Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4707

2026-07-21 Civiel recht 11961530 \ CV EXPL 25-2004
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-21
Publicatiedatum
2026-08-01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11961530 \ CV EXPL 25-2004
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bewijsopdracht cessie

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.863 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Almelo



Zaaknummer: 11961530 \ CV EXPL 25-2004




Vonnis van 7 juli 2026




in de zaak van



de rechtspersoon naar Zweeds recht,

HOIST FINANCE AB,
gevestigd te Stockholm,
eisende partij, hierna te noemen: Hoist,
gemachtigde: mr. B.E. Revelman de Vries,



tegen



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

BJK BEDRIJFSWAGENS B.V.,
gevestigd te Goor,
gedaagde partij, hierna te noemen: BJK,
gemachtigde: mr. D.P. Kant.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord en het daarbij ingestelde incident van BJK;
- de conclusie van antwoord in incident van Hoist;
- de mondelinge behandeling van 23 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De zaak in het kort


2.1
Hoist heeft op 10 februari 2025 ten laste van [naam] executoriaal beslag onder zijn werkgever BJK gelegd. Hoist stelt dat IDM een vordering op [naam] had, en dat deze vordering aan Hoist is gecedeerd. BJK heeft – ondanks meerdere verzoeken van Hoist – niet verklaard welke vorderingen en zaken door het beslag zijn getroffen. Volgens BJK is niet gebleken dat de vordering die IDM op [naam] had, is gecedeerd aan Hoist. Daarom hoeft BJK geen informatie aan Hoist te geven.


2.2
De kantonrechter komt tot de conclusie dat op dit moment niet vast staat dat Hoist eigenaar is geworden van de vordering die IDM op [naam] heeft/had. De kantonrechter stelt Hoist daarom in de gelegenheid om te bewijzen dat de vordering aan haar is gecedeerd.






3De feiten


3.1
Op 10 december 2013 heeft de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, vonnis gewezen en [naam] veroordeeld tot betaling van de in het vonnis genoemde bedragen aan IDM Finance B.V. (hierna te noemen: IDM).



3.2
IDM heeft – voorafgaand aan het vonnis van 10 december 2013 – bij geregistreerde onderhandse akte van 30 oktober 2013 diverse vorderingen aan Hoist Portfolio Holding Ltd. gecedeerd:



‘(…)


II. IDM Finance B.V., (…)


(…)


XII. Hoist Portfolio Holding Ltd, (…) (“Purchaser”)


(…)


the parties referred to above under I up to and including XI are hereinafter also collectively referred to as the “Sellers” and each as a “Seller” and together with the Purchaser as the “Parties” and each individually as a “Party”.





RECITALS:





A. The Sellers together witch Crédit Agricole Consumer Finance Nederland B.V. on the one hand and the Purchaser and Hoist Kredit AB on the other hand have entered into the portfolio purchase agreement dated 9 October 2013 (the “Agreement”).





B. In accordance with Clause 6.2.d. (iii) of the Agreement, the Sellers now wish to transfer to the Purchaser the Credit Claims (as defined in the Agreement), which transfer the Purchaser is willing to accept and therefore the Parties enter into this Credit Claims Transfer Instrument. (…)’





3.3
Aan [naam] is bij exploot medegedeeld dat vorderingen van IDM uit hoofde van door haar gesloten kredietovereenkomsten, waaronder de kredietovereenkomst met [naam], zijn overgedragen aan Hoist Portfolio.



3.4

Hoist Portfolio Holding Ltd (“Seller”; hierna te noemen: Hoist Portfolio) en Hoist (“Buyer”) zijn bij een ‘Deed of Assignment’ (akte van cessie) onder meer het volgende overeengekomen:

‘(…)


RECITALS:


A. The Seller on the one hand and the Buyer on the other hand have entered into the portfolio purchase agreement dated 1 May 2018 (the “Agreement”), regarding the sale and purchase of the Portfolios (as defined in the Agreement).





B. In accordance with clause 1 of the Agreement, the Seller now wishes to assign to the Buyer the claims of the Portfolios that are specified in the excel “List assigned and sold” as referred to in this Deed of Assignment and the Buyer is willing to accept assignment of such claims and therefore the Parties enter into this Deed of Assignment.


(…)’





3.5
Aan [naam] is bij exploot van 13 juni 2018 medegedeeld dat Hoist eigenaar is geworden van de vorderingen van Hoist Portfolio.



3.6
Op verzoek van Hoist is op 10 februari 2025 ten laste van [naam] executoriaal beslag onder BJK gelegd. Hoist heeft BJK meerdere keren verzocht om verklaring te doen van de vorderingen en zaken die door dit executoriale beslag zijn getroffen. BJK heeft een dergelijke verklaring niet afgegeven.






4Het geschil



De vordering



4.1
Hoist vordert – samengevat – veroordeling van BJK tot betaling van € 51.824,95, vermeerderd met de wettelijke rente over € 40.333,19 vanaf de dag van dagvaarding en met veroordeling van BJK in de proceskosten. Subsidiair vordert Hoist veroordeling van BJK tot betaling van een bedrag van € 10.556,00, vermeerderd met wettelijke rente en betaling van een maandelijks bedrag van € 1.174,00.



4.2
Hoist legt aan het gevorderde ten grondslag dat BJK – ondanks meerdere ingebrekestellingen – heeft verzuimd ex artikel 476a Rv verklaring te doen van de vorderingen en zaken die door het beslag zijn getroffen. Daardoor is Hoist nu op grond van artikel 477a Rv gerechtigd te vorderen dat BJK veroordeeld wordt tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd als ware BJK daarvan zelf schuldenaar.



Het verweer




4.3
BJK voert verweer. Volgens BJK is niet de kantonrechter, maar de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van het geschil. BJK vraagt de kantonrechter daarom om de zaak door te verwijzen naar de rechtbank. Verder voert BJK aan dat de vordering waarvoor Hoist beslag heeft gelegd, niet aan Hoist is gecedeerd.






5De beoordeling



De kantonrechter is bevoegd



5.1
Het meest verstrekkende verweer van BJK heeft betrekking op de vraag of de kantonrechter bevoegd is van dit geschil kennis te nemen. De kantonrechter oordeelt daarover als volgt. Nu beslag is gelegd op het loon van [naam], moet deze zaak naar haar aard – en gelet op artikel 477a lid 5 Rv – door de kantonrechter worden behandeld. De kantonrechter is dus bevoegd om van dit geschil kennis te nemen.






Cessie van de vordering van IDM Finance




5.2
De kantonrechter moet beoordelen of de vordering, die IDM op [naam] heeft verkregen uit hoofde van het vonnis van 10 december 2013, (via Hoist Portfolio Holding ltd.) aan Hoist is gecedeerd.



5.3
Volgens BJK is de vordering waar Hoist beslag op probeert te leggen, niet aan Hoist gecedeerd. Er zijn weliswaar akten overgelegd, maar uit deze akten blijkt onvoldoende concreet dat de vordering is gecedeerd, omdat de bijbehorende cessielijsten niet zijn overgelegd.



5.4
Hoist brengt daar tegenin dat de cessies aan [naam] zijn betekend en [naam] nooit bezwaar heeft gemaakt of om specificaties heeft gevraagd.



5.5
De kantonrechter overweegt als volgt. Voor een rechtsgeldige cessie is (onder andere) een geldige titel nodig (artikel 3:84 BW). Bij de titel moet met voldoende bepaaldheid zijn omschreven om welke vorderingen het gaat (artikel 3:84 lid 2 BW). Aan dit bepaaldheidsvereiste is voldaan als de akte zodanige gegevens bevat dat aan de hand daarvan kan worden vastgesteld op welke vorderingen de verkoop ziet.



5.6
De kantonrechter is van oordeel dat niet is voldaan aan het bepaaldheidsvereiste. In (het deel van) de overgelegde onderhandse akte uit 2013 is namelijk niet expliciet bepaald welke vorderingen Hoist Portfolio van IDM heeft gekocht; er kan niet worden vastgesteld dat de vordering van IDM valt onder de ‘credit claim’ als genoemd in de execution kopie. Daarnaast maakt het feit dat [naam] een exploot heeft ontvangen waarin is medegedeeld dat de vordering van IDM op [naam] is gecedeerd aan Hoist Portfolio ook niet dat sprake is van een rechtsgeldige cessie.



5.7

Hetzelfde geldt voor de (vermeende) cessie van Hoist Portfolio op Hoist; uit (het overgelegde deel van) de tussen partijen gesloten ‘Deed of Assignment’ kan ook niet worden afgeleid welke specifieke vorderingen van Hoist Portfolio zijn overgegaan op Hoist.
De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat op dit moment niet vast staat dat Hoist eigenaar is geworden van de vordering die IDM op [naam] heeft/had.




5.8
Hoist heeft tijdens de mondelinge behandeling bewijs aangeboden van haar stelling dat de vordering van IDM (via Hoist Portfolio) op Hoist is overgegaan via een rechtsgeldige cessie. De kantonrechter laat Hoist toe te bewijzen dat de vordering van IDM op [naam] rechtsgeldig is gecedeerd aan Hoist.



5.9
De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 4 augustus 2026 voor het leveren van bewijs aan de zijde van Hoist.



5.10
De kantonrechter zal iedere verdere beslissing aanhouden.











6De beslissing


De kantonrechter:



6.1
draagt Hoist op te bewijzen dat de vordering die IMD uit hoofde van het vonnis van de rechtbank Overijssel van 10 december 2013 op [naam] had(/heeft), is gecedeerd aan Hoist;



6.2
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 augustus 2026 voor uitlating aan de zijde van Hoist;



6.3
houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit vonnis is gewezen door mr.drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.