Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:4640

2026-07-29 Bestuursrecht; Belastingrecht ak_25_1804
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-07-29
Publicatiedatum
2026-07-29
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ak_25_1804
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Volgens rechtspraak van de Hoge Raad behoren de gevolgen van onbetrouwbare informatie, verstrekt in door gemeenten toegestane parkeerapps voor rekening van de gemeente te komen. De heffingsambtenaar heeft niet aan de informatieplicht voldaan wanneer vaststaat dat bij aanmelding in en het activeren van de bewuste parkeer app (hier Q-Park) bij de parkeerder die middels bel parkeren en een parkeerapp wil betalen onjuiste en/of onvolledige gegevens in beeld komen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemachtigde niet voldoende gemotiveerd betwist dat belanghebbende bij gebruikmaking van de Q-Park app en invoering van de juiste parkeerzone de voor de toepasselijke parkeerzone geldende regels heeft gezien en/of heeft kunnen zien waarbij ook de maximale betaaltermijn van 60 minuten was aangegeven. Evenmin is gemotiveerd betwist dat de parkeerder in de Q-Park app notificaties kan instellen zodat hij een bericht ontvangt als de parkeertijd (bijna) verstrijkt. Beroep ongegrond.

Citeert (7)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.497 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL


Zittingsplaats Zwolle


Bestuursrecht


zaaknummer: ZWO 25/1804 PARKBL



uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen




[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
(gemachtigde: [gemachtigde] namens mr. N.G.A. Voorbach)


en




de heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle




Inleiding


In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen van 2 mei 2025.



De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.



Belanghebbende heeft beroep ingesteld.



De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.



De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 ter zitting behandeld.
Belanghebbende heeft zich laten vertegenwoordigen door [gemachtigde]. De heffingsambtenaar heeft zich vooraf afgemeld.




Feiten


1. Op 2 mei 2025 om 14:50 uur bleek tijdens een parkeercontrole aan de Potgietersingel te Zwolle dat daar een blauwe auto, merk KIA (kenteken [kenteken]) stond op een ‘betaald parkeren’ plek zonder een geldig parkeerrecht. Ter plaatse geldt een maximale betaalduur voor het parkeren van 60 minuten. De parkeercontroleur stelde vast dat was betaald van 13:11 uur tot 14:11 uur en dat vanaf 14:11 uur geen sprake meer was van een geldig parkeerrecht. De controleur heeft daarop de naheffingsaanslag opgelegd ter hoogte van € 82,10, bestaande uit € 78,80 aan kosten naheffing en € 3,30 aan tariefkosten.





Standpunten partijen

2. De gemachtigde voert aan dat belanghebbende bij aanvang van het parkeren zijn voertuig heeft aangemeld in de parkeer-app Q-Park en dat hij die aanmelding pas bij terugkeer heeft beëindigd. Belanghebbende kon niet op de hoogte zijn van de ‘maximale betaalduur’ van 60 minuten aangezien hij bij het gebruik van de parkeerapp niet daarop werd gewezen; pas achteraf is hem duidelijk geworden dat hij voor slechts 60 minuten parkeergeld heeft betaald. Ter onderbouwing van het beroep is een kwitantie van de parkeertransactie overgelegd waaruit blijkt dat voor parkeren aan de Potgietersingel 19 vanaf 13:11 uur € 3,30 is betaald. Op de kwitantie staat als eindtijd 15.35 uur.

3. De gemachtigde stelt onder verwijzing naar rechtspraak van de Hoge Raad en de rechtbank Noord-Holland dat de gemeente niet aan de informatieplicht heeft voldaan:

 de maximale parkeerduur in de betreffende parkeerzone staat niet vermeld in de Verordening Parkeerbelastingen Zwolle 2025 (de Verordening) en/of het Aanwijzingsbesluit parkeerbelastingen van de gemeente Zwolle 2025 (het Aanwijzingsbesluit);
 de parkeerapp Q-Park verstrekt onvolledige informatie waarvoor de heffingsambtenaar verantwoordelijkheid draagt nu hij in het kader van zijn parkeerbeleid diensten afneemt van het betreffende bedrijf;
 in de omgeving van de Potgietersingel ontbreekt bebording of een parkeerzuil met informatie over de maximale parkeerduur van 1 uur.


4. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat aan het kenbaarheidsvereiste en de informatieplicht is voldaan. In Zwolle geldt op bepaalde plaatsen en tijden een maximale betaalduur. Na het verstrijken van de maximale duur (meestal één of twee uur) kan de parkeerder zijn voertuig opnieuw aanmelden en zo opnieuw een parkeerrecht verwerven. Bij gebruikmaking van belparkeren middels een parkeerapp volgen de regels na invoering van de parkeerzone vanzelf. De parkeerder kan in de parkeerapp instellen dat hij een waarschuwingsbericht of notificatie wil ontvangen als de parkeertijd (bijna) verstrijkt. Nu belanghebbende heeft verzuimd om zijn voertuig na 60 minuten opnieuw aan te melden, is de naheffingsaanslag parkeerbelastingen terecht opgelegd.



Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank beantwoordt de vraag of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelastingen terecht heeft opgelegd bevestigend. De rechtbank sluit zich daarbij aan bij hetgeen de heffingsambtenaar stelt in zijn uitspraak op bezwaar van 17 juni 2025 respectievelijk zijn verweerschrift van 13 augustus 2025.

6. Voorts verwijst de rechtbank nog naar haar uitspraken gepubliceerd in ECLI:NL:RBOVE:2025:7023 respectievelijk 2026:3983, in welke zaken mr. N.G.A. Voorbach eveneens als gemachtigde is opgetreden. In deze uitspraken heeft de rechtbank geoordeeld dat en waarom door belanghebbendes gemachtigde nagenoeg identiek opgeworpen bezwaar- en beroepsgronden geen doel treffen. Uiterst kort - en uitdrukkelijk niet volledig samengevat - inhoudende dat de parkeerder bij ommekomst van de betaaltermijn (veelal 1 of 2 uur) direct aansluitend opnieuw parkeergeld moet voldoen voor een nieuwe parkeerbetaaltermijn.
In aanvulling hierop overweegt de rechtbank nog het volgende.

7. Het is de taak van de heffingsambtenaar om duidelijk kenbaar te maken waar, wanneer en op welke wijze parkeerbelasting moet worden voldaan. Daarbij moet voldoende duidelijk zijn dat, waar en wanneer voor het parkeren moet worden betaald en welke tarieven gelden, evenals de wijze waarop kan worden betaald (de ‘informatieplicht’). Daarnaast mag van een parkeerder worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de geldende regels met betrekking tot de verschuldigdheid van parkeerbelasting in het gebied waar hij wenst te parkeren en de wijze waarop hij daaraan moet voldoen (onderzoeksplicht).

8. Uit het Aanwijzingsbesluit, bijlage I en onder 1 b, blijkt dat betaling van de parkeerbelasting is gemaximeerd tot telkens 60 minuten of 120 minuten in de gevallen genoemd in de bij de Verordening behorende Tarieventabel. In de Tarieventabel staat bij de regels voor zone 1 (Binnenstad) onder 1.1.1, dat de betaling van de verschuldigde parkeerbelasting van 9.00 uur tot 18.00 uur is gemaximeerd tot telkens 60 minuten. De gemaximeerde betaalduur heeft hiermee een wettelijke grondslag.

9. Ter zitting heeft het debat zich toegespitst op de vraag of belanghebbende wist respectievelijk moest en kon weten dat hij ten tijde van belang steeds hooguit voor 60 minuten parkeerduur kon betalen. Daarbij stelt de gemachtigde dat die informatie voor belanghebbende niet zichtbaar was op de borden noch in de parkeerapp, terwijl de gemeente verantwoordelijkheid draagt voor een voldoende informatievoorziening in een parkeer-app van een bedrijf waarvan diensten worden afgenomen.

10. Uit het eerdergenoemd arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2020 volgt dat wanneer een gemeentelijke parkeerverordening geen onderscheid maakt tussen de betalingswijzen om de parkeerbelasting te kunnen voldoen, voor elk van die wijzen voldoende duidelijk moet zijn welk tarief voor het parkeren in de betreffende straat geldt.
Wanneer bij betaling middels een parkeerapp onjuiste gegevens worden verstrekt, is aan de informatieplicht niet voldaan. En wanneer een parkeerverordening aan de parkeerder de keuze laat tussen betaling door middel van een parkeerapp of een parkeerautomaat en tussen deze wijzen van betaling geen onderscheid maakt, kan/mag aan een belanghebbende niet worden tegengeworpen dat hij is afgegaan op de tariefinformatie in de parkeerapp zonder de tariefinformatie op de plaatselijke parkeerautomaat en/of op in de omgeving geplaatste borden te raadplegen.

11. Volgens de Hoge Raad behoren de gevolgen van onbetrouwbare informatie, verstrekt in door gemeenten toegestane parkeerapps - waarmee een overeenkomst is gesloten - dus voor rekening van de gemeente te komen. De heffingsambtenaar heeft dus niet aan de informatieplicht voldaan wanneer vaststaat dat bij aanmelding in en het activeren van de bewuste – door de gemeente toegestane – parkeer app (hier Q-Park) bij de parkeerder die middels bel parkeren en een parkeerapp wil betalen onjuiste en/of onvolledige gegevens in beeld komen.

12. De rechtbank volgt in dit geval niet het betoog van de gemachtigde dat belanghebbende niet wist en ook niet kon en hoefde te weten dat hij ten tijde van belang steeds voor hooguit 60 minuten parkeerduur kon betalen.

13. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemachtigde niet voldoende gemotiveerd betwist dat belanghebbende bij gebruikmaking van de Q-Park app en invoering van de juiste parkeerzone (20214) de voor de toepasselijke parkeerzone geldende regels heeft gezien en/of heeft kunnen zien waarbij ook de maximale betaaltermijn van 60 minuten was aangegeven.
Evenmin is gemotiveerd betwist dat de parkeerder in de Q-Park app notificaties kan instellen zodat hij een bericht ontvangt als de parkeertijd (bijna) verstrijkt.

14. De overgelegde kwitantie is onvoldoende ter onderbouwing van de stelling dat bij het activeren van de Q-Park app en invoering van de juiste zone onjuiste en/of onvolledige informatie wordt verstrekt; hieruit blijkt immers niet meer dan dat het voertuig van belanghebbende van 13:11 tot 15:35 uur aan de Potgietersingel stond geparkeerd, terwijl slechts eenmaal het uurtarief (€ 3,30) is betaald.

15. De gemachtigde heeft zijn stellingen met betrekking tot de onvolledige informatie in de app ook niet anderszins onderbouwd. Daarmee zijn onvoldoende gegevens aangedragen om te oordelen dat bij belanghebbende bij de aanmelding voor het parkeerrecht onjuiste en/of onvolledige informatie in beeld is gekomen, waardoor hij erop mocht vertrouwen dat het parkeerrecht ononderbroken zou doorlopen.

16. Het beroep op genoemd arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2020 en de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 10 april 2025 baat belanghebbende niet omdat in die zaken, anders dan in de onderhavige, was gebleken en/of aannemelijk was geworden dat de bewuste parkeerapps onbetrouwbare en onjuiste (tarief-) informatie hadden verstrekt.

17. Gelet op het voorgaande is de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd.



Conclusie en gevolgen


18. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug en evenmin vergoeding van proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Westerlaak, griffier. Uitgesproken in het openbaar op









griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:



Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.



Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1014.


Uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 10 april 2025, ECLI:NL:RBNHO:2026:7520.


Zie het arrest van de Hoge Raad, 22 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3126.


Zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:10028.


Arrest Hoge Raad, 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1014.


HR 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1014, r.o. 2.4.2. en 2.4.3 (Belastingblad 2020/303, met noot J.A. Monsma).