Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Overijssel

ECLI:NL:RBOVE:2025:7452

2025-12-10 Civiel recht 11958137 \ CV EXPL 25-3578
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Overijssel
Uitspraakdatum
2025-12-10
Publicatiedatum
2025-12-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11958137 \ CV EXPL 25-3578
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR-Updates.nl 2025-1607 | VAAN-AR-Updates.nl 2025-1607

Inhoudsindicatie

Eiser vordert betaling van achterstallig salaris van zijn werkgever. De werkgever is niet verschenen in de procedure, zodat tegen de werkgever verstek wordt verleend. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiser grotendeels toe, omdat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond worden geacht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.268 tekens)
RECHTBANK
OVERIJSSEL



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Zwolle



Zaaknummer: 11958137 \ CV EXPL 25-3578




Vonnis in kort geding van 10 december 2025




in de zaak van





[eiser]
,
wonende in [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J. Engels,
procederend met een toevoeging, afgegeven onder nummer 2HA9119,



tegen





[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.






1Waar deze zaak over gaat



[eiser] vordert betaling van achterstallig salaris van zijn werkgever [gedaagde]. [gedaagde] is niet verschenen in de procedure, zodat de kantonrechter [gedaagde] verstek verleent. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] grotendeels toe, omdat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond worden geacht.






2De procedure


2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, uitgebracht op 14 november 2025,- de mondelinge behandeling van 3 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- het tegen [gedaagde] verleende verstek.




2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.







3De beoordeling


3.1.


[eiser] vordert (samengevat):
a. het netto-equivalent van het salaris tijdens ziekte over de periode 1 augustus 2025 tot en met 31 oktober 2025, in totaal € 5.219,01, en
b. het netto-equivalent van het resterende salaris over juni en juli 2025, in totaal € 360,60,
beide bedragen te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 24 september 2025, althans vanaf de dag van de dagvaarding, en de wettelijke verhoging van 50% met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.




Spoedeisend belang





3.2.
De vorderingen in kort geding kunnen alleen worden toegewezen als [eiser] hierbij een spoedeisend belang heeft. Het spoedeisend belang volgt naar het oordeel van de kantonrechter uit de aard van de vorderingen.



Beoordeling na verstek





3.3.
De bij dagvaarding voorgeschreven termijn en andere formaliteiten zijn in acht genomen.



3.4.
Vanwege het tegen [gedaagde] verleende verstek zullen de vorderingen tot betaling van het achterstallig loon worden toegewezen aangezien deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.



3.5.

De kantonrechter zal de wettelijke rente over het loon van juni, juli en augustus 2025 conform de vordering toewijzen vanaf 24 september 2025.
Op grond van artikel 7:623 BW is het loon over de maand september verschuldigd en opeisbaar vanaf 1 oktober 2025 en is het loon over de maand oktober verschuldigd en opeisbaar vanaf 1 november 2025. De wettelijke rente over het loon van september en oktober 2025 is toewijsbaar vanaf het moment dat dit loon opeisbaar is geworden, aangezien [gedaagde] op de dag van opeisbaarheid van rechtswege in verzuim is geraakt (artikel 6:81 juncto 6:83 BW).




3.6.
De gevorderde wettelijke verhoging zal worden toegewezen over het loon exclusief de wettelijke rente conform artikel 7:625 BW. Aangezien [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd en niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan de voorzieningenrechter aanleiding ziet om deze vordering ambtshalve te matigen, zal de wettelijke verhoging worden toegewezen als in het dictum is bepaald. De overige vorderingen komen de kantonrechter evenmin onrechtmatig of ongegrond voor en zullen eveneens worden toegewezen.



3.7.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- griffierecht


€


257,00







- salaris gemachtigde


€


543,00







- nakosten


€


135,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


935,00














4De beslissing


De kantonrechter



4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen het netto-equivalent van een brutobedrag van € 5.219,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het netto-equivalent van € 1.739,67 met ingang van 24 september 2025 tot de dag van volledige betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het netto-equivalent van € 1.739,67 met ingang van 1 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het netto-equivalent van € 1.739,67 met ingang van 1 november 2025 en daarnaast te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% over het netto-equivalent van € 5.219,01,



4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen het netto-equivalent van een brutobedrag van € 360,60, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 24 september 2025 tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50%,



4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 935,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025. (hg)