Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:4343
2026-07-08
Civiel recht
C/08/347130 / HA ZA 26-141
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
verwijzingsbeslissing ambtshalve ex art. 71 lid 2 Rv niet de rechtbank maar de kantonrechter bevoegd niet locatie zwolle, maar locatie Almelo bevoegd
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.495 tekens)
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/347130 / HA ZA 26-141
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap NOBEL BMG B.V., handelend onder de naam Bouwcenter Nobel B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Lochem,
eisende partij,
hierna te noemen: Nobel,
advocaat: mr. R.H.P. van de Venne,
tegen
1
[gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats 1],2. [gedaagde 2] ,
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
advocaat: mr. Y. Cenik.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 juni 2026
- de akte uitlating van de zijde Nobel
- de akte uitlating van de zijde van [gedaagden]
2De verdere beoordeling
2.1
Bij tussenvonnis heeft de rechtbank het voornemen uitgesproken zich onbevoegd te verklaren en de zaak te zullen verwijzen naar de kantonrechter op de voet van artikel 93 onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). De rechtbank heeft overwogen dat de vordering naar haar voorlopig oordeel betrekking heeft op een consumentenkoop.
2.2
De rechtbank heeft tevens - gelet op de woonplaats van de gedaagde partijen [gedaagden] - het voornemen uitgesproken de zaak te zullen verwijzen naar de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Almelo.
2.3
Partijen hebben zich bij akte schriftelijk uitgelaten over het voornemen van de rechtbank om de zaak te verwijzen. Namens eiseres is inhoudelijk toegelicht dat de procedure inderdaad zou moeten worden verwezen naar de kantonrechter in Almelo. Gedaagden hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.4
De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de zaak moet worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank. Omdat eiseres haar vordering niet heeft ingediend bij de kantonrechter, zal de rechtbank de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve naar de kantonrechter verwijzen
3De beslissing
De rechtbank
3.1
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Almelo, op dinsdag 14 juli 2026 om 10:00 uur,
3.2
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,
3.3
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.4
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/347130 / HA ZA 26-141
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap NOBEL BMG B.V., handelend onder de naam Bouwcenter Nobel B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Lochem,
eisende partij,
hierna te noemen: Nobel,
advocaat: mr. R.H.P. van de Venne,
tegen
1
[gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats 1],2. [gedaagde 2] ,
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
advocaat: mr. Y. Cenik.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 juni 2026
- de akte uitlating van de zijde Nobel
- de akte uitlating van de zijde van [gedaagden]
2De verdere beoordeling
2.1
Bij tussenvonnis heeft de rechtbank het voornemen uitgesproken zich onbevoegd te verklaren en de zaak te zullen verwijzen naar de kantonrechter op de voet van artikel 93 onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). De rechtbank heeft overwogen dat de vordering naar haar voorlopig oordeel betrekking heeft op een consumentenkoop.
2.2
De rechtbank heeft tevens - gelet op de woonplaats van de gedaagde partijen [gedaagden] - het voornemen uitgesproken de zaak te zullen verwijzen naar de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Almelo.
2.3
Partijen hebben zich bij akte schriftelijk uitgelaten over het voornemen van de rechtbank om de zaak te verwijzen. Namens eiseres is inhoudelijk toegelicht dat de procedure inderdaad zou moeten worden verwezen naar de kantonrechter in Almelo. Gedaagden hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.4
De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de zaak moet worden verwezen naar de kantonrechter van deze rechtbank. Omdat eiseres haar vordering niet heeft ingediend bij de kantonrechter, zal de rechtbank de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve naar de kantonrechter verwijzen
3De beslissing
De rechtbank
3.1
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Almelo, op dinsdag 14 juli 2026 om 10:00 uur,
3.2
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren,
3.3
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.4
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.