Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2026:1883

2026-04-08 Bestuursrecht; Belastingrecht ak_25_686
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2026-04-08
Publicatiedatum
2026-04-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ak_25_686
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Algemene wet bestuursrecht; beroep te laat ingediend; termijnoverschrijding niet verschoonbaar; geen bezwaar en beroep mogelijk tegen verrekening op grond van artikel 30 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.864 tekens)
RECHTBANK OVERIJSSEL


Zittingsplaats Zwolle


Bestuursrecht


zaaknummer: ZWO 25/686


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[eiser], uit [woonplaats], eiser
gemachtigde: mr. A. Ünalan,


en




Dienst Toeslagen,
gemachtigden: mr. F.S. Imamdi en J. Chattou.




Inleiding


In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van [eiser] tegen het bestreden besluit van de Dienst Toeslagen van 26 augustus 2024.



De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser], zijn gemachtigde en de gemachtigden van Dienst Toeslagen.




Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.



Toetsingskader


2. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een uitspraak op bezwaar aan op de dag na die van dagtekening van de uitspraak, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking.

Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verschoonbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.




Is het beroep te laat ingediend?


3. De uitspraak op bezwaar is gedagtekend op 26 augustus 2024. Niet is gebleken dat de bekendmaking op een latere datum dan 26 augustus 2024 heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dan ook op 7 oktober 2024.

4. [eiser] heeft zijn beroepschrift gedagtekend op 26 december 2024 en per gewone post verstuurd. Gelet op de poststempel op de envelop gaat de rechtbank ervan uit dat het beroepschrift op 6 januari 2025 voor verzending per post is aangeboden. Dat is drie maanden na afloop van de beroepstermijn. [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het beroepschrift op een eerder moment per gewone post is verzonden. De rechtbank heeft het beroepschrift op 7 januari 2025 ontvangen. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.



Is het te laat indienen verschoonbaar?


5. [eiser] heeft ter zitting verklaard dat hij de beslissing op bezwaar binnen de beroepstermijn heeft ontvangen. Hij had geen aanleiding om beroep in te stellen, omdat hij erop vertrouwde dat Dienst Toeslagen zou overgaan tot nabetaling van het bedrag aan huurtoeslag voor 2022, zoals dat in de beslissing op bezwaar is vermeld. Dienst Toeslagen heeft aan de feitelijke uitbetaling van dit bedrag echter geen uitvoering gegeven.

6. De rechtbank is van oordeel dat in het door [eiser] aangevoerde geen reden is gelegen om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. [eiser] heeft ter zitting erkend dat hij de beslissing op bezwaar binnen de beroepstermijn heeft ontvangen. Hij had dus tijdig een beroepschrift bij de rechtbank kunnen indienen, zo nodig alleen pro forma om de beroepstermijn veilig te stellen. De rechtbank zal het beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

7. De rechtbank overweegt verder dat uit het beroepschrift, de aanvulling daarop en het verhandelde ter zitting blijkt dat [eiser] het eigenlijk niet eens is met het feit dat Dienst Toeslagen het aan [eiser] toekomende bedrag aan huurtoeslag voor 2022 heeft verrekend met nog openstaande terugvorderingen.

8. Op grond van het bepaalde in artikel 30 van de Awir is Dienst Toeslagen bevoegd om een door [eiser] verschuldigd bedrag aan terugvordering te verrekenen met een aan hem uit te betalen tegemoetkoming of voorschot daarop, een en ander ongeacht de inkomensafhankelijke regeling en ongeacht het berekeningsjaar. Op grond van artikel 12, eerste lid, van de Awir staat tegen verrekening echter geen bezwaar en beroep open. Gelet hierop kan wat [eiser] over de verrekening heeft aangevoerd in deze procedure niet aan de orde komen.




Conclusie en gevolgen


Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep verder niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Rozeboom, rechter, in aanwezigheid van
H. Blekkenhorst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op














griffier


rechter
















Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb.


Dit volgt uit artikel 36 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir).


Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.


Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.


Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.


Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.


De rechtbank wijst op bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:356.