Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. 1. Was rijbewijs verdachte op pleegdatum ongeldig? 2. Is na ongeldigverklaring rijbewijs geen ander rijbewijs afgegeven aan verdachte? 3. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklarin
Wegenverkeerswet 1994
Art. 9 WVW
Genoemd in 243 uitspraken · Officiële wettekst
243 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklachten. Kan uit omstandigheid dat rijbewijs van verdachte 8 jaren geleden ongeldig is verklaard, worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest we
Bewijsklacht. Het verweer dat verdachte in onwetendheid verkeerde omtrent de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs strekt ten betoge dat het bestanddeel dat hij ‘redelijkerwijs moet weten’ van de ongeldigverklaring als bedoeld in art. 9.2 WVW 1994 niet is vervuld, zodat vrijspraa
-
CAG over art. 9 lid 2 WVW 1994, rijden met een ongeldigverklaard rijbewijs. De AG gaat in op het bewijs van het van kracht zijn van de ongeldigverklaring en de eis dat de bestuurder moet weten of redelijkerwijze moet weten dat het rijbewijs ongeldig is verklaard. In het onderhavi
OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Formele rechtskracht van besluit van bestuursorgaan in strafrecht. Kon hof oordelen dat strafrechter (bij beoordeling van
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende brief is verzonden naar verdachte en verdachte zijn rijbewijs jaren eerder heeft ingeleverd en uit verklaring
Conclusie P-G over voorhanden hebben van vuurwapens en munitie. De zeventienjarige verdachte is na haar komst om twee uur 's nachts aldaar enkele uren later bij een doorzoeking aanwezig in de slaapkamer van de bewoner waar de hem toebehorende wapens met munitie zich bevinden. Bew
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kan uit bewijsmiddelen volgen dat besluit tot ongeldigverklaring aan verdachte bekend is gemaakt, dat verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard en dat na ongeldigverklaring van rijbew
Art. 9.7 WVW 1994. Rijden met ingevorderd rijbewijs. Voor een bewezenverklaring t.z.v. art. 9.7 WVW1994 is niet vereist dat verdachte t.t.v. het besturen dan wel doen besturen van het motorrijtuig opzet of schuld had t.a.v. het ingevorderd zijn van het rijbewijs. Uit de bewijsmid
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheden dat door verdachte bezwaarschrift is ingediend tegen besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs en rijbewijs van verdachte door CBR
Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit tot schorsing zelfstandig onderzoeken, terwijl tegen dit besluit een met voldoend
De bewezenverklaring is niet naar de eis der wet met redenen omkleed nu de tot het bewijs gebezigde verklaring van de verbalisant een ontoelaatbare conclusie inhoudt. Conclusie AG: anders.
Verdachte reed terwijl zijn rijbewijs was ingehouden en klaagt in de strafzaak dat de inhouding ongeldig was want i.s.m. HR LJN AG3621 gedaan door parketsecretaris. HR: De invordering (en eventuele inhouding) van het rijbewijs is van kracht zolang het rijbewijs niet is teruggegev
Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, en taakstraf van 28 uur, subsidiair 14 dagen hechtenis). Mocht hof rekening houden met twee eerdere veroordelingen wegens rijden met ongeldig
Rijden terwijl verdachte “redelijkerwijs moest weten” dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat besluit CBR tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende brief is verzonden, nadat verdachte 2 keer is gezakt voor rijvaardi
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat verdachte voorafgaand aan feit 6 keer is veroordeeld voor rijden zonder geldig rijbewijs, worden afgeleid dat verdachte ‘redelijker
Rijden met vals kenteken, art. 41.1.d WVW 1994. Motivering verbeurdverklaring auto in het licht van draagkrachtverweer, art. 24 jo. 33.2 Sr. Heeft hof voldoende gemotiveerd aangegeven hoe het rekening heeft gehouden met draagkracht van verdachte t.a.v. verbeurdverklaring? HR: art
Redelijkerwijs moet weten dat rijbewijs ongeldig is verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van verdachte is aangetekend aan verdachte verzonden en vervolgens retour gekomen met de mededeling “niet afgehaald”. Uit de enkele omstandigheid dat
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklachten. Kan uit brieven van CBR, waarin betaling van kosten voor cursus over verantwoord rijgedrag wordt bevestigd, worden afgeleid dat besluit tot ongeldigverklar
Conclusie AG. Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard? Terechte bewijsklacht omdat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat, wanneer en op welke wijze verzending van de mededeling (besluit) van de ongeldigverklaring van het rijbewijs aan verdachte heef
Beschikking, klaagschrift ex art. 164.8 WVW 1994 strekkende tot teruggave van ingevorderd rijbewijs. OM-cassatie. Wanneer is sprake van ‘invordering’ a.b.i. art. 164.6 WVW 1994? Rb heeft geoordeeld dat onder ‘invordering’ moet worden verstaan de door opsporingsambtenaar gedane vo
Conclusie AG in zaak over eenvoudige belediging van een bekende politica via Facebook. Bespreking van twee aspecten van het recht van de niet-aangehouden verdachte op rechtsbijstand voorafgaand aan en tijdens het (telefonische) politieverhoor. 1. Dient een voor het verhoor uitgen
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Kan uit omstandigheden dat besluit tot ongeldigverklaring rijbewijs per aangetekende en gewone brief is verzonden naar verdachte en dat rijbewijs is ingeleverd bij CBR en