Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Oost-Brabant

ECLI:NL:RBOBR:2016:895

2016-03-03 Civiel recht; Verbintenissenrecht 3886500
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Uitspraakdatum
2016-03-03
Publicatiedatum
2016-03-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
3886500
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | TVA 2016/59

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verplichting om geschil over declaraties van advocaten aan de Geschillencommissie Advocatuur voor te leggen. Niet-ontvankelijkheid.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.777 tekens)
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht


Zittingsplaats Eindhoven



Zaaknummer : 3886500
Rolnummer : 15-2055
Uitspraak : 3 maart 2016



in de zaak van:



de burgerlijke maatschap


[B.] Advocaten,

gevestigd te [plaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. G.C.G. Raymakers,



t e g e n





[gedaagde] ,

wonende te [plaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. T.J.R. Knopper.



Partijen zullen hierna worden genoemd “ [B.] Advocaten” en “ [gedaagde] ”.






1Het (verdere) verloop van het geding


1.1.
Dit blijkt uit het volgende:
a. het tussenvonnis van 7 januari 2016, waarbij de zaak naar de rol van 4 februari 2016 is verwezen voor akte aan de zijde van beide partijen;
b. de akte aan de zijde van [B.] Advocaten en de akte aan de zijde van [gedaagde] d.d. 4 februari 2016.



1.2.
Tot slot is wederom vonnis bepaald.





2De verdere beoordeling


2.1.
Volhard wordt bij hetgeen is overwogen (en beslist) in het tussenvonnis van 7 januari 2016.



2.2.
Bij genoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter reeds overwogen dat hij [gedaagde] volgt in haar verweer dat [B.] Advocaten verplicht is het onderhavige geschil aan de Geschillencommissie Advocatuur voor te leggen. De burgerlijke rechter is niet bevoegd om van het geschil tussen partijen kennis te nemen dan wel [B.] Advocaten is niet-ontvankelijk in haar vorderingen (vgl. Hof ’s-Hertogenbosch 3 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:685).


2.3.
Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld hierop nader te reageren, van welke mogelijkheid zij gebruik hebben gemaakt.



2.4.

[gedaagde] heeft bij de door haar genomen akte nogmaals bevestigd dat zij zich op het standpunt stelt dat de kantonrechter niet bevoegd is om van onderhavig geschil kennis te nemen.



2.5.

[B.] Advocaten heeft bij de door haar genomen akte aangevoerd dat de kantonrechter wel degelijk bevoegd is in onderhavige zaak, aangezien:
- [gedaagde] geen dan wel te laat een beroep heeft gedaan op de gang naar de Geschillencommissie Advocatuur;
- in de overeenkomst van opdracht tussen partijen niet is opgenomen dat geschilbeslechting plaatsvindt door middel van arbitrage dan wel door middel van een vaststellingsovereen-komst.

Dit verweer van [B.] Advocaten slaagt niet. [gedaagde] heeft ter comparitie aangevoerd met haar beroep op niet-ontvankelijkheid te hebben gedoeld op de verplichte geschilbeslechting via de Geschillencommissie Advocatuur. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid geweest na de comparitie bij akte nader te reageren, maar hebben dat op dit punt nagelaten. Voor zover ter comparitie de bindende werking van de weg naar de Geschillencommissie Advocatuur niet duidelijk is uitgesproken, heeft de kantonrechter partijen bij eerder genoemd tussenvonnis daarom nogmaals in de gelegenheid gesteld hun standpunt in dit kader kenbaar te maken. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat [B.] Advocaten niet in haar belangen is geschaad.
Bij genoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter in overweging 4.4. reeds geoordeeld dat de Geschillencommissie Advocatuur ingeval van geschilbeslechting tussen partijen optreedt als een bindend adviseur en aldus een bindend advies levert waarop artikel 7:900 e.v. BW (inzake de vaststellingsovereenkomst) van toepassing is.




2.6.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de Geschillencommissie Advocatuur bevoegd is over het geschil dat tussen partijen is gerezen te oordelen en dat [B.] Advocaten derhalve niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. Hetgeen partijen overigens nog naar voren hebben gebracht kan onbesproken blijven.



2.7.

[B.] Advocaten zal in de kosten van de procedure worden veroordeeld, nu uit het voorgaande volgt dat zij die kosten nodeloos heeft veroorzaakt.





3De beslissing


De kantonrechter:



verklaart [B.] Advocaten niet-ontvankelijk in haar vorderingen;



veroordeelt [B.] Advocaten in de kosten van de procedure, aan de zijde van [gedaagde] tot heden begroot op € 1.050,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast).



Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Godrie, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2016.