Rechtbank Oost-Brabant
ECLI:NL:RBOBR:2022:1996
2022-05-19
Civiel recht
9397914 \ CV EXPL 21-3917
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHSHE:2023:446 → ECLI:NL:RBOBR:2022:1996
Inhoudsindicatie
Vervallenverklaring eerder gewezen vonnis; rechter niet bekend met ingediend wrakingsverzoek; vonnis had niet mogen worden gewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2019:450 Hoge Raad 29-03-2019
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.764 tekens)
vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 9397914 \ CV EXPL 21-3917
Vonnis van 19 mei 2022, strekkend tot het vervallen verklaren van het tussen partijen gewezen vonnis van 28 april 2022
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ( [land] ),
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. P.L.M.F. Roosendaal.
tegen:
1de commanditaire vennootschap Chinchilla,
gevestigd te Oss,
2. [gedaagde sub 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna “ [eiser] ” en “ [gedaagde sub 2] .” genoemd.
1Grond voor de vervallenverklaring
Op 31 maart 2022 heeft in deze zaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Tot slot van de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat op 28 april 2022 vonnis zal worden gewezen.
Na afloop van de mondelinge behandeling, eveneens op 31 maart 2022, heeft [gedaagde sub 2] . een verzoek tot wraking van de kantonrechter afgegeven bij de Centrale Informatiebalie van het Paleis van Justitie en aldus een wrakingsverzoek in deze zaak ingediend. Dit verzoek is tijdig ingediend.
Op grond van artikel 37 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering had de zaak aanstonds na indiening van het wrakingsverzoek moeten worden geschorst en moeten worden aangehouden totdat op het wrakingsverzoek is beslist. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Omdat noch de kantonrechter, noch de griffie van Team Civiel van de rechtbank, noch de wrakingskamer op 28 april 2022 bekend waren met het ingediende wrakingsverzoek, is op die datum vonnis in deze zaak gewezen (terwijl nog niet op het wrakingsverzoek was beslist).
Vanwege deze tekortkoming moet het tussen partijen gewezen vonnis van 28 april 2022 vervallen. (Zie ook HR 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:450)
De zaak is geschorst en wordt aangehouden totdat de wrakingskamer op het wrakingsverzoek heeft beslist.
2De beslissing
De kantonrechter:
verklaart het tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gewezen vonnis van 28 april 2022 vervallen;
houdt de zaak aan totdat op het wrakingsverzoek is beslist.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2022.
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 9397914 \ CV EXPL 21-3917
Vonnis van 19 mei 2022, strekkend tot het vervallen verklaren van het tussen partijen gewezen vonnis van 28 april 2022
in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ( [land] ),
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. P.L.M.F. Roosendaal.
tegen:
1de commanditaire vennootschap Chinchilla,
gevestigd te Oss,
2. [gedaagde sub 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna “ [eiser] ” en “ [gedaagde sub 2] .” genoemd.
1Grond voor de vervallenverklaring
Op 31 maart 2022 heeft in deze zaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Tot slot van de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat op 28 april 2022 vonnis zal worden gewezen.
Na afloop van de mondelinge behandeling, eveneens op 31 maart 2022, heeft [gedaagde sub 2] . een verzoek tot wraking van de kantonrechter afgegeven bij de Centrale Informatiebalie van het Paleis van Justitie en aldus een wrakingsverzoek in deze zaak ingediend. Dit verzoek is tijdig ingediend.
Op grond van artikel 37 lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering had de zaak aanstonds na indiening van het wrakingsverzoek moeten worden geschorst en moeten worden aangehouden totdat op het wrakingsverzoek is beslist. Dat is ten onrechte niet gebeurd. Omdat noch de kantonrechter, noch de griffie van Team Civiel van de rechtbank, noch de wrakingskamer op 28 april 2022 bekend waren met het ingediende wrakingsverzoek, is op die datum vonnis in deze zaak gewezen (terwijl nog niet op het wrakingsverzoek was beslist).
Vanwege deze tekortkoming moet het tussen partijen gewezen vonnis van 28 april 2022 vervallen. (Zie ook HR 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:450)
De zaak is geschorst en wordt aangehouden totdat de wrakingskamer op het wrakingsverzoek heeft beslist.
2De beslissing
De kantonrechter:
verklaart het tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gewezen vonnis van 28 april 2022 vervallen;
houdt de zaak aan totdat op het wrakingsverzoek is beslist.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2022.