Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:3992

2026-06-29 Civiel recht 12184884 \ CV EXPL 26-1040
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-06-29
Publicatiedatum
2026-07-10
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12184884 \ CV EXPL 26-1040
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Ontruiming woning in kort geding toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.070 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede


Zaaknummer : 12184884 \ CV EXPL 26-1040




Vonnis in kort geding van 29 juni 2026




in de zaak van






[eiser]
,wonende te [woonplaats],


eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: mr. I.E. Hofhuis,



tegen





[gedaagde]
,formeel geen bekend in de Basisadministratie ingeschreven adres in Nederland of daarbuiten, feitelijk (vermoedelijk) verblijvende op een vakantiepark in [plaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
niet verschenen noch vertegenwoordigd.





1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:


1.1
de namens [eiser] betekende dagvaarding (uitgebracht in het openbaar en aan het gehuurde), waarbij [eiser] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en [gedaagde] heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.



1.2

[eiser] heeft ter voorbereiding van de mondelinge behandeling nog aanvullende producties in het geding gebracht.



1.3

De vordering is behandeld ter zitting van 25 juni 2026.

[eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Tegen de niet verschenen [gedaagde] is verstek verleend.




1.4

[eiser] heeft zijn standpunt laten toelichten door zijn gemachtigde, die daarbij gebruik heeft gemaakt van pleitaantekeningen.



1.5
Ten slotte is vonnis bepaald.








2De feiten

2.1

[eiser] en [gedaagde] hebben een huurovereenkomst gesloten voor de duur van één jaar, van 1 september 2024 tot 1 september 2025, voor de bungalow met nr. [nummer] van [eiser] op het vakantiepark [locatie] te [plaats]. De overeengekomen huur is € 950,00 per maand.





3Het geschil en de beoordeling

3.1
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen.



3.2

[eiser] vordert - samengevat - dat [gedaagde] de woning ontruimt op straffe van een dwangsom en dat hij veroordeeld wordt tot betaling van schadevergoeding als bedoeld in art. 7:225 BW, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Volgens [eiser] is de huurovereenkomst al geëindigd en betaalt [gedaagde] vanaf september 2025 niets meer. Er zijn ook andere tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst: naast de huurachterstand is [gedaagde] agressief richting [eiser] en omwonenden en gebruikt hij de bungalow en de bijbehorende grond zonder toestemming voor het stallen en repareren van diverse auto’s.



3.3.
De vordering komt de kantonrechter vooralsnog niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoort daarom te worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd op € 10.000,00, en de geldvordering bij wijze van voorschot wordt toegewezen tot een bedrag van € 7.600,-.



3.4.


[gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Die kosten bedragen in totaal € 1.937,35.

[gedaagde] is bij exploot aan het gehuurde en in het openbaar gedagvaard (tweemaal € 170,11) en [gedaagde] is opnieuw opgeroepen omdat de zaak in Almelo behandeld moest worden (kosten tweemaal oproeping € 323,13). Voor dagvaardings- en oproepingsexploten zal daarom worden toegekend € 663,35.






4De beslissing in kort geding
I Veroordeelt [gedaagde] om de bungalow (met nummer [nummer] op het vakantiepark [locatie] te [plaats]) binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met al het zijne en de zijnen, alle personen en zaken en onder overgave van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag, tot een maximum van € 10.000,00.


II Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 7.600,- ten titel van schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:225 BW.



III Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.937,35, zijnde € 663,35 explootkosten, € 265,00 griffierecht, € 865,00 wegens het salaris van de gemachtigde en begrote nakosten van € 144,00 (½ punt liquidatietarief met max € 144,-).



IV Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.



V Wijst af het meer of anders gevorderde.




Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026.