Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Nederland

ECLI:NL:RBNNE:2023:4046

2023-09-21 Bestuursrecht C/18/226372/ KG RK 23-292
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Uitspraakdatum
2023-09-21
Publicatiedatum
2023-10-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
C/18/226372/ KG RK 23-292
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie: Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Het wrakingsverzoek richt zich op de procesbeslissing van de behandeld rechter om de procedure niet aan te houden of te schorsen. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van een procesbeslissing (ECLI:NL:HR:2018:1413).

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.993 tekens)
beslissing
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND


Wrakingskamer



zaaknummer: C/18/226372/ KG RK 23-292




beslissing van 21 september 2023




van de meervoudige wrakingskamer op het verzoek van





[verzoeker],

hierna te noemen: de verzoeker,
gemachtigde: mr. H.J.M. Nijholt,
kantoorhoudende te Emmen,



strekkende tot de wraking van




mr. F. Sijens,

rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.





1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van 14 september 2023 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld
- de schriftelijke reactie van de rechter van 14 september 2023.





2Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van mr. F. Sijens, bestuursrechter in deze rechtbank, locatie Groningen, in de zaak met nummers NL23. 18983 en NL23. 18984 tussen de verzoeker en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker is eiseres in die procedure.



2.2.
De verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek, kort samengevat, aan het verzoek ten grondslag gelegd dat de rechter teveel de belangen van de IND heeft gediend, nu hij geen maatregelen genomen heeft om verzoeker in de gelegenheid te stellen medische stukken in het geding te brengen. Hoewel zij deze medische stukken eerder had, heeft zij deze stukken door fouten bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers niet kunnen inbrengen. Daar komt bij dat het voor Dublinclaimanten heel moeilijk is om dergelijke stukken te verkrijgen en dat dit vaak heel lang duurt. Door de procedure niet aan te houden, de behandeling niet te schorsen en/of geen andere passende maatregelen te nemen, is de rechter niet onafhankelijk geweest en is er volgens de verzoeker geen sprake geweest van een eerlijke procedure.



2.3.
De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten.





3De beoordeling

3.1.
De wrakingskamer overweegt dat voor de beoordeling van wrakingsverzoeken de toepasselijke norm is gegeven in artikel 8:15 Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daaromtrent ontwikkelde criteria.



3.2.
Artikel 8:15 Awb bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 8:15 Awb/artikel 6 EVRM dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening gehouden worden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.



3.3.
De wrakingskamer overweegt dat het verzoek tot wraking van mr. Sijens zich richt op de procesbeslissing om de procedure niet aan te houden of te schorsen om daarmee de verzoeker in de gelegenheid te stellen om medische stukken in het geding te brengen. Uit het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413) volgt dat de wrakingskamer geen oordeel toekomt over de juistheid van een procesbeslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in bestuursrechtelijke zaken brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig geen grond kan vormen voor wraking. Alleen als (de motivering van) die beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid, kan dit anders zijn. De wrakingskamer is van oordeel dat de verzoeker geen verdere feiten of omstandigheden heeft aangedragen waaruit de vooringenomenheid van de rechter blijkt.



3.4.
Gelet op het voorgaande is de wrakingkamer van oordeel dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is. Een mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking kan op grond van artikel 4 lid 2 onder a van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Nederland achterwege blijven.





4De beslissing
De wrakingskamer:


4.1.
verklaart het wrakingsverzoek ongegrond;



4.2.
bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevond;



4.3.
beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:
- verzoeker;
- mr. F. Sijens;
- partijen in de hoofdzaak.



Deze beschikking is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. S.T. Kooistra en
mr. H.J. Idzenga, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2023 in tegenwoordigheid van mr. H.J. Boon als griffier.




griffier voorzitter











Afschrift verzonden aan partijen op:




Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open