Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2026:5060

2026-07-10 Civiel recht 11927153_E10072026
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-10
Publicatiedatum
2026-07-17
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
11927153_E10072026
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2026-1266; VAAN-AR-Updates.nl 2026-1266

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Eindbeschikking na tussenbeschikking. Werknemer heeft afgezien van het leveren van bewijs in het kader van de door hem verzochte uitbetaling van overuren.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.352 tekens)
RECHTBANK
OOST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats 's-Hertogenbosch



Zaaknummer: 11927153 EJ VERZ 25-485




Beschikking van 10 juli 2026




in de zaak van:





[verzoeker]
,
wonend in [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: R.A. van de Voorde, werkzaam bij D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,



tegen




INFRAWAY B.V.,
gevestigd en kantoorhoudend in Langenboom,
verwerende partij,
hierna te noemen: Infraway,
vertegenwoordigd door: [A] (bestuurder).






1Het vervolg van de procedure


1.1.
Met deze beschikking komt een einde aan de procedure tussen partijen. Deze eindbeschikking van 10 juli 2026 is het vervolg op, en tegelijkertijd het sluitstuk van, de op 7 april 2026 gegeven tussenbeschikking. In die tussenbeschikking heeft de kantonrechter - samengevat - geoordeeld dat Infraway een transitievergoeding aan [verzoeker] moet betalen, maar geen aanzegvergoeding en ook geen minuren. Verder heeft [verzoeker] de mogelijkheid gekregen om bewijs te leveren dat Infraway nog overuren dient na te betalen (zie overwegingen 4.22 tot en met 4.32 van de tussenbeschikking).



1.2.

[verzoeker] heeft afgezien van het leveren van bewijs. Op 30 april 2026 heeft hij namelijk gevraagd om zijn verzoek te verminderen, in die zin dat [verzoeker] zijn verzoek met betrekking tot de betaling van overuren en de daarmee samenhangende nevenverzoeken (wettelijke verhoging, wettelijke rente en specificaties) intrekt.



1.3.
Vervolgens is Infraway de gelegenheid geboden om daarop te reageren, maar dat heeft zij niet gedaan.





2De verdere beoordeling


2.1.
Voorop wordt gesteld dat de kantonrechter blijft bij wat is overwogen en beslist in de tussenbeschikking van 7 april 2026. Dat brengt onder meer mee dat Infraway aan [verzoeker] een transitievergoeding van € 3.011,58 bruto dient te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 september 2025. Daarnaast dient Infraway een passende bruto-netto specificatie te verstrekken (zie overwegingen 4.13 tot en met 4.19 van de tussenbeschikking).



2.2.
De door [verzoeker] gevraagde aanzegvergoeding van € 4.182,75 bruto wordt afgewezen (zie overwegingen 4.2 tot en met 4.12 van de tussenbeschikking). Dat geldt ook voor de verzochte nabetaling van minuren van € 896,20 bruto. Ook dit deel van het verzoek wordt dus afgewezen (zie overwegingen 4.20 en 4.21 van de tussenbeschikking). De aan de aanzegvergoeding en minuren gekoppelde nevenverzoeken worden eveneens afgewezen. Over de aanvankelijk verzochte nabetaling van overuren van € 330,20 bruto behoeft niet meer te worden beslist, omdat [verzoeker] dit deel van het verzoek (met nevenverzoeken) op 30 april 2026 heeft ingetrokken.



2.3.
De proceskosten (inclusief nakosten) komen voor rekening van Infraway, met name omdat Infraway heeft nagelaten (tijdig) de wettelijke transitievergoeding aan [verzoeker] te betalen. Voor de kosten van de procedure geldt een forfaitair liquidatietarief. Op basis van dat tarief stelt de kantonrechter de proceskosten aan de kant van [verzoeker] vast op € 1.266,00. Dat bedrag omvat € 257,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde (conform 3.1 van de Aanbeveling schikking en proceskosten Wwz van de rechtspraak) en € 144,00 aan nakosten. Hier kan nog een bedrag bijkomen als deze beschikking wordt betekend.



2.4.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
veroordeelt Infraway om aan [verzoeker] binnen twee weken na dagtekening van deze beschikking een transitievergoeding van € 3.011,58 bruto te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals is bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van de transitievergoeding vanaf 20 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald,



3.2.
veroordeelt Infraway om aan [verzoeker] binnen twee weken na dagtekening van deze beschikking een deugdelijke bruto-netto specificatie te verstrekken,



3.3.
veroordeelt Infraway in de proceskosten, aan de kant van [verzoeker] vastgesteld op € 1.266,00, te betalen binnen twee weken na deze beschikking, te vermeerderen met de kosten van betekening als Infraway niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,



3.4.
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,



3.5.
wijst het meer of anders verzochte af.


Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M. van den Berk, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.