen in gevaar kunnen worden gebracht door de verkoop van de aandelen, is daarvoor onvoldoende. Van misbruik van bevoegdheid door [verzoekster] is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake. Dat oordeel wordt niet anders doordat [verzoekster] niet is ingegaan op de voorstellen van HCG of akkoord is gegaan met een specifiek betalingsvoorstel van HCG. Het maken van dergelijke afspraken is immers geen recht dat HCG toekomt en kan worden afgedwongen. Verder geldt dat [verzoekster] haar belang bij de executie voldoende heeft toegelicht. Zij heeft erop gewezen dat de vordering sinds eind 2024 opeisbaar is, zij sinds eind 2025 over een executoriale titel beschikt en andere verhaalsmogelijkheden ontbreken, hetgeen door HCG ook niet is betwist. Tegelijkertijd zet [verzoekster] vraagtekens bij de winsten die HCG stelt te behalen en heeft [verzoekster] weersproken dat het ook in haar belang is dat HCG meer tijd wordt gegund om de vordering te voldoen. Dat de executie van de aandelen gecompliceerd zou kunnen zijn, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan het belang en het recht van [verzoekster] om tot executie te kunnen overgaan.
4.8
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat er geen gronden zijn die zich verzetten tegen de executoriale verkoop van de aandelen van HCG in Bright Brown en Fit Channel. Het verzoek van [verzoekster] zal de rechtbank dan ook toewijzen. Daarbij geldt op grond van artikel 474g lid 3 Rv dat in de beschikking moet worden bepaald op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen moeten plaatsvinden. Dat leidt tot het volgende.
De wijze en voorwaarden van de verkoop en overdracht
4.9
Allereest stelt de rechtbank vast dat partijen het niet eens zijn over de waarde van de in beslag genomen aandelen. Daarom zal de rechtbank bepalen dat een deskundige, bij voorkeur met kennis van online-platform bedrijven, de in beslag genomen aandelen dient te waarderen en HCG in dat kader binnen vier weken na de datum van deze beschikking alle informatie en inlichtingen die daarvoor nodig zijn, aan de deskundige moet verschaffen.
4.10
Verder overweegt de rechtbank dat alle partijen belang hebben bij een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst. Aangezien de praktijk leert dat een onderhandse verkoop veelal leidt tot de hoogste prijs, zal de rechtbank bepalen dat de deurwaarder de aandelen onderhands kan verkopen en wel vanaf drie maanden na datum van deze beschikking. Deze termijn geeft HCG de mogelijkheid om de gestelde lopende onderhandelingen af te ronden en geeft de deurwaarder de tijd om de waardering van de aandelen te laten plaatsvinden. Conform het verzoek van [verzoekster] zal de rechtbank ook bepalen dat de deurwaarder het hoogste bod schriftelijk ter kennis van HCG dient te brengen en haar en de hoogste bieder gedurende twee weken in de gelegenheid dient te stellen om een hoger bod uit te (laten) brengen. De rechtbank zal voorts bepalen dat de deurwaarder in het kader van de onderhandse verkoop aan potentiële kopers inzage kan en mag verlenen in de informatie die HCG aan de deskundige ten behoeve van de waardebepaling heeft verschaft.
4.11
Mocht een onderhandse procedure niet binnen één jaar tot verkoop en overdracht van de aandelen leiden, dan zullen de aandelen vervolgens gedurende een termijn van één jaar openbaar kunnen worden verkocht. De rechtbank zal bepalen dat HCG haar medewerking moet verlenen aan de verkoop. Ook zal de rechtbank bepalen dat niet meer aandelen mogen worden verkocht dan de vordering rechtvaardigt en de voornoemde verkopen dienen te geschieden tegen een minimale verkoopopbrengst van € 100.000,00 per 100% aandelenbelang, zoals [verzoekster] zelf heeft voorgesteld. Het verzoek van [verzoekster] om te bepalen dat de deurwaarder nadere regels en voorwaarden kan stellen aan de verkoop, met dien verstande dat steeds het uitgangspunt moet zijn dat met de verkoop een zo hoog mogelijke opbrengst wordt gerealiseerd, zal de rechtbank inwilligen.
4.12
Tot slot bepaalt artikel 474 lid 4 Rv dat de wettelijke en statutaire bepalingen die voor de verkoop en overdracht van de aandelen gelden, in acht moeten worden genomen en dat afwijking daarvan in de beschikking slechts mogelijk is als inachtneming van deze bepalingen de executoriale verkoop onmogelijk zou maken. Gelet daarop en het verzoek van [verzoekster] zal de rechtbank bepalen dat de levering van de aandelen zal plaatsvinden bij notariële akte. De blokkeringsregeling in artikel 12 van de statuten van Bright Brown is niet van toepassing. HCG is immers enig aandeelhouder.
Geen proceskostenveroordeling
4.13
Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding, aangezien deze procedure bij wet is voorgeschreven.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.14
Gelet op de aard van de zaak zal de rechtbank de beschikking ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
5 De beslissing
De rechtbank
5.1
bepaalt dat de door [verzoekster] in executoriaal beslag genomen aandelen van HCG in Bright Brown en Fit Channel worden gewaardeerd door een deskundige met bij voorkeur kennis van online-platform bedrijven en dat HCG binnen vier weken na de datum van deze beschikking alle informatie en inlichtingen die voor de waardering nodig zijn, aan de deskundige verschaft;
5.2
bepaalt dat de deurwaarder kan overgaan tot de verkoop en overdracht van de door [verzoekster] in executoriaal beslag genomen aandelen van HCG in Bright Brown en Fit Channel, waarbij niet meer aandelen mogen worden verkocht dan de hoogte van de vordering rechtvaardigt en de verkoop dient te geschieden tegen een minimale verkoopopbrengst van € 100.000,00 per 100% aandelenbelang;
5.3
bepaalt dat de verkoop van de aandelen vanaf drie maanden na datum van deze beschikking gedurende één jaar onderhands mag plaatsvinden, waarbij de deurwaarder het door hem ontvangen hoogste bod schriftelijk ter kennis van HCG dient te brengen en haar en de hoogste bieder gedurende twee weken in de gelegenheid dient te stellen om een hoger bod uit te (laten) brengen;
5.4
bepaalt dat de deurwaarder in het kader van de onderhandse verkoop aan potentiële kopers inzage kan en mag verlenen in de in overweging 5.1. genoemde informatie;
5.5
bepaalt dat, indien het na de termijn van één jaar niet is gelukt om de aandelen onderhands te verkopen, de niet verkochte aandelen voor een termijn van één jaar door middel van openbare verkoop (bij inschrijving) kunnen worden verkocht;
5.6
bepaalt dat de deurwaarder nadere regels en voorwaarden kan stellen aan de verkoop van de aandelen, met dien verstande dat daarbij steeds het uitgangspunt moet zijn dat met de verkoop een zo hoog mogelijke opbrengst wordt gerealiseerd;
5.7
bepaalt dat HCG haar medewerking moet verlenen aan de verkoop;
5.8
bepaalt dat de levering van de aandelen zal plaatsvinden bij notariële akte;
5.9
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.10
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
Hof Den Haag 5 september 2017, ECLI:GHDHA:2017:1946 met verwijzing naar Hoge Raad 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575.