Rechtbank Noord-Nederland
ECLI:NL:RBNNE:2026:1287
2026-04-17
Strafrecht; Materieel strafrecht
18/229065-25
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor een reeks feiten, te weten: wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en bedreiging, diefstal met geweld, zeer gevaarlijk rijgedrag, rijden met ongeldig rijbewijs, belediging van een politieambtenaar (door in het gezicht te spugen), verzet tegen aanhouding en het niet voldoen aan een vordering van de politie. Oplegging van een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en onder oplegging van de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering en klinische behandeling. Toewijzing vordering BP 400 euro. Toewijzing vorderingen tenuitvoerlegging.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (67.813 tekens)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/229065-25
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/163731-25
vorderingen na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/074402-24, 96/090016-24 en 96/267350-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 april 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in de [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.R. Stoeten.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, door opzettelijk wederrechtelijk voornoemde [slachtoffer 1] , die zich toen aldaar met hem, verdachte, in een voertuig (te weten een personenauto, merk VW, type Polo (voorzien van het kenteken [kenteken] ) bevond te verhinderen/beletten dat voertuig te verlaten, althans die [slachtoffer 1] tegen te houden bij een poging dat voertuig te verlaten te verlaten, door met voornoemd opzet, toen hij, verdachte, met voornoemd voertuig moest stoppen voor het rode verkeerslicht en die [slachtoffer 1] , de passagierdeur van die personenauto had geopend om de personenauto en hem, verdachte, te ontvluchten, die [slachtoffer 1]
vast te pakken en/of te slaan en/of
de woorden toe te voegen: "Ik ga jou doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) zijn hand naar zijn broeksband gedaan en die [slachtoffer 1] een deel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond,
aldus/althans die [slachtoffer 1] gedurende enige tijd te beletten en/of te verhinderen genoemd voertuig te verlaten;
2.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,
op of aan de openbare weg [adres] (en/of ter hoogte van [adres] ), aldaar, een personenauto, merk VW, type Polo (voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of een tas (met inhoud) en/of een horloge, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte nadat die [slachtoffer 1] de autosleutels uit het contact van voornoemde personenauto had genomen en wegrende, achter die [slachtoffer 1] is aangerend en/of heeft geslagen en/of (met kracht) heeft geschopt/getrapt waardoor die
[slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen en/of (vervolgens) de autosleutels uit de handen van die [slachtoffer 1] heeft gegrepen/gepakt en haar horloge van de pols heeft getrokken/genomen;
3.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,
[slachtoffer 1] heeft mishandeld, die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of tegen de be(e)(e)n(en), althans het lichaam, heeft
geschopt en/of getrapt waardoor die [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen;
4.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025, te of bij Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,
[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] (terwijl hij met die [slachtoffer 1] in een voertuig (VW Polo) reed) dreigend de woorden toegevoegd: “Ik ga jou
doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (daarbij) zijn hand naar zijn broeksband gedaan en die [slachtoffer 1] een deel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond;
5.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Emmeloord en/of Muiderberg en/of Almere en/of Soesterberg, in elk geval te of bij meerdere plaatsen in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk VW, type Polo, voorzien van kenteken [kenteken] ),
daarmee rijdende op de voor de openbaar verkeer openstaande wegen, de Rijksweg A6 en/of Rijksweg Al en/of Rijksweg A 28 en/of Provincialeweg N413 en/of de Richelleweg, aldaar,
zich onder invloed van drugs (cannabis/THC)- opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden,
welke verkeersgedraging(en) hierin hebben bestaan dat hij, verdachte toen daar, (onder meer)
meermalen, de maximumsnelheid (fors) heeft overschreden, waarbij snelheden werden gereden tussen de 130 km/u en 180 km/u en/of
meermalen en langdurig over (een) vluchtstro(o)k(en) heeft gereden en/of
meermalen (een) voertuig(en) rechts heeft ingehaald en/of
meermalen (een) voertuig(en) heeft ingehaald die op dat moment een ander voertuig inhaalde(n) en/of
meermalen (abrupt) van rijstro(o)k(en) is gewisseld zonder daarbij richting aan te geven en (daarbij)dwars door het verkeer heeft gereden en/of
meermalen zijn voertuig niet onder controle heeft gehad waardoor het voertuig slingerend over de rijbaan reed en hij, verdachte, (daarbij) een andere weggebruiker heeft geraakt en/of meerdere (andere) weggebruikers bijna heeft geraakt en/of tegen een verkeerspaal botst
en/of
over (een) verdrijvingsvlak(ken) heeft gereden en/of tussen voertuigen door op de rijbaan heeft ingevoegd en/of
een rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Emmeloord en/of Muiderberg en/of Almere en/of Soesterberg, in elk geval te of bij meerdere plaatsen in Nederland,
als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk VW, type Polo, voorzien van kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de voor de openbaar verkeer openstaande wegen,
de Rijksweg A6 en/of Rijksweg Al en/of Rijksweg A 28 en/of Provincialeweg N413 en/of de Richelleweg, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte toen daar, (onder
meer)
meermalen, de maximumsnelheid (fors) heeft overschreden, waarbij snelheden werden gereden tussen de 130 km/u en 180 km/u en/of
meermalen en langdurig over (een) vluchtstro(o)k(en) heeft gereden en/of
meermalen (een) voertuig(en) rechts heeft ingehaald en/of
meermalen (een) voertuig(en) heeft ingehaald die op dat moment een ander voertuig inhaalde(n) en/of
meermalen (abrupt) van rijstro(o)k(en) is gewisseld zonder daarbij richting aan te geven en (daarbij) dwars door het verkeer heeft gereden en/of
meermalen zijn voertuig niet onder controle heeft gehad waardoor het voertuig slingerend over de rijbaan reed en hij, verdachte, (daarbij) een andere weggebruiker heeft geraakt en/of meerdere (andere) weggebruikers bijna heeft geraakt en/of tegen een verkeerspaal botst
en/of
over (een) verdrijvingsvlak(ken) heeft gereden en/of tussen voertuigen door op de rijbaan heeft ingevoegd en/of
een rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd:
6.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden en/of Emmeloord en/of Muiderberg en/of Almere en/of Soesterberg, in elk geval te of bij meerdere plaatsen in Nederland, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorie van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg(en), de Groningerstraalweg en/of de Rijksweg A6 en/of Rijksweg Al en/of Rijksweg A 28 en/of Provincialeweg N413 en/of de Richelleweg, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, (voorzien van kenteken [kenteken] ,) van categorie B heeft bestuurd:
parketnummer 18/163731-25
1.
hij op of omstreeks 26 mei 2025 te Leeuwarden
opzettelijk
een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] (operationeel begeleider eenheid Noord-Nederland), gedurende of
ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigd
door die [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "ik neuk jullie kanker moeders", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door die [slachtoffer 2] in het gezicht te spugen;
2.
hij op of omstreeks 26 mei 2025 te Leeuwarden,
zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtenaren, [slachtoffer 2] (operationeel begeleider eenheid Noord-Nederland) en/of [slachtoffer 3] (hoofdagent eenheid Noord-Nederland) en/of [slachtoffer 5] (hoofdagent eenheid Noord-Nederland), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten ter aanhouding en/of ter vervoer van verdachte door zijn spieren aan te spannen, zich los proberen te trekken, zich in tegenovergestelde richting te bewegen, te grijpen en/of te trappen in de richtling van verbalisanten;
3.
hij op of omstreeks 26 mei 2025 te Leeuwarden opzettelijk
niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel artikel 55d Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [slachtoffer 4] (hoofdagent eenheid Noord-Nederland), belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek naar uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en parketnummer 18/163731-25 1, 2 en 3 ten laste gelegde conform zijn schriftelijke requisitoir.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat aangeefster niet direct bij aanvang volledig openheid van zaken heeft gegeven, zodat niet zonder meer kan worden aangenomen dat alles wat aangeefster heeft verklaard de waarheid is. Verder zet de raadsman vraagtekens bij de dreigende woorden waar aangeefster over heeft verklaard, nu hier geen steunbewijs voor is. Daarnaast heeft de raadsman ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat verdachtes opzet op wederrechtelijke vrijheidsberoving ontbreekt, nu verdachte meermalen heeft aangegeven dat hij niet de intentie had om aangeefster van haar vrijheid te beroven.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening van de auto ontbreekt, aangezien verdachte van meet af aan heeft verklaard dat hij alleen maar weg wilde van de situatie. Met betrekking tot het wegnemen van de tas en het horloge dient verdachte ook vrij te worden gesproken, nu deze goederen niet zijn aangetroffen in de auto en het onwaarschijnlijk is dat deze onderweg uit de auto zijn gegooid. Ook hier ontbreekt het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
Ten slotte heeft de raadsman met betrekking tot feit 4 aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is ten aanzien van de bedreigende woorden nu er geen steunbewijs is maar ook het opzet niet kan worden aangenomen, omdat de verdachte bij hoogoplopende emoties wordt overmand door zijn stoornis.
Ten aanzien van de feiten 3, 5 primair en 6 en parketnummer 18/279315-25 feiten 1, 2 en 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
feiten 1, 2, 3 en 4
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. De door verdachte ter zitting van 3 april 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik op 28 augustus 2025 aangeefster [slachtoffer 1] eenmaal in het gezicht heb geslagen. Zij wou uit de auto stappen en ik heb haar teruggezet. Zij heeft de deur geopend en ik heb haar naar binnen getrokken de deur dicht getrokken en ben verder gaan rijden. Zij schreeuwde daarbij hard. Wij waren allebei aan het schreeuwen. Bij de Groene Ster ben ik gestopt. Zij heeft toen de sleutel uit het contact gepakt en is weggerend. Ik ben vervolgens achter haar aan gegaan en heb haar een tik met mijn voet gegeven. Op het moment dat ik haar raak, valt zij op de grond en heb ik de autosleutel uit haar hand gepakt. Daarna ben ik in de auto gestapt en weggereden.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met fotobijlage) d.d. 28 augustus 2025, opgenomen op pagina 66 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025232866 (onderzoek Woestijnroos) d.d. 8 oktober 2025 inhoudend als verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] :
Ik doe aangifte van diefstal van mijn rode Volkswagen Polo, voorzien van kenteken [kenteken] . Ook is mijn horloge weggenomen. Nadat wij op 28 augustus 2025 te Leeuwarden ons zoontje naar school hadden gebracht, zag ik [verdachte] zijn houding direct veranderen. Ik zag dat [verdachte] een andere richting opreed en dat hij ter hoogte van [adres] ongeveer 100 kilometer per uur reed. Ik voelde dat hij mij tegelijkertijd meerdere harde klappen met zijn vlakke rechterhand gaf in mijn gezicht. Ik voelde dat dit veel pijn deed. Ter hoogte van [adres] heb ik geprobeerd om uit de auto te vluchten, maar dit lukte niet omdat [verdachte] mij sloeg en vastpakte. Ik kreeg de passagiersdeur wel open, maar deze is weer dichtgegaan toen [verdachte] gas gaf en weer ging rijden. Ik hoorde toen dat [verdachte] tegen mij zei in woorden van gelijke strekking: “Ik ga jou doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen”. Ik werd enorm bang en dacht oprecht dat dit mijn laatste dag zou zijn. Ik zag dat hij tegelijkertijd met zijn hand bij zijn broeksband zat en mij een stukje van een voorwerp liet zien dat hij daar onder zijn trui had. Ik zag dat dit zwart en zilverkleurig was en het leek voor mij op de achterkant van een vuurwapen. Ik voelde mij enorm angstig en onveilig.
Op enig moment reed [verdachte] naar de parkeerplaats van de [bedrijf ] ter hoogte van [adres] in Leeuwarden. Ik zag op enig moment kans om de sleutels uit het contactslot van de auto te halen en weg te rennen. Ik zag dat [verdachte] achter mij aan rende en mij dusdanig onderuit schopte, waardoor ik hard op de grond terecht kwam. Ik voelde dat dit veel pijn deed en dat mijn rechteronderbeen erg beurs aanvoelde. Ook heb ik door de val letsel aan mijn handen en linkerelleboog in de vorm van blauwe plekken en een schaafwond. [verdachte] heeft vervolgens mijn sleutelbos uit mijn handen gegrepen en mijn horloge van mijn linkerpols afgehaald. Ik was om hulp aan het roepen en zag een man op een tractor op de parallelweg. Ik ben opgestaan en naar deze man toegerend. Ik zag hierna dat [verdachte] terug rende naar mijn auto en vervolgens met hoge snelheid wegreed in de richting van Leeuwarden. De politie heeft fotos van mijn letsel gemaakt ter aanvulling op mijn aangifte.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
28 augustus 2025, opgenomen op pagina 75 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op 28 augustus 2025 hoorde ik aangeefster [slachtoffer 1] inzake de wederrechtelijke vrijheidsberoving waarin zij in haar aangifte over verklaard had, maar welke abusievelijk niet in de aangifte is opgenomen. Ik hoorde dat zij aan mij hierover verklaarde: [verdachte] bestuurde mijn voertuig. Ik heb voor de rode verkeerslichten op [adres] de passagiersdeur geopend in een poging weg te vluchten. Ik zag dat [verdachte] in het Arabisch zei: “Wat denk jij dat je uit de auto gaat? Ook heeft hij mij toen hard vastgepakt en vastgehouden bij mijn rechterarm en mij meerdere klappen met vlakke hand op mijn gezicht gegeven. Dit is ook het moment dat hij mij de achterkant van het vuurwapen liet zien en dreigde mij dood te maken. [verdachte] is hierna met volle snelheid weggereden, dit was dusdanig hard dat de geopende passagiersdeur weer dichtsloeg. [verdachte] is hierna tegen mijn wil naar een parkeerplaats bij de Groene Ster gereden.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt aanvullend verhoor van aangeefster
[slachtoffer 1] d.d. 30 augustus 2025, opgenomen op pagina 77 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
[verdachte] heeft mij er mee bedreigd. Hij had het wapen bij zijn broeksband. Ik was bang dat hij mij bij de Groene Ster dood zou maken. Hij liet mij de achterkant van het wapen zien. Ik was heel erg aan het schreeuwen. Mensen buiten de auto hoorden dat. Hij liet mij toen het wapen zien en zei: “als je de politie gaat roepen, dan ga je mij niet stoppen. Niemand gaat mij stoppen, als ik jou dood ga maken”. Ik dacht dat het wapen echt was.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d.
2 september 2025, opgenomen op pagina 88 ev. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :
Op 28 augustus 2025 heb ik de politie gebeld in verband met een situatie waarbij een rode auto betrokken was. Ik stond de afslag van [adres] naar [adres] . Ik zag in een flits een auto staan en ik hoorde keihard geschreeuw, niet normaal, alsof er iemand dood ging. Ik zag dat de deur open ging. Ik heb alleen mensen gezien door het raam, ik zag iets van een stoeipartij. Ik zag veel wilde bewegingen. Zij wilde eruit, maar dat lukte niet. Vervolgens hoorde ik een klap van de deur en nog wat geschreeuw en toen zag en hoorde ik dat de auto met piepende banden wegreed, met volle snelheid, echt abnormaal.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d.
2 september 2025, opgenomen op pagina 91 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2] :
Op 28 augustus 2025 stond ik te Leeuwarden bij mijn auto bij [adres] , met de kruising onder [adres] . Ik hoorde ik piepende banden en een gillende vrouw. Ik zag een rode Volkswagen Polo. Ik zag dat het bijrijdersportier openstond en dat er een vrouw probeerde te vluchten. Ik zag de man heftige handgebaren maken, alsof hij aan het slaan was. Ik hoorde de vrouw echt intens schreeuwen en gillen. Ik hoorde haar echt om hulp schreeuwen, ze riep: “help, help, help” en tussendoor gilde ze intens. Ik heb zelden in mijn leven een vrouw zo intens horen gillen. Ik zag dat de vrouw probeerde eruit te komen, ze hing met haar bovenlichaam uit de auto. Je zag ook hectiek in de auto. Ik zag de man achter het stuur zitten. Je zag hem slaande bewegingen maken. Je zag aan alles dat er wat gaande was in de auto wat niet klopte. Vooral dat gillen, het was echt angst gegil.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d.
28 augustus 2025, opgenomen op pagina 85 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :
Op 28 augustus 2025 bevond ik mij aan [adres] , op de kruising met [adres] te Leeuwarden. Op het moment dat ik mijn vrachtwagen tot stilstand had gebracht hoorde ik een vrouwenstem hard gillen en schreeuwen. Ik zag dat op de parkeerplaats een rode Volkswagen Polo voorzien van kenteken [kenteken] geparkeerd stond en dat er naast dit voertuig een man en een vrouw stonden.
Ik zag dat de man de vrouw vasthield en dat hij haar meerdere keren in het gezicht sloeg en haar vervolgens naar de grond trok. Ik zag dat de vrouw op de grond terecht kwam en dat de man de vrouw meerdere klappen op haar hoofd gaf. Ik zag dat de vrouw er alles aan deed om los te komen van de man. Ik zag dat de vrouw meerdere keren op haar hoofd/gezicht werd geraakt. Ik zag dat de vrouw zich uiteindelijk los wist te krijgen van de man en dat zij in onze richting rende. Toen de vrouw bij ons stond zag ik dat de man in het voertuig stapte en met hoge snelheid wegreed in de richting van Leeuwarden.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 augustus 2025, opgenomen op pagina 98 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik verbalisant heb de opname, afkomstig van getuige [getuige 3] , beschreven. Op deze camerabeelden is het incident bij de Groene Ster voor 3 seconden gefilmd. De verdachte
heeft aangeefster vast, hij staat achter haar en hangt over haar heen. De aangeefster staat voorovergebogen. In de 2e seconde van de opname laat aangeefster zich op de knieën vallen. Aangeefster heeft haar ellebogen ingetrokken en haar armen voor haar borst getrokken. De verdachte trekt aan haar arm en schudt haar lichaam heen en weer. Verdachte pakt met beide handen de pols vast van aangeefster en trekt de arm omhoog.
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met fotobijlage) d.d. 1 september 2025, opgenomen op pagina 105 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Wij hebben het betrokken voertuig, een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] doorzocht. Direct bij aanvang zagen wij een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in het voertuig liggen. Dit vuurwapen lag in het voertuig tussen het gaspedaal en de vloer geklemd.
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
2 september 2025, opgenomen op pagina 109 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op 1 september werd het voertuig, waarvan [verdachte] de bestuurder was geweest ter inbeslagneming doorzocht. Op de vloer voor de bestuurdersstoel, rechts van het gaspedaal, werd een voorwerp gelijkend op een vuurwapen aangetroffen. Uit nader onderzoek bleek dat het voorwerp een aansteker in de vorm van een pistool betrof. Het voorwerp is zwart met grijs/zilver gekleurd en heeft een afmeting van ongeveer tien centimeter. Het voorwerp vertoont voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis met een wapen.
Bewijsmotivering
Anders dan de raadsman ziet de rechtbank geen enkele reden om, al dan niet op onderdelen, te twijfelen aan de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] , nu haar verklaringen worden ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier. De omstandigheid dat er inconsistenties in haar verklaring zijn aan te wijzen, maakt niet dat haar verklaring als geheel onbetrouwbaar of ongeloofwaardig zou zijn. De rechtbank zal de verklaring van aangeefster dan ook als uitgangspunt nemen.
Feiten 1 en 4
Met betrekking tot de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de bedreiging, ten laste gelegd onder feit 1 en 4, overweegt de rechtbank als volgt. Aangeefster heeft verklaard dat ze bij [adres] heeft geprobeerd uit de auto te vluchten, maar dat dit niet lukte, omdat verdachte haar vastpakte en terug de auto in trok. De verklaring van aangeefster wordt ondersteund door de verklaringen van de onafhankelijke getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Zij zien dat aangeefster uit de auto wil, maar wordt tegengehouden. Ook horen zij aangeefster om hulp roepen en haar hard schreeuwen en intens gillen. Verdachte heeft ter zitting erkent dat hij aangeefster weer naar binnen in de auto heeft getrokken toen zij uit de auto wilde stappen, aangeefster schreeuwde daarbij hard.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte aangeefster tegen haar wil heeft meegenomen in de auto. Hij is uiteindelijk, op ruime afstand van [adres] , bij de Groene Ster gestopt op een parkeerplaats. Hiermee heeft verdachte aangeefster wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd.
Met betrekking tot de opmerking van de raadsman dat er op [adres] geen stoplichten staan overweegt de rechtbank als volgt. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op enig moment is gestopt op [adres] en dat aangeefster toen heeft geprobeerd om uit te auto te komen. Nu voor het overige niet blijkt dat daar verkeerslichten stonden, zal de rechtbank “voor het rode verkeerslicht” uitstrepen in de bewezenverklaring.
Met betrekking tot het tegen aangeefster gepleegde geweld en bedreiging met de dood overweegt de rechtbank als volgt. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar, nadat hij haar weer in de auto had getrokken, (meermalen) in haar gezicht heeft geslagen en heeft gedreigd haar dood te maken, waarbij hij naar zijn broeksband heeft gegrepen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond. Dit past bij de verklaringen van de getuigen dat zij een worsteling in de auto hebben gezien, de man slaande bewegingen hebben zien maken en veel gegil hebben gehoord. Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij aangeefster in de auto (eenmaal) in het gezicht heeft geslagen. Verdachte ontkent de bedreiging met de dood en het tonen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Dit voorwerp, een aansteker, zou in zijn tas hebben gezeten en niet in zijn broeksband. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig nu er door de politie op de vloer van de VW Polo bij de bestuurdersstoel, rechts van het gaspedaal, een op een vuurwerp gelijkend voorwerp is aangetroffen. De rechtbank is verder van oordeel dat de bedreigende woorden waar aangeefster over spreekt ook passen in de gehele context van het gedrag van verdachte, die boos is op zijn ex en die van hem uitleg moet geven over haar vermeende contact met andere mannen. De rechtbank acht het ten laste gelegde geweld en bedreiging met de dood van aangeefster dan ook wettig en overtuigend te bewijzen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat het onder feit 1 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Feit 2
Met betrekking tot het verweer van de raadsman dat het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening ontbreekt, overweegt de rechtbank als volgt.
Aangeefster heeft verklaard dat zij op enig moment kans heeft gezien om de autosleutels uit het contact te halen en weg te rennen. Verdachte rende achter haar aan en schopte haar onderuit, waardoor zij op de grond viel, met als gevolg pijn en letsel. Vervolgens heeft verdachte de autosleutels uit haar handen gepakt en haar horloge van haar pols afgehaald.
Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij de sleutels van aangeefster heeft afgepakt, nadat hij achter haar aan was gerend en haar een “tik met zijn voet heeft gegeven”, waardoor aangeefster op de grond valt.
Verdachte ontkent het horloge van aangeefster te hebben gepakt. Uit de beelden die zijn gemaakt door getuige [getuige 3] blijkt dat verdachte de pols van aangeefster vast heeft en haar arm omhoog trekt. Getuige [getuige 3] heeft verder gezien dat verdachte aangeefster meerdere klappen op haar hoofd gaf. Uiteindelijk weet aangeefster los te komen en in de richting van getuige [getuige 3] te rennen, waarna verdachte in de auto van aangeefster stapt en met hoge snelheid is weggereden. In het dossier bevinden zich fotos van het slachtoffer waaruit blijkt dat zij in ieder geval verwondingen heeft aan haar handen en armen.
De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte door middel van geweld de autosleutels van aangeefster heeft afgepakt, waarna hij met de auto van aangeefster is weggereden. Verdachte is hiermee als heer en meester over de auto gaan beschikken en uiteindelijk in Soesterberg door de politie tot stoppen gedwongen. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsman dat het oogmerk van de wederrechtelijke toeëigening zou ontbreken. Daarnaast acht de rechtbank, net als de officier van justitie, ook bewezen dat verdachte het horloge van aangeefster heeft afgepakt, gelet op de aangifte en de beelden waarop het trekken aan de pols van aangeefster te zien is. Dat het horloge uiteindelijk niet in de auto is aangetroffen doet daar niet aan af. De rechtbank acht niet uitgesloten dat de verdachte ergens gedurende zijn rit het horloge heeft weggegooid.
Net als de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank de diefstal van de tas van aangeefster niet wettig en overtuigend te bewijzen en zal verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging vrijspreken.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat de weg waaraan de parkeerplaats in de Groene Ster is gelegen [adres] is genaamd en niet [adres] . De rechtbank zal de tenlastelegging in zoverre verbeterd lezen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 2 ten laste gelegde diefstal van de VW Polo en een horloge, voorafgegaan en vergezeld van geweld, wettig en overtuigend bewezen.
feit 3
Met betrekking tot het onder feit 3 ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte erkent dat hij aangeefster eenmaal in het gezicht heeft geslagen en haar “een tik met zijn voet” te hebben gegeven, waardoor zij viel. Gelet op de verklaring van aangeefster, de fotobijlage bij haar aangifte en de verklaringen van de getuigen acht de rechtbank bewezen dat verdachte, zowel in de auto als op het parkeerterrein aan [adres] , aangeefster meermalen tegen het hoofd heeft geslagen. Ook heeft verdachte haar geschopt, waardoor aangeefster is gevallen. Dit erkent verdachte ook. Als gevolg van het slaan en schoppen heeft aangeefster pijn en letsel opgelopen.
De rechtbank acht de onder feit 3 ten laste gelegde mishandeling van aangeefster dan ook wettig en overtuigend te bewijzen.
feiten 5 primair en 6
De rechtbank acht de feiten 5 primair en 6 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de
rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 april 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2025, opgenomen op pagina 121 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025232866 (onderzoek Woestijnroos) d.d. 8 oktober 2025, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2025, opgenomen op pagina 126 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2025, opgenomen op pagina 129 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal artikel 9 WVW (met bijlagen) d.d. 28 augustus 2025, opgenomen op pagina 145 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] .
parketnummer 18/163731-25 feiten 1, 2 en 3
De rechtbank acht parketnummer 18/163731-25 feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 april 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 27 mei 2025, opgenomen op pagina 8 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025138199 d.d. 30 mei 2025, inhoudend het relaas van [slachtoffer 2] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2025, opgenomen op pagina 19 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;
een naar wettelijke voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 mei 2025, opgenomen op pagina 14 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2026, opgenomen op pagina 17 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [slachtoffer 4] ;
een schriftelijk bescheid, te weten een fotoblad met afbeeldingen van de borst- en rugzijde van het werkshirt van aangever en een afbeelding van aangever met speeksel in zijn baard, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht de feiten 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en parketnummer 18/163731-25 feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij op 28 augustus 2025 te Leeuwarden, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden, door opzettelijk wederrechtelijk voornoemde [slachtoffer 1] , die zich toen aldaar met hem, verdachte, in een voertuig te weten een personenauto, merk VW, type Polo voorzien van het kenteken [kenteken] bevond te verhinderen/beletten dat voertuig te verlaten, althans die [slachtoffer 1] tegen te houden bij een poging dat voertuig te verlaten, door met voornoemd opzet, toen hij, verdachte, met voornoemd voertuig moest stoppen en die [slachtoffer 1] de passagiersdeur van die personenauto had geopend om de personenauto en hem, verdachte, te ontvluchten, die [slachtoffer 1]
vast te pakken en te slaan en
de woorden toe te voegen: "Ik ga jou doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen”, althans woorden van gelijke aard en strekking en daarbij zijn hand naar zijn broeksband gedaan en die [slachtoffer 1] een deel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond, aldus die [slachtoffer 1] gedurende enige tijd te beletten en te verhinderen genoemd voertuig te verlaten;
hij op 28 augustus 2025 te Leeuwarden, op of aan de openbare weg [adres] , ter hoogte van [adres] aldaar, een personenauto, merk VW, type Polo voorzien van het kenteken [kenteken] en een horloge die aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken,
welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte nadat die
[slachtoffer 1] de autosleutels uit het contact van voornoemde personenauto had genomen en wegrende, achter die [slachtoffer 1] is aangerend en heeft geslagen en heeft geschopt, waardoor die [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen en vervolgens de autosleutels uit de handen van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en haar horloge van de pols heeft getrokken;
hij op 28 augustus 2025 te Leeuwarden [slachtoffer 1] heeft mishandeld, die [slachtoffer 1] meermalen tegen het hoofd heeft geslagen en tegen de benen heeft geschopt en waardoor die [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen;
hij op 28 augustus 2025, te Leeuwarden, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] , terwijl hij met die [slachtoffer 1] in een voertuig VW Polo reed dreigend de woorden toegevoegd: “Ik ga jou
doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en daarbij zijn hand naar zijn broeksband gedaan en die [slachtoffer 1] een deel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond;
5. primair
hij op 28 augustus 2025 te of bij Emmeloord en Muiderberg en Almere en Soesterberg, als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, merk VW, type Polo, voorzien van kenteken [kenteken] , daarmee rijdende op de voor de openbaar verkeer openstaande wegen, de Rijksweg A6 en Rijksweg Al en Rijksweg A 28 en Provincialeweg N413 en de Richelleweg, aldaar, zich -onder invloed van drugs (cannabis/THC)- opzettelijk
zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, welke verkeersgedragingen hierin hebben bestaan dat hij, verdachte toen daar, onder meer
meermalen, de maximumsnelheid fors heeft overschreden, waarbij snelheden werden gereden tussen de 130 km/u en 180 km/u en
meermalen en langdurig over vluchtstroken heeft gereden en
meermalen voertuigen rechts heeft ingehaald en
meermalen voertuigen heeft ingehaald die op dat moment een ander voertuig inhaalden en
meermalen abrupt van rijstrook is gewisseld zonder daarbij richting aan te geven en daarbij dwars door het verkeer heeft gereden en
meermalen zijn voertuig niet onder controle heeft gehad waardoor het voertuig slingerend over de rijbaan reed en hij, verdachte, daarbij een andere weggebruiker heeft geraakt en meerdere andere weggebruikers bijna heeft geraakt en tegen een verkeerspaal botst en
over verdrijvingsvlakken heeft gereden en tussen voertuigen door op de rijbaan heeft ingevoegd en
een rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd,
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
hij op 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden en Emmeloord en Muiderberg en Almere en Soesterberg, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorie van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de wegen de Groningerstraalweg en de Rijksweg A6 en Rijksweg Al en Rijksweg A 28 en Provincialeweg N413 en de Richelleweg, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, voorzien van kenteken [kenteken] , van categorie B heeft bestuurd:
parketnummer 18/163731-25
1.
hij op of omstreeks 26 mei 2025 te Leeuwarden opzettelijk een ambtenaar, te weten
[slachtoffer 2] , operationeel begeleider eenheid Noord-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling en door feitelijkheden heeft beledigd door die [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "ik neuk jullie kanker moeders", althans woorden van gelijke beledigende aard en strekking en door die [slachtoffer 2] in het gezicht te spugen;
2.
hij op 26 mei 2025 te Leeuwarden, zich met geweld en bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren [slachtoffer 2] , operationeel begeleider eenheid Noord-Nederland, en
[slachtoffer 3] hoofdagent eenheid Noord-Nederland, en [slachtoffer 5] , hoofdagent eenheid Noord-Nederland, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding en ter vervoer van verdachte door zijn spieren aan te spannen, zich los proberen te trekken, zich in tegenovergestelde richting te bewegen, te grijpen en te trappen in de richting van verbalisanten;
3.
hij op 26 mei 2025 te Leeuwarden opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55d Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [slachtoffer 4] , hoofdagent eenheid Noord-Nederland, belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek naar uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk iemand van de vrijheid beroven;
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;
mishandeling;
` bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
primair overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
parketnummer 18/163731-25
1. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een
ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
2. wederspannigheid;
3. opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk
voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en onder oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, in die zin dat de duur van de klinische opname maximaal één jaar is. Verder heeft de officier van justitie een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen gevorderd van 12 maanden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor een zo kort mogelijke durende gevangenisstraf, zodat verdachte zo snel mogelijk aan zijn klinische behandeling kan beginnen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering en de psycholoog, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
Ernst van de feiten
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 28 augustus 2025 schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en bedreiging van zijn ex-partner, diefstal met geweld, zeer gevaarlijk rijgedrag en rijden met een ongeldig rijbewijs. Daarnaast heeft hij zich op 26 mei 2025 schuldig gemaakt aan belediging van een politieambtenaar door hem onder meer in het gezicht te spugen, zich te verzetten tegen zijn aanhouding en het niet voldoen aan een vordering van de politie. Hoewel alle bewezen verklaarde feiten afzonderlijk al ernstige feiten betreffen, zal de rechtbank in het bijzonder nog ingaan op de wederrechtelijke vrijheidsberoving en het gevaarlijke rijgedrag.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van zijn ex-partner. Nadat zij samen hun zoon hebben weggebracht naar school, rijdt verdachte niet naar terug naar de woning van het slachtoffer maar een andere kant op. In de auto wordt het slachtoffer meerdere keren geslagen en als zij probeert de auto te verlaten is verdachte degene die het haar belet. Hij bedreigt haar op diverse manieren, zowel met woorden als met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Uiteindelijk lukt het het slachtoffer om uit de auto te vluchten. Verdachte gaat het slachtoffer echter achterna, schopt haar tegen de grond en neemt de autosleutels, de auto en een horloge mee. Uit de verklaring van het slachtoffer volgt dat dit zeer beangstigende momenten voor haar zijn geweest. Door zijn handelen heeft verdachte het slachtoffer angst aangejaagd en belemmerd in haar persoonlijke bewegingsvrijheid en daardoor een grove inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. Verdachte heeft continue de regie willen hebben over het slachtoffer en dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.
Vervolgens heeft er een achtervolging van verdachte door politie van ruim 50 minuten plaatsgevonden. Tijdens deze achtervolging heeft verdachte onder invloed van verdovende middelen in zeer ernstige mate de verkeersregels geschonden, door onder andere met hoge snelheid lange tijd op de vluchtstrook te rijden, rechts in te halen, op verdrijvingsvakken te rijden en rode verkeerslichten te negeren. Dat de door verdachte veroorzaakte gevaarlijke verkeerssituatie uiteindelijk niet tot een of meer ongevallen heeft geleid met zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg, is dan ook meer toeval of geluk te noemen. Door
adequaat optreden van de politie is verdachte uiteindelijk tot stoppen gedwongen. Hoewel verdachte in eerste instantie bij de politie heeft verklaard de situatie niet gevaarlijk te hebben gevonden voor andere weggebruiken, heeft hij tijdens de zitting verklaard nu wel in te zien dat zijn gedrag onaanvaardbaar en gevaarlijk was maar dat hij door middelen gebruik dat toentertijd niet in heeft gezien.
De feiten op de andere dagvaarding, gepleegd op 26 mei 2025, zijn voor de betrokken politiemedewerkers zeer vervelend geweest. Als de politie optreedt en verdachte wil aanhouden scheldt hij ze uit, verzet zich en spuugt zelfs een politieman in het gezicht. Ter zitting heeft dit slachtoffer aangegeven hoe groot de impact was op hem.
Justitiële documentatie
De rechtbank heeft in strafverzwarende zin in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsmisdrijven.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft naast de ernst van het feit ook acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit het door de psycholoog opgestelde rapport van
12 februari 2026 blijkt dat verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten werd overspoeld door jaloezie en woede, te begrijpen vanuit zijn disfunctionele persoonlijkheidskenmerken, gedragsstoornis en stoornis in het gebruik van middelen. Ook ten tijde van het huwelijk tussen verdachte en het slachtoffer was er al sprake van jaloezie en agressie richting het slachtoffer. De psycholoog ziet een matig recidiverisico en adviseert het ten laste gelegde, indien bewezen, in verminderde mate toe te rekenen.
Verdachte kan zich bedenken dat zijn delictgedrag niet wenselijk en strafbaar is. Hij verliest bij hoogoplopende, emotionele spanning echter zijn gedragscontrole door zijn tekort aan regulatie- en hanteringsmechanismen samenhangend met zijn problematiek en versterkt door zijn al langer aanwezige stoornis in het gebruik van middelen. Om dat risico voor herhaling te verminderen is het nodig dat er een forensisch klinische verslavingsbehandeling wordt gestart in een FPA of soortgelijke instelling, dit als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf.
De reclassering komt in haar rapport van 20 maart 2026 met grotendeels dezelfde adviezen. Zij schatten het gevaar voor herhaling iets hoger in en komen ook tot het advies om een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij de reclassering
Opname in een zorginstelling
Ambulante behandeling
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Verbonden op verdovende middelen en alcohol.
De rechtbank neemt de conclusie over en acht de verdachte in verminderde mate toerekenbaar voor de bewezen verklaarde feiten.
Op te leggen straf
Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf van
24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden en zal deze straf ook opleggen met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Gelet op de ernst van de strafbare feiten ziet de rechtbank geen aanleiding om het onvoorwaardelijke deel zo kort mogelijk te laten duren, zoals verzocht door de raadsman. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke rijontzegging opleggen van 12 maanden, met een proeftijd van drie jaren, om verdachte er van te weerhouden, wanneer hij weer zou mogen rijden, om opnieuw verkeersfeiten te plegen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Benadeelde partij
[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 400,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij gevorderd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd de vordering volstrekt helder en duidelijk te vinden. Verdachte neemt zijn verantwoordelijkheid voor zijn handelen, zodat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder parketnummer 18/163731-25 feit 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2025.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Vorderingen na voorwaardelijke veroordeling
Parketnummer 18/074402-24
Bij onherroepelijk vonnis van 23 augustus 2024 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een gevangenisstraf van 32 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. De proeftijd is ingegaan op 7 september 2024.
Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft bij vordering van 20 november 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging bepleit, nu deze straf niets toevoegt en het van belang is dat verdachte zo snel mogelijk aan zijn klinische opname kan beginnen.
Oordeel van de rechtbank
Nu veroordeelde de bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.
parketnummer 96/090016-24
Bij onherroepelijk vonnis van 13 september 2024 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 28 september 2024. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft bij vordering van 20 november 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering kan worden toegewezen, nu verdachte op dit moment toch geen auto kan besturen.
Oordeel van de rechtbank
Nu veroordeelde de bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.
parketnummer 96/267350-24
Bij onherroepelijk vonnis van 17 april 2025 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 28 juni 2025. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft bij vordering van 20 november 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering kan worden toegewezen, nu verdachte op dit moment toch geen auto kan besturen.
Oordeel van de rechtbank
Nu veroordeelde de bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 180, 184, 266, 267, 282, 285, 300, 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 9, 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 en het onder parketnummer 18/163731-25 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt
of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd:
1. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht. De verdachte meldt zich binnen
5 dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie bij de reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) op het adres [adres] .
2. dat de veroordeelde zich aansluitend aan zijn detentie, gedurende een periode van maximaal één jaar, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht, zal laten opnemen in een zorginstelling te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de huisregels en aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de behandelaren van die instelling zullen worden gegeven. Veroordeelde zal daarbij middels DV&O worden vervoerd naar de kliniek.
Indien aan de orde werkt veroordeelde mee aan overbruggingszorg.
Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een indicatiestelling voor begeleid wonen en of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
3. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht, onder behandeling zal stellen van de forensisch polikliniek van Verslavingszorg Noord Nederland of een soortgelijk zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend aan de klinische opname. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
4. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht, zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, en zich zal houden aan de huisregels en het
(dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld.
5. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd geen alcohol of verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA van de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Veroordeelde verplicht zich ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek, ademonderzoek en/of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
6. dat de veroordeelde zich gedurende proeftijd in zal spannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding met een vaste structuur.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Ten aanzien van feit 5 primair voorts:
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van 12 maanden.
Bepaalt dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ten aanzien van parketnummer 18/163731-25, feit 1:
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:
het bedrag van 400,00 (zegge: vierhonderd euro);
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 mei 2025 tot de dag van algehele voldoening;
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 400,00 (zegge: vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18/074402-24:
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 23 augustus 2024, te weten: 30 dagen gevangenisstraf.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer
96/090016-24:
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 13 september 2024, te weten: 6 maanden ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer
96267350-24:
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 17 april 2025, te weten: 2 maanden ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.F. Brouwer, voorzitter, mr. M.M. Spooren en
mr. A. Dantuma-Hieronymus, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 april 2026.
Mr. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/229065-25
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/163731-25
vorderingen na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/074402-24, 96/090016-24 en 96/267350-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 april 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in de [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 3 april 2026. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.R. Stoeten.
Tenlastelegging
Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, door opzettelijk wederrechtelijk voornoemde [slachtoffer 1] , die zich toen aldaar met hem, verdachte, in een voertuig (te weten een personenauto, merk VW, type Polo (voorzien van het kenteken [kenteken] ) bevond te verhinderen/beletten dat voertuig te verlaten, althans die [slachtoffer 1] tegen te houden bij een poging dat voertuig te verlaten te verlaten, door met voornoemd opzet, toen hij, verdachte, met voornoemd voertuig moest stoppen voor het rode verkeerslicht en die [slachtoffer 1] , de passagierdeur van die personenauto had geopend om de personenauto en hem, verdachte, te ontvluchten, die [slachtoffer 1]
vast te pakken en/of te slaan en/of
de woorden toe te voegen: "Ik ga jou doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) zijn hand naar zijn broeksband gedaan en die [slachtoffer 1] een deel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond,
aldus/althans die [slachtoffer 1] gedurende enige tijd te beletten en/of te verhinderen genoemd voertuig te verlaten;
2.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,
op of aan de openbare weg [adres] (en/of ter hoogte van [adres] ), aldaar, een personenauto, merk VW, type Polo (voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of een tas (met inhoud) en/of een horloge, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte nadat die [slachtoffer 1] de autosleutels uit het contact van voornoemde personenauto had genomen en wegrende, achter die [slachtoffer 1] is aangerend en/of heeft geslagen en/of (met kracht) heeft geschopt/getrapt waardoor die
[slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen en/of (vervolgens) de autosleutels uit de handen van die [slachtoffer 1] heeft gegrepen/gepakt en haar horloge van de pols heeft getrokken/genomen;
3.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,
[slachtoffer 1] heeft mishandeld, die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of tegen de be(e)(e)n(en), althans het lichaam, heeft
geschopt en/of getrapt waardoor die [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen;
4.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025, te of bij Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,
[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] (terwijl hij met die [slachtoffer 1] in een voertuig (VW Polo) reed) dreigend de woorden toegevoegd: “Ik ga jou
doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of (daarbij) zijn hand naar zijn broeksband gedaan en die [slachtoffer 1] een deel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond;
5.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Emmeloord en/of Muiderberg en/of Almere en/of Soesterberg, in elk geval te of bij meerdere plaatsen in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk VW, type Polo, voorzien van kenteken [kenteken] ),
daarmee rijdende op de voor de openbaar verkeer openstaande wegen, de Rijksweg A6 en/of Rijksweg Al en/of Rijksweg A 28 en/of Provincialeweg N413 en/of de Richelleweg, aldaar,
zich onder invloed van drugs (cannabis/THC)- opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden,
welke verkeersgedraging(en) hierin hebben bestaan dat hij, verdachte toen daar, (onder meer)
meermalen, de maximumsnelheid (fors) heeft overschreden, waarbij snelheden werden gereden tussen de 130 km/u en 180 km/u en/of
meermalen en langdurig over (een) vluchtstro(o)k(en) heeft gereden en/of
meermalen (een) voertuig(en) rechts heeft ingehaald en/of
meermalen (een) voertuig(en) heeft ingehaald die op dat moment een ander voertuig inhaalde(n) en/of
meermalen (abrupt) van rijstro(o)k(en) is gewisseld zonder daarbij richting aan te geven en (daarbij)dwars door het verkeer heeft gereden en/of
meermalen zijn voertuig niet onder controle heeft gehad waardoor het voertuig slingerend over de rijbaan reed en hij, verdachte, (daarbij) een andere weggebruiker heeft geraakt en/of meerdere (andere) weggebruikers bijna heeft geraakt en/of tegen een verkeerspaal botst
en/of
over (een) verdrijvingsvlak(ken) heeft gereden en/of tussen voertuigen door op de rijbaan heeft ingevoegd en/of
een rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Emmeloord en/of Muiderberg en/of Almere en/of Soesterberg, in elk geval te of bij meerdere plaatsen in Nederland,
als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk VW, type Polo, voorzien van kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de voor de openbaar verkeer openstaande wegen,
de Rijksweg A6 en/of Rijksweg Al en/of Rijksweg A 28 en/of Provincialeweg N413 en/of de Richelleweg, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte toen daar, (onder
meer)
meermalen, de maximumsnelheid (fors) heeft overschreden, waarbij snelheden werden gereden tussen de 130 km/u en 180 km/u en/of
meermalen en langdurig over (een) vluchtstro(o)k(en) heeft gereden en/of
meermalen (een) voertuig(en) rechts heeft ingehaald en/of
meermalen (een) voertuig(en) heeft ingehaald die op dat moment een ander voertuig inhaalde(n) en/of
meermalen (abrupt) van rijstro(o)k(en) is gewisseld zonder daarbij richting aan te geven en (daarbij) dwars door het verkeer heeft gereden en/of
meermalen zijn voertuig niet onder controle heeft gehad waardoor het voertuig slingerend over de rijbaan reed en hij, verdachte, (daarbij) een andere weggebruiker heeft geraakt en/of meerdere (andere) weggebruikers bijna heeft geraakt en/of tegen een verkeerspaal botst
en/of
over (een) verdrijvingsvlak(ken) heeft gereden en/of tussen voertuigen door op de rijbaan heeft ingevoegd en/of
een rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd:
6.
hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden en/of Emmeloord en/of Muiderberg en/of Almere en/of Soesterberg, in elk geval te of bij meerdere plaatsen in Nederland, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorie van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg(en), de Groningerstraalweg en/of de Rijksweg A6 en/of Rijksweg Al en/of Rijksweg A 28 en/of Provincialeweg N413 en/of de Richelleweg, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, (voorzien van kenteken [kenteken] ,) van categorie B heeft bestuurd:
parketnummer 18/163731-25
1.
hij op of omstreeks 26 mei 2025 te Leeuwarden
opzettelijk
een ambtenaar, te weten [slachtoffer 2] (operationeel begeleider eenheid Noord-Nederland), gedurende of
ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigd
door die [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "ik neuk jullie kanker moeders", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door die [slachtoffer 2] in het gezicht te spugen;
2.
hij op of omstreeks 26 mei 2025 te Leeuwarden,
zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtenaren, [slachtoffer 2] (operationeel begeleider eenheid Noord-Nederland) en/of [slachtoffer 3] (hoofdagent eenheid Noord-Nederland) en/of [slachtoffer 5] (hoofdagent eenheid Noord-Nederland), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten ter aanhouding en/of ter vervoer van verdachte door zijn spieren aan te spannen, zich los proberen te trekken, zich in tegenovergestelde richting te bewegen, te grijpen en/of te trappen in de richtling van verbalisanten;
3.
hij op of omstreeks 26 mei 2025 te Leeuwarden opzettelijk
niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel artikel 55d Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [slachtoffer 4] (hoofdagent eenheid Noord-Nederland), belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek naar uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en parketnummer 18/163731-25 1, 2 en 3 ten laste gelegde conform zijn schriftelijke requisitoir.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat aangeefster niet direct bij aanvang volledig openheid van zaken heeft gegeven, zodat niet zonder meer kan worden aangenomen dat alles wat aangeefster heeft verklaard de waarheid is. Verder zet de raadsman vraagtekens bij de dreigende woorden waar aangeefster over heeft verklaard, nu hier geen steunbewijs voor is. Daarnaast heeft de raadsman ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat verdachtes opzet op wederrechtelijke vrijheidsberoving ontbreekt, nu verdachte meermalen heeft aangegeven dat hij niet de intentie had om aangeefster van haar vrijheid te beroven.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening van de auto ontbreekt, aangezien verdachte van meet af aan heeft verklaard dat hij alleen maar weg wilde van de situatie. Met betrekking tot het wegnemen van de tas en het horloge dient verdachte ook vrij te worden gesproken, nu deze goederen niet zijn aangetroffen in de auto en het onwaarschijnlijk is dat deze onderweg uit de auto zijn gegooid. Ook hier ontbreekt het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
Ten slotte heeft de raadsman met betrekking tot feit 4 aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is ten aanzien van de bedreigende woorden nu er geen steunbewijs is maar ook het opzet niet kan worden aangenomen, omdat de verdachte bij hoogoplopende emoties wordt overmand door zijn stoornis.
Ten aanzien van de feiten 3, 5 primair en 6 en parketnummer 18/279315-25 feiten 1, 2 en 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
feiten 1, 2, 3 en 4
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. De door verdachte ter zitting van 3 april 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik op 28 augustus 2025 aangeefster [slachtoffer 1] eenmaal in het gezicht heb geslagen. Zij wou uit de auto stappen en ik heb haar teruggezet. Zij heeft de deur geopend en ik heb haar naar binnen getrokken de deur dicht getrokken en ben verder gaan rijden. Zij schreeuwde daarbij hard. Wij waren allebei aan het schreeuwen. Bij de Groene Ster ben ik gestopt. Zij heeft toen de sleutel uit het contact gepakt en is weggerend. Ik ben vervolgens achter haar aan gegaan en heb haar een tik met mijn voet gegeven. Op het moment dat ik haar raak, valt zij op de grond en heb ik de autosleutel uit haar hand gepakt. Daarna ben ik in de auto gestapt en weggereden.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met fotobijlage) d.d. 28 augustus 2025, opgenomen op pagina 66 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025232866 (onderzoek Woestijnroos) d.d. 8 oktober 2025 inhoudend als verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] :
Ik doe aangifte van diefstal van mijn rode Volkswagen Polo, voorzien van kenteken [kenteken] . Ook is mijn horloge weggenomen. Nadat wij op 28 augustus 2025 te Leeuwarden ons zoontje naar school hadden gebracht, zag ik [verdachte] zijn houding direct veranderen. Ik zag dat [verdachte] een andere richting opreed en dat hij ter hoogte van [adres] ongeveer 100 kilometer per uur reed. Ik voelde dat hij mij tegelijkertijd meerdere harde klappen met zijn vlakke rechterhand gaf in mijn gezicht. Ik voelde dat dit veel pijn deed. Ter hoogte van [adres] heb ik geprobeerd om uit de auto te vluchten, maar dit lukte niet omdat [verdachte] mij sloeg en vastpakte. Ik kreeg de passagiersdeur wel open, maar deze is weer dichtgegaan toen [verdachte] gas gaf en weer ging rijden. Ik hoorde toen dat [verdachte] tegen mij zei in woorden van gelijke strekking: “Ik ga jou doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen”. Ik werd enorm bang en dacht oprecht dat dit mijn laatste dag zou zijn. Ik zag dat hij tegelijkertijd met zijn hand bij zijn broeksband zat en mij een stukje van een voorwerp liet zien dat hij daar onder zijn trui had. Ik zag dat dit zwart en zilverkleurig was en het leek voor mij op de achterkant van een vuurwapen. Ik voelde mij enorm angstig en onveilig.
Op enig moment reed [verdachte] naar de parkeerplaats van de [bedrijf ] ter hoogte van [adres] in Leeuwarden. Ik zag op enig moment kans om de sleutels uit het contactslot van de auto te halen en weg te rennen. Ik zag dat [verdachte] achter mij aan rende en mij dusdanig onderuit schopte, waardoor ik hard op de grond terecht kwam. Ik voelde dat dit veel pijn deed en dat mijn rechteronderbeen erg beurs aanvoelde. Ook heb ik door de val letsel aan mijn handen en linkerelleboog in de vorm van blauwe plekken en een schaafwond. [verdachte] heeft vervolgens mijn sleutelbos uit mijn handen gegrepen en mijn horloge van mijn linkerpols afgehaald. Ik was om hulp aan het roepen en zag een man op een tractor op de parallelweg. Ik ben opgestaan en naar deze man toegerend. Ik zag hierna dat [verdachte] terug rende naar mijn auto en vervolgens met hoge snelheid wegreed in de richting van Leeuwarden. De politie heeft fotos van mijn letsel gemaakt ter aanvulling op mijn aangifte.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
28 augustus 2025, opgenomen op pagina 75 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op 28 augustus 2025 hoorde ik aangeefster [slachtoffer 1] inzake de wederrechtelijke vrijheidsberoving waarin zij in haar aangifte over verklaard had, maar welke abusievelijk niet in de aangifte is opgenomen. Ik hoorde dat zij aan mij hierover verklaarde: [verdachte] bestuurde mijn voertuig. Ik heb voor de rode verkeerslichten op [adres] de passagiersdeur geopend in een poging weg te vluchten. Ik zag dat [verdachte] in het Arabisch zei: “Wat denk jij dat je uit de auto gaat? Ook heeft hij mij toen hard vastgepakt en vastgehouden bij mijn rechterarm en mij meerdere klappen met vlakke hand op mijn gezicht gegeven. Dit is ook het moment dat hij mij de achterkant van het vuurwapen liet zien en dreigde mij dood te maken. [verdachte] is hierna met volle snelheid weggereden, dit was dusdanig hard dat de geopende passagiersdeur weer dichtsloeg. [verdachte] is hierna tegen mijn wil naar een parkeerplaats bij de Groene Ster gereden.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt aanvullend verhoor van aangeefster
[slachtoffer 1] d.d. 30 augustus 2025, opgenomen op pagina 77 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
[verdachte] heeft mij er mee bedreigd. Hij had het wapen bij zijn broeksband. Ik was bang dat hij mij bij de Groene Ster dood zou maken. Hij liet mij de achterkant van het wapen zien. Ik was heel erg aan het schreeuwen. Mensen buiten de auto hoorden dat. Hij liet mij toen het wapen zien en zei: “als je de politie gaat roepen, dan ga je mij niet stoppen. Niemand gaat mij stoppen, als ik jou dood ga maken”. Ik dacht dat het wapen echt was.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d.
2 september 2025, opgenomen op pagina 88 ev. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :
Op 28 augustus 2025 heb ik de politie gebeld in verband met een situatie waarbij een rode auto betrokken was. Ik stond de afslag van [adres] naar [adres] . Ik zag in een flits een auto staan en ik hoorde keihard geschreeuw, niet normaal, alsof er iemand dood ging. Ik zag dat de deur open ging. Ik heb alleen mensen gezien door het raam, ik zag iets van een stoeipartij. Ik zag veel wilde bewegingen. Zij wilde eruit, maar dat lukte niet. Vervolgens hoorde ik een klap van de deur en nog wat geschreeuw en toen zag en hoorde ik dat de auto met piepende banden wegreed, met volle snelheid, echt abnormaal.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d.
2 september 2025, opgenomen op pagina 91 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2] :
Op 28 augustus 2025 stond ik te Leeuwarden bij mijn auto bij [adres] , met de kruising onder [adres] . Ik hoorde ik piepende banden en een gillende vrouw. Ik zag een rode Volkswagen Polo. Ik zag dat het bijrijdersportier openstond en dat er een vrouw probeerde te vluchten. Ik zag de man heftige handgebaren maken, alsof hij aan het slaan was. Ik hoorde de vrouw echt intens schreeuwen en gillen. Ik hoorde haar echt om hulp schreeuwen, ze riep: “help, help, help” en tussendoor gilde ze intens. Ik heb zelden in mijn leven een vrouw zo intens horen gillen. Ik zag dat de vrouw probeerde eruit te komen, ze hing met haar bovenlichaam uit de auto. Je zag ook hectiek in de auto. Ik zag de man achter het stuur zitten. Je zag hem slaande bewegingen maken. Je zag aan alles dat er wat gaande was in de auto wat niet klopte. Vooral dat gillen, het was echt angst gegil.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d.
28 augustus 2025, opgenomen op pagina 85 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 3] :
Op 28 augustus 2025 bevond ik mij aan [adres] , op de kruising met [adres] te Leeuwarden. Op het moment dat ik mijn vrachtwagen tot stilstand had gebracht hoorde ik een vrouwenstem hard gillen en schreeuwen. Ik zag dat op de parkeerplaats een rode Volkswagen Polo voorzien van kenteken [kenteken] geparkeerd stond en dat er naast dit voertuig een man en een vrouw stonden.
Ik zag dat de man de vrouw vasthield en dat hij haar meerdere keren in het gezicht sloeg en haar vervolgens naar de grond trok. Ik zag dat de vrouw op de grond terecht kwam en dat de man de vrouw meerdere klappen op haar hoofd gaf. Ik zag dat de vrouw er alles aan deed om los te komen van de man. Ik zag dat de vrouw meerdere keren op haar hoofd/gezicht werd geraakt. Ik zag dat de vrouw zich uiteindelijk los wist te krijgen van de man en dat zij in onze richting rende. Toen de vrouw bij ons stond zag ik dat de man in het voertuig stapte en met hoge snelheid wegreed in de richting van Leeuwarden.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 augustus 2025, opgenomen op pagina 98 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik verbalisant heb de opname, afkomstig van getuige [getuige 3] , beschreven. Op deze camerabeelden is het incident bij de Groene Ster voor 3 seconden gefilmd. De verdachte
heeft aangeefster vast, hij staat achter haar en hangt over haar heen. De aangeefster staat voorovergebogen. In de 2e seconde van de opname laat aangeefster zich op de knieën vallen. Aangeefster heeft haar ellebogen ingetrokken en haar armen voor haar borst getrokken. De verdachte trekt aan haar arm en schudt haar lichaam heen en weer. Verdachte pakt met beide handen de pols vast van aangeefster en trekt de arm omhoog.
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (met fotobijlage) d.d. 1 september 2025, opgenomen op pagina 105 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] :
Wij hebben het betrokken voertuig, een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] doorzocht. Direct bij aanvang zagen wij een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in het voertuig liggen. Dit vuurwapen lag in het voertuig tussen het gaspedaal en de vloer geklemd.
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d.
2 september 2025, opgenomen op pagina 109 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op 1 september werd het voertuig, waarvan [verdachte] de bestuurder was geweest ter inbeslagneming doorzocht. Op de vloer voor de bestuurdersstoel, rechts van het gaspedaal, werd een voorwerp gelijkend op een vuurwapen aangetroffen. Uit nader onderzoek bleek dat het voorwerp een aansteker in de vorm van een pistool betrof. Het voorwerp is zwart met grijs/zilver gekleurd en heeft een afmeting van ongeveer tien centimeter. Het voorwerp vertoont voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis met een wapen.
Bewijsmotivering
Anders dan de raadsman ziet de rechtbank geen enkele reden om, al dan niet op onderdelen, te twijfelen aan de verklaringen van aangeefster [slachtoffer 1] , nu haar verklaringen worden ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier. De omstandigheid dat er inconsistenties in haar verklaring zijn aan te wijzen, maakt niet dat haar verklaring als geheel onbetrouwbaar of ongeloofwaardig zou zijn. De rechtbank zal de verklaring van aangeefster dan ook als uitgangspunt nemen.
Feiten 1 en 4
Met betrekking tot de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de bedreiging, ten laste gelegd onder feit 1 en 4, overweegt de rechtbank als volgt. Aangeefster heeft verklaard dat ze bij [adres] heeft geprobeerd uit de auto te vluchten, maar dat dit niet lukte, omdat verdachte haar vastpakte en terug de auto in trok. De verklaring van aangeefster wordt ondersteund door de verklaringen van de onafhankelijke getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Zij zien dat aangeefster uit de auto wil, maar wordt tegengehouden. Ook horen zij aangeefster om hulp roepen en haar hard schreeuwen en intens gillen. Verdachte heeft ter zitting erkent dat hij aangeefster weer naar binnen in de auto heeft getrokken toen zij uit de auto wilde stappen, aangeefster schreeuwde daarbij hard.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte aangeefster tegen haar wil heeft meegenomen in de auto. Hij is uiteindelijk, op ruime afstand van [adres] , bij de Groene Ster gestopt op een parkeerplaats. Hiermee heeft verdachte aangeefster wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd.
Met betrekking tot de opmerking van de raadsman dat er op [adres] geen stoplichten staan overweegt de rechtbank als volgt. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op enig moment is gestopt op [adres] en dat aangeefster toen heeft geprobeerd om uit te auto te komen. Nu voor het overige niet blijkt dat daar verkeerslichten stonden, zal de rechtbank “voor het rode verkeerslicht” uitstrepen in de bewezenverklaring.
Met betrekking tot het tegen aangeefster gepleegde geweld en bedreiging met de dood overweegt de rechtbank als volgt. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar, nadat hij haar weer in de auto had getrokken, (meermalen) in haar gezicht heeft geslagen en heeft gedreigd haar dood te maken, waarbij hij naar zijn broeksband heeft gegrepen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond. Dit past bij de verklaringen van de getuigen dat zij een worsteling in de auto hebben gezien, de man slaande bewegingen hebben zien maken en veel gegil hebben gehoord. Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij aangeefster in de auto (eenmaal) in het gezicht heeft geslagen. Verdachte ontkent de bedreiging met de dood en het tonen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Dit voorwerp, een aansteker, zou in zijn tas hebben gezeten en niet in zijn broeksband. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig nu er door de politie op de vloer van de VW Polo bij de bestuurdersstoel, rechts van het gaspedaal, een op een vuurwerp gelijkend voorwerp is aangetroffen. De rechtbank is verder van oordeel dat de bedreigende woorden waar aangeefster over spreekt ook passen in de gehele context van het gedrag van verdachte, die boos is op zijn ex en die van hem uitleg moet geven over haar vermeende contact met andere mannen. De rechtbank acht het ten laste gelegde geweld en bedreiging met de dood van aangeefster dan ook wettig en overtuigend te bewijzen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat het onder feit 1 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Feit 2
Met betrekking tot het verweer van de raadsman dat het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening ontbreekt, overweegt de rechtbank als volgt.
Aangeefster heeft verklaard dat zij op enig moment kans heeft gezien om de autosleutels uit het contact te halen en weg te rennen. Verdachte rende achter haar aan en schopte haar onderuit, waardoor zij op de grond viel, met als gevolg pijn en letsel. Vervolgens heeft verdachte de autosleutels uit haar handen gepakt en haar horloge van haar pols afgehaald.
Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij de sleutels van aangeefster heeft afgepakt, nadat hij achter haar aan was gerend en haar een “tik met zijn voet heeft gegeven”, waardoor aangeefster op de grond valt.
Verdachte ontkent het horloge van aangeefster te hebben gepakt. Uit de beelden die zijn gemaakt door getuige [getuige 3] blijkt dat verdachte de pols van aangeefster vast heeft en haar arm omhoog trekt. Getuige [getuige 3] heeft verder gezien dat verdachte aangeefster meerdere klappen op haar hoofd gaf. Uiteindelijk weet aangeefster los te komen en in de richting van getuige [getuige 3] te rennen, waarna verdachte in de auto van aangeefster stapt en met hoge snelheid is weggereden. In het dossier bevinden zich fotos van het slachtoffer waaruit blijkt dat zij in ieder geval verwondingen heeft aan haar handen en armen.
De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte door middel van geweld de autosleutels van aangeefster heeft afgepakt, waarna hij met de auto van aangeefster is weggereden. Verdachte is hiermee als heer en meester over de auto gaan beschikken en uiteindelijk in Soesterberg door de politie tot stoppen gedwongen. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsman dat het oogmerk van de wederrechtelijke toeëigening zou ontbreken. Daarnaast acht de rechtbank, net als de officier van justitie, ook bewezen dat verdachte het horloge van aangeefster heeft afgepakt, gelet op de aangifte en de beelden waarop het trekken aan de pols van aangeefster te zien is. Dat het horloge uiteindelijk niet in de auto is aangetroffen doet daar niet aan af. De rechtbank acht niet uitgesloten dat de verdachte ergens gedurende zijn rit het horloge heeft weggegooid.
Net als de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank de diefstal van de tas van aangeefster niet wettig en overtuigend te bewijzen en zal verdachte van dit gedeelte van de tenlastelegging vrijspreken.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat de weg waaraan de parkeerplaats in de Groene Ster is gelegen [adres] is genaamd en niet [adres] . De rechtbank zal de tenlastelegging in zoverre verbeterd lezen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 2 ten laste gelegde diefstal van de VW Polo en een horloge, voorafgegaan en vergezeld van geweld, wettig en overtuigend bewezen.
feit 3
Met betrekking tot het onder feit 3 ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte erkent dat hij aangeefster eenmaal in het gezicht heeft geslagen en haar “een tik met zijn voet” te hebben gegeven, waardoor zij viel. Gelet op de verklaring van aangeefster, de fotobijlage bij haar aangifte en de verklaringen van de getuigen acht de rechtbank bewezen dat verdachte, zowel in de auto als op het parkeerterrein aan [adres] , aangeefster meermalen tegen het hoofd heeft geslagen. Ook heeft verdachte haar geschopt, waardoor aangeefster is gevallen. Dit erkent verdachte ook. Als gevolg van het slaan en schoppen heeft aangeefster pijn en letsel opgelopen.
De rechtbank acht de onder feit 3 ten laste gelegde mishandeling van aangeefster dan ook wettig en overtuigend te bewijzen.
feiten 5 primair en 6
De rechtbank acht de feiten 5 primair en 6 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de
rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 april 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2025, opgenomen op pagina 121 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2025232866 (onderzoek Woestijnroos) d.d. 8 oktober 2025, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2025, opgenomen op pagina 126 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2025, opgenomen op pagina 129 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal artikel 9 WVW (met bijlagen) d.d. 28 augustus 2025, opgenomen op pagina 145 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] .
parketnummer 18/163731-25 feiten 1, 2 en 3
De rechtbank acht parketnummer 18/163731-25 feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 april 2026;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 27 mei 2025, opgenomen op pagina 8 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025138199 d.d. 30 mei 2025, inhoudend het relaas van [slachtoffer 2] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2025, opgenomen op pagina 19 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;
een naar wettelijke voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 mei 2025, opgenomen op pagina 14 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2026, opgenomen op pagina 17 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisanten [verbalisant] en [slachtoffer 4] ;
een schriftelijk bescheid, te weten een fotoblad met afbeeldingen van de borst- en rugzijde van het werkshirt van aangever en een afbeelding van aangever met speeksel in zijn baard, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht de feiten 1, 2, 3, 4, 5 primair, 6 en parketnummer 18/163731-25 feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
hij op 28 augustus 2025 te Leeuwarden, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden, door opzettelijk wederrechtelijk voornoemde [slachtoffer 1] , die zich toen aldaar met hem, verdachte, in een voertuig te weten een personenauto, merk VW, type Polo voorzien van het kenteken [kenteken] bevond te verhinderen/beletten dat voertuig te verlaten, althans die [slachtoffer 1] tegen te houden bij een poging dat voertuig te verlaten, door met voornoemd opzet, toen hij, verdachte, met voornoemd voertuig moest stoppen en die [slachtoffer 1] de passagiersdeur van die personenauto had geopend om de personenauto en hem, verdachte, te ontvluchten, die [slachtoffer 1]
vast te pakken en te slaan en
de woorden toe te voegen: "Ik ga jou doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen”, althans woorden van gelijke aard en strekking en daarbij zijn hand naar zijn broeksband gedaan en die [slachtoffer 1] een deel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond, aldus die [slachtoffer 1] gedurende enige tijd te beletten en te verhinderen genoemd voertuig te verlaten;
hij op 28 augustus 2025 te Leeuwarden, op of aan de openbare weg [adres] , ter hoogte van [adres] aldaar, een personenauto, merk VW, type Polo voorzien van het kenteken [kenteken] en een horloge die aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken,
welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte nadat die
[slachtoffer 1] de autosleutels uit het contact van voornoemde personenauto had genomen en wegrende, achter die [slachtoffer 1] is aangerend en heeft geslagen en heeft geschopt, waardoor die [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen en vervolgens de autosleutels uit de handen van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en haar horloge van de pols heeft getrokken;
hij op 28 augustus 2025 te Leeuwarden [slachtoffer 1] heeft mishandeld, die [slachtoffer 1] meermalen tegen het hoofd heeft geslagen en tegen de benen heeft geschopt en waardoor die [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen;
hij op 28 augustus 2025, te Leeuwarden, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] , terwijl hij met die [slachtoffer 1] in een voertuig VW Polo reed dreigend de woorden toegevoegd: “Ik ga jou
doodmaken, kan niemand mij vastzetten. Niemand gaat je helpen", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en daarbij zijn hand naar zijn broeksband gedaan en die [slachtoffer 1] een deel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond;
5. primair
hij op 28 augustus 2025 te of bij Emmeloord en Muiderberg en Almere en Soesterberg, als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, merk VW, type Polo, voorzien van kenteken [kenteken] , daarmee rijdende op de voor de openbaar verkeer openstaande wegen, de Rijksweg A6 en Rijksweg Al en Rijksweg A 28 en Provincialeweg N413 en de Richelleweg, aldaar, zich -onder invloed van drugs (cannabis/THC)- opzettelijk
zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, welke verkeersgedragingen hierin hebben bestaan dat hij, verdachte toen daar, onder meer
meermalen, de maximumsnelheid fors heeft overschreden, waarbij snelheden werden gereden tussen de 130 km/u en 180 km/u en
meermalen en langdurig over vluchtstroken heeft gereden en
meermalen voertuigen rechts heeft ingehaald en
meermalen voertuigen heeft ingehaald die op dat moment een ander voertuig inhaalden en
meermalen abrupt van rijstrook is gewisseld zonder daarbij richting aan te geven en daarbij dwars door het verkeer heeft gereden en
meermalen zijn voertuig niet onder controle heeft gehad waardoor het voertuig slingerend over de rijbaan reed en hij, verdachte, daarbij een andere weggebruiker heeft geraakt en meerdere andere weggebruikers bijna heeft geraakt en tegen een verkeerspaal botst en
over verdrijvingsvlakken heeft gereden en tussen voertuigen door op de rijbaan heeft ingevoegd en
een rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd,
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was;
hij op 28 augustus 2025 te of bij Leeuwarden en Emmeloord en Muiderberg en Almere en Soesterberg, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorie van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de wegen de Groningerstraalweg en de Rijksweg A6 en Rijksweg Al en Rijksweg A 28 en Provincialeweg N413 en de Richelleweg, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, voorzien van kenteken [kenteken] , van categorie B heeft bestuurd:
parketnummer 18/163731-25
1.
hij op of omstreeks 26 mei 2025 te Leeuwarden opzettelijk een ambtenaar, te weten
[slachtoffer 2] , operationeel begeleider eenheid Noord-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling en door feitelijkheden heeft beledigd door die [slachtoffer 2] de woorden toe te voegen: "ik neuk jullie kanker moeders", althans woorden van gelijke beledigende aard en strekking en door die [slachtoffer 2] in het gezicht te spugen;
2.
hij op 26 mei 2025 te Leeuwarden, zich met geweld en bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren [slachtoffer 2] , operationeel begeleider eenheid Noord-Nederland, en
[slachtoffer 3] hoofdagent eenheid Noord-Nederland, en [slachtoffer 5] , hoofdagent eenheid Noord-Nederland, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter aanhouding en ter vervoer van verdachte door zijn spieren aan te spannen, zich los proberen te trekken, zich in tegenovergestelde richting te bewegen, te grijpen en te trappen in de richting van verbalisanten;
3.
hij op 26 mei 2025 te Leeuwarden opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55d Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [slachtoffer 4] , hoofdagent eenheid Noord-Nederland, belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek naar uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk iemand van de vrijheid beroven;
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;
mishandeling;
` bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
primair overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994;
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
parketnummer 18/163731-25
1. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een
ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
2. wederspannigheid;
3. opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk
voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en onder oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, in die zin dat de duur van de klinische opname maximaal één jaar is. Verder heeft de officier van justitie een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen gevorderd van 12 maanden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor een zo kort mogelijke durende gevangenisstraf, zodat verdachte zo snel mogelijk aan zijn klinische behandeling kan beginnen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de reclassering en de psycholoog, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
Ernst van de feiten
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 28 augustus 2025 schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en bedreiging van zijn ex-partner, diefstal met geweld, zeer gevaarlijk rijgedrag en rijden met een ongeldig rijbewijs. Daarnaast heeft hij zich op 26 mei 2025 schuldig gemaakt aan belediging van een politieambtenaar door hem onder meer in het gezicht te spugen, zich te verzetten tegen zijn aanhouding en het niet voldoen aan een vordering van de politie. Hoewel alle bewezen verklaarde feiten afzonderlijk al ernstige feiten betreffen, zal de rechtbank in het bijzonder nog ingaan op de wederrechtelijke vrijheidsberoving en het gevaarlijke rijgedrag.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van zijn ex-partner. Nadat zij samen hun zoon hebben weggebracht naar school, rijdt verdachte niet naar terug naar de woning van het slachtoffer maar een andere kant op. In de auto wordt het slachtoffer meerdere keren geslagen en als zij probeert de auto te verlaten is verdachte degene die het haar belet. Hij bedreigt haar op diverse manieren, zowel met woorden als met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Uiteindelijk lukt het het slachtoffer om uit de auto te vluchten. Verdachte gaat het slachtoffer echter achterna, schopt haar tegen de grond en neemt de autosleutels, de auto en een horloge mee. Uit de verklaring van het slachtoffer volgt dat dit zeer beangstigende momenten voor haar zijn geweest. Door zijn handelen heeft verdachte het slachtoffer angst aangejaagd en belemmerd in haar persoonlijke bewegingsvrijheid en daardoor een grove inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. Verdachte heeft continue de regie willen hebben over het slachtoffer en dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.
Vervolgens heeft er een achtervolging van verdachte door politie van ruim 50 minuten plaatsgevonden. Tijdens deze achtervolging heeft verdachte onder invloed van verdovende middelen in zeer ernstige mate de verkeersregels geschonden, door onder andere met hoge snelheid lange tijd op de vluchtstrook te rijden, rechts in te halen, op verdrijvingsvakken te rijden en rode verkeerslichten te negeren. Dat de door verdachte veroorzaakte gevaarlijke verkeerssituatie uiteindelijk niet tot een of meer ongevallen heeft geleid met zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg, is dan ook meer toeval of geluk te noemen. Door
adequaat optreden van de politie is verdachte uiteindelijk tot stoppen gedwongen. Hoewel verdachte in eerste instantie bij de politie heeft verklaard de situatie niet gevaarlijk te hebben gevonden voor andere weggebruiken, heeft hij tijdens de zitting verklaard nu wel in te zien dat zijn gedrag onaanvaardbaar en gevaarlijk was maar dat hij door middelen gebruik dat toentertijd niet in heeft gezien.
De feiten op de andere dagvaarding, gepleegd op 26 mei 2025, zijn voor de betrokken politiemedewerkers zeer vervelend geweest. Als de politie optreedt en verdachte wil aanhouden scheldt hij ze uit, verzet zich en spuugt zelfs een politieman in het gezicht. Ter zitting heeft dit slachtoffer aangegeven hoe groot de impact was op hem.
Justitiële documentatie
De rechtbank heeft in strafverzwarende zin in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsmisdrijven.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft naast de ernst van het feit ook acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit het door de psycholoog opgestelde rapport van
12 februari 2026 blijkt dat verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten werd overspoeld door jaloezie en woede, te begrijpen vanuit zijn disfunctionele persoonlijkheidskenmerken, gedragsstoornis en stoornis in het gebruik van middelen. Ook ten tijde van het huwelijk tussen verdachte en het slachtoffer was er al sprake van jaloezie en agressie richting het slachtoffer. De psycholoog ziet een matig recidiverisico en adviseert het ten laste gelegde, indien bewezen, in verminderde mate toe te rekenen.
Verdachte kan zich bedenken dat zijn delictgedrag niet wenselijk en strafbaar is. Hij verliest bij hoogoplopende, emotionele spanning echter zijn gedragscontrole door zijn tekort aan regulatie- en hanteringsmechanismen samenhangend met zijn problematiek en versterkt door zijn al langer aanwezige stoornis in het gebruik van middelen. Om dat risico voor herhaling te verminderen is het nodig dat er een forensisch klinische verslavingsbehandeling wordt gestart in een FPA of soortgelijke instelling, dit als bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf.
De reclassering komt in haar rapport van 20 maart 2026 met grotendeels dezelfde adviezen. Zij schatten het gevaar voor herhaling iets hoger in en komen ook tot het advies om een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij de reclassering
Opname in een zorginstelling
Ambulante behandeling
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Verbonden op verdovende middelen en alcohol.
De rechtbank neemt de conclusie over en acht de verdachte in verminderde mate toerekenbaar voor de bewezen verklaarde feiten.
Op te leggen straf
Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf van
24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden en zal deze straf ook opleggen met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Gelet op de ernst van de strafbare feiten ziet de rechtbank geen aanleiding om het onvoorwaardelijke deel zo kort mogelijk te laten duren, zoals verzocht door de raadsman. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke rijontzegging opleggen van 12 maanden, met een proeftijd van drie jaren, om verdachte er van te weerhouden, wanneer hij weer zou mogen rijden, om opnieuw verkeersfeiten te plegen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Benadeelde partij
[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 400,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij gevorderd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd de vordering volstrekt helder en duidelijk te vinden. Verdachte neemt zijn verantwoordelijkheid voor zijn handelen, zodat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder parketnummer 18/163731-25 feit 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2025.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Vorderingen na voorwaardelijke veroordeling
Parketnummer 18/074402-24
Bij onherroepelijk vonnis van 23 augustus 2024 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een gevangenisstraf van 32 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. De proeftijd is ingegaan op 7 september 2024.
Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft bij vordering van 20 november 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging bepleit, nu deze straf niets toevoegt en het van belang is dat verdachte zo snel mogelijk aan zijn klinische opname kan beginnen.
Oordeel van de rechtbank
Nu veroordeelde de bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.
parketnummer 96/090016-24
Bij onherroepelijk vonnis van 13 september 2024 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 28 september 2024. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft bij vordering van 20 november 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering kan worden toegewezen, nu verdachte op dit moment toch geen auto kan besturen.
Oordeel van de rechtbank
Nu veroordeelde de bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.
parketnummer 96/267350-24
Bij onherroepelijk vonnis van 17 april 2025 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden, is verdachte veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 28 juni 2025. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft bij vordering van 20 november 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering kan worden toegewezen, nu verdachte op dit moment toch geen auto kan besturen.
Oordeel van de rechtbank
Nu veroordeelde de bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 180, 184, 266, 267, 282, 285, 300, 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 9, 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 primair en 6 en het onder parketnummer 18/163731-25 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt
of gedurende die proeftijd de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd:
1. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht. De verdachte meldt zich binnen
5 dagen volgend op zijn ontslagdatum uit detentie bij de reclassering van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) op het adres [adres] .
2. dat de veroordeelde zich aansluitend aan zijn detentie, gedurende een periode van maximaal één jaar, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht, zal laten opnemen in een zorginstelling te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de huisregels en aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de behandelaren van die instelling zullen worden gegeven. Veroordeelde zal daarbij middels DV&O worden vervoerd naar de kliniek.
Indien aan de orde werkt veroordeelde mee aan overbruggingszorg.
Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een indicatiestelling voor begeleid wonen en of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
3. dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht, onder behandeling zal stellen van de forensisch polikliniek van Verslavingszorg Noord Nederland of een soortgelijk zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start aansluitend aan de klinische opname. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
4. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht, zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, en zich zal houden aan de huisregels en het
(dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld.
5. dat de veroordeelde gedurende de proeftijd geen alcohol of verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA van de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Veroordeelde verplicht zich ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek, ademonderzoek en/of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
6. dat de veroordeelde zich gedurende proeftijd in zal spannen voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding met een vaste structuur.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Ten aanzien van feit 5 primair voorts:
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van 12 maanden.
Bepaalt dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ten aanzien van parketnummer 18/163731-25, feit 1:
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:
het bedrag van 400,00 (zegge: vierhonderd euro);
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 mei 2025 tot de dag van algehele voldoening;
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 400,00 (zegge: vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 mei 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18/074402-24:
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 23 augustus 2024, te weten: 30 dagen gevangenisstraf.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer
96/090016-24:
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 13 september 2024, te weten: 6 maanden ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer
96267350-24:
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 17 april 2025, te weten: 2 maanden ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.F. Brouwer, voorzitter, mr. M.M. Spooren en
mr. A. Dantuma-Hieronymus, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 april 2026.
Mr. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.