Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4886

2026-07-28 Civiel recht 12266307 \ CV EXPL 26-1924
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-28
Publicatiedatum
2026-08-08
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12266307 \ CV EXPL 26-1924
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Huurbulk

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.174 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: 12266307 \ CV EXPL 26-1924




Vonnis van 28 juli 2026




in de zaak van





STICHTING DELTAWONEN,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: DeltaWonen,
gemachtigde: [gemachtigde] ([bedrijf] Gerechtsdeurwaarders),



tegen





[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.





De zaak in het kort




DeltaWonen verhuurt een woning aan [gedaagde] , die een huurachterstand heeft laten ontstaan. DeltaWonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstand. [gedaagde] erkent de schuld en wil de woning graag behouden. Partijen zijn op de mondelinge behandeling een regeling overeengekomen die inhoudt dat [gedaagde] in de woning kan blijven als hij de gemaakte afspraken nakomt.De kantonrechter oordeelt in dit vonnis dat de huurachterstand ernstig genoeg is om de vordering toe te wijzen en wijst de vorderingen van DeltaWonen voorwaardelijk toe.





1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte van DeltaWonen van 9 juli 2026
- de mondelinge behandeling van 21 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1
DeltaWonen verhuurt aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 511,17 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.



2.2

[gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. De achterstand bedraagt € 3.583,72, berekend tot en met juli 2026. DeltaWonen heeft [gedaagde] aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.





3Het geschil


3.1
DeltaWonen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3.583,72 aan achterstand met nevenvorderingen.



3.2
DeltaWonen legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens DeltaWonen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.



3.3

[gedaagde] erkent dat sprake is van een achterstand, maar wenst de woning te behouden en met DeltaWonen een betalingsregeling te treffen om de achterstand in te lopen. De achterstand is ontstaan doordat de belastingdienst beslag heeft gelegd op zijn salaris voor een schuld. Die schuld is voor een groot deel ingelopen, dankzij zijn vaste baan. [gedaagde] doet zijn best om andere schulden ook af te lossen.



3.4
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1
De kantonrechter heeft vastgesteld dat DeltaWonen heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.



De (huur)achterstand, ontbinding en ontruiming





4.2

[gedaagde] heeft erkent dat er een achterstand bestaat van € 3.583,72. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen.



4.3
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.



4.4
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand (ruim) vijf maanden. Dat zou een ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen in beginsel kunnen rechtvaardigen.



4.5
DeltaWonen heeft op de mondelinge behandeling aangegeven dat [gedaagde] op de goede weg is. Daarnaast geeft DeltaWonen aan dat zij een ontruiming niet wenselijk acht, maar, omdat de hulpinstanties geen oplossing hebben kunnen vinden, zij genoodzaakt was om de vordering in te stellen. In deze procedure verzoekt zij daarom wel om een vonnis, maar gelet op de afspraken die partijen ter zitting hebben gemaakt, heeft zij verklaard dit vonnis niet te zullen executeren als [gedaagde] zich houdt aan de gemaakte afspraken.



4.6
DeltaWonen heeft daarnaast aan [gedaagde] verzocht om zijn werkgever contact met haar te laten opnemen, zodat afstemming kan plaatsvinden. [gedaagde] heeft dat toegezegd. De kantonrechter geeft partijen in overweging ook met elkaar om te tafel te gaan als de betalingsregeling voor [gedaagde] niet haalbaar blijkt te zijn.



4.7
Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] een bedrag van € 4.800,00 aan DeltaWonen moet betalen. Dit bedrag bestaat uit de huurachterstand, wettelijke rente en de kosten van deze procedure. [gedaagde] zal dit bedrag afbetalen in 12 maandelijkse termijnen van € 400,00 te betalen voor de eerste van iedere maand aan de deurwaarder op rekeningnummer [rekeningnummer] onder vermelding van het dossiernummer ‘[nummer]’. [gedaagde] moet voor het eerst betalen voor 1 augustus 2026. Daarnaast moet [gedaagde] de maandelijkse huur voor de eerste van iedere maand op tijd aan DeltaWonen betalen. Indien [gedaagde] zich houdt aan deze afspraken zal DeltaWonen dit vonnis niet tenuitvoerleggen en mag [gedaagde] in het gehuurde blijven wonen. Deze afspraken zijn vastgelegd in een proces-verbaal.



4.8
Verder zijn partijen het erover eens geworden dat indien er toch tot ontruiming zou worden overgegaan de ontruimingstermijn wordt bepaald op 30 dagen na betekening van dit vonnis. Daarnaast vloeit uit de afspraken voort dat als [gedaagde] de hiervoor genoemde schuld aflost, DeltaWonen op grond van dit vonnis niet meer tot ontbinding of ontruiming zal overgaan.



4.9
De kantonrechter ziet op grond van voernoemde afspraken reden om de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk toe te wijzen. Dit betekent dat [gedaagde] zich aan de voorwaarden moet houden zoals vermeld in de beslissing.



4.10
De kantonrechter zal aan deze voorwaarden een termijn van één jaar verbinden. Dat betekent kort gezegd dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om het gehuurde te verlaten als [gedaagde] binnen één jaar na datum van dit vonnis een van de voorwaarden toerekenbaar niet nakomt.



4.11
DeltaWonen wil ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 511,17, te rekenen vanaf de maand augustus 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.



De bijkomende kosten





4.12
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). De voor de vordering relevante bedingen in artikel 13.1 tot en met 13.3 van de Algemene Huurvoorwaarden zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.


4.13
Aangezien partijen tot een schikking zijn gekomen behoeven de gevorderde wettelijke rente en kosten geen verdere bespreking.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1
veroordeelt [gedaagde] om aan DeltaWonen te betalen een bedrag van € 4.800,00, indien en voorzover dit bedrag nog niet door [gedaagde] is afgelost,



5.2
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] en veroordeelt [gedaagde] om binnen 30 dagen na de betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege [gedaagde] daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van DeltaWonen te stellen indien en zodra binnen één jaar na dit vonnis aan de volgende voorwaarden niet wordt voldaan:



[gedaagde] betaalt de lopende huur tijdig aan DeltaWonen, voor de eerste van iedere maand, de eerste betaling dient dus voor 1 augustus 2026 plaats te vinden,



[gedaagde] betaalt de termijnen van € 400,00 tijdig aan de deurwaarder [bedrijf] op rekeningnummer [rekeningnummer] onder vermelding van het dossiernummer ‘[nummer]’, voor de eerste van iedere maand, de eerste betaling dient dus voor 1 augustus 2026 plaats te vinden,





5.3

indien en zodra [gedaagde] binnen één jaar na dit vonnis niet voldoet aan één van de hiervoor vermelde voorwaarden en de ontbinding zal plaatsvinden:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan DeltaWonen van de achterstallige huurpenningen tot de datum van de ontbinding en daarnaast tot betaling van een vergoeding gelijk aan de huurprijs over de periode gelegen tussen de datum van de ontbinding en de ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldag van de vervallen huurtermijnen,




5.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.5
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.






Artikel 6:265 BW.


HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)