Rechtbank Overijssel
ECLI:NL:RBOVE:2026:1518
2026-03-19
Bestuursrecht
C/08/345799 / KG RK 26-137
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wraking. De verzoekster wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek omdat het wrakingsverzoek is ingediend nadat de uitspraak was gedaan.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1998:AD2977 Hoge Raad 18-12-1998
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.489 tekens)
beslissing
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: C/08/345799 / KG RK 26-137
Beslissing van 19 maart 2026
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats],
verzoekster tot wraking,
advocaat mr. J.J. Bronsveld.
1De procedure
1.1.
Bij mondelinge beschikking van 4 maart 2026 heeft mr. H.T. Pos, kinderrechter in deze rechtbank, belast met de behandeling van het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, geregistreerd onder zaaknummer C/08/344914 / JE RK 26-234, de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 4 maart 2026 onder toezicht gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Overijssel. Deze beschikking is op 6 maart 2026 op schrift gesteld.
1.2.
Op 5 maart 2026 heeft mr. Bronsveld namens verzoekster het verzoek tot wraking gedaan van mr. H.T. Pos.
1.3.
De wrakingskamer heeft voorts kennisgenomen van de op 10 maart 2026 binnengekomen brief namens verzoekster.
1.4.
De wrakingskamer doet het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting af.
2De beoordeling
2.1.
De wrakingskamer zal verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek en overweegt daartoe als volgt.
2.2.
Wraking is een verzoek om een voor de behandeling van de zaak aangewezen rechter te doen vervangen door een andere rechter vanwege partijdigheid of de daartoe gewekte indruk. Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van de procedure worden gedaan. Een wrakingsverzoek moet echter wel worden ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd (Hoge Raad 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977). De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.
2.3.
Tijdens de zitting op 4 maart 2026 heeft mr. Pos, nadat hij de mondelinge behandeling in de eerder genoemde ondertoezichtstellingsprocedure had gesloten, mondeling uitspraak gedaan. Omdat het wrakingsverzoek op 5 maart 2026 is binnengekomen en dus is ingediend nadat uitspraak is gedaan, zal verzoekster reeds om deze reden niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek op grond van artikel 5 lid 2 aanhef en onder d van het Wrakingsprotocol. Aan een mondelinge en inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de wrakingskamer daarom niet toe. Dat die uitspraak van 4 maart 2026 op 6 maart 2026 met de overwegingen waarop zij is gegrond op schrift is gesteld, leidt niet tot een ander oordeel.
3De beslissing
De wrakingskamer
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mrs. U. van Houten, H. Manuel en C. Verdoold in tegenwoordigheid van de griffier M.T. Hovius-Huisman en in openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: C/08/345799 / KG RK 26-137
Beslissing van 19 maart 2026
in de zaak van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats],
verzoekster tot wraking,
advocaat mr. J.J. Bronsveld.
1De procedure
1.1.
Bij mondelinge beschikking van 4 maart 2026 heeft mr. H.T. Pos, kinderrechter in deze rechtbank, belast met de behandeling van het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, geregistreerd onder zaaknummer C/08/344914 / JE RK 26-234, de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 4 maart 2026 onder toezicht gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Overijssel. Deze beschikking is op 6 maart 2026 op schrift gesteld.
1.2.
Op 5 maart 2026 heeft mr. Bronsveld namens verzoekster het verzoek tot wraking gedaan van mr. H.T. Pos.
1.3.
De wrakingskamer heeft voorts kennisgenomen van de op 10 maart 2026 binnengekomen brief namens verzoekster.
1.4.
De wrakingskamer doet het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting af.
2De beoordeling
2.1.
De wrakingskamer zal verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek en overweegt daartoe als volgt.
2.2.
Wraking is een verzoek om een voor de behandeling van de zaak aangewezen rechter te doen vervangen door een andere rechter vanwege partijdigheid of de daartoe gewekte indruk. Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van de procedure worden gedaan. Een wrakingsverzoek moet echter wel worden ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd (Hoge Raad 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977). De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.
2.3.
Tijdens de zitting op 4 maart 2026 heeft mr. Pos, nadat hij de mondelinge behandeling in de eerder genoemde ondertoezichtstellingsprocedure had gesloten, mondeling uitspraak gedaan. Omdat het wrakingsverzoek op 5 maart 2026 is binnengekomen en dus is ingediend nadat uitspraak is gedaan, zal verzoekster reeds om deze reden niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek op grond van artikel 5 lid 2 aanhef en onder d van het Wrakingsprotocol. Aan een mondelinge en inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de wrakingskamer daarom niet toe. Dat die uitspraak van 4 maart 2026 op 6 maart 2026 met de overwegingen waarop zij is gegrond op schrift is gesteld, leidt niet tot een ander oordeel.
3De beslissing
De wrakingskamer
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mrs. U. van Houten, H. Manuel en C. Verdoold in tegenwoordigheid van de griffier M.T. Hovius-Huisman en in openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.