Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4700

2026-07-21 Civiel recht 12167436 \ CV EXPL 26-831
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-21
Publicatiedatum
2026-08-01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12167436 \ CV EXPL 26-831
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Niet betaalde tandarts factuur Verweer bijkomende kosten Ontvangstheorie

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.176 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Enschede



Zaaknummer: 12167436 \ CV EXPL 26-831




Vonnis van 21 juli 2026




in de zaak van




INFOMEDICS B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,



tegen





[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],




1
1. Samenvatting van de zaak



[gedaagde] heeft tandheelkundige behandelingen ondergaan bij [de tandarts] in [vestigingsplaats]. Infomedics factureert namens [de tandarts] de verrichte behandelingen aan [gedaagde]. Infomedics vordert betaling van de verrichte behandelingen vermeerderd met rente en (proces)kosten. [gedaagde] betwist dat hij de door Infomedics verstuurde 14-dagenbrief heeft ontvangen en daarom niet de bijkomende incassokosten hoeft te betalen. De kantonrechter wijst de vordering van Infomedics gedeeltelijk toe. [gedaagde] moet de verrichte behandelingen betalen vermeerderd met de wettelijke rente. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten wijst de kantonrechter af.




2De procedure


2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 maart 2026, met producties;- de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek, met bijlage;- het proces-verbaal van de mondelinge conclusie van dupliek.




2.2
Ten slotte is vonnis bepaald.






3De feiten

3.1


[gedaagde] heeft op 17 maart 2025 tandheelkundige behandelingen ondergaan bij [de tandarts]
te [vestigingsplaats] (hierna; de tandarts). De totale kosten van deze behandelingen bedroegen € 65,71.




3.2
De tandarts heeft deze vordering op [gedaagde] overgedragen aan Infomedics.



3.3

Infomedics heeft de factuur per e-mail op 19 maart 2025 verzonden naar

[e-mailadres].




3.4
Op de factuur zijn de betalingsvoorwaarden van Infomedics van toepassing.



3.5

Als Productie 3 bij de dagvaarding is een aanmaning per e-mail van 18 april
2025 overgelegd van Infomedics waarin [gedaagde] wordt verzocht het openstaande bedrag te
voldoen binnen 15 dagen nadat de herinnering bij hem was bezorgd. Hierbij zijn
buitengerechtelijke incassokosten aangezegd van € 40,00.




3.6

Op 13 juni 2025 heeft incassobureau CMIB per post een sommatie verzonden naar

[gedaagde]. Op 11 juli 2025 heeft incassobureau CMIB per post een laatste sommatie
verzonden aan [gedaagde].






4Het geschil

4.1

Infomedics vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis
veroordeeld zal worden tot betaling van € 108,91. vermeerderd met rente vanaf 27 februari
2026. Dit bedrag bestaat uit: € 65,71 hoofdsom, € 3,20 wettelijke rente en € 40,00
buitengerechtelijke incassokosten.
Infomedics vordert tevens dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.




4.2


[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] erkent dat hij € 65,71 moet betalen. Aan de
tandarts heeft hij (meerdere keren) telefonisch en in de tandartspraktijk een gewijzigd e-
mailadres doorgegeven en verzocht de rekeningen per post naar zijn huisadres te sturen.

[gedaagde] betwist dat hij de door Infomedics verstuurde 14-dagenbrief heeft ontvangen en
daarom niet de bijkomende incassokosten hoeft te betalen. Op het moment dat [gedaagde] per
post een sommatie van het incassobureau CIMB ontving met bijkomende incassokosten
heeft hij gebeld met Infomedics met als doel inzicht te krijgen in de openstaande facturen en
alle openstaande facturen te voldoen. [gedaagde] heeft naar aanleiding van het
telefoongesprek met Infomedics meerdere facturen betaald. Deze betalingen zijn door

[gedaagde] gedaan op 13 augustus 2025 en bedroegen respectievelijk € 207,39 en € 50,07.

[gedaagde] vindt dat hij de bijkomende (proces)kosten en wettelijke rente niet hoeft te betalen.






5De beoordeling


5.1

Voordat wordt ingegaan op de inhoudelijke bezwaren van [gedaagde] tegen de
vordering, moet beoordeeld worden of de dagvaarding rechtsgeldig is betekend, nu

[gedaagde] aanvoert dat hij de dagvaarding nooit in persoon heeft ontvangen. Op basis van
artikel 47 Rechtsvordering moet een deurwaarder, indien betekening in persoon niet
mogelijk is, een exploot laten aan de woonplaats van degene voor wie het exploot is
bedoeld. De deurwaarder heeft echter exploot gelaten aan het adres [adres]
en gedaagde heeft niet betwist dat dit zijn huisadres is in de zin van artikel 1:10
BW, zodat de dagvaarding op de juiste wijze is betekend.

Ambtshalve toetsing




5.2

Infomedics baseert haar vordering op nakoming van de tussen de tandarts en

[gedaagde] gesloten behandelingsovereenkomst. Deze overeenkomst is niet schriftelijk
gesloten, zo wordt onweersproken gesteld door Infomedics.
De tandarts is als handelaar aan te merken. [gedaagde] is consument, althans wordt vermoed consument te zijn. Nu de onderhavige overeenkomst een geneeskundige behandelingsovereenkomst betreft, hoeft niet te worden getoetst of is voldaan aan de informatieverplichtingen van artikel 6:230l Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en verder (zie artikel 6:230h lid 2 onder d BW).



5.3

De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de
daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten
aanzien van de gevorderde hoofdsom, gevorderde vergoeding voor gemaakte
buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde rente, die zodanig afwijken van de
wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de
kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.




5.4


[gedaagde] betwist niet dat hij de tandheelkundige behandelingen heeft ondergaan en
dat hij het bedrag van € 65,71 met betrekking tot die behandelingen nog moet betalen. Dit
bedrag zal de kantonrechter dan ook toewijzen.



Aan de orde is de vraag of [gedaagde] gehouden is de gevorderde kosten bestaande uit de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten te betalen aan Infomedics.




5.5.

Infomedics verwijst ter onderbouwing van haar vordering onder andere naar de door
haar verstuurde sommatiebrieven. De factuur alsmede alle sommaties zijn volgens
Infomedics per post naar het adres gestuurd waarop [gedaagde] volgens de basisregistratie
personen woonachtig is.
Nu [gedaagde] betwist dat hij deze heeft ontvangen, zal de kantonrechter eerst dit bespreken. Hierover overweegt de kantonrechter als volgt.




Ontvangstheorie
Met toepassing van de zogenoemde ontvangsttheorie, zoals opgenomen in artikel 3:37 lid 3 BW, heeft een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring alleen werking wanneer vast staat dat die verklaring de betrokken persoon ook daadwerkelijk heeft bereikt. Met betrekking tot een schriftelijke verklaring geldt als uitgangspunt dat deze de geadresseerde heeft bereikt als zij door hem is ontvangen. Het antwoord op de vraag wanneer kan worden gezegd dat een verklaring door de geadresseerde is ontvangen, wordt noch in de wettekst noch in de daarbij behorende toelichting gegeven. Nu de ontvangst van de verklaring wordt betwist, brengt een redelijke, op de behoeften van de praktijk afgestemde uitleg mee dat de afzender in beginsel feiten of omstandigheden dient te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit volgt dat de verklaring door hem is verzonden naar een adres waarvan hij redelijkerwijs mocht aannemen dat de geadresseerde aldaar door hem kon worden bereikt, en dat de verklaring aldaar is aangekomen. Als adres zoals hiervoor bedoeld kan in beginsel – behoudens andersluidend beding – worden aangemerkt de woonplaats van de geadresseerde in de zin van artikel 1:10 BW, dan wel, indien de mededeling een zakelijke kwestie betreft, het zakelijke adres van de geadresseerde, en voorts het adres waarvan de afzender op grond van verklaringen of gedragingen van de geadresseerde mocht aannemen dat deze aldaar door hem kon worden bereikt, bijvoorbeeld diens postbus, e-mailadres of ander adres dat bij recente contacten tussen partijen door de geadresseerde is gebruikt (ECLI:NL:HR:2013:BZ4104).




5.6

Uit de door Infomedics bij dagvaarding overlegde aanmaning, bekend als de 14-
dagenbrief, volgt dat de factuur van 19 maart 2025 en de 14-dagenbrief van 18 april 2025
per e-mail aan [gedaagde] zijn verzonden. Niet is weersproken door Infomedics dat [gedaagde]
aan de tandarts (meerdere keren) een gewijzigd e-mailadres heeft doorgegeven en heeft
verzocht de rekeningen per post naar zijn huisadres te sturen. Infomedics heeft niet
aangetoond dat er (recent) is gecorrespondeerd met het e-mailadres waarnaar zij de factuur
en de 14-dagenbrief heeft gestuurd, te weten: [e-mailadres]. Indien er (recent)
wel zou zijn gecorrespondeerd met het e-mailadres [e-mailadres] dan zou de
ontvangst van de factuur en 14-dagenbrief komen vast te staan. Dat is nu niet het geval en
daarom is volgens de kantonrechter niet voldoende vast komen te staan dat [gedaagde] de
factuur en 14-dagenbrief van 18 april 2025 per-email heeft ontvangen.
Ook betwist [gedaagde] dat hij de factuur van 19 maart 2025 en de 14-dagenbrief van 18 april 2025 per post heeft ontvangen. Niet gesteld en niet gebleken is dat de factuur en/of 14-dagenbrief door Infomedics aangetekend (met handtekening retour) is verstuurd of dat op andere wijze kan worden vastgesteld dat [gedaagde] de 14-dagenbrief werkelijk per post heeft kunnen ontvangen. Daarom is volgens de kantonrechter niet voldoende vast komen te staan dat [gedaagde] de factuur en 14-dagenbrief per post heeft ontvangen.




5.7

Infomedics stelt dat [gedaagde] heeft erkend dat hij de 14-dagenbrief die Infomedics
per e-mail op 18 april 2025 heeft verzonden aan [gedaagde] (Productie 3 bij dagvaarding)
heeft ontvangen. [gedaagde] erkent alleen dat hij naar aanleiding van een ontvangen brief per
post van incassobureau CMIB telefonisch contact heeft opgenomen met Infomedics.

[gedaagde] erkent daarmee naar oordeel van de kantonrechter niet dat hij de 14-dagenbrief
van Infomedics per e-mail van 18 april 2025 heeft ontvangen.


Buitengerechtelijke incassokosten




5.8

Het had op de weg van Infomedics gelegen om nader (met stukken) te onderbouwen
dat [gedaagde] in ieder geval de 14-dagenbrief heeft ontvangen. Vast staat dat Infomedics de
14-dagenbrief niet aangetekend heeft verzonden. Daarmee kan niet worden vastgesteld dat
deze brief daadwerkelijke door [gedaagde] is ontvangen en er dus aan het vereiste van artikel
3:37 lid 3 BW is voldaan. De gevolgen van haar (kennelijke) keuze om brieven per e-mail,
en niet per aangetekende post, te versturen dienen voor rekening en risico van Infomedics te
komen. Datzelfde geldt voor de keuze om [gedaagde] per e-mail te herinneren aan zijn
betalingsverplichting. De buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.








Wettelijke rente




5.9

De kantonrechter oordeelt dat de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW toewijsbaar is
over de toegewezen hoofdsom van € 65,71. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf de
datum van verzuim en zal daarom worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding,
te weten 5 maart 2026.




De proceskosten




5.10

Kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten te compenseren. Niet is weersproken
door Infomedics dat [gedaagde] heeft gebeld met de Infomedics en meerdere betalingen heeft
gedaan met als doel alle opstaande facturen te voldoen. De kantonrechter gaat mee in het
verweer van [gedaagde] dat hij er op mocht vertrouwen dat hij na daartoe van Infomedics
telefonisch verkregen informatie over alle openstaande facturen, en de daarna door hem
gedane betalingen, alle openstaande facturen aan Infomedics had voldaan. Dat [gedaagde]
meerdere facturen heeft voldaan onderbouwt hij ook door te verwijzen naar de overgelegde
bankafschriften waar dat uit volgt. Waarom deze factuur daar niet in is meegenomen is niet
duidelijk. Het doel van [gedaagde] om informatie op te vragen en alles meteen te betalen was
een procedure met kosten te voorkomen. Hoe de informatieverstrekking aan de zijde van
Infomedics is gegaan, stelt Infomedics niet. Niet uitgesloten kan daarom worden dat
Infomedics zelf is vergeten deze factuur te noemen tijdens het informatiegesprek. Indien
Infomedics deze factuur wel zou hebben genoemd, zou [gedaagde] ook deze hebben voldaan
en zou een procedure niet nodig zijn geweest. De kantonrechter ziet hierin aanleiding de
kosten van de procedure te compenseren.






6De beslissing


De kantonrechter



6.1

veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 65,71, te
vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2026, tot aan de dag van algehele
voldoening,




6.2
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



6.3
bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt,



6.4
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Beusekom en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.